Ga naar hoofdinhoud
JohannesJohannes 8:1-11

Jezus en de overspelige vrouw

Jezus veroordeelt de vrouw niet en roept haar tot een nieuw leven

Samenvatting

Jezus en de overspelige vrouw is de geschiedenis uit Johannes 8:1-11, waarin Schriftgeleerden en Farizeeën een in overspel gegrepen vrouw bij Jezus brengen om Hem te verzoeken. Jezus richt hun vraag over de steniging op hun eigen geweten, en zij gaan een voor een weg. Hij veroordeelt de vrouw niet en zegt dat zij niet meer moet zondigen.

Bijbelgedeelte

“En als zij Hem bleven vragen, richtte Hij Zich op, en zeide tot hen: Die van ulieden zonder zonde is, werpe eerst den steen op haar.”
Johannes 8:7 (Statenvertaling)
“En Jezus, Zich oprichtende, en niemand ziende dan de vrouw, zeide tot haar: Vrouw, waar zijn deze uw beschuldigers? Heeft u niemand veroordeeld?”
Johannes 8:10 (Statenvertaling)
“En zij zeide: Niemand, Heere! En Jezus zeide tot haar: Zo veroordeel Ik u ook niet; ga heen, en zondig niet meer.”
Johannes 8:11 (Statenvertaling)

Het verhaal

Johannes 8:1-11 vertelt wat er in de tempel in Jeruzalem gebeurde, kort na het Loofhuttenfeest. Op de laatste dag van dat feest had Jezus geroepen dat wie dorst had tot Hem moest komen (Johannes 7:37). Na een twistgesprek van de overpriesters en Farizeeën over Hem ging ieder naar zijn huis, maar Jezus ging naar de Olijfberg (Johannes 7:45-53 en 8:1).

Hoe begint het verhaal van Jezus en de overspelige vrouw?

Vroeg in de morgen kwam Jezus weer in de tempel. Al het volk kwam naar Hem toe, en Hij ging zitten en leerde hen (Johannes 8:2). Toen brachten de Schriftgeleerden en de Farizeeën een vrouw bij Hem die in overspel gegrepen was: de overspelige vrouw. Zij zetten haar in het midden en zeiden dat zij op de daad zelf betrapt was. Mozes had in de wet geboden dat zulke mensen gestenigd moesten worden. En zij vroegen: "Gij dan, wat zegt Gij"? (Johannes 8:5). Johannes zegt er direct bij waarom: zij zeiden dit "Hem verzoekende, opdat zij iets hadden, om Hem te beschuldigen" (Johannes 8:6). De vrouw was voor hen een middel om Jezus te kunnen aanklagen.

Hoe antwoordde Jezus de aanklagers?

Jezus bukte Zich en schreef met de vinger in de aarde (Johannes 8:6). Wat Hij schreef, vermeldt Johannes niet. Toen zij Hem bleven vragen, richtte Hij Zich op en zei: "Die van ulieden zonder zonde is, werpe eerst den steen op haar" (Johannes 8:7). Daarna bukte Hij Zich opnieuw en schreef weer in de aarde (Johannes 8:8). Jezus zegt niet dat de wet niet geldt. Hij richt de vraag op het geweten van de aanklagers.

Wat zei Jezus tegen de overspelige vrouw?

Toen zij dat hoorden, werden zij door hun geweten overtuigd. Zij gingen een voor een weg, de oudsten eerst en zo verder tot de laatsten. Jezus bleef alleen achter, met de vrouw in het midden (Johannes 8:9). Hij richtte Zich op en vroeg haar: "Vrouw, waar zijn deze uw beschuldigers? Heeft u niemand veroordeeld"? (Johannes 8:10). Zij antwoordde dat niemand dat gedaan had, en zij noemde Hem Heere. Toen zei Jezus: "Zo veroordeel Ik u ook niet; ga heen, en zondig niet meer" (Johannes 8:11).

Jezus noemt wat zij gedaan heeft zonde, en Hij laat haar niet in die zonde. Maar Hij veroordeelt haar ook niet. Daarna sprak Hij opnieuw tot hen: "Ik ben het licht der wereld; die Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen" (Johannes 8:12).

Achtergrond

De wet van Mozes noemde voor overspel de doodstraf, voor de man en de vrouw allebei (Leviticus 20:10 en Deuteronomium 22:22). Bij een terechtstelling moest de hand van de getuigen eerst tegen de schuldige zijn (Deuteronomium 17:7); veel uitleggers horen dat terug in de woorden over de eerste steen. Uitleggers wijzen er ook op dat de Joden onder Romeins gezag zelf niemand ter dood mochten brengen (Johannes 18:31). Een ja of een nee van Jezus kon dus allebei tegen Hem gebruikt worden. Johannes 7:53 en 8:1-11 ontbreken in een aantal oude handschriften; de Statenvertaling neemt het gedeelte op zijn plaats op.

