Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~450 v.Chr.

Arthahsasta in de Bijbel

Artaxerxes (Grieks) of Artachsjasta (Hebreeuws/Aramees) - “Waarschijnlijk: heerschappij door recht (Perzisch)”

Wie was Arthahsasta?

Arthahsasta is de Statenvertalingsvorm van Artaxerxes, de Perzische koning onder wie Ezra en Nehemia naar Jeruzalem gingen. Hij gaf Ezra een brief met volmacht en gaven voor de tempel (Ezra 7:11-26) en liet zijn schenker Nehemia gaan om de muur van Jeruzalem te herbouwen (Nehemia 2:1-8).

Arthahsasta komt voor in de boeken Ezra en Nehemia. De Statenvertaling schrijft zijn naam met een h: Arthahsasta. In andere vertalingen en in geschiedenisboeken heet hij Artaxerxes, de Griekse vorm van de Perzische koningsnaam. Hij verschijnt eerst in Ezra 4. Daar schrijven Rehum de kanselier en Simsai de schrijver hem een brief tegen Jeruzalem, en de koning beveelt de bouw te stoppen "totdat van mij bevel zal worden gegeven" (Ezra 4:21). In Ezra 7 opent een nieuw deel van het boek met de woorden "in het koninkrijk van Arthahsasta, koning van Perzie" (Ezra 7:1). De koning geeft Ezra een brief, die woordelijk in het boek is opgenomen (Ezra 7:12-26). In Nehemia 2 is Nehemia zijn schenker. De koning ziet zijn droefheid, vraagt wat hij verzoekt en zendt hem naar Juda. De Bijbel tekent Arthahsasta niet als gelovige. Hij blijft een Perzische vorst met eigen belangen: rust in zijn rijk, belasting, en geen toorn van de God des hemels over zijn koninkrijk (Ezra 7:23). Toch zien Ezra en Nehemia in zijn besluiten de hand van hun God. Arthahsasta is niet te verwarren met Ahasveros uit het boek Esther, die in Ezra 4:6 vóór hem wordt genoemd, en ook niet met Kores of Darius, onder wie de tempel werd herbouwd en in het zesde jaar van Darius voltooid (Ezra 6:14-15). Ezra 6:14 noemt Arthahsasta wel in één adem met hen. Veel uitleggers verklaren dat uit zijn latere gaven voor het huis van God (Ezra 7:15-24 en 7:27).

Historische context

Arthahsasta regeerde over het Perzische rijk, dat zich uitstrekte van Indië tot Egypte. Juda was een klein deel van de satrapie "aan deze zijde der rivier", het gebied ten westen van de Eufraat. Nehemia 13:6 noemt hem "koning van Babel", omdat Babel tot zijn rijk behoorde. Nehemia diende hem in Susan, een van de residenties van de Perzische koningen (Nehemia 1:1). Drie bekende Perzische koningen heetten Artaxerxes. De meeste uitleggers zien in de Arthahsasta van Ezra 7 en Nehemia Artaxerxes I, die volgens de gangbare chronologie van 465 tot 424 voor Christus regeerde. Ezra kwam dan in zijn zevende jaar, 458 voor Christus (Ezra 7:8), en Nehemia in zijn twintigste jaar, 445 (Nehemia 2:1). Twaalf jaar later, in het twee en dertigste jaar, ging Nehemia terug naar het hof (Nehemia 5:14 en 13:6). Een minderheid plaatst Ezra onder Artaxerxes II, rond 398. Papyri uit Elephantine in Egypte, van het eind van de vijfde eeuw voor Christus, noemen zonen van Sanballat, stadhouder van Samaria, en een hogepriester Johanan; dat past bij een Nehemia onder Artaxerxes I. Ezra 4:6-23 is moeilijker te plaatsen. Het hoofdstuk gaat over de tegenstand tegen de herbouw, en vers 24 keert terug naar de tijd van Darius. Veel uitleggers lezen de verzen 6-23 als een terzijde over latere tegenstand, onder Ahasveros en Arthahsasta, en dan gaat het om de bouw van de stadsmuur, niet van de tempel (Ezra 4:12). Sommige oudere uitleggers dachten aan een koning tussen Kores en Darius. Wie Ezra 4:7-23 onder Artaxerxes I plaatst, denkt meestal aan de jaren tussen de komst van Ezra en die van Nehemia. De brieven in Ezra 4:8-6:18 en 7:12-26 zijn in het Aramees geschreven, de taal van de Perzische administratie; de Statenvertaling noemt dat "Syrisch" (Ezra 4:7).

