Bartimeüs in de Bijbel
Bartimaios (Grieks, uit het Aramees) - “Zoon van Timeüs”
Wie was Bartimeüs?
Bartimeüs, in de Statenvertaling Bar-timeus, was de blinde zoon van Timeüs die bedelend aan de weg bij Jericho zat. Hij riep Jezus aan als Zoon van David, liet zich niet het zwijgen opleggen en werd door Jezus genezen. Daarna volgde hij Jezus op de weg (Markus 10:46-52).
Bartimeüs wordt in de Bijbel alleen in Markus 10:46-52 bij naam genoemd. Dezelfde genezing bij Jericho staat ook in Lukas 18:35-43, waar hij "een zeker blinde" heet, en in Mattheüs 20:29-34, waar Jezus twee blinden geneest. Buiten deze drie evangeliën komt hij niet voor. De Statenvertaling schrijft zijn naam met een koppelteken: "zat de zoon van Timeus, Bar-timeus, de blinde, aan den weg, bedelende" (Markus 10:46). Bar is Aramees voor zoon; Markus legt de naam voor zijn lezers uit door er "de zoon van Timeus" bij te zetten. In hedendaags Nederlands schrijven wij Bartimeüs. Het verhaal speelt aan het eind van Jezus' reis naar Jeruzalem, kort voor Zijn intocht in de stad. Bartimeüs hoort dat Jezus de Nazarener voorbijkomt en begint te roepen: "Jezus, Gij Zone Davids! ontferm U mijner" (Markus 10:47). Velen willen hem het zwijgen opleggen, maar hij roept des te harder. Jezus blijft staan en laat hem roepen. Bartimeüs werpt zijn mantel af, staat op en komt bij Jezus, die hem vraagt wat hij wil. Zijn antwoord is eenvoudig: hij wil zien. Jezus zegt: "Ga heen, uw geloof heeft u behouden" (Markus 10:52), en terstond kan hij zien. Hij gaat echter niet heen, maar volgt Jezus op de weg. Vooral het roepen om ontferming, de afgeworpen mantel en de vraag "Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?" (Markus 10:51) krijgen in de uitleg veel aandacht. Bartimeüs is niet te verwarren met de blindgeborene uit Johannes 9, die Jezus in Jeruzalem genas door slijk op zijn ogen te strijken en hem te laten wassen in het badwater Siloam (Johannes 9:1-7). Ook de blinde van Bethsaïda, die in twee stappen ziende werd (Markus 8:22-26), is een ander.
Historische context
De genezing van Bartimeüs valt kort voor het Pascha waarop Jezus gekruisigd werd, omstreeks 30 n.Chr. (het precieze jaar is onzeker). Markus plaatst haar kort na de derde aankondiging van het lijden: "Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem" (Markus 10:33). Na Jericho volgt de intocht in Jeruzalem, waar de scharen roepen: "Gezegend zij het Koninkrijk van onzen vader David" (Markus 11:10). Bij Lukas volgt op de genezing het bezoek aan Zacheüs in Jericho (Lukas 19:1-10). Jericho lag in de Jordaanvallei, ongeveer 25 kilometer ten noordoosten van Jeruzalem. Jezus kwam, zoals Markus vertelt, door het land aan de overzijde van de Jordaan (Markus 10:1) en trok door Jericho; vandaar klom de weg door de woestijn van Juda naar Jeruzalem op. Een grote schare trok met Hem mee (Markus 10:46), en in de dagen voor het Pascha was die weg druk. Voor een blinde bedelaar was dat de plek en de tijd om aalmoezen te vragen. Herodes de Grote had bij Jericho een winterpaleis laten bouwen; de stad uit de tijd van het Nieuwe Testament lag iets ten zuiden van de heuvel van het oude Jericho uit het boek Jozua. Blinden hadden in die tijd weinig andere middelen van bestaan dan bedelen. De wet van Mozes beschermde hen: "voor het aangezicht des blinden geen aanstoot zetten" (Leviticus 19:14), en: "Vervloekt zij, die een blinde op den weg doet dolen!" (Deuteronomium 27:18). Een mantel was voor een arm mens vaak het enige bezit van waarde en diende 's nachts als deken. De wet bepaalde daarom dat een verpande mantel voor zonsondergang terug moest (Exodus 22:26): "Want dat alleen is zijn deksel" (Exodus 22:27). Tegen die achtergrond valt op dat Bartimeüs zijn mantel afwierp (Markus 10:50). De titel Zoon van David verwijst naar de belofte