Betekenis

In Johannes 8 wordt zichtbaar Wie Jezus is. Hij is de Heilige. Hij laat de wet van Mozes staan en noemt de daad van de vrouw zonde. Wie meent dat Jezus hier overspel licht opneemt, leest over Zijn laatste woord heen: "zondig niet meer". Hij is ook de Rechtvaardige Die het geweten treft. Met één zin plaatst Hij de aanklagers zelf voor God, en zij gaan weg.

En Hij is de Genadige. De enige Die zonder zonde was, en dus het recht had de steen te werpen, veroordeelt haar niet. Johannes zegt niet met zoveel woorden dat haar zonden vergeven werden. Sommige uitleggers lezen hier vooral dat Jezus in deze zaak niet als rechter optrad; anderen horen er de genade in van Hem Die zondaren aanneemt. Beide lezingen houden vast dat Hij de zonde zonde noemt. Johannes had al geschreven: "de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden" (Johannes 1:17). Hier komen die twee samen. De waarheid over haar zonde blijft staan, en de genade laat haar leven. Net als bij de Samaritaanse vrouw noemt Jezus de zonde en stuurt Hij de vrouw toch niet weg.

Dat Hij zo kon spreken, wijst vooruit naar het kruis. Paulus schrijft van God: "Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt" (2 Korinthe 5:21). Wie in Christus is, mag weten: "Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn" (Romeinen 8:1). Dit woord van genade is geen vrijbrief. Het woord ga heen is het begin van een nieuw leven, zoals Jezus ook tegen de genezen man bij Bethesda zei dat hij niet meer moest zondigen (Johannes 5:14).

Lessen voor vandaag

God neemt de trouw in het huwelijk ernstig. Het gebod "Gij zult niet echtbreken" (Exodus 20:14) staat er nog steeds, en Jezus haalt het niet weg. Wie in overspel gevallen is, vindt bij Hem geen goedpraten, maar ook geen verwerping: "Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt" (Psalm 130:4).

Christus brengt ook het geweten van de aanklager aan het licht. Wie een ander wil veroordelen, staat zelf voor God. Dat maakt de zonde van een ander niet kleiner, maar het maakt ons nederig. Jezus vraagt waarom wij de splinter in het oog van onze broeder zien en de balk in ons eigen oog niet merken (Mattheüs 7:3).

Genade roept tot een nieuw leven. De Heere Jezus zegt eerst dat Hij haar niet veroordeelt, en daarna dat zij niet meer moet zondigen. In die volgorde mogen wij leven: niet om vergeving te verdienen, maar omdat zij gegeven wordt. Wie zijn zonden belijdt, mag weten dat God "getrouw en rechtvaardig" is, "dat Hij ons de zonden vergeve" (1 Johannes 1:9).

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 4 minuten · geschikt vanaf 8 jaar

Het was feest geweest in Jeruzalem: het Loofhuttenfeest. Dat was het feest waarbij Israël zeven dagen in hutten van takken woonde. Op de laatste dag van het feest had de Heere Jezus tot de mensen geroepen. Na het feest ging ieder naar zijn eigen huis. Jezus ging naar de Olijfberg, een berg vlak bij de stad.

Vroeg in de morgen kwam Jezus weer in de tempel. Al het volk kwam naar Hem toe. Jezus ging zitten en leerde hen.

Toen kwamen er Schriftgeleerden en Farizeeën aan. Schriftgeleerden waren mannen die de wet van Mozes heel goed kenden. Farizeeën waren Joden die heel precies volgens de wet wilden leven. Ze brachten een vrouw mee en zetten haar in het midden, tussen alle mensen. Deze vrouw had gezondigd tegen het huwelijk. Dat noemt de Bijbel overspel.

De mannen zeiden tegen Jezus dat Mozes in de wet geboden had dat zo iemand gestenigd moest worden. Stenigen betekent: met stenen doodgooien. Ze vroegen: "Gij dan, wat zegt Gij"? Maar ze vroegen het niet omdat ze het echt wilden weten. Ze wilden de Heere Jezus in de val laten lopen. Dan hadden ze iets om Hem van te beschuldigen.

Jezus gaf niet meteen antwoord. Hij bukte Zich en schreef met Zijn vinger op de grond. Wat Hij schreef, vertelt de Bijbel niet. De mannen bleven maar vragen.