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Hij gaf Ezra "al zijn verzoek" en liet vrijwilligers met hem meegaan (Ezra 7:6 en Ezra 7:13)
  • Hij gaf zelf zilver en goud voor het huis van God en stelde de tempeldienaars vrij van belasting (Ezra 7:15 en Ezra 7:24)
  • Hij merkte de droefheid van zijn schenker op en vroeg wat hij verlangde (Nehemia 2:2-4)

−Zwakke kanten

  • Op grond van een eenzijdige aanklacht liet hij de bouw van Jeruzalem stilleggen (Ezra 4:21)

Theologische betekenis

In de boeken Ezra en Nehemia is Arthahsasta geen hoofdpersoon, maar een middel in Gods hand. Ezra zegt het met zoveel woorden: "Geloofd zij de HEERE, de God onzer vaderen, Die alzulks in het hart des konings gegeven heeft" (Ezra 7:27). Nehemia schrijft de gunst toe aan "de goede hand mijns Gods over mij" (Nehemia 2:8). Dat sluit aan bij Spreuken 21:1: "Des konings hart is in de hand des HEEREN als waterbeken." Opvallend is de spanning tussen Ezra 4 en Nehemia 2. In Ezra 4 houdt de koning de bouw tegen, "totdat van mij bevel zal worden gegeven" (Ezra 4:21). Als het om dezelfde koning gaat, geeft hij dat nieuwe bevel later zelf, wanneer Nehemia voor hem staat. Veel uitleggers verbinden het bericht over de verscheurde muur en de verbrande poorten (Nehemia 1:3) met die gedwongen bouwstop. Wat de vijanden met "arm en geweld" tegenhielden, liet God dan door dezelfde koning weer toe. De brief aan Ezra laat zien hoe een heidense vorst over de God van Israël dacht: als "den God des hemels", Wiens toorn hij niet over zijn rijk wilde halen (Ezra 7:23). Dat is geen bekering, maar het gaf ruimte om de wet in Israël te onderwijzen. Uitleggers verschillen over de vraag waar de zeventig weken van Daniël 9 beginnen: "van den uitgang des woords, om te doen wederkeren, en om Jeruzalem te bouwen" (Daniël 9:25). Sommigen denken aan het besluit van Kores, anderen aan de brief voor Ezra of aan het verlof voor Nehemia. De Bijbel legt dat verband zelf niet uitdrukkelijk.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Artaxerxes (Grieks) of Artachsjasta (Hebreeuws/Aramees)

Betekenis

Waarschijnlijk: heerschappij door recht (Perzisch)

Sleutelmomenten

1

Aanklacht tegen Jeruzalem

Bislam en anderen, en daarna Rehum en Simsai, schrijven de koning dat de Joden "die rebelle en die boze stad" bouwen en dat de stad geen schatting zal betalen. Ezra 4 plaatst dit verslag bij de tegenstand tegen de herbouw; het tijdstip binnen zijn regering noemt de tekst niet.

Ezra 4:7-16

2

De bouw verboden

De koning laat de kronieken onderzoeken en beveelt de bouw te stoppen, totdat er van hem een nieuw bevel komt. De tegenstanders gaan in haast naar Jeruzalem en houden de Joden "met arm en geweld" tegen.

Ezra 4:17-23

3

De brief voor Ezra

In zijn zevende jaar geeft Arthahsasta Ezra een brief: vrijwilligers mogen meegaan, zilver en goud gaan mee voor het huis van God, de tempeldienaars zijn vrij van belasting en Ezra mag richters aanstellen.

Ezra 7:11-26

4

Geen geleide gevraagd

Ezra had de koning gezegd dat de hand van God ten goede is over allen die Hem zoeken. Daarom schaamt hij zich om soldaten te vragen; hij vast en bidt, en de reis verloopt veilig.

Ezra 8:22

5

Nehemia voor de koning

In de maand Nisan van het twintigste jaar ziet de koning de droefheid van zijn schenker. Nehemia bidt tot God en vraagt om verlof. De koning geeft hem brieven aan de landvoogden en hout voor poorten en muur.

Nehemia 2:1-8

6

Nehemia terug aan het hof

Na twaalf jaar als landvoogd keert Nehemia in het twee en dertigste jaar terug naar Arthahsasta. Na enige tijd krijgt hij opnieuw verlof en gaat hij weer naar Jeruzalem.