aan David dat God zijn zaad na hem zou doen opstaan en zijn koninkrijk zou bevestigen (2 Samuël 7:12-13). In de tijd van Jezus werd de verwachte Messias zo genoemd; ook de scharen vroegen elders: "Is niet Deze de Zoon van David?" (Mattheüs 12:23). Het buitenbijbelse geschrift Psalmen van Salomo, uit de eerste eeuw voor Christus, bidt om een koning die de zoon van David is. De drie evangeliën vertellen het verhaal elk met eigen accenten. Markus en Mattheüs laten de genezing plaatsvinden toen Jezus Jericho uitging, Lukas toen Hij "nabij Jericho kwam" (Lukas 18:35). Mattheüs noemt bovendien twee blinden (Mattheüs 20:30). Uitleggers verklaren die verschillen op uiteenlopende manieren, onder meer met het bestaan van een oud en een nieuw Jericho naast elkaar. De drie verslagen vullen elkaar aan: een blinde roept Jezus aan als Zoon van David, wordt genezen en volgt Hem.
Karaktereigenschappen
+Positieve eigenschappen
- Volhardend: toen velen hem bestraften, riep hij des te meer (Markus 10:48)
- Inzicht in wie Jezus was: hij noemde Hem Zoon van David (Markus 10:47)
- Doortastend: hij wierp zijn mantel af, stond op en kwam tot Jezus (Markus 10:50)
- Helder in zijn verzoek: hij vroeg alleen om te mogen zien (Markus 10:51)
- Dankbaar: hij volgde Jezus en verheerlijkte God (Lukas 18:43)
Theologische betekenis
Bij Markus staat de genezing van Bartimeüs aan het eind van een deel waarin Jezus op weg is en Zijn discipelen onderwijst over Zijn lijden. Dat deel begint kort na de genezing van een andere blinde, de man in Bethsaïda die eerst mensen zag "als bomen, wandelen" (Markus 8:24) en daarna alles helder zag. Daartussen begrijpen de discipelen telkens niet wat Jezus zegt. Veel uitleggers zien in deze twee genezingen een omlijsting: wie Jezus werkelijk wil zien, heeft Zijn genezende hand nodig. Opvallend is de herhaalde vraag. Aan Jakobus en Johannes, die om ereplaatsen kwamen vragen, stelde Jezus vlak daarvoor bijna dezelfde vraag: "Wat wilt gij, dat Ik u doe?" (Markus 10:36). Zij vroegen om te zitten aan Zijn rechter- en linkerhand; de blinde vroeg alleen om te mogen zien. Tussen die twee vragen in zegt Jezus: "Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen, om gediend te worden, maar om te dienen" (Markus 10:45). Bartimeüs zoekt geen eer, maar ontferming. Bartimeüs is ook de eerste in het Evangelie naar Markus die Jezus Zoon van David noemt. Eerder legde Jezus mensen geregeld het zwijgen op; hier laat Hij de messiaanse naam staan. Even later klinkt bij de intocht: "Gezegend zij het Koninkrijk van onzen vader David" (Markus 11:10). Een blinde aan de kant van de weg ziet eerder dan velen wie er voorbijgaat. Het openen van blinde ogen hoorde bij wat de profeten van de komende heilstijd verwachtten: "Alsdan zullen der blinden ogen opengedaan worden" (Jesaja 35:5). Jezus wees daar zelf op tegenover de leerlingen van Johannes de Doper: "dat de blinden ziende worden" (Lukas 7:22). Het slotwoord "uw geloof heeft u behouden" (Markus 10:52) gebruikt in het Grieks een werkwoord dat zowel genezen als redden kan betekenen. Jezus zegt hetzelfde tegen de vrouw die aan een bloedvloeiing leed (Markus 5:34) en tegen de zondares in het huis van Simon (Lukas 7:50). Het geloof van Bartimeüs is geen prestatie, maar vertrouwen dat zich met lege handen tot Jezus wendt. In de gereformeerde uitleg wordt het geloof daarom vaak de hand genoemd die ontvangt: de kracht komt van Christus. Ten slotte gaat Bartimeüs niet heen, al zegt Jezus "Ga heen", maar volgt hij Hem "op den weg" (Markus 10:52). Dat is de weg naar Jeruzalem en het kruis. Kort tevoren ging de rijke man "bedroefd weg; want hij had vele goederen" (Markus 10:22). De bedelaar laat zijn mantel liggen en volgt. Lukas voegt toe dat hij God verheerlijkte en dat al het volk God loofde (Lukas 18:43).
