Zadok in de Bijbel
Zadok (צָדוֹק, Hebreeuws) - “Waarschijnlijk rechtvaardig”
Wie was Zadok?
Zadok was een priester uit het geslacht van Eleazar, de zoon van Aäron. Hij diende koning David samen met Abjathar, bleef David trouw tijdens de opstand van Absalom en zalfde Salomo bij Gihon tot koning (1 Koningen 1:39). Salomo stelde hem in de plaats van Abjathar.
Zadok verschijnt in de Bijbel op het moment dat David koning wordt, en hij is er nog als Salomo de troon bestijgt. Zijn naam staat in 2 Samuël 8, 15 tot 20 en in 1 Koningen 1, 2 en 4. In 1 Kronieken staat hij in de geslachtslijsten van Levi (1 Kronieken 6) en bij de verdeling van de priesters (1 Kronieken 24). Eeuwen later noemt Ezechiël zijn nakomelingen "de kinderen van Zadok" (Ezechiël 44:15). De Statenvertaling schrijft Zadok. In andere vertalingen en op internet wordt de naam ook als Sadok gespeld. In Mattheüs 1:14 komt een Sadok voor in het geslachtsregister van Jezus, maar dat is een andere persoon. De lijn van zijn leven is die van een trouwe priester in een onrustige tijd. Hij diende onder David naast een tweede priester, Abjathar. Toen Absalom in opstand kwam, droegen Zadok en de Levieten de ark de stad uit, maar David zei: "Breng de ark Gods weder in de stad" (2 Samuël 15:25). Vanuit Jeruzalem zorgde Zadok met Abjathar en hun zonen ervoor dat David bericht kreeg van wat er aan het hof van Absalom besloten werd. Aan het eind van Davids leven scheidden de wegen van de twee priesters. Abjathar koos voor Adonia, Zadok niet (1 Koningen 1:7-8). Op bevel van David zalfde Zadok Salomo bij de bron Gihon: "En Zadok, de priester, nam den oliehoorn uit de tent, en zalfde Salomo" (1 Koningen 1:39). Salomo verdreef later Abjathar en stelde Zadok in zijn plaats (1 Koningen 2:35). Zadok is niet te verwarren met de latere priester Zadok, de zoon van Ahitub, in 1 Kronieken 6:12, met Zadok de vader van Jerusa (2 Koningen 15:33) en met de twee Zadoks die onder Nehemia de muur herstelden (Nehemia 3:4, Nehemia 3:29).
Historische context
Zadok leefde in de tijd van David en Salomo, die doorgaans rond 1000 tot 970 voor Christus wordt gedateerd. Volgens 1 Kronieken 6:4-8 stamde hij via Eleazar en Pinehas af van Aäron: "En Ahitub gewon Zadok, en Zadok gewon Ahimaaz" (1 Kronieken 6:8). In de lijst van mannen die naar David in Hebron kwamen om hem koning te maken, staat: "En Zadok was een jongeling, een kloek held" (1 Kronieken 12:28). De meeste uitleggers nemen aan dat dit dezelfde Zadok is. Onder David was er een bijzondere situatie. De ark stond in de tent die David in Jeruzalem voor haar had gespannen (2 Samuël 6:17), terwijl de tabernakel met het brandofferaltaar op de hoogte te Gibeon bleef. Zadok en zijn broeders dienden daar "om den HEERE de brandofferen geduriglijk te offeren" (1 Kronieken 16:39-40). Ook Salomo ging aan het begin van zijn regering naar Gibeon om te offeren (1 Koningen 3:4). Naast Zadok diende Abjathar. Hij was de enige zoon van Achimelech die ontkwam toen Saul de priesters van Nob liet doden, en sindsdien was hij bij David (1 Samuël 22:20-23). Abjathar stamde uit het huis van Eli. 1 Kronieken 24:3 en 6 rekenen zijn zoon Achimelech (in 24:3 gespeld als Abimelech) tot de kinderen van Ithamar, terwijl Zadok uit Eleazar kwam. David verdeelde de priesters in afdelingen, met Zadok als vertegenwoordiger van de kinderen van Eleazar (1 Kronieken 24:3-6). Opvallend is dat 2 Samuël 8:17 "Achimelech, zoon van Abjathar" naast Zadok noemt, terwijl 1 Samuël 22:20 Abjathar een zoon van Achimelech noemt. Ook 1 Kronieken 24:6 noemt een Achimelech, de zoon van Abjathar; waarschijnlijk droeg een zoon van Abjathar de naam van zijn grootvader. Tijdens de opstand van Absalom werden de priesters een schakel in Davids berichtgeving. Husai, Davids vriend, gaf door wat Achitofel en hij Absalom hadden geraden, en de zonen van de priesters, Ahimaaz en Jonathan, brachten het nieuws naar de koning (2 Samuël 17:15-21). Na de opstand zond David Zadok en Abjathar naar de oudsten van Juda om hem terug te halen (2 Samuël 19:11). Bij de troonopvolging koos Zadok met Natan en Benaja voor Salomo. Na Davids dood verdreef Salomo Abjathar naar Anathoth, "om te vervullen het woord des HEEREN, hetwelk Hij over het huis van Eli te Silo gesproken had" (1 Koningen 2:27), en zette Zadok in zijn plaats. De lijst van Salomo’s ambtsdragers noemt nog "Zadok en Abjathar" als priesters (1 Koningen 4:4); waarschijnlijk beschrijft die lijst de hele regering of het begin ervan.
