Ga naar hoofdinhoud
MattheüsMattheüs 13:24-30; 13:36-43

Het onkruid tussen de tarwe

Tarwe en onkruid groeien samen op tot de oogst

Samenvatting

Het onkruid tussen de tarwe is een gelijkenis van Jezus in Mattheüs 13:24-30, die Hij Zelf uitlegt in Mattheüs 13:36-43. Een vijand zaait onkruid midden in een akker met goed zaad. De heer laat beide samen opgroeien tot de oogst, opdat de tarwe niet mee uitgetrokken wordt. Jezus legt uit: aan het einde van de wereld scheiden de engelen de bozen van de rechtvaardigen.

Bijbelgedeelte

“Laat ze beiden te zamen opwassen tot den oogst, en in den tijd des oogstes zal ik tot de maaiers zeggen: Vergadert eerst dat onkruid, en bindt het in busselen, om hetzelve te verbranden; maar brengt de tarwe samen in mijn schuur.”
Mattheüs 13:30 (Statenvertaling)
“En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Die het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen;”
Mattheüs 13:37 (Statenvertaling)
“En de akker is de wereld; en het goede zaad zijn de kinderen des Koninkrijks; en het onkruid zijn de kinderen des bozen;”
Mattheüs 13:38 (Statenvertaling)
“En de vijand, die hetzelve gezaaid heeft, is de duivel; en de oogst is de voleinding der wereld; en de maaiers zijn de engelen.”
Mattheüs 13:39 (Statenvertaling)
“Dan zullen de rechtvaardigen blinken, gelijk de zon, in het Koninkrijk huns Vaders. Die oren heeft om te horen, die hore.”
Mattheüs 13:43 (Statenvertaling)

Het verhaal

De gelijkenis van het onkruid tussen de tarwe staat alleen in het evangelie van Mattheüs, in Mattheüs 13. Jezus vertelde haar vanuit een schip aan de scharen op de oever, direct na de gelijkenis van de zaaier. Net als bij de zaaier gaf Hij er later Zelf de uitleg bij. Tussen de gelijkenis en de uitleg staan het mosterdzaad en het zuurdesem.

Wat gebeurde er in de akker met het goede zaad?

Jezus begon met de woorden: "Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een mens, die goed zaad zaaide in zijn akker" (Mattheüs 13:24). Maar terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand. Die zaaide onkruid midden in de tarwe en ging weg (Mattheüs 13:25). In het begin viel er niets op. Pas toen het gewas opgeschoten was en vrucht begon te dragen, werd zichtbaar dat er ook onkruid tussen stond (Mattheüs 13:26).

Waarom mocht het onkruid niet worden uitgetrokken?

De dienstknechten van de heer des huizes kwamen bij hem met een vraag: "Heere! hebt gij niet goed zaad in uw akker gezaaid? Van waar heeft hij dan dit onkruid"? (Mattheüs 13:27). De heer wist het antwoord: "Een vijandig mens heeft dat gedaan" (Mattheüs 13:28). De knechten boden aan het onkruid te gaan wieden. Maar hij weigerde. Bij het uittrekken van het onkruid zouden zij misschien ook de tarwe uittrekken (Mattheüs 13:29). Daarom gaf hij opdracht: "Laat ze beiden te zamen opwassen tot den oogst" (Mattheüs 13:30). In de tijd van de oogst zou hij de maaiers eerst het onkruid laten verzamelen en in bossen binden om het te verbranden, en de tarwe laten binnenbrengen in zijn schuur.

Hoe legde Jezus de gelijkenis van het onkruid uit?

Na het mosterdzaad en het zuurdesem liet Jezus de scharen gaan en ging Hij naar huis. Daar kwamen Zijn discipelen bij Hem met de vraag: "Verklaar ons de gelijkenis van het onkruid des akkers" (Mattheüs 13:36). Jezus antwoordde punt voor punt. "Die het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen" (Mattheüs 13:37): Hij spreekt over Zichzelf. De akker is de wereld. Het goede zaad zijn de kinderen van het Koninkrijk, het onkruid de kinderen van de boze. De vijand is de duivel, de oogst is de voleinding van de wereld en de maaiers zijn de engelen (Mattheüs 13:38-39).

Wat gebeurt er met het onkruid en de tarwe bij de oogst?

