Het gouden kalf
Israël maakt een afgod en God maakt Zijn genade bekend
Samenvatting
Het gouden kalf gaat over de grote zonde van Israël bij de berg Sinaï, in Exodus 32 tot en met 34. Terwijl Mozes op de berg is, maakt Aäron op verzoek van het volk een gegoten kalf van goud. Mozes breekt de stenen tafelen en pleit voor het volk. De HEERE straft de zonde, maar gaat toch met Zijn volk mee en vernieuwt Zijn verbond. Hij roept Zijn Naam uit: barmhartig en genadig.
Bijbelgedeelte
“Toen het volk zag, dat Mozes vertoog van den berg af te komen, zo verzamelde zich het volk tot Aaron, en zij zeiden tot hem: Sta op, maak ons goden, die voor ons aangezicht gaan; want dezen Mozes, dien man, die ons uit Egypteland uitgevoerd heeft, wij weten niet, wat hem geschied zij.”
“En hij nam ze uit hun hand, en hij bewierp het met een griffie, en hij maakte een gegoten kalf daaruit. Toen zeiden zij: Dit zijn uw goden, Israel! die u uit Egypteland opgevoerd hebben.”
“En het geschiedde, als hij aan het leger naderde, en het kalf, en de reien zag, dat de toorn van Mozes ontstak, en dat hij de tafelen uit zijn handen wierp, en dezelve beneden aan den berg verbrak.”
“Zo bleef Mozes staan in de poort des legers, en zeide: Wie den HEERE toebehoort, kome tot mij! Toen verzamelden zich tot hem al de zonen van Levi.”
“Nu dan, indien Gij hun zonden vergeven zult! doch zo niet, zo delg mij nu uit Uw boek, hetwelk Gij geschreven hebt.”
“Als nu de HEERE voor zijn aangezicht voorbijging, zo riep Hij: HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid.”
Het verhaal
Exodus 32 tot en met 34 vertelt wat er aan de voet van de Sinaï gebeurde, kort nadat God Zijn verbond met Israël had gesloten. Het volk had beloofd alles te doen wat de HEERE gesproken had (Exodus 24:7). Daarna bleef Mozes veertig dagen en veertig nachten op de berg (Exodus 24:18). Hoe het verbond gesloten werd, staat bij Mozes op de berg Sinaï.
Hoe maakte Aäron het gouden kalf?
Toen Mozes lang wegbleef, kwam het volk bij Aäron en zei: "Sta op, maak ons goden, die voor ons aangezicht gaan" (Exodus 32:1). Aäron, de broer van Mozes, verzette zich niet. Hij liet de gouden oorsierselen bij hem brengen, maakte er een gegoten kalf van en bewerkte het met een griffie, een graveerstift. Toen riep het volk: "Dit zijn uw goden, Israel! die u uit Egypteland opgevoerd hebben" (Exodus 32:4).
Aäron bouwde een altaar voor het kalf en riep een feest voor de HEERE uit. De volgende morgen brachten zij offers. Het volk zat neer om te eten en te drinken, en stond op om te spelen (Exodus 32:6). Zo braken zij het tweede gebod, dat zij net gehoord hadden (Exodus 20:4-5).
Wat zei God tegen Mozes over het gouden kalf?
De HEERE zag het en zei het tegen Mozes op de berg. Het volk was snel afgeweken van de weg die Hij geboden had; het was een hardnekkig volk. Mozes moest God laten begaan, zodat Zijn toorn hen zou verteren; dan zou Hij van Mozes een groot volk maken (Exodus 32:10). Maar Mozes smeekte de HEERE. Het was toch Gods eigen volk, dat Hij met grote kracht uit Egypte had uitgeleid? Wat zouden de Egyptenaren zeggen? En hij herinnerde God aan Zijn eed aan Abraham, Izak en Israël. Toen berouwde het de HEERE over het kwaad dat Hij gezegd had Zijn volk te zullen doen (Exodus 32:14).
Wat deed Mozes toen hij het gouden kalf zag?
Mozes daalde af met de twee tafelen der getuigenis, door God Zelf beschreven. Jozua hoorde het volk juichen en dacht aan krijgsgeschreeuw, maar Mozes hoorde zingen. Toen hij het kalf en de reidansen zag, ontstak zijn toorn. Hij wierp de tafelen uit zijn handen en brak ze onder aan de berg (Exodus 32:19). Het verbond dat erop stond, had het volk zelf al gebroken. Mozes verbrandde het kalf, vermaalde het tot stof, strooide dat op het water en liet de Israëlieten ervan drinken.
