Ga naar hoofdinhoud
Mattheüs, MarkusMattheüs 13:31-33; Markus 4:30-32

Het mosterdzaad en het zuurdesem

Twee kleine beelden van het groeiende Koninkrijk der hemelen

Samenvatting

Het mosterdzaad en het zuurdesem zijn twee korte gelijkenissen van Jezus over het Koninkrijk der hemelen, in Mattheüs 13:31-33 en Markus 4:30-32. Het kleinste van alle zaden groeit uit tot een boom waarin de vogels nestelen. Een beetje zuurdesem, verborgen in drie maten meel, doortrekt het hele deeg. Zo begint Gods Koninkrijk klein en verborgen, en groeit het door Zijn kracht.

Bijbelgedeelte

“En Hij zeide: Waarbij zullen wij het Koninkrijk Gods vergelijken, of met wat gelijkenis zullen wij hetzelve vergelijken?”
Markus 4:30 (Statenvertaling)
“Een andere gelijkenis heeft Hij hun voorgesteld, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan het mosterdzaad, hetwelk een mens heeft genomen en in zijn akker gezaaid”
Mattheüs 13:31 (Statenvertaling)
“Hetwelk wel het minste is onder al de zaden, maar wanneer het opgewassen is, dan is ’t het meeste van de moeskruiden, en het wordt een boom, alzo dat de vogelen des hemels komen en nestelen in zijn takken.”
Mattheüs 13:32 (Statenvertaling)
“Een andere gelijkenis sprak Hij tot hen, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een zuurdesem, welken een vrouw nam en verborg in drie maten meels, totdat het geheel gezuurd was.”
Mattheüs 13:33 (Statenvertaling)
“En Jezus zeide tot hen: Om uws ongeloofs wil; want voorwaar zeg Ik u: Zo gij een geloof hadt als een mosterdzaad, gij zoudt tot deze berg zeggen: Ga heen van hier derwaarts, en hij zal heengaan; en niets zal u onmogelijk zijn.”
Mattheüs 17:20 (Statenvertaling)

Het verhaal

De gelijkenissen van het mosterdzaad en het zuurdesem staan in Mattheüs 13, tussen de gelijkenis van het onkruid en die van de schat in de akker. Markus vertelt alleen het mosterdzaad, in Markus 4. Lukas geeft beide gelijkenissen in Lukas 13:18-21. Het zijn twee van de kortste gelijkenissen van Jezus: in Mattheüs beslaan zij samen drie verzen.

Waar vertelde Jezus de gelijkenis van het mosterdzaad?

Mattheüs 13 begint bij de zee. Er kwamen zo veel mensen naar Jezus toe, dat Hij in een schip ging zitten, terwijl de schare op de oever stond (Mattheüs 13:2). Daar vertelde Hij eerst de gelijkenis van de zaaier en daarna die van het onkruid tussen de tarwe. Toen volgden nog twee korte gelijkenissen, tot dezelfde scharen. Markus zet het mosterdzaad direct na de gelijkenis van het zaad dat vanzelf opgroeit, terwijl de zaaier slaapt (Markus 4:26-29). Lukas vertelt beide gelijkenissen op een ander moment, na een genezing op de sabbat in een synagoge (Lukas 13:10-21). Veel uitleggers nemen daarom aan dat Jezus deze beelden meer dan eens gebruikte.

Wat is het mosterdzaadje in de gelijkenis van Jezus?

Markus begint met een vraag van Jezus Zelf: "Waarbij zullen wij het Koninkrijk Gods vergelijken, of met wat gelijkenis zullen wij hetzelve vergelijken"? (Markus 4:30). Het antwoord is een zaadje. Mattheüs schrijft: "Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan het mosterdzaad, hetwelk een mens heeft genomen en in zijn akker gezaaid" (Mattheüs 13:31). Dat zaad is het kleinste van alle zaden. Maar als het opgegroeid is, wordt het het grootste van de moeskruiden, de gewassen uit de moestuin. Het wordt zelfs een boom, "alzo dat de vogelen des hemels komen en nestelen in zijn takken" (Mattheüs 13:32). Markus zegt dat het grote takken maakt, zodat de vogels onder zijn schaduw kunnen nestelen (Markus 4:32).

Het verschil tussen begin en einde is de kern van het beeld. Wie het zaadje in de hand houdt, ziet bijna niets. Wie later de struik ziet, kan zich dat begin nauwelijks voorstellen. Zo is het met het Koninkrijk der hemelen: het begint onaanzienlijk en het wordt groot.

Wat vertelt Jezus over het zuurdesem?

