Adonia in de Bijbel
Adonia (אֲדֹנִיָּה, Hebreeuws) - “Waarschijnlijk: mijn Heere is de HEERE”
Wie was Adonia?
Adonia was de vierde zoon van koning David, geboren in Hebron uit Haggith. Toen David oud was, riep hij zich met steun van Joab en de priester Abjathar tot koning uit. David liet echter Salomo zalven. Later vroeg Adonia om Abisag de Sunamietische, en Salomo liet hem doden (1 Koningen 2:25).
Adonia komt in de Bijbel in twee fasen naar voren. In de lijst van Davids zonen die in Hebron geboren zijn, staat hij als vierde: "de vierde, Adonia, de zoon van Haggith" (2 Samuël 3:4, ook 1 Kronieken 3:2). Daarna zwijgt de tekst over hem tot het begin van 1 Koningen. Daar is David oud, en in de hoofdstukken 1 en 2 speelt Adonia de hoofdrol in de strijd om de opvolging. De lijn van het verhaal is kort en scherp. Adonia verheft zich en zegt: "Ik zal koning zijn" (1 Koningen 1:5). Hij zorgt voor wagens, ruiters en vijftig mannen die voor hem uit lopen, net zoals Absalom eerder had gedaan (2 Samuël 15:1). De verteller voegt er twee dingen aan toe: zijn vader had hem nooit terechtgewezen, en hij was "zeer schoon van gedaante" (1 Koningen 1:6). Joab en de priester Abjathar kiezen zijn kant. Bij de steen Zoheleth houdt hij een offermaal, waar hij al zijn broers uitnodigt behalve Salomo. Dan grijpen Natan en Batseba in, David houdt zijn eed, en Salomo wordt bij Gihon gezalfd door Zadok en Natan. Adonia’s feest valt uiteen. Hij vlucht naar het altaar en ontvangt genade onder voorwaarden. In 1 Koningen 2 vraagt hij via Batseba of Salomo hem Abisag, de Sunamietische, tot vrouw wil geven. Salomo leest dat verzoek als een nieuwe aanspraak op de troon en laat hem doden. Adonia is niet te verwarren met de Leviet Adonia die koning Josafat uitzond om het volk te onderwijzen (2 Kronieken 17:8), noch met de Adonia die in de tijd van Nehemia het verbond ondertekende (Nehemia 10:16).
Historische context
Het verhaal speelt aan het eind van Davids regering, die doorgaans rond 970 voor Christus wordt gedateerd. David had veertig jaar geregeerd, zeven jaar in Hebron en drieëndertig in Jeruzalem (1 Koningen 2:11). Adonia was in Hebron geboren en moet bij de troonopvolging dus al volwassen zijn geweest. Van zijn moeder Haggith weten wij niet meer dan haar naam. Israël kende nog geen vaste regel voor de troonopvolging. Saul was door God aangewezen en door Samuël gezalfd; David evenzo. Een recht van de oudste zoon lag voor de hand, maar was nergens vastgelegd. Van Davids eerste zonen waren Amnon en Absalom gestorven, en over Chileab, de tweede, zwijgt de tekst na zijn geboorte. Daarom geldt Adonia als de oudste zoon die nog leefde. Salomo noemt hem zelf "mijn broeder, die ouder is dan ik ben" (1 Koningen 2:22). Tegelijk had David Batseba bij de HEERE gezworen dat Salomo hem zou opvolgen (1 Koningen 1:17), en 1 Kronieken 28:5 zegt dat de HEERE Salomo uit al Davids zonen verkoren had. Rond Adonia vormde zich een partij. Joab, de legeraanvoerder, en Abjathar, de priester die al sinds de vlucht voor Saul bij David was (1 Samuël 22:20), steunden hem. Tegenover hen stonden Zadok de priester, Benaja met de lijfwacht van de Krethi en Plethi, de profeet Natan en "de helden, die David had" (1 Koningen 1:8). Het offermaal bij de steen Zoheleth, bij de fontein Rogel, was meer dan een feest. Wie samen at en riep "De koning Adonia leve!" (1 Koningen 1:25), erkende hem als koning. Het altaar had in Israël een beschermende functie. Wie de hoornen van het altaar greep, zocht bescherming bij God. De wet beperkte dat recht: wie met list had gedood, mocht van het altaar worden weggenomen (Exodus 21:14). Adonia had niemand gedood, en Salomo liet hem gaan met een voorwaarde: "Indien hij een vroom man zal zijn, daar zal niet van zijn haar op de aarde vallen" (1 Koningen 1:52). Dat het verzoek om Abisag zo zwaar woog, hangt samen met een gebruik uit die tijd. Het nemen van de vrouwen van een (vorige) koning gold als teken van gezag over zijn huis. Natan zegt tot David dat God hem "uws heren vrouwen in uw schoot" had gegeven (2 Samuël 12:8), en Absalom ging op raad van Achitofel openlijk in tot de bijwijven van zijn vader, als teken van de breuk met David en om zijn aanhang te sterken (2 Samuël 16:21-22). Abisag had David verzorgd, al had hij haar niet bekend (1 Koningen 1:4). Of zij als zijn vrouw gold, zegt de tekst niet uitdrukkelijk, maar Salomo hoorde in de vraag een vraag om het koninkrijk.
