Ga naar hoofdinhoud
Mattheüs, Markus, LukasMattheüs 13:1-23; Markus 4:1-20; Lukas 8:4-15

De gelijkenis van de zaaier

Vier soorten grond en het ene zaad van Gods Woord

Samenvatting

De gelijkenis van de zaaier gaat over zaad dat op vier soorten grond valt, en staat in Mattheüs 13:1-23, Markus 4:1-20 en Lukas 8:4-15. Jezus vertelt haar vanuit een schip aan de schare. Een deel van het zaad wordt opgegeten, verdort of wordt verstikt; een ander deel geeft dertig-, zestig- en honderdvoudig vrucht. Jezus legt Zelf uit: het zaad is het Woord van God, de grond is het hart van wie het hoort.

Bijbelgedeelte

“En Hij sprak tot hen vele dingen door gelijkenissen, zeggende: Ziet, een zaaier ging uit om te zaaien.”
Mattheüs 13:3 (Statenvertaling)
“En een ander deel viel in de goede aarde, en gaf vrucht, het een honderd-, het ander zestig-, en het ander dertig voud.”
Mattheüs 13:8 (Statenvertaling)
“Wie oren heeft om te horen, die hore.”
Mattheüs 13:9 (Statenvertaling)
“Die nu in de goede aarde bezaaid is, deze is degene, die het Woord hoort en verstaat, die ook vrucht draagt en voortbrengt, de een honderd-, de ander zestig-, en de ander dertig voud.”
Mattheüs 13:23 (Statenvertaling)
“Dit is nu de gelijkenis: Het zaad is het Woord Gods.”
Lukas 8:11 (Statenvertaling)
“En dat in de goede aarde valt, zijn dezen, die, het Woord gehoord hebbende, hetzelve in een eerlijk en goed hart bewaren, en in volstandigheid vruchten voortbrengen.”
Lukas 8:15 (Statenvertaling)

Het verhaal

De gelijkenis van de zaaier is de eerste van de gelijkenissen over het Koninkrijk der hemelen in Mattheüs 13. Ook Markus en Lukas vertellen haar, en alle drie geven zij de uitleg die Jezus er Zelf bij gaf. Daarmee is zij een sleutel voor de andere gelijkenissen. Jezus vraagt Zijn discipelen: "Weet gij deze gelijkenis niet, en hoe zult gij al de gelijkenissen verstaan"? (Markus 4:13).

Waar vertelde Jezus de gelijkenis van de zaaier?

Mattheüs vertelt dat Jezus op die dag uit het huis ging en bij de zee ging zitten (Mattheüs 13:1). Bedoeld is het meer in Galilea, waar Jezus in die tijd veel onderwees. Er kwamen zo veel mensen op Hem af dat Hij in een schip ging en daar ging zitten; de hele schare stond op de oever (Mattheüs 13:2, Markus 4:1). Lukas schrijft dat de mensen uit alle steden tot Hem kwamen (Lukas 8:4). Van het schip uit sprak Jezus vele dingen tot hen door gelijkenissen.

Wat gebeurde er met het zaad van de zaaier?

Jezus begon met een beeld dat iedere hoorder kende: "Ziet, een zaaier ging uit om te zaaien" (Mattheüs 13:3). Terwijl hij zaaide, viel een deel van het zaad bij de weg. Lukas voegt toe dat het werd vertreden, en de vogels kwamen en aten het op (Lukas 8:5). Een ander deel viel op steenachtige plaatsen, waar niet veel aarde was. Het kwam snel op, maar toen de zon opging, verbrandde het; omdat het geen wortel had, verdorde het (Mattheüs 13:5-6). Weer een ander deel viel tussen de doornen. De doornen groeiden mee op en verstikten het, zodat het geen vrucht gaf (Markus 4:7).

Ten slotte viel een deel in de goede aarde, "en gaf vrucht, het een honderd-, het ander zestig-, en het ander dertig voud" (Mattheüs 13:8). Markus noemt de getallen in de omgekeerde volgorde, Lukas alleen het honderdvoud. Jezus besloot met een oproep: "Wie oren heeft om te horen, die hore" (Mattheüs 13:9). Lukas schrijft dat Hij dat riep (Lukas 8:8).

Waarom sprak Jezus tot de schare door gelijkenissen?