Direct daarna gaf Jezus een tweede beeld, nu uit de keuken: "Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een zuurdesem, welken een vrouw nam en verborg in drie maten meels, totdat het geheel gezuurd was" (Mattheüs 13:33). Zuurdesem is een stuk gerezen deeg dat door nieuw deeg wordt gekneed, zodat ook dat gaat rijzen. De vrouw verborg het in het meel. Daarna is het niet meer te zien, maar het werkt door totdat het hele deeg doortrokken is. Het mosterdzaad toont groei die men ziet; het zuurdesem toont een werking die verborgen blijft en toch het geheel bereikt.

Hoe eindigen de gelijkenissen van het mosterdzaad en het zuurdesem?

Mattheüs sluit de twee gelijkenissen af met een opmerking: "Al deze dingen heeft Jezus tot de scharen gesproken door gelijkenissen, en zonder gelijkenis sprak Hij tot hen niet" (Mattheüs 13:34). Hij ziet daarin de vervulling van wat de profeet gezegd had (Mattheüs 13:35, naar Psalm 78:2). Markus voegt toe dat Jezus tot hen sprak naar wat zij konden horen, en dat Hij Zijn discipelen alles in het bijzonder verklaarde (Markus 4:33-34). Een uitleg van Jezus bij het mosterdzaad en het zuurdesem geeft geen van de evangelisten. Daarna liet Jezus de scharen gaan en ging Hij naar huis, waar de discipelen Hem vroegen naar de gelijkenis van het onkruid (Mattheüs 13:36).

Achtergrond

Met het mosterdzaad bedoelt Jezus waarschijnlijk de zwarte mosterd, die in Israël op akkers en in tuinen werd gezaaid. Het zaadje is nauwelijks groter dan een speldenknop. De plant leeft maar één seizoen, maar kan in die tijd uitgroeien tot een struik die hoger is dan een man. Lukas schrijft dat de mens het zaad in zijn hof wierp, dat is zijn tuin (Lukas 13:19).

Zuurdesem kocht men in die tijd niet los. Men hield een stuk deeg van de vorige keer apart en kneedde dat door het nieuwe meel. Drie maten meel is een grote hoeveelheid; de schattingen lopen uiteen, maar het was genoeg om brood te bakken voor een groot gezelschap. Dezelfde hoeveelheid noemt Genesis 18:6, toen Abraham Sara koeken liet bakken voor zijn bezoekers (zie de drie bezoekers bij Abraham). Elders in de Bijbel is zuurdesem vaak een beeld van iets kwaads. Jezus waarschuwt voor "den zuurdesem der Farizeen en Sadduceen" (Mattheüs 16:6), en bij het feest van het Pascha moest al het zuurdeeg uit de huizen (Exodus 12:15).

Betekenis

Beide gelijkenissen beginnen met dezelfde woorden: "Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan" (Mattheüs 13:31 en 13:33). Ze gaan dus niet in de eerste plaats over ons geloof of onze inzet, maar over het Koninkrijk van God: Zijn koningschap, dat met de komst van Christus is doorgebroken. Dat Koninkrijk kwam niet met uiterlijke macht. Jezus zei tot de Farizeeën: "Het Koninkrijk Gods komt niet met uiterlijk gelaat" (Lukas 17:20). Hij begon met twaalf discipelen. Na Zijn hemelvaart was er een schare van omtrent honderdtwintig personen bijeen (Handelingen 1:15).

Toch belooft Jezus groei die niet te stuiten is. Dat is Gods werk, geen prestatie van mensen. Het Evangelie zou "in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis allen volken" (Mattheüs 24:14). Veel uitleggers zien in de vogels die in de takken nestelen een beeld van de volken, omdat het Oude Testament een grote boom met vogels zo gebruikt (Ezechiël 17:23 en 31:6; Daniël 4:12). In de droom van Nebukadnezar, die Daniël uitlegde, werd een steen "tot een groten berg, alzo dat hij de gehele aarde vervulde" (Daniël 2:35).

Het zuurdesem voegt daar iets aan toe: het Koninkrijk werkt van binnenuit. De meeste uitleggers lezen hier hoe God door Zijn Woord en Geest een mens, een gezin en een volk van binnenuit vernieuwt. Sommigen zien in het mosterdzaad de uitwendige groei en in het zuurdesem de inwendige doorwerking. Een andere uitleg wijst erop dat zuurdesem elders een beeld van het kwaad is (1 Korinthe 5:6-8), en dat de vogels in de gelijkenis van de zaaier bij de boze horen (Mattheüs 13:4 en 13:19). Volgens die lezing tonen beide gelijkenissen een kerk die uitgroeit en daarbij kwaad binnenlaat. Daartegen wordt ingebracht dat Jezus het Koninkrijk der hemelen zelf met het zuurdesem vergelijkt. Daar denken christenen verschillend over; de tekst legt de nadruk op het kleine begin en het volle einde.

