Ga naar hoofdinhoud

Sodom en Gomorra in de Bijbel

Sodom (Hebreeuws: Sedom) betekent mogelijk "verschroeid" of "brandplaats", hoewel de exacte betekenis onzeker is. Gomorra (Hebreeuws: Amora) wordt in verband gebracht met "onderdompeling" of "overstroming". Beide namen worden in de Septuaginta getranslitereerd als Sodoma en Gomorra.

Sodom en Gomorra waren twee steden in de vlakte van de Jordaan die door God met vuur en zwavel werden verwoest vanwege hun goddeloosheid. Hun ondergang geldt in de hele Schrift als waarschuwend voorbeeld van Gods heilig oordeel over de zonde.

Ook bekend als: Sodom, Gomorra, Vijfsteden, Steden van de Vlakte, Sedom, Amora

Ligging

De steden lagen in de vlakte (kikkar) van de Jordaan, een vruchtbaar gebied dat in Genesis 13:10 wordt beschreven als "overal rijk aan water, als de hof van de HEERE, als het land Egypte". Samen met Adama, Zeboim en Soar vormden zij de vijf "steden van de vlakte" (Genesis 14:2). De precieze ligging wordt traditioneel gezocht aan de zuidelijke kant van de Dode Zee, hoewel sommige onderzoekers ook een noordelijke locatie nabij Tall el-Hammam voorstellen.

Vandaag

Veel bijbelgeleerden vermoeden dat de resten van Sodom en Gomorra onder het ondiepe zuidelijke bekken van de Dode Zee liggen, waar zich een rijke laag asfalt, zwavel en zout bevindt. Opgravingen bij Bab edh-Dhra en Numeira hebben bronstijd-steden blootgelegd die door een catastrofale brand werden verwoest. Het hele gebied ligt vandaag in Jordanie en Israel, ten zuiden van de Lisan-landtong.

Geschiedenis

Sodom en Gomorra verschijnen voor het eerst in Genesis 10:19, waar zij worden genoemd bij de beschrijving van het gebied van de Kanaanieten. In Genesis 13 kiest Lot, de neef van Abram, voor de vruchtbare vlakte van de Jordaan toen hij en zijn oom zich moesten scheiden vanwege de ruimte voor hun kudden. Lot "sloeg zijn tenten op tot aan Sodom toe" (Genesis 13:12), en de Schrift merkt direct op dat "de mannen van Sodom slecht waren en grote zondaars tegen de HEERE" (vers 13). In Genesis 14 lezen we over een grote veldtocht waarbij vier koningen uit het oosten onder leiding van Kedor-Laomer de vijf steden van de vlakte onderwerpen. Na twaalf jaar dienstbaarheid komen de koningen van Sodom, Gomorra, Adama, Zeboim en Soar in opstand. De oosterse coalitie verslaat hen in het dal van Siddim, dat vol asfaltputten was. Lot wordt samen met zijn bezittingen meegevoerd, waarop Abram met zijn getrainde dienaren hem bevrijdt en het geroofde goed terugbrengt. Het beslissende moment volgt in Genesis 18-19. De HEERE verschijnt aan Abraham bij de eiken van Mamre en kondigt aan dat het geroep over Sodom en Gomorra zo groot is geworden dat Hij wil gaan zien of zij doen naar dat geroep. Abraham pleit indringend en vraagt of God de rechtvaardigen met de goddelozen zou ombrengen — hij begint bij vijftig rechtvaardigen en eindigt bij tien. De HEERE belooft: als er tien rechtvaardigen gevonden worden, zal Hij de stad niet verwoesten. Twee engelen komen 's avonds in Sodom aan en worden door Lot naar zijn huis genodigd. Dan ontvouwt zich de schokkende episode: de mannen van Sodom, jong en oud, omringen het huis en eisen dat Lot zijn gasten uitlevert "opdat wij met hen gemeenschap hebben" (Genesis 19:5). De engelen slaan de mannen met blindheid en dringen er bij Lot op aan om met zijn familie te vluchten, want "de HEERE heeft ons gezonden om de stad te verwoesten" (Genesis 19:13). Bij het opgaan van de zon laat de HEERE zwavel en vuur regenen uit de hemel, van de HEERE uit (Genesis 19:24). Sodom, Gomorra, Adama en Zeboim worden ondersteboven gekeerd, samen met de gehele omtrek. Alleen Soar wordt op Lots verzoek gespaard. Lots vrouw kijkt tegen het bevel in achterom en wordt een zoutpilaar. Abraham ziet de volgende morgen vanaf de hoogte bij Mamre de rook van het land opstijgen als de rook van een oven (Genesis 19:28).