Naamsbetekenis
Oorspronkelijke naam
Bartimaios (Grieks, uit het Aramees)
Betekenis
Zoon van Timeüs
Betekenis van de naam Bartimeüs: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen
Sleutelmomenten
Bedelaar aan de weg
Jezus trekt met Zijn discipelen en een grote schare Jericho uit, op weg naar Jeruzalem. Aan de weg zit Bartimeüs, de blinde zoon van Timeüs, te bedelen.
Markus 10:46
Hij hoort wie er voorbijgaat
De blinde hoort de schare voorbijgaan en vraagt wat er aan de hand is. Men vertelt hem dat Jezus de Nazarener voorbijgaat.
Lukas 18:36-37
Roepen om ontferming
Bartimeüs begint te roepen en noemt Jezus Zoon van David. Hij vraagt niet om een aalmoes, maar om ontferming.
Markus 10:47
Bestraft, en harder roepend
Velen bestraffen hem en willen dat hij zwijgt. Hij laat zich niet tegenhouden en roept des te meer.
Markus 10:48
Geroepen, de mantel afgeworpen
Jezus blijft staan en laat hem roepen. Men zegt tegen de blinde dat hij goede moed moet hebben; hij werpt zijn mantel af, staat op en komt bij Jezus.
Markus 10:49-50
Wat wilt gij?
Jezus vraagt wat hij wil dat Hij voor hem doet. Bartimeüs spreekt Hem aan als Rabboni en vraagt om te mogen zien.
Markus 10:51
Ziende, en volgend op de weg
Jezus zegt dat zijn geloof hem behouden heeft. Terstond kan hij zien, en in plaats van heen te gaan volgt hij Jezus op de weg.
Markus 10:52
God verheerlijkt
Lukas voegt toe dat de genezen man God verheerlijkte, en dat al het volk dat het zag God de lof gaf.
Lukas 18:43
Belangrijke bijbelteksten
De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Bartimeüs beter te begrijpen.
Markus 10:46
“En zij kwamen te Jericho. En als Hij en Zijn discipelen, en een grote schare van Jericho uitging, zat de zoon van Timeus, Bar-timeus, de blinde, aan den weg, bedelende.”
De enige plaats waar zijn naam valt. De Statenvertaling schrijft Bar-timeus; Markus legt de Aramese naam uit met "de zoon van Timeus".
Markus 10:47
“En horende, dat het Jezus de Nazarener was, begon hij te roepen en te zeggen: Jezus, Gij Zone Davids! ontferm U mijner.”
De blinde noemt Jezus bij de messiaanse titel Zoon van David, als eerste in het Evangelie naar Markus.
Markus 10:48
“En velen bestraften hem, opdat hij zwijgen zou; maar hij riep zoveel temeer: Gij Zone Davids! ontferm U mijner.”
De omstanders vinden hem lastig. Zijn volharding is het eerste teken van zijn geloof.
Markus 10:49
“En Jezus, stil staande, zeide, dat men hem roepen zou; en zij riepen den blinde, zeggende tot hem: Heb goeden moed; sta op; Hij roept u.”
Jezus blijft staan op Zijn weg naar Jeruzalem. Wie eerst wilden dat de blinde zweeg, worden nu boodschappers van Zijn roepstem.
Markus 10:50
“En hij, zijn mantel afgeworpen hebbende, stond op, en kwam tot Jezus.”
De mantel was voor een arme vaak zijn enige bezit. Bartimeüs laat hem achter om bij Jezus te komen.
Markus 10:51
“En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Wat wilt gij, dat Ik u doen zal? En de blinde zeide tot Hem: Rabboni! dat ik ziende mag worden.”