Daarna sprak Jezus over het einde. Zoals het onkruid verzameld en met vuur verbrand wordt, zo zal het zijn in de voleinding van de wereld (Mattheüs 13:40). De Zoon des mensen zal Zijn engelen uitzenden. Zij verzamelen uit Zijn Koninkrijk alle ergernissen en allen die de ongerechtigheid doen, en werpen hen in de vurige oven: "daar zal wening zijn en knersing der tanden" (Mattheüs 13:41-42). Het laatste woord is echter licht: "Dan zullen de rechtvaardigen blinken, gelijk de zon, in het Koninkrijk huns Vaders" (Mattheüs 13:43). Jezus besloot met dezelfde oproep als bij de zaaier: "Die oren heeft om te horen, die hore".

Achtergrond

De Bijbel zegt niet welk onkruid bedoeld is. Men denkt vaak aan de dolik, een giftig gras dat jong nauwelijks van tarwe te onderscheiden is en zich pas bij de aar laat herkennen. Dat past bij Mattheüs 13:26, maar de tekst noemt geen soort. Waarschijnlijk dachten de hoorders aan wortels die in de grond verstrengeld raken. De heer zegt alleen dat de knechten de tarwe mee zouden kunnen uittrekken (Mattheüs 13:29).

De tarweoogst viel in Israël in het voorjaar; het feest der weken heet in Exodus 34:22 het feest van de eerstelingen van de tarweoogst. Maaiers sneden het graan af en bonden het in schoven. De titel Zoon des mensen gebruikt Jezus vaak voor Zichzelf. Hij sluit aan bij Daniël 7:13, waar de profeet Een ziet komen met de wolken des hemels, als eens mensen zoon.

Betekenis

In deze gelijkenis is God aan het werk, van het begin tot het einde. De Zoon des mensen zaait het goede zaad. Wie bij het Koninkrijk hoort, is er niet uit zichzelf gekomen, maar door Hem geplant. Het kwaad in de wereld komt niet van de Zaaier. Op de vraag van de knechten waar het onkruid vandaan komt, wijst Jezus een vijand aan: de duivel (Mattheüs 13:39). Hij is het die zaait terwijl de mensen slapen. Johannes schrijft dat de Zoon van God geopenbaard is "opdat Hij de werken des duivels verbreken zou" (1 Johannes 3:8).

Dat God het onkruid laat staan, is geen onverschilligheid. Het is geduld met een doel: de tarwe mag niet verloren gaan. Petrus zegt dat de Heere "lankmoedig over ons" is, "niet willende, dat enigen verloren gaan" (2 Petrus 3:9). Tegelijk is de oogst zeker. Het oordeel is niet aan de knechten, maar aan de Zoon des mensen en Zijn engelen. Jezus spreekt er ernstig over, in de woorden van de vurige oven, en Hij eindigt met de heerlijkheid van de rechtvaardigen. Daniël 12:3 spreekt in vergelijkbare woorden over leraars die zullen blinken als de glans van het uitspansel.

Over de vraag wat de akker is, denken uitleggers verschillend. Jezus zegt zelf: "de akker is de wereld" (Mattheüs 13:38). Velen lezen de gelijkenis daarom als onderwijs over goed en kwaad in de wereld tot de jongste dag, zodat zij niets zegt tegen de tucht in de gemeente, die Jezus elders Zelf geeft (Mattheüs 18:17). Anderen wijzen erop dat de engelen de ergernissen vergaderen "uit Zijn Koninkrijk" (Mattheüs 13:41), en lezen hier dat ook de zichtbare kerk tot de oogst nooit zuiver zal zijn. Ook zij houden vast aan de tucht, maar zonder de verwachting dat mensen de laatste scheiding kunnen maken.

Lessen voor vandaag

Wie het kwaad om zich heen ziet, ook dicht bij huis en in de kerk, kan vragen wat de knechten vroegen: hoe komt dit onkruid hier? De gelijkenis geeft een eerlijk antwoord. God is niet de oorsprong van het kwaad; een vijand heeft het gezaaid. Dat neemt de verbazing niet weg, maar het geeft rust. De Heere ziet het onkruid, en Hij heeft de oogst in Zijn hand. Over de geduldige God leest u meer bij Gods geduld.