Toen Jezus alleen was, vroegen de discipelen en anderen die bij Hem waren naar de gelijkenis (Markus 4:10). Mattheüs geeft hun vraag: "Waarom spreekt Gij tot hen door gelijkenissen"? (Mattheüs 13:10). Jezus antwoordde dat het hun gegeven was de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te weten, maar de anderen niet (Mattheüs 13:11). Bij hen werd de profetie van Jesaja vervuld: zij hoorden en verstonden niet, zij zagen en merkten niet, want het hart van dit volk was dik geworden (Mattheüs 13:14-15, uit Jesaja 6:9-10). Tegen de discipelen zei Hij: "Doch uw ogen zijn zalig, omdat zij zien, en uw oren, omdat zij horen" (Mattheüs 13:16). Vele profeten en rechtvaardigen hadden begeerd te zien wat zij zagen, en hadden het niet gezien (Mattheüs 13:17).

Hoe legt Jezus de gelijkenis van de zaaier uit?

Daarna legde Jezus de gelijkenis uit. Lukas begint die uitleg met de kern: "Het zaad is het Woord Gods" (Lukas 8:11). Bij de weg zijn de mensen die het Woord van het Koninkrijk horen en niet verstaan. Dan komt de boze en rukt weg wat in hun hart gezaaid was (Mattheüs 13:19). Markus noemt hem de satan, Lukas de duivel, en Lukas zegt waarom hij dat doet: opdat zij niet zouden geloven en zalig worden (Lukas 8:12).

De steenachtige plaatsen zijn de mensen die het Woord terstond met vreugde ontvangen. Zij hebben geen wortel in zichzelf en zijn voor een tijd. Als verdrukking of vervolging komt om het Woord, worden zij terstond geërgerd (Mattheüs 13:20-21). Lukas zegt: zij geloven maar voor een tijd, en in de tijd van verzoeking wijken zij af (Lukas 8:13). De doornen zijn de mensen bij wie de zorgen van deze wereld, de verleiding van de rijkdom en de begeerten naar andere dingen het Woord verstikken, zodat het onvruchtbaar wordt (Markus 4:18-19).

De goede aarde zijn zij die het Woord horen en verstaan en vrucht dragen (Mattheüs 13:23). Markus zegt dat zij het aannemen (Markus 4:20). Lukas zegt dat zij het Woord "in een eerlijk en goed hart bewaren, en in volstandigheid vruchten voortbrengen" (Lukas 8:15). Daarmee eindigt de uitleg. Markus vertelt dat Jezus op dezelfde dag, toen het avond werd, met de discipelen overstak, en dat Hij toen de storm stilde (Markus 4:35-39).

Achtergrond

In Israël werd het zaad met de hand uitgestrooid over de akker. Zo kon er zaad terechtkomen op een pad dat langs of door het veld liep en door voetgangers hard getrapt was. Sommige uitleggers menen dat men in die tijd soms eerst zaaide en daarna ploegde, wat zou verklaren waarom zaad op zulke plaatsen viel; anderen betwijfelen dat. De gelijkenis hangt er niet van af. Wat Jezus beschrijft, kenden Zijn hoorders uit hun eigen land.

De steenachtige plaatsen zijn geen akker vol losse stenen. Lukas spreekt van een steenrots (Lukas 8:6): een dunne laag aarde op de rotsbodem. Het zaad kwam daar snel op, omdat het geen diepte van aarde had (Mattheüs 13:5), maar de wortels konden niet de diepte in. Waar het zaad tussen de doornen viel, groeiden die mee op en verstikten het jonge gewas (Lukas 8:7).

Honderdvoud is een buitengewone oogst. In Genesis staat over Izak: "en hij vond in datzelve jaar honderd maten; want de HEERE zegende hem" (Genesis 26:12). Honderd maten is daar honderdvoud: honderd keer zoveel als er gezaaid was. De Bijbel noemt zo’n oogst uitdrukkelijk zegen van de HEERE. Ook in de gelijkenis groeit de vrucht niet door de kracht van de zaaier; Paulus zegt later dat God "den wasdom gegeven" heeft (1 Korinthe 3:6).

In Mattheüs 13 volgen na de zaaier nog het onkruid in de akker, het mosterdzaad, de zuurdesem, de schat in de akker, de parel en het net. Mattheüs noemt Jezus’ spreken in gelijkenissen een vervulling van wat gesproken is door de profeet: "Ik zal Mijn mond opendoen door gelijkenissen" (Mattheüs 13:35).