Aan Aäron vroeg Mozes waarom hij zo’n grote zonde over het volk gebracht had. Aäron schoof de schuld op het volk en zei over zichzelf alleen dat hij het goud in het vuur had geworpen, "en dit kalf is er uit gekomen" (Exodus 32:24). Vers 4 zegt dat hij het zelf maakte.
Wat gebeurde er met het volk na het gouden kalf?
Mozes zag dat het volk ontbloot was: Aäron had het losgelaten, tot schande bij hun vijanden (Exodus 32:25). Hij ging in de poort van het leger staan en riep wie de HEERE toebehoorde, bij hem te komen. Alle zonen van Levi kwamen. In de Naam van de HEERE gaf Mozes hun opdracht met het zwaard door het leger te gaan. Op die dag vielen er van het volk omtrent drieduizend man (Exodus 32:28).
De volgende dag ging Mozes opnieuw naar de HEERE om, misschien, verzoening te doen. Hij beleed de zonde van het volk en bad: "Nu dan, indien Gij hun zonden vergeven zult! doch zo niet, zo delg mij nu uit Uw boek, hetwelk Gij geschreven hebt" (Exodus 32:32). God antwoordde dat Hij zou uitdelgen wie tegen Hem gezondigd had. Mozes moest het volk verder leiden, met Gods Engel voor zich uit. En de HEERE plaagde het volk, omdat zij het kalf gemaakt hadden.
Ging God nog met Israël mee?
De HEERE zou het land geven en een Engel zenden, maar Zelf niet in hun midden optrekken, opdat Hij hen onderweg niet zou verteren (Exodus 33:3). Het volk droeg rouw. Buiten het leger sprak de HEERE met Mozes in de tent der samenkomst, zoals een man met zijn vriend spreekt. Mozes hield aan: als Gods aangezicht niet meeging, moest God hen niet laten optrekken. De HEERE beloofde het. Toen vroeg Mozes: "Toon mij nu Uw heerlijkheid" (Exodus 33:18). Zijn aangezicht kan geen mens zien en leven; daarom zou Hij Mozes in een kloof van de rots met Zijn hand bedekken.
Hoe kreeg Mozes nieuwe stenen tafelen?
Mozes moest twee nieuwe tafelen houwen, en God zou er dezelfde woorden op schrijven. Vroeg in de morgen klom Mozes alleen de Sinaï op. De HEERE daalde neer in een wolk, ging voorbij en riep: "HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid" (Exodus 34:6). Hij vergeeft ongerechtigheid, overtreding en zonde, en houdt de schuldige geenszins onschuldig. Mozes boog zich ter aarde en bad opnieuw om vergeving. God vernieuwde Zijn verbond en herhaalde Zijn geboden, ook dat zij zich geen gegoten goden mochten maken (Exodus 34:17).
Na opnieuw veertig dagen en nachten daalde Mozes af. Het vel van zijn gezicht glinsterde, omdat God met hem gesproken had, en hij wist het zelf niet. Het volk was bang om dichtbij te komen, maar Mozes riep hen en gaf Gods geboden door. Daarna droeg hij een deksel op zijn gezicht, behalve wanneer hij voor de HEERE kwam.
Achtergrond
De geschiedenis speelt bij de berg die Exodus meestal de Sinaï noemt en Deuteronomium meestal Horeb; ook Exodus 33:6 spreekt van "den berg Horeb". Psalm 106:19 zegt: "Zij maakten een kalf bij Horeb". Meer over die berg staat bij de berg Horeb. Israël was daar sinds de derde maand na de uittocht (Exodus 19:1). Het kalf werd gemaakt in de veertig dagen dat Mozes op de berg was; Deuteronomium 9:9-21 vertelt het nog eens vanuit Mozes zelf.
Waarom juist een kalf, een jonge stier? De Bijbel zegt het niet. Uitleggers wijzen erop dat stierbeelden in Egypte en Kanaän bekend waren, zoals de Apisstier in Egypte, en dat Israël zulke beelden gezien kan hebben. Anderen denken dat het kalf bedoeld was als voetstuk of drager van de onzichtbare God. De tekst laat zien dat het volk het beeld met de uittocht verbond en dat Aäron een feest voor de HEERE uitriep. Toch noemt de Schrift het afgoderij: Stefanus spreekt van offerande "tot den afgod" (Handelingen 7:41).