De gelijkenis leert ook bescheidenheid. De knechten wilden wieden, maar het is niet hun taak om de laatste scheiding te maken. Paulus schrijft: "Zo dan oordeelt niets voor den tijd, totdat de Heere zal gekomen zijn" (1 Korinthe 4:5). Dat is geen vrijbrief om zonde te laten gaan: de gemeente blijft geroepen om te vermanen. Maar wij kennen de harten niet, en wie vandaag ver van God lijkt, kan de Heere nog tot bekering brengen (2 Petrus 3:9).

De gelijkenis stelt ook een vraag aan onszelf. Tarwe en onkruid staan nu naast elkaar in dezelfde akker. Bij welke van de twee horen wij? Het goede zaad wordt niet door onszelf gezaaid, maar door de Zoon des mensen. Daarom eindigt Jezus niet met een opdracht om beter te groeien, maar met een oproep om te horen: "Die oren heeft om te horen, die hore" (Mattheüs 13:43).

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 5 minuten · geschikt vanaf 8 jaar

De Heere Jezus zat in een schip, vlak bij de oever van de zee. Op de oever stonden heel veel mensen. Jezus vertelde hun gelijkenissen. Een gelijkenis is een vergelijking. Jezus vertelde over gewone dingen, zoals een akker en zaad. Daarmee leerde Hij de mensen iets over God en over Zijn Koninkrijk.

Jezus vertelde over een man die goed zaad zaaide in zijn akker. Het was tarwe. Van tarwe maak je meel, en van meel bak je brood. Maar toen de mensen sliepen, kwam er een vijand van de man. Die vijand zaaide onkruid midden tussen de tarwe. Daarna ging hij weer weg. Niemand had het gemerkt.

De tarwe kwam op. De sprieten groeiden en werden hoger. Toen er korrels aan de tarwe kwamen, zag je ineens iets anders. Tussen de tarwe stond ook onkruid!

De knechten van de man kwamen bij hem. Knechten zijn mensen die voor iemand werken. Ze vroegen: "hebt gij niet goed zaad in uw akker gezaaid"? Waar kwam dan al dat onkruid vandaan? De man wist het wel. Hij zei: "Een vijandig mens heeft dat gedaan".

De knechten vroegen of ze het onkruid er dan uit moesten trekken. Maar de man zei nee. Als ze het onkruid eruit trokken, trokken ze misschien ook de tarwe mee. Dat wilde hij niet. Hij zei: "Laat ze beiden te zamen opwassen tot den oogst". Bij de oogst zou hij de maaiers sturen. Maaiers zijn mensen die het graan afsnijden als het rijp is. Zij moesten eerst het onkruid bij elkaar zoeken, het in bossen binden en verbranden. En de tarwe moesten ze in zijn schuur brengen.

Later ging Jezus naar huis. Zijn discipelen kwamen bij Hem. Discipelen zijn de mannen die met Jezus meegingen en van Hem leerden. Ze wilden weten wat de gelijkenis betekende. Ze vroegen: "Verklaar ons de gelijkenis van het onkruid des akkers". Verklaren is uitleggen.

En Jezus legde het uit. De man die het goede zaad zaait, is Jezus Zelf. De akker is de wereld. Het goede zaad zijn de mensen die bij Gods Koninkrijk horen. Het onkruid zijn de mensen die bij de boze horen. De vijand die het onkruid zaaide, is de duivel. De oogst is het einde van de wereld. En de maaiers zijn de engelen.

Jezus zei dat het aan het einde van de wereld zo zal gaan. Dan stuurt Hij Zijn engelen. Zij halen allen die het kwade doen bij elkaar. Ze werpen hen in de vurige oven. Jezus zei dat daar huilen en tandenknarsen zal zijn. Dat is heel ernstig. Jezus vertelt het eerlijk, zodat mensen het nu horen.

Maar daarna zei Jezus iets heel moois: "Dan zullen de rechtvaardigen blinken, gelijk de zon, in het Koninkrijk huns Vaders". De rechtvaardigen zijn de mensen die bij God horen. Zij zullen stralen als de zon, in het Koninkrijk van hun Vader.

Jezus eindigde met een oproep: wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren. Maar de Heere Jezus kent de Zijnen, en bij de oogst brengt Hij Zijn tarwe veilig binnen.