Toen richtte Jezus Zich op. Hij zei: "Die van ulieden zonder zonde is, werpe eerst den steen op haar". Hij bedoelde dat alleen wie zelf nooit gezondigd had, als eerste een steen mocht gooien. Daarna bukte Jezus Zich weer en schreef opnieuw op de grond.

De mannen hoorden wat Jezus zei. Hun geweten sprak: van binnen wisten ze dat ze zelf ook gezondigd hadden. Een voor een gingen ze weg. Eerst de oudsten, en daarna de anderen, tot de laatste toe. Je kunt je voorstellen hoe stil het werd.

Nu waren alle aanklagers weg. De vrouw stond nog in het midden. Jezus richtte Zich op en zei: "Vrouw, waar zijn deze uw beschuldigers"? Hij vroeg of niemand haar veroordeeld had. De vrouw zei: "Niemand, Heere"!

Toen zei de Heere Jezus: "Zo veroordeel Ik u ook niet; ga heen, en zondig niet meer".

Jezus zei niet dat het niet erg was wat zij gedaan had. Hij zei juist dat zij niet meer moest zondigen. Maar Hij veroordeelde haar ook niet. Zij mocht gaan.

Daarna sprak de Heere Jezus weer tot de mensen. Hij zei dat Hij het licht van de wereld is. De Heere Jezus is heilig: Hij noemt zonde zonde. En Hij is genadig: Hij kwam niet om mensen te veroordelen, maar om hen te redden.

Om te onthouden
“Zo veroordeel Ik u ook niet; ga heen, en zondig niet meer.” (Johannes 8:11)

Tips voor de verteller

  • Deze vertelling is bedoeld vanaf ongeveer 8 jaar. Volsta bij het woord overspel met: zij had gezondigd tegen het huwelijk. Vraagt een kind wat dat is, zeg dan eerlijk dat God wil dat een man en een vrouw die getrouwd zijn alleen bij elkaar horen, en dat zij dat gebod had overtreden (Exodus 20:14). Meer details zijn niet nodig. Voor jongere kinderen kunt u de geschiedenis beter nog niet los vertellen.
  • Kinderen vragen vaak wat Jezus op de grond schreef. Zeg eerlijk: dat weten wij niet, de Bijbel vertelt het niet. Wat wij wel weten, is wat Hij zei. Vraagt een kind of de wet van Mozes dan gemeen was, leg dan uit dat God het huwelijk heilig houdt en zonde ernstig neemt, en dat juist Jezus, Die zonder zonde was, haar niet veroordeelde.
  • Laat het slot van de geschiedenis niet weg. Jezus zegt niet alleen dat Hij de vrouw niet veroordeelt, maar ook: zondig niet meer. Zo blijft voor kinderen zichtbaar dat de Heere Jezus heilig en genadig tegelijk is. Lees Johannes 8:7-11 hardop voor uit de Bijbel zelf. De vertelling legt de woorden Schriftgeleerden, Farizeeën, stenigen en geweten al kort uit; het woord beschuldigers kunt u uitleggen als: de mannen die haar aanklaagden.

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenWie brachten een vrouw bij de Heere Jezus?
  2. NavertellenWat zei de Heere Jezus tegen de vrouw?
  3. VerwonderenWaarom gingen de mannen een voor een weg?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenWaarom stelden de Schriftgeleerden en Farizeeën hun vraag aan Jezus? Wat zegt Johannes daar zelf over?
  2. BetekenisJezus veroordeelde de vrouw niet, maar zei ook: "zondig niet meer". Waarom zei Hij allebei?
  3. ToepassingJezus veroordeelde de vrouw niet. Wat betekent dat voor jou als je met iets verkeerds bij Hem komt?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees Deuteronomium 17:6-7. Wat moesten de getuigen bij een terechtstelling doen, en wat valt op als je dat naast de woorden van Jezus in Johannes 8:7 legt?
  2. Moeilijke vraagLaat Jezus hier de wet van Mozes los? Lees ook Mattheüs 5:17. Hoe passen die twee gedeelten bij elkaar?
  3. PersoonlijkDe aanklagers gingen weg, de vrouw hoorde een woord van genade. Wat mag jij volgens deze geschiedenis van de Heere Jezus verwachten als je met je zonden bij Hem komt?

Gebedspunt: Dank de Heere Jezus dat Hij, de Heilige, zondaren genade geeft en een nieuw leven wijst. Bid om een hart dat de zonde laat en een ander niet hard veroordeelt.

Personen in dit verhaal

Plaatsen in dit verhaal

Lees het in een leesplan

Thema's in dit verhaal

genade en waarheidoverspel en het huwelijkzonde en gewetenvergevingoordelen over anderen

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over Jezus en de overspelige vrouw

Waar staat het verhaal van Jezus en de overspelige vrouw in de Bijbel?