Lessen voor vandaag

Wie kijkt naar een kleine gemeente, een klein gezin of een eigen zwak geloof, kan moedeloos worden. De gelijkenis van het mosterdzaad wijst van wat wij zien naar wat God belooft. Zijn Koninkrijk begon als het kleinste zaadje, en het wordt groot. Jezus zei tot Zijn discipelen: "Vreest niet, gij klein kuddeken, want het is uws Vaders welbehagen, ulieden het Koninkrijk te geven" (Lukas 12:32). Het hangt niet af van onze omvang, maar van Zijn welbehagen.

Het zuurdesem leert dat God vaak verborgen werkt. Wat Hij doet in een hart, een gezin of een kerk, is meestal niet te zien en niet te meten. Een tekst die een kind leert, een preek die blijft hangen, een gebed aan tafel: het lijkt weinig. Paulus zegt van zijn eigen werk: "God heeft den wasdom gegeven" (1 Korinthe 3:6). Dat maakt geduldig en trouw in het kleine, en het neemt de druk weg om resultaat te moeten zien.

De gelijkenis vraagt ook of wij zelf een plaats zoeken onder die takken. Het Koninkrijk is niet alleen iets om over te horen. Wie Christus nog niet kent, wordt genodigd om bij Hem te schuilen. Wie Hem wel kent, mag vertrouwen dat Hij Die het goede werk begonnen heeft, het ook voleindigen zal (Filippenzen 1:6). Meer over Jezus’ manier van onderwijzen leest u bij de gelijkenissen.

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 4 minuten · geschikt vanaf 6 jaar

De Heere Jezus zat in een schip op het water. Het water was de zee in het land Galilea, een groot meer. Op de oever stonden heel veel mensen. Ze waren naar Jezus toe gekomen. En Jezus vertelde hun veel dingen door gelijkenissen.

Een gelijkenis is een vergelijking. Jezus nam iets uit het gewone leven, van de akker of uit de keuken. Daarmee maakte Hij iets duidelijk over God en over Zijn Koninkrijk. Het Koninkrijk van God is overal waar God Koning is en waar mensen bij Hem horen. Jezus noemt het ook het Koninkrijk der hemelen.

Jezus had al verteld over een zaaier, die zaad strooide over zijn akker. Nu vertelde Hij over één heel klein zaadje. Hij zei: "Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan het mosterdzaad". Een mosterdzaadje is piepklein. Het is nog kleiner dan een korreltje rijst. Als het op je hand ligt, zie je het bijna niet. Jezus zei dat het het kleinste was van alle zaden.

Een man nam zo’n zaadje en zaaide het in zijn akker. Daar lag het in de aarde. Maar het bleef niet zo klein. Het kwam op en het groeide. Het werd groter dan alle andere groenten en kruiden. Het werd zelfs een boom met grote takken. En toen gebeurde er iets moois. Jezus zei: "de vogelen des hemels komen en nestelen in zijn takken". De vogels maakten hun nest in die boom. Ze konden wonen in zijn schaduw.

Daarna vertelde Jezus nog een gelijkenis. Nu ging het niet over een akker, maar over brood bakken. Jezus zei: "Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een zuurdesem". Zuurdesem is een stukje deeg dat al gerezen is. Rijzen betekent: het deeg wordt groter en luchtiger. Als je zuurdesem door nieuw deeg kneedt, gaat dat deeg ook rijzen.

Een vrouw nam zo’n stukje zuurdesem. Ze verborg het in drie maten meel. Dat is heel veel meel, genoeg voor brood voor veel mensen. Toen het zuurdesem erin zat, zag je het niet meer. Het was verborgen. Maar het deed wel zijn werk. Langzaam ging het hele deeg rijzen, tot het hele deeg gerezen was.

Jezus sprak tot de mensen op de oever alleen door gelijkenissen. Dat had God lang tevoren al door een profeet laten zeggen. Hij sprak tot hen zoals zij het konden horen. Maar aan Zijn discipelen legde Hij alles apart uit. Discipelen zijn de mannen die met Jezus meegingen en van Hem leerden. Daarna liet Jezus de mensen gaan. Hij ging naar huis, en Zijn discipelen kwamen bij Hem.