Betekenis

De gelijkenis gaat in de eerste plaats over God, Die Zijn Woord laat zaaien. Het zaad is "het Woord Gods" (Lukas 8:11) en "dat Woord des Koninkrijks" (Mattheüs 13:19). Dat Woord is goed zaad, op welke grond het ook valt. Het verschil zit niet in het zaad, maar in de grond. In de gelijkenis van het onkruid, die direct volgt, zegt Jezus: "Die het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen" (Mattheüs 13:37). Veel uitleggers zien Christus daarom ook hier als de eerste Zaaier. Na Hem zaaien allen die Zijn Woord verkondigen; Markus zegt alleen: "De zaaier is, die het Woord zaait" (Markus 4:14).

De zaaier zaait ruim, ook waar weinig te verwachten is. Veel uitleggers zien daarin Gods geduld en goedheid: Zijn Woord wordt aan velen verkondigd. Tegelijk is de gelijkenis ernstig. Het Woord kan gehoord worden zonder dat het vrucht draagt. Jezus haalt Jesaja 6 aan: bij wie het hart verhard is, wordt het horen tot oordeel. Maar Hij zegt ook tegen de discipelen dat hun ogen en oren zalig zijn, omdat het hun gegeven is (Mattheüs 13:11 en 13:16). Wie verstaat, heeft dat ontvangen.

Wat maakt de aarde goed? Jezus noemt een "eerlijk en goed hart" (Lukas 8:15), maar zegt niet hoe een mens daaraan komt. Andere gedeelten wijzen naar God Zelf. Bij Lydia staat dat de Heere haar hart opende, zodat zij acht nam op wat Paulus sprak (Handelingen 16:14). Petrus schrijft dat gelovigen wedergeboren zijn "uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God" (1 Petrus 1:23). Zo is de goede aarde zelf een werk van Gods genade, de wedergeboorte. Toch neemt dat de verantwoordelijkheid van de hoorder niet weg: "Ziet dan, hoe gij hoort" (Lukas 8:18).

Over de steenachtige plaatsen denken christenen niet allemaal hetzelfde. In de gereformeerde traditie spreekt men hier van tijdgeloof: zij geloven "maar voor een tijd" (Lukas 8:13), omdat het Woord nooit werkelijk wortel schoot. Waar God het goede werk begint, voleindigt Hij het (Filippenzen 1:6). Anderen lezen hier dat werkelijk gelovigen kunnen afvallen. De tekst zelf legt de nadruk op de wortel en de volharding.

Lessen voor vandaag

God zaait Zijn Woord nog altijd, in de kerk, thuis aan tafel en op school. "Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods" (Romeinen 10:17). Dat maakt elke keer dat wij de Bijbel horen lezen of uitleggen tot een ernstige en een rijke gelegenheid. Het is niet zonder betekenis hoe wij het ontvangen.

Jezus noemt de dingen die het Woord bedreigen bij naam: de boze die het wegrukt, de verdrukking die wie geen wortel heeft doet afhaken, en de zorgen en de rijkdom die het verstikken. Dat zijn geen gevaren van lang geleden. Wie eerlijk voor God kijkt, herkent ze in het eigen hart. De oproep "Wie oren heeft om te horen, die hore" (Mattheüs 13:9) geldt ons. Wij mogen God vragen ons hart te openen, zoals Hij bij Lydia deed.

Voor ouders, leiders en predikers is de gelijkenis een troost. Niet al het zaad brengt vrucht, en dat ligt niet in onze hand. Paulus schreef: "Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft den wasdom gegeven" (1 Korinthe 3:6). Wie zaait, mag dat ruim en trouw doen, en de vrucht aan God overlaten. Zijn Woord zal "niet ledig tot Mij wederkeren" (Jesaja 55:11).

Vrucht dragen is ten slotte geen prestatie die wij aan God laten zien, maar het gevolg van het Woord dat in een hart is gaan leven. Jezus zegt Zelf in Johannes 15:5 dat wie in Hem blijft, veel vrucht draagt. Daarin ligt de rust van deze gelijkenis: de oogst komt van Hem.

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 5 minuten · geschikt vanaf 6 jaar

Op een dag ging de Heere Jezus naar buiten. Hij ging zitten bij de zee. Die zee is een groot meer in het land Galilea. Er kwamen heel veel mensen naar Hem toe, uit allerlei steden. Het werden er zo veel, dat Jezus in een schip stapte. Daar ging Hij zitten, op het water. Alle mensen stonden aan de kant, op de oever.