Het verhaal van Jezus en de overspelige vrouw staat in Johannes 8:1-11. Het speelt in de tempel in Jeruzalem, kort nadat Jezus op het Loofhuttenfeest had gesproken (Johannes 7). Jezus was naar de Olijfberg gegaan en leerde de volgende morgen het volk, toen de Schriftgeleerden en Farizeeën een vrouw bij Hem brachten. Het verhaal komt alleen in het Evangelie naar Johannes voor. Daarna zegt Jezus: "Ik ben het licht der wereld" (Johannes 8:12).

Waar komt de uitdrukking de eerste steen werpen vandaan?

De uitdrukking de eerste steen werpen komt uit Johannes 8:7. De aanklagers vroegen of de vrouw volgens de wet van Mozes gestenigd moest worden. Jezus antwoordde: "Die van ulieden zonder zonde is, werpe eerst den steen op haar". Volgens de wet moest bij een terechtstelling de hand van de getuigen eerst tegen de schuldige zijn (Deuteronomium 17:7). Jezus schaft de wet niet af, maar Hij richt de vraag op het geweten van de aanklagers. Zij werden "van hun geweten overtuigd" en gingen een voor een weg (Johannes 8:9).

Wat schreef Jezus in de aarde?

Dat zegt de Bijbel niet. Johannes vermeldt twee keer dat Jezus Zich bukte en in de aarde schreef (Johannes 8:6 en 8:8), maar niet wat Hij schreef. Er bestaan veel gissingen: de zonden van de aanklagers, hun namen of woorden uit de wet. Sommige uitleggers denken aan Jeremia 17:13, waar staat dat wie van de HEERE afwijken "in de aarde geschreven" worden. Dat zijn uitleggingen, geen tekst. Het beslissende in de geschiedenis is wat Jezus zei, tegen de aanklagers en tegen de vrouw.

Keurde Jezus de zonde van de overspelige vrouw goed?

Nee. Jezus zegt tegen de vrouw: "ga heen, en zondig niet meer" (Johannes 8:11). Daarmee noemt Hij wat zij gedaan heeft zonde. Het gebod "Gij zult niet echtbreken" (Exodus 20:14) blijft staan, en in de Bergrede legt Jezus uit dat dit gebod ook de begeerte van het hart raakt (Mattheüs 5:27-28). Dat Hij haar niet veroordeelt, betekent niet dat de zonde er niet toe doet, maar dat Hij genade geeft. Genade en heiligheid gaan hier samen: Hij veroordeelt haar niet en roept haar tot een nieuw leven.

Waarom brachten de Schriftgeleerden en Farizeeën de vrouw bij Jezus?

Johannes zegt het zelf: zij vroegen het "Hem verzoekende, opdat zij iets hadden, om Hem te beschuldigen" (Johannes 8:6). Zij wilden Jezus in een strik vangen. Zei Hij dat de vrouw niet gestenigd mocht worden, dan leek Hij tegen de wet van Mozes in te gaan. Zei Hij dat het wel moest, dan konden zij Hem volgens veel uitleggers bij de Romeinen aanklagen, want de Joden mochten zelf niemand ter dood brengen (Johannes 18:31). De vrouw was voor hen vooral een middel tegen Jezus.

Waarom werd alleen de vrouw bij Jezus gebracht en niet de man?

Dat zegt de tekst niet. De wet van Mozes noemde voor overspel de doodstraf voor beiden: "de overspeler en de overspeelster" (Leviticus 20:10; zie ook Deuteronomium 22:22). De aanklagers zeiden dat de vrouw op de daad zelf betrapt was (Johannes 8:4), dus er was ook een man bij betrokken. Veel uitleggers zien in zijn afwezigheid een teken dat het de aanklagers niet om de wet ging, maar om een zaak tegen Jezus (Johannes 8:6). Waar de man was, vermeldt Johannes niet.

Hoe vertelt u het verhaal van Jezus en de overspelige vrouw aan kinderen?

Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen vanaf ongeveer 8 jaar. Vertel sober wat er staat: de vrouw had gezondigd tegen het huwelijk, en meer details zijn niet nodig. Geef de meeste ruimte aan wat Jezus zegt: de woorden over de eerste steen, de vraag aan de vrouw en Zijn antwoord "ga heen, en zondig niet meer". Zo ziet een kind dat Jezus heilig en genadig tegelijk is. De verteltips helpen bij vragen als wat Jezus in de aarde schreef, en de gespreksvragen zijn ingedeeld voor 4-7, 8-12 en 12-16 jaar.

Stel een vraag over Jezus en de overspelige vrouw

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Verdiep u verder