Karaktereigenschappen
+Positieve eigenschappen
- Dapper: als het om dezelfde man gaat, al als jongeman een "kloek held" (1 Kronieken 12:28)
- Trouw aan David in de opstand van Absalom (2 Samuël 15:24-29)
- Gehoorzaam: hij bracht de ark terug toen David het vroeg (2 Samuël 15:29)
- Liet zich niet meetrekken in de partij van Adonia (1 Koningen 1:8)
- Volgde bij de zalving van Salomo het woord van de koning (1 Koningen 1:39)
Theologische betekenis
De Schrift vertelt weinig over Zadoks binnenkant, maar veel over zijn plaats. Hij staat bij de ark, bij het altaar en bij de zalving van de koning. Zijn naam wordt verklaard als rechtvaardig, en zijn geschiedenis wordt in de Bijbel verbonden met een belofte en een oordeel. De belofte staat al in 1 Samuël 2:35, in de tijd van Eli: "En Ik zal Mij een getrouwen priester verwekken; die zal doen, gelijk als in Mijn hart en in Mijn ziel zijn zal; dien zal Ik een bestendig huis bouwen". Het oordeel trof het huis van Eli. Toen Salomo Abjathar verdreef, noemt de schrijver dat de vervulling van het woord over het huis van Eli (1 Koningen 2:27), en in hetzelfde hoofdstuk krijgt Zadok de plaats van Abjathar (1 Koningen 2:35). Veel uitleggers zien daarom in Zadok een eerste vervulling van de belofte van de getrouwe priester. Dat zijn nakomelingen eeuwenlang de priesters in Jeruzalem leverden, onder wie Azaria in de tijd van Hiskia, "van het huis van Zadok" (2 Kronieken 31:10), past daarbij. Ezechiël geeft het geslacht van Zadok een bijzondere plaats. In zijn visioen van de nieuwe tempel mogen alleen "de Levietische priesters, de kinderen van Zadok" tot het altaar naderen, omdat zij "de wacht Mijns heiligdoms hebben waargenomen, als de kinderen Israels van Mij afdwaalden" (Ezechiël 44:15). De andere Levieten, die achter de afgoden waren gegaan, zouden wachters en dienaars aan de poorten worden (Ezechiël 44:10-14). Trouw in het verleden wordt hier zegen voor het nageslacht. De belofte van 1 Samuël 2:35 reikt volgens veel uitleggers verder dan Zadok. De getrouwe priester zou "altijd voor het aangezicht Mijns Gezalfden wandelen". De brief aan de Hebreeën laat zien dat het priesterschap van Aäron niet de volkomenheid bracht, en dat er een ander Priester moest opstaan "naar de ordening van Melchizedek" (Hebreeën 7:11). Christus is die Hogepriester, die "in der eeuwigheid blijft" en "een onvergankelijk Priesterschap" heeft (Hebreeën 7:24). Zadok zalfde de zoon van David tot koning; in Christus zijn Koning en Priester één. Ook de naam Sadduceeën, de partij uit de tijd van het Nieuwe Testament, wordt vaak van Zadok afgeleid. Dat is een gangbare, maar onzekere verklaring. De Sadduceeën zeiden "dat er geen opstanding is" (Mattheüs 22:23), en hadden met de trouw van Zadok weinig gemeen.