Karaktereigenschappen
+Positieve eigenschappen
- Erkende achteraf dat het koninkrijk Salomo van de HEERE gegeven was (1 Koningen 2:15)
- Zocht in zijn angst bescherming bij het altaar van God (1 Koningen 1:50)
- Boog zich voor koning Salomo toen die hem liet komen (1 Koningen 1:53)
−Zwakke kanten
- Eerzuchtig: hij verhief zich en zei "Ik zal koning zijn" (1 Koningen 1:5)
- Sloot Salomo en wie hem niet steunden bewust buiten (1 Koningen 1:10)
- Vroeg na de ontvangen genade om Abisag, wat Salomo als een nieuwe aanspraak op de troon verstond (1 Koningen 2:17-22)
Theologische betekenis
Het verhaal van Adonia staat niet los van Gods belofte aan David. De HEERE had gezegd: "zo zal Ik uw zaad na u doen opstaan, dat uit uw lijf voortkomen zal, en Ik zal zijn koninkrijk bevestigen" (2 Samuël 7:12). Welke zoon dat zou zijn, bepaalde niet de geboortevolgorde maar Gods keuze. 1 Kronieken 22:9 noemt Salomo bij naam, en David zegt later: "uit al mijn zonen (want de HEERE heeft mij vele zonen gegeven) zo heeft Hij mijn zoon Salomo verkoren" (1 Kronieken 28:5). Adonia verhief zich buiten die keuze om. Opvallend is dat Adonia het zelf uitspreekt. Tegenover Batseba zegt hij: "het koninkrijk mijn was, en het ganse Israel zijn aangezicht op mij gezet had", maar ook: "want het is van den HEERE hem geworden" (1 Koningen 2:15). Hij wist dus dat God Salomo de troon gegeven had. Salomo verstond zijn verzoek om Abisag als bewijs dat die erkenning hem niet had veranderd. Veel uitleggers zien hier het verschil tussen weten en buigen: de woorden waren juist, maar het hart zocht volgens hen nog steeds de kroon. Wat Adonia zelf bedoelde, zegt de tekst niet. De opmerking in 1 Koningen 1:6 krijgt in de Schrift meer gewicht dan een bijzin. Het is niet de enige plaats waar de geschiedboeken een vader tonen die zijn zonen niet corrigeert. Over Eli zegt God dat hij zijn zonen "niet eens zuur aangezien" heeft (1 Samuël 3:13), en over David staat na de daad van Amnon alleen: "zo ontstak hij zeer" (2 Samuël 13:21). De tekst trekt geen conclusie, maar legt de feiten naast elkaar. Spreuken zegt het algemener: "een kind, dat aan zichzelf gelaten is, beschaamt zijn moeder" (Spreuken 29:15). Ook de genade bij het altaar heeft betekenis. Salomo verleende Adonia het leven, maar verbond daar een voorwaarde aan. Salomo verstond het verzoek als een nieuwe greep naar de macht, en wie genade zo gebruikt, houdt geen stand. Zo bevestigde God de troon van Salomo, zoals het hoofdstuk afsluit: "Alzo is het koninkrijk bevestigd in de hand van Salomo" (1 Koningen 2:46). Het verhaal wijst ook vooruit naar de Zoon van David die het koningschap niet greep. Over Christus schrijft Paulus dat Hij "geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn", maar Zichzelf vernederde (Filippenzen 2:6-9). Waar Adonia zich verhief, werd Christus gehoorzaam tot de dood, en juist Hem heeft God verhoogd.