Nehemia 13:6

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Arthahsasta beter te begrijpen.

Ezra 4:21

“Geeft dan nu bevel, om diezelve mannen te beletten, dat diezelve stad niet opgebouwd worde, totdat van mij bevel zal worden gegeven.”

De koning legt de bouw stil, maar houdt de mogelijkheid van een later bevel open.

Ezra 7:12-13

“Arthahsasta koning der koningen, aan Ezra, den priester, den schriftgeleerde der wet van den God des hemels, volkomen vrede en op zulken tijd. Van mij wordt bevel gegeven, dat al wie vrijwillig is in mijn koninkrijk, van het volk van Israel, en van deszelfs priesteren en Levieten, om te gaan naar Jeruzalem, dat hij met u ga.”

Het begin van de brief die Ezra meekreeg, in het Aramees in het boek opgenomen.

Ezra 7:23

“Al wat naar het bevel van den God des hemels is, dat het vlijtiglijk gedaan worde, voor het huis van den God des hemels; want waartoe zou er grote toorn zijn over het koninkrijk des konings en zijner kinderen?”

De koning wil de God van Israël te vriend houden, uit zorg voor zijn eigen rijk.

Ezra 7:27

“Geloofd zij de HEERE, de God onzer vaderen, Die alzulks in het hart des konings gegeven heeft, om te versieren het huis des HEEREN, dat te Jeruzalem is.”

Ezra ziet in het besluit van de koning het werk van God.

Nehemia 2:4

“En de koning zeide tot mij: Wat verzoekt gij nu? Toen bad ik tot God van den hemel.”

Tussen de vraag van de koning en zijn antwoord bidt Nehemia.

Nehemia 2:8

“Ook een brief aan Asaf, den bewaarder van den lusthof, denwelken de koning heeft, dat hij mij hout geve om te zolderen de poorten van het paleis, dat aan het huis is, en tot de stadsmuur, en tot het huis, waar ik intrekken zal. En de koning gaf ze mij, naar de goede hand mijns Gods over mij.”

Nehemia krijgt meer dan hij durfde te vragen, en noemt de hand van God als oorzaak.

Tijdperiode

~450 v.Chr.

Arthahsasta leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

God regeert ook over machthebbers die Hem niet kennen. Arthahsasta handelde als Perzische vorst, met oog voor rust en belasting, en toch zeggen Ezra en Nehemia dat God het in zijn hart gaf. Dat mogen wij geloven wanneer besluiten van overheden ons te boven gaan: "Des konings hart is in de hand des HEEREN" (Spreuken 21:1). Een gesloten deur hoeft niet het laatste woord te zijn. In Ezra 4 werd de bouw verboden; in Nehemia 2 kwam er verlof, brieven en hout. Wie op God wacht, hoeft niet met eigen kracht door te drukken wat Hij nog niet opent. Bidden en vragen gaan samen. Nehemia bad tot de God van de hemel en sprak daarna de koning aan (Nehemia 2:4-5). Ezra vroeg geen soldaten, omdat hij de koning van Gods hand had verteld, en vastte en bad (Ezra 8:21-23). Het ene is geen vrijbrief om het andere na te laten. Dankbaarheid hoort bij elke uitkomst. Ezra begon zijn eigen verslag met lof aan God (Ezra 7:27), niet met lof voor de koning. Zo leren ook wij de gunst van mensen te zien als een gave van God.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Arthahsasta