Om te onthouden
“Dan zullen de rechtvaardigen blinken, gelijk de zon, in het Koninkrijk huns Vaders.” (Mattheüs 13:43)

Tips voor de verteller

  • Een kind kan vragen waarom God het onkruid niet meteen weghaalt. De gelijkenis geeft het antwoord zelf: de heer wil niet dat de tarwe mee uitgetrokken wordt. Zeg eerlijk dat God het kwaad ziet en dat Hij het zeker zal oordelen, maar dat Hij nu nog geduld heeft. Petrus schrijft dat de Heere wil dat mensen tot bekering komen (2 Petrus 3:9).
  • De vurige oven is de reden dat deze vertelling vanaf 8 jaar is. Vertel dit deel in de woorden van Jezus en eindig zoals Hij eindigt: met de rechtvaardigen die blinken als de zon. Voor kinderen van 6 en 7 jaar kunt u de gelijkenis zelf vertellen en bij de uitleg volstaan met: aan het einde scheidt de Heere Jezus de tarwe van het onkruid.
  • Kinderen gaan soms sorteren: is die jongen uit mijn klas onkruid? Wijs erop dat Jezus de knechten juist niet laat wieden. Wie onkruid is, beslist de Heere bij de oogst, niet wij. De vraag die wel bij ons past, is of wij zelf bij Hem horen. De zin dat de Heere Jezus de Zijnen kent, komt uit 2 Timotheüs 2:19.
  • De Bijbel noemt geen soort onkruid. Zeg dus niet als feit welk plantje het was. Leg wel uit dat het onkruid in het begin niet opviel en dat het pas zichtbaar werd toen de tarwe vrucht droeg. Lees na de vertelling Mattheüs 13:24-30 uit de Bijbel zelf voor.

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenWat zaaide de man, en wat zaaide de vijand?
  2. NavertellenWaarom mochten de knechten het onkruid niet uittrekken?
  3. NavertellenWie is de man die het goede zaad zaait?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenWanneer zagen de knechten dat er onkruid tussen de tarwe stond?
  2. BetekenisDe heer liet tarwe en onkruid samen opgroeien tot de oogst. Wat laat dat zien van Gods geduld?
  3. VerbindingOok bij de gelijkenis van de zaaier legde Jezus alles Zelf uit. Waarom is het goed dat Hij Zijn gelijkenissen uitlegt?
  4. ToepassingJezus zegt dat de rechtvaardigen zullen blinken als de zon. Hoe kun je weten of je bij Hem hoort?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees 1 Korinthe 4:5. Wat zegt Paulus over oordelen "voor den tijd", en hoe sluit dat aan bij de knechten die wilden wieden?
  2. Wie is God?Lees 2 Petrus 3:9. Waarom wacht God met de oogst, en wat zegt dat over Zijn karakter?
  3. Moeilijke vraagJezus zegt dat de akker de wereld is, maar ook dat de engelen de ergernissen "uit Zijn Koninkrijk" vergaderen. Gaat deze gelijkenis ook over de kerk? En past tucht daar dan nog bij?
  4. PersoonlijkTarwe en onkruid lijken in het begin op elkaar. Wat maakt dat iemand werkelijk bij de Heere Jezus hoort, en niet alleen tussen de tarwe staat?

Gebedspunt: Dank de Heere Jezus dat Hij Zelf het goede zaad zaait en geduld heeft tot de oogst. Bid of Hij ons tot Zijn tarwe maakt, en voor mensen die Hem nog niet kennen.

Personen in dit verhaal

Lees het in een leesplan

Thema's in dit verhaal

het Koninkrijk der hemelenGods geduldgoed en kwaadhet laatste oordeelgelijkenissen

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over Het onkruid tussen de tarwe

Waar staat het verhaal van het onkruid tussen de tarwe in de Bijbel?

De gelijkenis staat in Mattheüs 13:24-30. De uitleg die Jezus er Zelf bij gaf, volgt in Mattheüs 13:36-43. De andere evangeliën vertellen deze gelijkenis niet. In Mattheüs 13 staat zij direct na de gelijkenis van de zaaier, en tussen de gelijkenis en de uitleg staan het mosterdzaad en het zuurdesem. Jezus vertelde haar vanuit een schip aan de scharen en legde haar later in huis uit aan Zijn discipelen.

Wat betekent de gelijkenis van het onkruid tussen de tarwe?

Tot de oogst laat God goed en kwaad samen opgroeien; dan maakt Hij Zelf de scheiding. Jezus legt de beelden Zelf uit (Mattheüs 13:37-39): Hij is de Zaaier, de vijand is de duivel en de oogst is het einde van de wereld. Dat God wacht, is geen zwakte en geen onverschilligheid: het gaat Hem om de tarwe. De knechten hoeven de scheiding niet te maken; dat doen de engelen bij de oogst. En het laatste woord is licht: de rechtvaardigen zullen blinken als de zon.