Jezus leerde de mensen veel door gelijkenissen. Een gelijkenis is een vergelijking. Jezus vertelde over iets uit het gewone leven, zoals een boer op zijn akker. Zo maakte Hij iets duidelijk over God en Zijn Koninkrijk. Jezus begon: "Ziet, een zaaier ging uit om te zaaien". Een zaaier is iemand die zaad over zijn akker strooit. Uit dat zaad groeien nieuwe planten.

De zaaier strooide het zaad uit. Een deel viel op de weg langs de akker. Mensen liepen eroverheen en trapten het plat. Toen kwamen de vogels. Ze aten al dat zaad op.

Een ander deel viel op steenachtige plaatsen. Daar lag maar een dun laagje aarde op de rots. Het zaad kwam heel snel op. Maar toen de zon opkwam, verbrandden de kleine plantjes. Ze hadden geen wortel en geen water. Ze verdorden: ze werden droog en gingen dood.

Weer een ander deel viel tussen de doornen. Doornen zijn struiken met scherpe punten. Het zaad groeide op, maar de doornen groeiden mee. Ze verstikten de plantjes. Dat betekent: de plantjes konden niet verder groeien. Ze gaven geen vrucht.

Maar een ander deel viel in de goede aarde. Daar groeide het op en gaf het vrucht. Het bracht dertig keer zoveel op als er gezaaid was. Soms zestig keer zoveel, en soms zelfs honderd keer zoveel. Toen riep Jezus: "Wie oren heeft om te horen, die hore". Wie oren heeft, moet goed luisteren naar wat Jezus zegt.

Later was Jezus alleen met Zijn discipelen. Dat waren de mannen die met Hem meegingen. Zij vroegen Hem: "Waarom spreekt Gij tot hen door gelijkenissen"? Jezus antwoordde dat God het hun gegeven had om het Koninkrijk van God te verstaan. Veel andere mensen hoorden Jezus wel, maar begrepen het niet. Hun hart was hard geworden. Maar tegen Zijn discipelen zei Jezus dat hun ogen en oren zalig waren. Zalig betekent: echt gelukkig, omdat God het geeft.

Toen legde Jezus de gelijkenis uit. Hij zei: "Het zaad is het Woord Gods". Het zaad is dus wat God zegt. En de grond lijkt op het hart van de mensen die Gods Woord horen.

Het zaad op de weg: dat zijn mensen die het Woord horen, maar het niet begrijpen. Dan komt de duivel. Hij neemt het Woord weg uit hun hart, zodat ze niet gaan geloven.

Het zaad op de steenachtige plaatsen: dat zijn mensen die het Woord blij ontvangen. Maar het krijgt geen wortel in hun hart. Als het moeilijk wordt, of als mensen hen vervolgen om Gods Woord, dan houden ze ermee op. Vervolgen is: mensen kwaad doen omdat ze Gods Woord geloven. Ze geloven maar voor een tijd.

Het zaad tussen de doornen: dat zijn mensen die het Woord ook horen. Maar de zorgen van het leven en het geld dat hen verleidt, verstikken het Woord. Er komt geen vrucht.

Het zaad in de goede aarde: dat zijn mensen die het Woord horen en begrijpen. Ze bewaren het in een eerlijk en goed hart. Ze houden vol, ook als het moeilijk is. Bij hen geeft het Woord vrucht: dertig, zestig of honderd keer zoveel.

Zo legde de Heere Jezus Zelf uit wat Hij bedoelde. De Heere laat Zijn Woord ook nu zaaien, als jij thuis, op school of in de kerk uit de Bijbel hoort. En Hij kan een hard hart nieuw maken, zodat Zijn Woord er mag groeien.

Om te onthouden
“Het zaad is het Woord Gods.” (Lukas 8:11)