Wie was Arthahsasta in de Bijbel?
Arthahsasta was een Perzische koning, beter bekend als Artaxerxes. Onder zijn regering trok de priester en schriftgeleerde Ezra met een groep ballingen naar Jeruzalem, met een brief van de koning en gaven voor het huis van God (Ezra 7). Later gaf hij zijn schenker Nehemia verlof en hout om de muur van Jeruzalem te herbouwen (Nehemia 2:1-8). In Ezra 4 laat een koning met dezelfde naam de bouw van de stad juist stilleggen.
Is Arthahsasta dezelfde als Artaxerxes?
Ja. Arthahsasta is de vorm die de Statenvertaling gebruikt, naar de Hebreeuwse en Aramese tekst. Artaxerxes is de Griekse vorm van dezelfde Perzische koningsnaam, en die komt men tegen in andere vertalingen en in geschiedenisboeken. Ook de spelling Artahsasta, zonder de eerste h, wordt wel gebruikt. Het gaat steeds om dezelfde naam.
Waar staat Arthahsasta in de Bijbel?
Arthahsasta staat in Ezra 4:7-23, waar hij de bouw van Jeruzalem verbiedt, in Ezra 6:14, waar hij naast Kores en Darius genoemd wordt, in Ezra 7, waar zijn brief aan Ezra staat, en in Ezra 8:1. In het boek Nehemia komt hij voor in Nehemia 2:1-8, waar hij Nehemia laat gaan, en in Nehemia 5:14 en 13:6, die zijn twintigste en twee en dertigste regeringsjaar noemen.
Welke Perzische koning was Arthahsasta?
De Bijbel geeft alleen de naam. Drie bekende Perzische koningen heetten Artaxerxes. De meeste uitleggers zien in de koning van Ezra 7 en Nehemia Artaxerxes I, die volgens de gangbare chronologie van 465 tot 424 voor Christus regeerde; Ezra kwam dan in 458 en Nehemia in 445. Een minderheid plaatst Ezra onder Artaxerxes II. Of de Arthahsasta van Ezra 4 dezelfde koning is, is nog meer onderwerp van discussie.
Waarom liet Arthahsasta de bouw van Jeruzalem stilleggen?
Rehum de kanselier en Simsai de schrijver stuurden de koning een brief waarin zij Jeruzalem een rebelse stad noemden. Als de muren klaar waren, zou de stad geen cijns en tol meer betalen (Ezra 4:12-13). De koning liet de kronieken onderzoeken, vond dat de stad zich van oudsher tegen koningen had verzet, en verbood de bouw "totdat van mij bevel zal worden gegeven" (Ezra 4:21). Het ging hem om rust en inkomsten in zijn rijk.
Wat stond er in de brief van Arthahsasta aan Ezra?
De brief staat woordelijk in Ezra 7:12-26. Iedere Israëliet die wilde, mocht met Ezra naar Jeruzalem gaan. Ezra mocht zilver en goud meenemen dat de koning en zijn raadsheren gaven, offerdieren kopen en zo nodig putten uit de schatkist van de koning. De priesters en tempeldienaars werden vrijgesteld van belasting. Ook kreeg Ezra het recht om regeerders en richters aan te stellen en de wet van God te onderwijzen.
Waarom liet Arthahsasta Nehemia gaan?
Nehemia was zijn schenker en had nooit treurig voor hem gestaan. Toen de koning zijn droefheid zag en vroeg wat hij wilde, bad Nehemia tot God en vroeg om verlof om Jeruzalem te herbouwen (Nehemia 2:2-5). De koning vroeg alleen hoe lang de reis zou duren en wanneer hij terug zou komen, en stemde toe toen Nehemia hem een tijd noemde (Nehemia 2:6). Nehemia zelf noemt de reden: "naar de goede hand mijns Gods over mij" (Nehemia 2:8).
Wat is het verschil tussen Arthahsasta en Ahasveros?
Het zijn twee verschillende koningen. Ezra 4:6-7 noemt eerst Ahasveros en daarna "de dagen van Arthahsasta". Ahasveros is de koning uit het boek Esther, Arthahsasta de koning van Ezra en Nehemia. Volgens de meeste uitleggers is Ahasveros Xerxes I en was Artaxerxes I diens zoon en opvolger, zodat Arthahsasta na Ahasveros regeerde.
Wat heeft Arthahsasta te maken met de zeventig weken van Daniël?
Daniël 9:25 laat de zeventig weken beginnen "van den uitgang des woords, om te doen wederkeren, en om Jeruzalem te bouwen". Sommige uitleggers zien dat woord in de brief van Arthahsasta aan Ezra, anderen in het verlof voor Nehemia, weer anderen in het besluit van Kores. De Bijbel noemt Arthahsasta niet in Daniël 9; het is dus een kwestie van uitleg, waarover verschillend wordt gedacht.
Wat kunnen wij leren van Arthahsasta?
Dat God ook het hart van een machtige vorst in Zijn hand heeft (Spreuken 21:1). Dezelfde koning die de bouw van Jeruzalem kon stilleggen, werd het middel waardoor Ezra en Nehemia het volk en de stad mochten herstellen. Ezra en Nehemia leren ons daarbij om te bidden én te vragen, en om de gunst van mensen te zien als een gave van God (Ezra 7:27).

Stel een vraag over Arthahsasta

Wilt u meer weten over Arthahsasta? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Arthahsasta

Bijbelverhalen rond Arthahsasta

Verdiep u verder