Waarom liet de heer het onkruid tussen de tarwe staan?

De heer geeft zelf de reden: "opdat gij, het onkruid vergaderende, ook mogelijk met hetzelve de tarwe niet uittrekt" (Mattheüs 13:29). Het ging hem om de tarwe. Uitleggers zien hierin Gods geduld met de wereld. Dat is geen onverschilligheid over het kwaad, want de oogst komt zeker. Het is geduld met een doel: Petrus schrijft dat de Heere niet wil "dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen" (2 Petrus 3:9).

Betekent deze gelijkenis dat er in de kerk geen tucht mag zijn?

Nee, en dat is een bekend misverstand. Jezus zegt dat de akker de wereld is (Mattheüs 13:38), en Hij geeft elders Zelf regels voor vermaning in de gemeente (Mattheüs 18:15-17). Paulus roept de gemeente op de boze uit haar midden weg te doen (1 Korinthe 5:13). Uitleggers verschillen wel over de vraag of de gelijkenis ook iets zegt over de kerk. Wie dat meent, leest er vooral in dat mensen nooit de laatste scheiding kunnen maken; die is aan de Heere bij de oogst.

Wie is de vijand die het onkruid zaaide?

Jezus zegt het uitdrukkelijk: "En de vijand, die hetzelve gezaaid heeft, is de duivel" (Mattheüs 13:39). Het kwaad in de wereld komt dus niet van de Zaaier van het goede zaad. De vijand werkt ongemerkt, terwijl de mensen slapen, en gaat weer weg. Pas later wordt zichtbaar wat hij gedaan heeft. Johannes schrijft dat de Zoon van God gekomen is "opdat Hij de werken des duivels verbreken zou" (1 Johannes 3:8).

Wat is de oogst in de gelijkenis van het onkruid?

De oogst is de voleinding van de wereld, en de maaiers zijn de engelen (Mattheüs 13:39). Jezus zegt dat de Zoon des mensen dan Zijn engelen uitzendt. Zij verzamelen allen die de ongerechtigheid doen en werpen hen in de vurige oven, waar wening is en knersing der tanden (Mattheüs 13:41-42). De rechtvaardigen zullen blinken als de zon in het Koninkrijk van hun Vader. Dezelfde scheiding beschrijft Jezus in de gelijkenis van het net (Mattheüs 13:47-50).

Welk onkruid bedoelt Jezus in de gelijkenis?

De Bijbel noemt geen soort. Men denkt vaak aan de dolik, een gras dat in het begin sterk op tarwe lijkt en pas bij de aar te herkennen is. Dat past bij de tekst, want het onkruid openbaarde zich pas toen het gewas vrucht voortbracht (Mattheüs 13:26). Zeker is het niet. Voor de betekenis is het ook niet nodig: Jezus legt zelf uit dat het onkruid de kinderen van de boze zijn.

Wat betekent "Dan zullen de rechtvaardigen blinken, gelijk de zon"?

Met deze woorden eindigt Jezus Zijn uitleg (Mattheüs 13:43). Na het oordeel over het onkruid komt de heerlijkheid van wie bij God horen. Zij zullen stralen in het Koninkrijk van hun Vader. Het beeld lijkt op Daniël 12:3, waar de leraars zullen blinken als de glans van het uitspansel. Rechtvaardig zijn zij niet uit zichzelf: het goede zaad is gezaaid door de Zoon des mensen. Jezus voegt eraan toe: "Die oren heeft om te horen, die hore".

Hoe vertelt u het onkruid tussen de tarwe aan kinderen?

Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen vanaf ongeveer 8 jaar. Vertel eerst de gelijkenis: het goede zaad, de vijand die zaaide terwijl de mensen sliepen, de vraag van de knechten en het antwoord van de heer. Vertel daarna de uitleg die Jezus Zelf gaf. Spreek over de vurige oven in de woorden van de tekst en eindig met de rechtvaardigen die blinken als de zon. De gespreksvragen zijn ingedeeld voor 4-7, 8-12 en 12-16 jaar.

Stel een vraag over Het onkruid tussen de tarwe

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Verdiep u verder