Tips voor de verteller

  • Maak de zaaier niet slordig of dom; dat staat er niet. De Bijbel zegt niet waarom zaad op de weg of tussen de doornen viel. In die tijd strooide men het zaad met de hand breed uit. Houd de aandacht bij het zaad en bij de grond, zoals Jezus Zelf doet in Zijn uitleg.
  • Een kind kan vragen of het zelf goede aarde is, of hoe een mens goede aarde wordt. Antwoord eerlijk dat niemand zijn eigen hart goed kan maken. De Heere opende het hart van Lydia (Handelingen 16:14) en belooft een nieuw hart te geven (Ezechiël 36:26). Wij mogen Hem daarom vragen. Luisteren naar Gods Woord is dan geen prestatie, maar de plek waar Hij werkt.
  • Leg de woorden zaaier, verdorren, verstikken, vervolgen, discipelen en zalig kort uit. Jezus zegt hier niet precies wat de vrucht is. Andere gedeelten noemen bijvoorbeeld liefde en geloof (Galaten 5:22); u kunt vrucht uitleggen als wat Gods Woord in een leven laat groeien. Voor kinderen van 4-7 jaar kunt u het stuk over de vraag van de discipelen weglaten en direct van de gelijkenis naar de uitleg gaan.
  • Mattheüs 13:3-9 is kort genoeg om na de vertelling uit de Bijbel zelf voor te lezen. Vraagt een kind waarom Jezus het niet aan iedereen duidelijk uitlegde, begin dan bij Zijn eigen antwoord: het was de discipelen gegeven (Mattheüs 13:11), en het hart van velen was hard geworden (Mattheüs 13:15). Aan wie bij Hem bleven en het Hem vroegen, verklaarde Hij alles (Markus 4:10, 4:34). Wij mogen Hem nog steeds vragen ons Zijn Woord te leren verstaan.

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenWaar viel het zaad van de zaaier allemaal?
  2. NavertellenWat gebeurde er met het zaad in de goede aarde?
  3. VerwonderenWaarom wil God dat Zijn Woord in ons hart groeit?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenOp welke vier plaatsen viel het zaad, en wat gebeurde er telkens mee?
  2. BetekenisDe duivel neemt het Woord uit het hart weg. Waarom doet hij dat volgens Lukas 8:12, en wat zegt dat over Gods Woord?
  3. VerbindingLydia hoorde Paulus spreken, en de Heere opende haar hart (Handelingen 16:14). Wat leert dat over de goede aarde?
  4. ToepassingWaar en wanneer hoor jij Gods Woord? Wat maakt het soms moeilijk om er goed naar te luisteren?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees Jesaja 55:10-11. Wat belooft God over Zijn Woord, en hoe past dat bij een zaaier van wie veel zaad geen vrucht geeft?
  2. Wie is God?Jezus zegt tegen Zijn discipelen dat het hun gegeven is de verborgenheden van het Koninkrijk te weten (Mattheüs 13:11). Wat zegt dat woord gegeven over God?
  3. Moeilijke vraagSommigen ontvangen het Woord met vreugde en houden het toch niet vol (Lukas 8:13). Hoe kan dat? Waaraan blijkt of geloof wortel heeft?
  4. PersoonlijkJezus noemt zorgen, rijkdom en begeerten naar andere dingen als doornen. Wat zou in jouw leven het Woord kunnen verstikken, en wat zou je de Heere daarover willen vragen?

Gebedspunt: Dank de Heere dat Hij Zijn Woord nog laat zaaien, thuis, op school en in de kerk. Bid of Hij ons hart opent, zodat Zijn Woord wortel schiet en vrucht draagt.

Personen in dit verhaal

Plaatsen in dit verhaal

Lees het in een leesplan

Thema's in dit verhaal

het Woord van Godhoren en verstaanhet hart van de mensvrucht dragenhet Koninkrijk der hemelen

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over De gelijkenis van de zaaier

Waar staat het verhaal van de gelijkenis van de zaaier in de Bijbel?

De gelijkenis van de zaaier staat drie keer in de Bijbel: in Mattheüs 13:1-23, Markus 4:1-20 en Lukas 8:4-15. Alle drie de evangelisten geven ook de uitleg die Jezus Zelf aan Zijn discipelen gaf. In Mattheüs is het de eerste van de gelijkenissen over het Koninkrijk der hemelen in hoofdstuk 13. Johannes vertelt deze gelijkenis niet.

Wat betekent de gelijkenis van de zaaier?

Jezus legt het Zelf uit: "Het zaad is het Woord Gods" (Lukas 8:11). De vier soorten grond zijn vier soorten hoorders. Bij de een wordt het Woord weggerukt voordat het iets doet, bij de ander verdort het in verdrukking, bij een derde wordt het verstikt door zorgen en rijkdom. Alleen in de goede aarde brengt het vrucht voort. Het zaad is overal hetzelfde; het verschil zit in het hart dat het ontvangt.

Wie is de zaaier in de gelijkenis van de zaaier?

In de uitleg noemt Jezus de zaaier niet bij naam. Markus zegt: "De zaaier is, die het Woord zaait" (Markus 4:14). In de gelijkenis van het onkruid, die er direct op volgt, zegt Jezus: "Die het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen" (Mattheüs 13:37). Daarom zien veel uitleggers Christus als de eerste Zaaier, en daarna ieder die Zijn Woord verkondigt.