Zo begon Gods Koninkrijk: heel klein, met een klein groepje discipelen om de Heere Jezus heen. Maar God liet het groeien. Later, op de Pinksterdag na de hemelvaart van de Heere Jezus, kwamen er op één dag ongeveer drieduizend mensen bij. God werkt vaak zoals het zuurdesem: je ziet het niet altijd, maar Hij is wel aan het werk. En wat de Heere begint, dat maakt Hij ook af.

Om te onthouden
“Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan het mosterdzaad, hetwelk een mens heeft genomen en in zijn akker gezaaid” (Mattheüs 13:31)

Tips voor de verteller

  • Een kind kan vragen of het mosterdzaad echt het kleinste zaad van de wereld is. Antwoord eerlijk dat Jezus sprak over de zaden die Zijn hoorders zelf zaaiden. Daaronder was het mosterdzaad volgens veel uitleggers het kleinste, en het was voor hen een bekend beeld van iets heel kleins. Het gaat Jezus om het verschil tussen het kleine begin en de grote boom.
  • Veel kinderen kennen gist, maar geen zuurdesem. Leg uit dat het een stukje gerezen deeg is dat het nieuwe deeg laat rijzen. Zeg er niet bij dat zuurdesem hier iets slechts is; Jezus vergelijkt het Koninkrijk der hemelen ermee.
  • Haal deze gelijkenis niet door elkaar met het geloof als een mosterdzaad. Dat zegt Jezus op een ander moment, in Mattheüs 17:20 en Lukas 17:6. Hier gaat het om het Koninkrijk, dat God laat groeien. De drieduizend mensen in het slot komen uit Handelingen 2:41. Na de vertelling kunt u Mattheüs 13:31-33 uit de Bijbel zelf voorlezen.

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenHoe groot is een mosterdzaadje, en wat wordt het later?
  2. NavertellenWat deed de vrouw met het zuurdesem?
  3. VerwonderenWie laat het kleine zaadje groeien tot een grote boom?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenWat gebeurt er met het mosterdzaad nadat het gezaaid is, en wie komen er in de takken wonen?
  2. BetekenisJezus vergelijkt het Koninkrijk der hemelen met een heel klein zaadje. Waarom zou God Zijn Koninkrijk zo klein laten beginnen?
  3. VerbindingMet Pinksteren kwamen er op één dag ongeveer drieduizend mensen bij (Handelingen 2:41). Wat laat dat zien van het mosterdzaad?
  4. ToepassingHet zuurdesem werkt verborgen in het deeg. Waar kan God aan het werk zijn zonder dat je het ziet?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees Daniël 2:34-35 en 2:44. Welke overeenkomst zie je tussen de steen die een berg wordt en het mosterdzaad dat een boom wordt?
  2. Wie is God?Lees 1 Korinthe 1:27-28. Waarom kiest God er vaak voor om met iets kleins en onaanzienlijks te beginnen?
  3. Moeilijke vraagElders is zuurdesem een beeld van het kwaad (Mattheüs 16:6, 1 Korinthe 5:6). Waarom zou Jezus het hier gebruiken voor het Koninkrijk der hemelen?
  4. PersoonlijkWaar zie jij in je eigen leven of in je gemeente iets kleins waar God mee bezig is? Wat helpt jou om te wachten op de groei die Hij geeft?

Gebedspunt: Dank de Heere dat Zijn Koninkrijk groeit, ook waar het klein en verborgen lijkt. Bid of Hij Zijn Woord laat doorwerken in ons hart, ons gezin en onze gemeente.

Personen in dit verhaal

Plaatsen in dit verhaal

Lees het in een leesplan

Thema's in dit verhaal

het Koninkrijk der hemeleneen klein begingroei door Gods krachtGods verborgen werkgelijkenissen

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over Het mosterdzaad en het zuurdesem

Waar staat het verhaal van het mosterdzaad en het zuurdesem in de Bijbel?

De gelijkenis van het mosterdzaad staat in Mattheüs 13:31-32, Markus 4:30-32 en Lukas 13:18-19. De gelijkenis van het zuurdesem volgt in Mattheüs 13:33 en Lukas 13:20-21; Markus vertelt haar niet. In Mattheüs staan beide tussen de gelijkenis van het onkruid en die van de schat in de akker, in het hoofdstuk met de gelijkenissen over het Koninkrijk der hemelen.

Wat betekent de gelijkenis van het mosterdzaad?