Betekenis in de Bijbel

In de hele Schrift functioneert de verwoesting van Sodom en Gomorra als het archetypische voorbeeld van Gods heilig oordeel. Mozes waarschuwt Israel dat een afvallig land zal worden als "Sodom en Gomorra, Adama en Zeboim, die de HEERE ondersteboven heeft gekeerd in Zijn toorn en grimmigheid" (Deuteronomium 29:23). De profeten grijpen steeds op dit beeld terug: Jesaja noemt de leiders van Jeruzalem "vorsten van Sodom" (Jesaja 1:10), Jeremia verwijt de profeten van Jeruzalem dat zij zijn geworden als de inwoners van Sodom (Jeremia 23:14), en Amos herinnert eraan hoe God sommigen omkeerde zoals Hij Sodom en Gomorra ondersteboven keerde (Amos 4:11). Bijzonder indringend is Ezechiel 16:49-50, waar de zonde van Sodom breder wordt getekend dan alleen seksuele immoraliteit: "Dit was de ongerechtigheid van uw zuster Sodom: trots, overvloed van brood en zorgeloze rust had zij met haar dochters. De hand van de arme en behoeftige ondersteunde zij echter niet. Zij verhieven zich en deden gruwelijke dingen voor Mijn aangezicht." De geschiedenis waarschuwt dus tegen een combinatie van hoogmoed, welvaart, onrecht en goddeloosheid. In het Nieuwe Testament neemt Jezus de geschiedenis op in Zijn prediking. Voor steden die Zijn wonderen hebben gezien maar Hem verwerpen (Chorazin, Bethsaida, Kapernaum) geldt: "Het zal voor het land van Sodom verdraaglijker zijn op de dag van het oordeel dan voor u" (Mattheus 10:15; 11:23-24). De dagen van Lot worden voorzegd als een type voor de wederkomst: eten, drinken, kopen, verkopen en bouwen ging door tot op de dag dat Lot uit Sodom ging (Lukas 17:28-32). "Denk aan de vrouw van Lot," zegt Jezus — een waarschuwing om niet terug te grijpen naar het leven dat veroordeeld is. Petrus noemt Sodom en Gomorra een "voorbeeld voor hen die goddeloos zouden leven" (2 Petrus 2:6), maar vergeet niet Lot, "de rechtvaardige", voor wie God te midden van het oordeel een uitweg bereidde. Judas schrijft dat de steden in aanschouwing van de eeuwige vuur-straf zijn gesteld (Judas 1:7). Door heel de Schrift is Sodom dus tegelijk teken van Gods rechtvaardig oordeel en achtergrond voor de genade die rechtvaardigen redt.

Sleutelgebeurtenissen in Sodom en Gomorra

1

Lot kiest de vruchtbare vlakte bij Sodom

Als Abram en Lot zich scheiden, kiest Lot de welig begroeide Jordaanvlakte en trekt geleidelijk richting de goddeloze stad Sodom.

Genesis 13:10-13

2

Lot wordt gevangengenomen en door Abram bevrijd

Kedor-Laomer en zijn bondgenoten plunderen Sodom en voeren Lot mee. Abram achtervolgt hen met 318 getrainde mannen en brengt Lot en het geroofde goed terug.

Genesis 14:11-16

3

Abraham pleit voor de rechtvaardigen in Sodom

Na de aankondiging van het oordeel dringt Abraham aan op genade en vraagt God of Hij de stad wil sparen om wille van tien rechtvaardigen.

Genesis 18:16-33

4

De zonde van Sodom openbaart zich

De mannen van Sodom omringen Lots huis en willen de twee engelen te lijf gaan. De engelen slaan hen met blindheid.

Genesis 19:1-11

5

God laat zwavel en vuur neerregenen

De HEERE verwoest Sodom, Gomorra en de hele vlakte met vuur uit de hemel. Alles wat groeide wordt weggevaagd.

Genesis 19:24-25

6

Lots vrouw wordt een zoutpilaar

Tegen het uitdrukkelijke bevel in kijkt Lots vrouw achter zich bij de vlucht uit Sodom en wordt zo een zoutpilaar — een blijvend teken van gehechtheid aan wat veroordeeld is.