Wat is de goede aarde in de gelijkenis van de zaaier?

De goede aarde zijn de mensen die het Woord horen en verstaan en vrucht dragen (Mattheüs 13:23). Lukas beschrijft hen als mensen die het Woord "in een eerlijk en goed hart bewaren, en in volstandigheid vruchten voortbrengen" (Lukas 8:15). Volstandigheid betekent volharding. Andere gedeelten laten zien dat God Zelf zo’n hart geeft: de Heere opende het hart van Lydia (Handelingen 16:14).

Was de zaaier slordig met zijn zaad?

Dat zegt de Bijbel niet, en het is een misverstand om de zaaier slordig of onhandig te noemen. In die tijd werd het zaad met de hand breed over de akker gestrooid. Dan valt er ook zaad op een pad, op rotsgrond of tussen de doornen. Jezus besteedt in Zijn uitleg geen woord aan de werkwijze van de zaaier. Het gaat Hem om het zaad en om de grond waarin het valt.

Kan een mens zichzelf tot goede aarde maken?

De gelijkenis roept wel op tot goed horen: "Ziet dan, hoe gij hoort" (Lukas 8:18). Maar de Bijbel laat ook zien dat God het hart opent en vernieuwt. Hij belooft: "En Ik zal u een nieuw hart geven" (Ezechiël 36:26), en Petrus spreekt van wedergeboorte uit onvergankelijk zaad, het Woord van God (1 Petrus 1:23). Wie merkt dat zijn hart hard of vol doornen is, mag God daarom om een nieuw hart vragen.

Wat betekent: wie oren heeft om te horen, die hore?

Met deze woorden sluit Jezus de gelijkenis af (Mattheüs 13:9, Markus 4:9, Lukas 8:8). Lukas schrijft dat Hij het riep. Het is een dringende oproep om niet alleen met de oren te luisteren, maar het gehoorde ter harte te nemen. Iedereen aan de oever hoorde de gelijkenis, maar niet iedereen verstond haar. Jezus wijst er zo op dat het horen van Zijn Woord een beslissende zaak is.

Wat betekent dertigvoud, zestigvoud en honderdvoud?

Voud betekent keer zoveel. Het zaad in de goede aarde bracht dertig, zestig of honderd keer zoveel op als er gezaaid was (Mattheüs 13:8). Honderdvoud was een buitengewone oogst; van Izak staat dat hij in één jaar honderd maten oogstte, dat is honderdvoud, "want de HEERE zegende hem" (Genesis 26:12). Jezus zegt niet dat iedereen evenveel vrucht draagt, wel dat er in de goede aarde vrucht komt.

Kan iemand die met vreugde gelooft toch afvallen?

Lukas zegt over de steenachtige plaatsen dat zij "maar voor een tijd geloven, en in den tijd der verzoeking wijken zij af" (Lukas 8:13). In de gereformeerde traditie heet dit tijdgeloof: het Woord werd met vreugde ontvangen, maar schoot nooit werkelijk wortel. Andere christenen lezen hier dat echte gelovigen kunnen afvallen. De tekst legt de nadruk op de wortel. God voleindigt het goede werk dat Hij begint (Filippenzen 1:6).

Wat is het verschil tussen Mattheüs, Markus en Lukas bij deze gelijkenis?

De lijn is in alle drie gelijk, maar elk legt eigen accenten. Mattheüs spreekt van "dat Woord des Koninkrijks" en noemt de opbrengst van honderd naar dertig. Markus noemt de getallen van dertig naar honderd en voegt bij de doornen de begeerten naar andere dingen toe. Lukas noemt alleen honderdvoud, zegt dat de duivel het Woord wegneemt "opdat zij niet zouden geloven, en zalig worden" en spreekt van een eerlijk en goed hart.

Hoe vertelt u de gelijkenis van de zaaier aan kinderen?

Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen vanaf ongeveer 6 jaar. Vertel eerst de gelijkenis met de vier soorten grond en laat daarna Jezus Zelf uitleggen wat het zaad en de grond betekenen. Maak de zaaier niet slordig en voeg geen eigen uitleg in de gelijkenis toe. Leg moeilijke woorden als verdorren en verstikken kort uit. De gespreksvragen zijn ingedeeld voor 4-7, 8-12 en 12-16 jaar.

Stel een vraag over De gelijkenis van de zaaier

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Verdiep u verder