Jezus vergelijkt het Koninkrijk der hemelen met een mosterdzaad: het kleinste van alle zaden, dat uitgroeit tot een boom waarin de vogels nestelen (Mattheüs 13:31-32). Gods Koninkrijk begint onaanzienlijk. Jezus begon met een klein groepje discipelen en stierf aan een kruis. Toch laat God het groeien, tot het Evangelie over de hele wereld gepredikt wordt. De groei komt van God, niet van de kracht van mensen.

Wat betekent de gelijkenis van het zuurdesem?

Een vrouw verbergt zuurdesem in drie maten meel, "totdat het geheel gezuurd was" (Mattheüs 13:33). De meeste uitleggers lezen hierin dat Gods Koninkrijk van binnenuit werkt: verborgen, maar doordringend, tot het geheel bereikt is. Het mosterdzaad laat de zichtbare groei zien, het zuurdesem de verborgen doorwerking. Een minderheid leest het zuurdesem als beeld van het kwaad dat de kerk binnendringt, omdat zuurdesem elders vaak zo gebruikt wordt.

Is het mosterdzaad echt het kleinste zaad ter wereld?

Er bestaan kleinere zaden, en dat is een bekende tegenwerping. Jezus sprak echter over de zaden die Zijn hoorders zelf in hun akkers en tuinen zaaiden. Markus zegt dat het "het minste is van al de zaden, die op de aarde zijn" (Markus 4:31). Veel uitleggers wijzen erop dat het mosterdzaad onder die zaden het kleinste was. Jezus gebruikt het ook elders als beeld van iets heel kleins (Mattheüs 17:20). Het gaat om het verschil tussen begin en einde.

Wat betekent geloof als een mosterdzaad?

Die woorden staan niet in deze gelijkenis, maar in Mattheüs 17:20 en Lukas 17:6. Toen de discipelen de duivel niet hadden kunnen uitwerpen uit een maanzieke jongen, zei Jezus: "Zo gij een geloof hadt als een mosterdzaad, gij zoudt tot deze berg zeggen: Ga heen van hier derwaarts, en hij zal heengaan". Veel uitleggers zeggen: het gaat dan niet om de grootte van het geloof, maar om Wie het geloof vertrouwt. Zelfs een klein geloof rust op een almachtige God. Lees hierover meer bij de uitleg van Mattheüs 17.

Wie zijn de vogels in de takken van het mosterdzaad?

Jezus legt dat niet uit. Veel uitleggers denken aan de volken die in Gods Koninkrijk een plaats vinden, omdat het Oude Testament een grote boom met nestelende vogels zo gebruikt (Ezechiël 17:23 en 31:6; Daniël 4:12). Anderen wijzen erop dat de vogels in de gelijkenis van de zaaier het zaad wegpikken en bij de boze horen (Mattheüs 13:4 en 13:19). Wie zo leest, ziet in de vogels het kwaad dat in de kerk een plaats zoekt.

Wat is het Koninkrijk der hemelen?

Met het Koninkrijk der hemelen bedoelt Mattheüs hetzelfde als Markus en Lukas met het Koninkrijk Gods. Het is het koningschap van God, dat met de komst van Jezus Christus is doorgebroken. Het is nu al aanwezig waar mensen Hem als Koning erkennen, en het wordt volkomen als Christus terugkomt. Het kwam niet met uiterlijke macht; Jezus zei: "Het Koninkrijk Gods komt niet met uiterlijk gelaat" (Lukas 17:20).

Hoeveel is drie maten meel?

Een maat was een Israëlitische inhoudsmaat. De schattingen van de grootte lopen uiteen, maar drie maten meel was in elk geval een grote hoeveelheid, genoeg om brood te bakken voor een groot gezelschap. Dezelfde hoeveelheid komt voor in Genesis 18:6, waar Abraham Sara drie maten meelbloem laat kneden voor zijn bezoekers. In de gelijkenis maakt de grote hoeveelheid duidelijk hoe ver een beetje zuurdesem doorwerkt.

Hoe vertelt u het mosterdzaad en het zuurdesem aan kinderen?

Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen vanaf ongeveer 6 jaar. Begin bij Jezus in het schip en de mensen op de oever, en vertel dan het mosterdzaad en het zuurdesem zoals Jezus ze vertelde. Maak het kleine zaadje en de grote boom concreet, en houd God in het midden: Hij laat Zijn Koninkrijk groeien. Haal de gelijkenis niet door elkaar met het geloof als een mosterdzaad. De gespreksvragen zijn ingedeeld voor 4-7, 8-12 en 12-16 jaar.

Stel een vraag over Het mosterdzaad en het zuurdesem

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Verdiep u verder