Naamsbetekenis
Oorspronkelijke naam
Zadok (צָדוֹק, Hebreeuws)
Betekenis
Waarschijnlijk rechtvaardig
Sleutelmomenten
Een jonge held in Hebron
Onder de mannen die naar David in Hebron komen om hem koning te maken, is een Zadok, een jonge, dappere man, met tweeëntwintig oversten uit zijn familie. Vermoedelijk is dat dezelfde Zadok.
1 Kronieken 12:28
Geroepen bij de overbrenging van de ark
David roept de priesters Zadok en Abjathar en de hoofden van de Levieten. Zij moeten zich heiligen om de ark van de HEERE naar Jeruzalem te brengen.
1 Kronieken 15:11-12
Dienst bij de tabernakel te Gibeon
Terwijl de ark in Jeruzalem staat, laat David Zadok en zijn broeders achter bij de tabernakel op de hoogte van Gibeon, om daar morgen en avond de brandoffers te brengen.
1 Kronieken 16:39-40
Priester onder David
In de lijst van Davids ambtsdragers staat Zadok, de zoon van Ahitub, als priester naast Achimelech, de zoon van Abjathar.
2 Samuël 8:17
De ark terug naar de stad
Als David voor Absalom vlucht, dragen Zadok en de Levieten de ark mee. David stuurt hen terug: als God het wil, zal Hij hem terugbrengen.
2 Samuël 15:24-29
Berichten voor de gevluchte koning
Husai vertelt Zadok en Abjathar wat Achitofel Absalom heeft geraden. Hun zonen Ahimaaz en Jonathan wachten bij de fontein Rogel en brengen het bericht naar David.
2 Samuël 17:15-17
De zalving van Salomo
Op bevel van David brengen Zadok, Natan en Benaja Salomo op de muilezelin van de koning naar Gihon. Zadok neemt de oliehoorn uit de tent en zalft Salomo, en het volk roept: "De koning Salomo leve!"
1 Koningen 1:32-40
In de plaats van Abjathar
Na de dood van Adonia verdrijft Salomo Abjathar uit het priesterambt. Benaja wordt legeraanvoerder en Zadok krijgt de plaats van Abjathar.
1 Koningen 2:35
Belangrijke bijbelteksten
De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Zadok beter te begrijpen.
1 Kronieken 6:8
“En Ahitub gewon Zadok, en Zadok gewon Ahimaaz;”
Zadok in de geslachtslijst van de priesters, in de lijn van Aäron via Eleazar en Pinehas.
1 Kronieken 12:28
“En Zadok was een jongeling, een kloek held; en uit zijns vaders huis waren twee en twintig oversten;”
Al bij het begin van Davids koningschap in Hebron staat Zadok aan zijn kant, met een groot deel van zijn familie.
2 Samuël 8:17
“En Zadok, zoon van Ahitub, en Achimelech, zoon van Abjathar, waren priesters; en Seraja was schrijver.”
Zadok als een van de twee priesters onder David. Naast hem staat de familie van Abjathar.
2 Samuël 15:25
“Toen zeide de koning tot Zadok: Breng de ark Gods weder in de stad; indien ik genade zal vinden in des HEEREN ogen, zo zal Hij mij wederhalen, en zal ze mij laten zien, mitsgaders Zijn woning.”
David weigert de ark als waarborg mee te nemen en stuurt Zadok terug. Hij legt zijn toekomst in Gods hand.
2 Samuël 15:27
“Voorts zeide de koning tot den priester Zadok: Zijt gij niet een ziener? Keer weder in de stad met vrede; ook ulieder beide zonen, Ahimaaz, uw zoon, en Jonathan, Abjathars zoon, met u.”
Zadok krijgt een rol in Jeruzalem. Wat David met het woord ziener bedoelde, wordt verschillend uitgelegd.
1 Koningen 1:39
“En Zadok, de priester, nam den oliehoorn uit de tent, en zalfde Salomo; en zij bliezen met de bazuin, en al het volk zeide: De koning Salomo leve!”
Het hoogtepunt van Zadoks dienst: hij zalft Salomo bij Gihon tot koning.