Naamsbetekenis
Oorspronkelijke naam
Adonia (אֲדֹנִיָּה, Hebreeuws)
Betekenis
Waarschijnlijk: mijn Heere is de HEERE
Sleutelmomenten
Geboren in Hebron
In de jaren dat David in Hebron regeert, wordt Adonia geboren als zijn vierde zoon. Zijn moeder is Haggith.
2 Samuël 3:4
"Ik zal koning zijn"
Terwijl David oud en verzwakt is, verheft Adonia zich. Hij laat wagens, ruiters en vijftig lopers voor zich uit gaan. De verteller merkt op dat zijn vader hem nooit had gevraagd waarom hij iets deed.
1 Koningen 1:5-6
Joab en Abjathar kiezen zijn kant
De legeraanvoerder Joab en de priester Abjathar steunen Adonia. De priester Zadok, Benaja, de profeet Natan en Davids helden blijven buiten zijn partij.
1 Koningen 1:7-8
Het offermaal bij de steen Zoheleth
Adonia slacht schapen, runderen en gemest vee bij de fontein Rogel en nodigt de koningszonen en de mannen van Juda uit. Natan, Benaja, de helden en zijn broer Salomo nodigt hij niet.
1 Koningen 1:9-10
Het nieuws van Salomo’s zalving
Het geluid van de bazuinen bereikt het feest. Jonathan, de zoon van Abjathar, meldt dat Zadok en Natan Salomo bij Gihon gezalfd hebben. De gasten schrikken en gaan ieder hun weg.
1 Koningen 1:41-49
Bij de hoornen van het altaar
Uit vrees voor Salomo grijpt Adonia de hoornen van het altaar en vraagt om een eed dat hij niet gedood zal worden. Salomo belooft hem het leven zolang hij zich goed gedraagt en stuurt hem naar huis.
1 Koningen 1:50-53
Het verzoek om Abisag
Na Davids dood vraagt Adonia aan Batseba of zij bij Salomo wil vragen om Abisag de Sunamietische als zijn vrouw. Salomo antwoordt zijn moeder dat zij dan ook het koninkrijk voor hem kan vragen.
1 Koningen 2:13-22
Gedood door Benaja
Salomo zweert bij de HEERE dat Adonia dit woord tegen zijn eigen leven gesproken heeft. Benaja, de zoon van Jojada, valt op hem aan en doodt hem.
1 Koningen 2:23-25
Belangrijke bijbelteksten
De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Adonia beter te begrijpen.
2 Samuël 3:4
“En de vierde, Adonia, de zoon van Haggith; en de vijfde Sefatja, de zoon van Abital;”
Adonia in de lijst van de zonen die David in Hebron kreeg. Na Amnon en Absalom was hij waarschijnlijk de oudste die nog leefde.
1 Koningen 1:5
“Adonia nu, de zoon van Haggith, verhief zich, zeggende: Ik zal koning zijn; en hij bereidde zich wagenen en ruiteren, en vijftig mannen, lopende voor zijn aangezicht.”
Het begin van zijn greep naar de troon. De wagens en de vijftig lopers herinneren aan Absalom (2 Samuël 15:1).
1 Koningen 1:6
“En zijn vader had hem niet bedroefd van zijn dagen, zeggende: Waarom hebt gij alzo gedaan? En ook was hij zeer schoon van gedaante, en Haggith had hem gebaard na Absalom.”
De verteller noemt zijn opvoeding als achtergrond: David had hem nooit ter verantwoording geroepen.
1 Koningen 1:7
“En zijn raadslagen waren met Joab, den zoon van Zeruja, en met Abjathar, den priester; die hielpen, volgende Adonia.”
Twee mannen die David lang hadden gediend, kozen de kant van Adonia. Beiden zouden dat bekopen.
1 Koningen 1:50
“Doch Adonia vreesde voor Salomo, en hij stond op, en ging heen, en vatte de hoornen des altaars.”
Na het nieuws van Salomo’s zalving zoekt Adonia bescherming bij het altaar.
1 Koningen 1:52
“En Salomo zeide: Indien hij een vroom man zal zijn, daar zal niet van zijn haar op de aarde vallen; maar indien in hem kwaad bevonden zal worden, zo zal hij sterven.”