Bijna dezelfde vraag stelde Jezus kort tevoren aan Jakobus en Johannes (Markus 10:36). Zij vroegen om eer, de blinde om zijn gezicht.
Markus 10:52
“En Jezus zeide tot hem: Ga heen, uw geloof heeft u behouden. En terstond werd hij ziende, en volgde Jezus op den weg.”
Genezing en navolging vallen samen. De weg die Bartimeüs gaat, is de weg naar Jeruzalem.
Lukas 18:43
“En terstond werd hij ziende, en volgde Hem, God verheerlijkende. En al het volk, dat ziende, gaf Gode lof.”
Lukas noemt geen naam, maar laat zien dat de genezing uitloopt op lof aan God, bij de genezen man en bij het volk.
Tijdperiode
~30 n.Chr.
Bartimeüs leefde in de tijd van het Nieuwe Testament.
Gerelateerde personen
Lessen voor vandaag
Bartimeüs had niets om mee te brengen. Hij was blind, arm en afhankelijk van de giften van voorbijgangers. Toch wist hij precies wie er voorbijkwam en wat hij nodig had. Voor ons betekent dat: wij hoeven niet eerst iets op orde te brengen voordat wij tot Christus roepen. Om ontferming vragen is genoeg. Het verhaal laat ook zien dat er stemmen zijn die zeggen dat roepen geen zin heeft. Velen bestraften Bartimeüs, opdat hij zou zwijgen. Soms klinken zulke stemmen om ons heen, soms in ons eigen hart. Bartimeüs riep des te harder, en Jezus bleef staan. Lukas vertelt kort ervoor de gelijkenis van de weduwe en de rechter, met als strekking "dat men altijd bidden moet, en niet vertragen" (Lukas 18:1). Opvallend is ook de rol van de omstanders. Eerst wilden velen de blinde laten zwijgen; even later klonk het: "Heb goeden moed; sta op; Hij roept u" (Markus 10:49). Wij kunnen voor anderen een obstakel zijn op de weg naar Christus, maar wij kunnen ook doorgeven dat Hij roept. Dat vraagt om een gemeente die ruimte maakt voor wie luid en ongelegen om hulp vraagt. En ten slotte: Bartimeüs gebruikte zijn nieuwe ogen om Jezus te volgen. Hij liet zijn mantel achter, het weinige dat hij had, en ging mee op de weg naar Jeruzalem. Genezing en redding zijn bij hem geen eindpunt, maar een begin. Wie door Christus geholpen is, mag achter Hem aan gaan.
Bijbelse plaatsen
Veelgestelde vragen over Bartimeüs
Wie was Bartimeüs in de Bijbel?
Wat betekent de naam Bartimeüs?
Waar staat Bartimeüs in de Bijbel?
Hoe schrijft u Bartimeüs?
Waarom noemde Bartimeüs Jezus Zoon van David?
Waarom wierp Bartimeüs zijn mantel af?
Waarom vroeg Jezus aan een blinde wat hij wilde?
Waarom noemt Mattheüs twee blinden bij Jericho?
Wat betekent "uw geloof heeft u behouden"?
Is Bartimeüs dezelfde als de blindgeborene uit Johannes 9?
Wat gebeurde er later met Bartimeüs?
Wat kunnen wij leren van Bartimeüs?
Stel een vraag over Bartimeüs
Wilt u meer weten over Bartimeüs? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Stel een vraag over BartimeüsBijbelverhalen rond Bartimeüs
Verdiep u verder
Bijbelse tijdlijn
Bekijk Bartimeüs in de context van de bijbelse geschiedenis.
Bijbelse onderwerpen
Ontdek thema's die verbonden zijn met het leven van Bartimeüs.
Lees de Bijbel
Lees het verhaal van Bartimeüs in de Bijbel.
Bijbeluitleg
Lees commentaar en uitleg bij de bijbelgedeelten over Bartimeüs.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over Bartimeüs aan onze AI-assistent.
Woordstudie
Bestudeer de oorspronkelijke betekenis van bijbelse namen en begrippen.
Heidelbergse Catechismus
Ontdek de gereformeerde leer over bijbelse personen en thema's.