Genesis 19:26

Theologische betekenis

Sodom en Gomorra laten zien dat God niet onverschillig is voor menselijke zonde en onrecht. Zijn geduld is groot — Hij wacht en onderzoekt of het geroep beantwoordt aan de feiten (Genesis 18:20-21) — maar Zijn geduld is niet eindeloos. Waar de maat vol is, voltrekt Hij Zijn rechtvaardig oordeel. Tegelijk wordt in dezelfde geschiedenis getoond dat God de rechtvaardige niet met de goddeloze ombrengt (Genesis 18:25). Lot wordt gered, niet om zijn verdiensten, maar omdat God Abrahams voorbede gedenkt (Genesis 19:29). Het verhaal is daarmee tegelijk een oproep tot heiligheid en tot hoop. De dreiging van oordeel is reeel, maar de genade reikt door tot in Sodom zelf. Wie luistert naar Gods boodschappers en uittrekt uit wat geoordeeld is, vindt behoud. Wie terugkijkt, zoals Lots vrouw, verliest zelfs wat gespaard werd. In het licht van het Nieuwe Testament wijst Sodom vooruit naar de dag van het oordeel die aan de wederkomst van Christus is verbonden. Jezus Zelf gebruikt het beeld om op te roepen tot waakzaamheid. Het evangelie is daarbij radicaler dan de redding van Lot: het Lam Gods is door het oordeel heen gegaan om een volk uit elke natie te behouden. Zo staat Sodom niet los van Golgotha — daar werd het oordeel dat Sodom trof, gedragen door de Rechter Zelf.

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten helpen je om de rol van Sodom en Gomorra in de Schrift beter te begrijpen.

Veelgestelde vragen over Sodom en Gomorra

Waar lagen Sodom en Gomorra precies?

De exacte ligging is niet met zekerheid bekend. De traditionele opvatting plaatst de steden in de vlakte aan de zuidkant van de Dode Zee, mogelijk onder het huidige ondiepe bekken. Archeologische vondsten bij Bab edh-Dhra en Numeira (Jordanie) tonen bronstijd-steden die door brand verwoest zijn. Sommige onderzoekers wijzen op Tall el-Hammam ten noordoosten van de Dode Zee.

Wat was precies de zonde van Sodom?

Genesis 19 beschrijft de poging tot seksuele gewelddadigheid tegen de engelen als directe aanleiding voor het oordeel. Ezechiel 16:49-50 noemt echter ook trots, overvloed, zorgeloze rust en het niet helpen van armen en behoeftigen. De Schrift ziet de zonde van Sodom dus breed: hoogmoed, onrecht, wetteloosheid en seksuele perversiteit.

Hoeveel steden werden er verwoest?

Vier steden werden ondersteboven gekeerd: Sodom, Gomorra, Adama en Zeboim (Deuteronomium 29:23). De vijfde stad van de vlakte, Soar, werd op verzoek van Lot gespaard zodat hij daarheen kon vluchten (Genesis 19:20-22).

Hoe heeft God Sodom en Gomorra verwoest?

Genesis 19:24 zegt dat de HEERE zwavel en vuur uit de hemel liet regenen. De Bijbel spreekt van "ondersteboven keren", wat wijst op een totale vernietiging. Sommige geologen verbinden dit met een aardbeving die asfalt- en zwavelgassen in de Jordaanvallei deed ontbranden, maar de Schrift onderstreept vooral dat dit Gods rechtstreekse ingrijpen was.

Waarom werd Lots vrouw een zoutpilaar?

De engelen hadden uitdrukkelijk gezegd niet achterom te kijken (Genesis 19:17). Door toch om te zien liet Lots vrouw blijken dat haar hart nog aan Sodom hing. Jezus gebruikt haar in Lukas 17:32 als waarschuwing: wie gered wil worden, moet niet terugverlangen naar het leven dat onder het oordeel ligt.

Wat betekent "Gedenk aan Lots vrouw"?

In Lukas 17:28-32 verbindt Jezus de dagen van Lot met Zijn wederkomst. Zijn oproep "Gedenk aan Lots vrouw" is een waarschuwing om niet te aarzelen of terug te verlangen wanneer God oproept tot breuk met de zonde. Het is een beeld van halfheid die uiteindelijk verloren gaat.

Gerelateerde plaatsen

Bijbelse personen verbonden aan Sodom en Gomorra

Leer meer over Sodom en Gomorra met AI BijbelAssistent

Wil je dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Sodom en Gomorra? Onze AI-assistent helpt je verder.

Verdiep u verder