1 Koningen 17: tekst in Statenvertaling en HSV
1 Koningen 17 telt 24 verzen en opent in de Statenvertaling met de eed van Elia: 'Zo waarachtig als de HEERE, de God Israels, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, indien deze jaren dauw of regen zijn zal, tenzij dan naar mijn woord!' (vers 1). De Herziene Statenvertaling (HSV) geeft dit weer in hedendaags Nederlands en spreekt net als de Statenvertaling over de beek Krith en over Zarfath (Sarepta). Het hoofdstuk telt 24 verzen. De kern staat in vers 14: 'Het meel van de kruik zal niet verteerd worden, en de olie der fles zal niet ontbreken, tot op den dag, dat de HEERE regen op den aardbodem geven zal.' U leest 1 Koningen 17 in de Statenvertaling hier vers voor vers; hieronder volgt de uitleg per gedeelte.
Wat is de context van 1 Koningen 17?
De context is de regering van koning Achab (circa 874-853 v.Chr.), die met zijn vrouw Izebel de Baäldienst in Israël invoerde. Omdat Baäl werd vereerd als god van regen en vruchtbaarheid, raakt de aangekondigde droogte deze afgod in het hart: niet Baäl, maar de HEERE geeft of onthoudt de regen. Het hoofdstuk bereidt bovendien de grote confrontatie op de Karmel voor (1 Koningen 18).
Inleiding tot 1 Koningen 17
1 Koningen hoofdstuk 17 markeert een keerpunt in de geschiedenis van Israël. Na hoofdstukken vol verhalen over afvallige koningen, verschijnt plotseling Elia de Tisbiet op het toneel. Dit hoofdstuk introduceert ons aan een van de grootste profeten uit de Bijbelse geschiedenis en toont ons hoe God zorgt voor zijn dienaren, zelfs in de moeilijkste omstandigheden.