1 Koningen 2:35
“En de koning zette Benaja, den zoon van Jojada, in zijn plaats over het heir; en Zadok, den priester, zette de koning in de plaats van Abjathar.”
Na de val van Adonia wordt Zadok de enige priester aan het hoofd. Zijn geslacht blijft daarna de priesters leveren.
1 Samuël 2:35
“En Ik zal Mij een getrouwen priester verwekken; die zal doen, gelijk als in Mijn hart en in Mijn ziel zijn zal; dien zal Ik een bestendig huis bouwen, en hij zal altijd voor het aangezicht Mijns Gezalfden wandelen.”
De belofte aan het huis van Eli. Veel uitleggers zien de eerste vervulling in Zadok en lezen er ook een vooruitwijzing naar Christus in.
Ezechiël 44:15
“Maar de Levietische priesters, de kinderen van Zadok, die de wacht Mijns heiligdoms hebben waargenomen, als de kinderen Israels van Mij afdwaalden, die zullen tot Mij naderen, om Mij te dienen; en zullen voor Mijn aangezicht staan, om Mij het vette en het bloed te offeren, spreekt de Heere HEERE;”
In Ezechiëls visioen van de nieuwe tempel mogen alleen de zonen van Zadok tot het altaar naderen, omdat zij trouw bleven.
Tijdperiode
~1000 v.Chr.
Zadok leefde in de tijd van het Oude Testament.
Gerelateerde personen
Lessen voor vandaag
Zadok leert ons dat trouw niet afhangt van de stemming in het land. Toen Absalom Jeruzalem innam, bleef hij bij David. Toen Adonia feest vierde met de koningszonen, Joab en Abjathar, was hij er niet bij. Hij hoefde niet met de meerderheid mee om te weten waar hij stond. Ook wij kunnen in de kerk, op het werk of in de samenleving merken dat de trouwe weg niet de populaire is. Zadok wilde de ark meenemen, maar David weigerde haar als waarborg te gebruiken: "indien ik genade zal vinden in des HEEREN ogen, zo zal Hij mij wederhalen" (2 Samuël 15:25). Zadok gehoorzaamde en bracht de ark terug. Gods aanwezigheid laat zich niet meenemen als waarborg voor onze plannen. Wij mogen op Hem vertrouwen, zonder Hem te gebruiken. Zadoks dienst was grotendeels onopvallend: offers op de hoogte te Gibeon, de zorg voor de ark, berichten doorgeven. Toch noemt God, eeuwen later, zijn nakomelingen bij naam, omdat zij trouw bleven toen anderen afdwaalden (Ezechiël 44:15). Trouw in het kleine heeft een lange adem en kan tot zegen zijn voor de generaties na ons. Zadok wijst, als priester die een koning zalfde, boven zichzelf uit. Wij hebben een Hogepriester die tegelijk Koning is: "Dewijl wij dan een groten Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, den Zoon van God, zo laat ons deze belijdenis vasthouden" (Hebreeën 4:14).
Bijbelse plaatsen
Veelgestelde vragen over Zadok
Wie was Zadok in de Bijbel?
Is Zadok dezelfde als Sadok?
Waar staat Zadok in de Bijbel?
Wat betekent de naam Zadok?
Wat was het verschil tussen Zadok en Abjathar?
Waarom stuurde David Zadok met de ark terug?
Waarom zalfde Zadok Salomo tot koning?
Was Zadok hogepriester?
Wie zijn de kinderen van Zadok in Ezechiël?
Komt de naam Sadduceeën van Zadok?
Wat is Zadok the Priest van Händel?
Wat kunnen wij leren van Zadok?
Stel een vraag over Zadok
Wilt u meer weten over Zadok? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Stel een vraag over ZadokVerdiep u verder
Bijbelse tijdlijn
Bekijk Zadok in de context van de bijbelse geschiedenis.
Bijbelse onderwerpen
Ontdek thema's die verbonden zijn met het leven van Zadok.
Lees de Bijbel
Lees het verhaal van Zadok in de Bijbel.
Bijbeluitleg
Lees commentaar en uitleg bij de bijbelgedeelten over Zadok.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over Zadok aan onze AI-assistent.
Woordstudie
Bestudeer de oorspronkelijke betekenis van bijbelse namen en begrippen.
Heidelbergse Catechismus
Ontdek de gereformeerde leer over bijbelse personen en thema's.