Salomo’s voorwaardelijke genade. Het vervolg in 1 Koningen 2 draait om deze voorwaarde.
1 Koningen 2:15
“Hij zeide dan: Gij weet, dat het koninkrijk mijn was, en het ganse Israel zijn aangezicht op mij gezet had, dat ik koning zijn zou; hoewel het koninkrijk omgewend en mijns broeders geworden is; want het is van den HEERE hem geworden.”
Adonia erkent dat de HEERE Salomo de troon gaf, en vraagt in dezelfde adem om Abisag.
1 Koningen 2:22
“Toen antwoordde de koning Salomo, en zeide tot zijn moeder: En waarom begeert gij Abisag, de Sunamietische, voor Adonia? Begeer ook voor hem het koninkrijk (want hij is mijn broeder, die ouder is dan ik ben), ja, voor hem, en voor Abjathar, den priester, en voor Joab, den zoon van Zeruja.”
Salomo hoort in het verzoek een aanspraak op de troon, en noemt meteen de medestanders van Adonia.
Tijdperiode
~970 v.Chr.
Adonia leefde in de tijd van het Oude Testament.
Gerelateerde personen
Lessen voor vandaag
Adonia leert ons iets over eerzucht. Hij meende dat de troon hem toekwam, en misschien leek dat ook zo: hij was de oudste, hij was knap, hij had invloedrijke vrienden. Toch vroeg hij niet wat God wilde. Ook wij kunnen menen dat iets ons toekomt, in werk, kerk of gezin, en het dan zelf nemen. De Schrift wijst een andere weg: "Vernedert u voor den Heere, en Hij zal u verhogen" (Jakobus 4:10). Zijn geschiedenis bevat ook een sobere les voor ouders. Er staat niet dat David zijn zoon slecht behandelde, maar dat hij hem nooit had gevraagd: "Waarom hebt gij alzo gedaan?" (1 Koningen 1:6). Liefde die nooit grenzen trekt, laat een kind alleen met zijn eigen begeerten. Paulus vraagt vaders hun kinderen op te voeden "in de lering en vermaning des Heeren" (Efeze 6:4). Dat vraagt moed, ook bij een kind dat innemend is en weinig tegenspraak krijgt. Verder zien wij bij Adonia dat juiste woorden het hart niet bewijzen. Hij zei dat het koninkrijk "van den HEERE" aan Salomo was gegeven (1 Koningen 2:15), maar vroeg direct daarna om Abisag, en Salomo hoorde daarin een omweg naar de troon. Belijden en buigen zijn niet hetzelfde. Genade is geen opstap. Salomo spaarde Adonia en stuurde hem naar huis. Wie genade ontvangt, is geroepen daarin te blijven en niet opnieuw te grijpen naar wat God anders heeft beschikt. Dat geldt voor ons evengoed, want wij leven allen van genade die wij niet verdienden.
Bijbelse plaatsen
Veelgestelde vragen over Adonia
Wie was Adonia in de Bijbel?
Waar staat Adonia in de Bijbel?
Wat betekent de naam Adonia?
Waarom wilde Adonia koning worden?
Wat betekent "zijn vader had hem niet bedroefd"?
Wie steunden Adonia, en wie niet?
Wat gebeurde er met Joab en Abjathar na de val van Adonia?
Waarom vroeg Adonia om Abisag?
Hoe stierf Adonia?
Was Adonia ouder dan Salomo?
Is Adonia dezelfde als de andere Adonia’s in de Bijbel?
Wat kunnen wij leren van Adonia?
Stel een vraag over Adonia
Wilt u meer weten over Adonia? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Stel een vraag over AdoniaVerdiep u verder
Bijbelse tijdlijn
Bekijk Adonia in de context van de bijbelse geschiedenis.
Bijbelse onderwerpen
Ontdek thema's die verbonden zijn met het leven van Adonia.
Lees de Bijbel
Lees het verhaal van Adonia in de Bijbel.
Bijbeluitleg
Lees commentaar en uitleg bij de bijbelgedeelten over Adonia.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over Adonia aan onze AI-assistent.
Woordstudie
Bestudeer de oorspronkelijke betekenis van bijbelse namen en begrippen.
Heidelbergse Catechismus
Ontdek de gereformeerde leer over bijbelse personen en thema's.