Eeuwen later maakte koning Jerobeam twee gouden kalveren, in Bethel en in Dan, met bijna dezelfde woorden als bij de Sinaï (1 Koningen 12:28-29). Het woord reien in Exodus 32:19 betekent rondedansen. Waarom Mozes het volk het water met het stof liet drinken, zegt de tekst niet. Veel uitleggers zien er een teken in dat de zogenaamde god niets was en dat het volk de gevolgen van zijn zonde zelf moest ondergaan.
Betekenis
In deze hoofdstukken staat God in het midden: Zijn heiligheid, Zijn toorn en Zijn genade. Terwijl het volk een kalf goot, sprak God met Mozes over de tabernakel, de plaats waar Hij Zelf zou wonen: "En zij zullen Mij een heiligdom maken, dat Ik in het midden van hen wone" (Exodus 25:8). Het volk wilde een god die zichtbaar vooropging, en verspeelde bijna de God Die werkelijk met hen meeging. De zonde zat in het eigenmachtig dienen van God. Het tweede gebod verbiedt God af te beelden of anders te dienen dan Hij geboden heeft; zo legt de Heidelbergse Catechismus het uit in zondag 35. Psalm 106:20 zegt dat zij hun Eer veranderden "in de gedaante van een os, die gras eet", en Paulus beschrijft de afgoderij van de volken in bijna dezelfde woorden (Romeinen 1:23).
Gods toorn is hier geen grilligheid. Het volk had kort tevoren beloofd het verbond te houden, en God noemt het een hardnekkig volk. Toch zegt Hij tegen Mozes: "laat Mij toe" (Exodus 32:10), alsof Hij Zijn knecht ruimte geeft om te pleiten. Dat het de HEERE berouwde over het kwaad (Exodus 32:14), betekent niet dat God van gedachten verandert zoals een mens: "God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou" (Numeri 23:19). Gereformeerde uitleggers lezen vers 14 als menselijke taal over God: Hij laat zien dat Hij het gebed van Zijn knecht verhoort.
Mozes staat tussen God en het volk. Psalm 106:23 zegt dat God hen zou verdelgen, "ten ware Mozes, Zijn uitverkorene, in de scheure voor Zijn aangezicht gestaan had". Toch kon Mozes de zonde niet wegnemen. Hij zei "misschien" en bood zijn eigen naam aan, en God nam dat aanbod niet aan. Zo wijst deze geschiedenis vooruit naar een betere Middelaar. Van de Heere Jezus schrijft Johannes: "En Hij is een verzoening voor onze zonden" (1 Johannes 2:2).
Het hoogtepunt ligt in Exodus 34:6-7. Na het gouden kalf maakt God Zijn Naam bekend als barmhartig en genadig, en als de God Die de schuldige niet onschuldig houdt. Die woorden klinken later door in Numeri 14:18, Psalm 103:8 en Jona 4:2. Johannes schrijft dat het Woord vlees werd, "vol van genade en waarheid" (Johannes 1:14), en dat de genade en de waarheid door Jezus Christus geworden is (Johannes 1:17). Paulus ziet in het deksel op het gezicht van Mozes een heerlijkheid die voorbijgaat, tegenover de blijvende heerlijkheid van de Heere (2 Korinthe 3:7-18). Meer over dit hoofdstuk staat in de uitleg bij Exodus 32.
Lessen voor vandaag
God bepaalt hoe Hij gediend wil worden. Het volk wilde een feest voor de HEERE houden, en toch was het afgoderij. Een goede bedoeling maakt een zelfbedachte godsdienst niet goed. God laat Zich kennen in Zijn Woord, en daar wil Hij gezocht worden. Wat dat voor het tweede gebod betekent, leest u bij de tien geboden. Paulus haalt deze geschiedenis aan voor de gemeente: "wordt geen afgodendienaars, gelijkerwijs als sommigen van hen" (1 Korinthe 10:7). Een afgod is vandaag zelden van goud. Ook geld, succes of een eigen beeld van God kan de plaats innemen die alleen de HEERE toekomt.
God was aan het werk terwijl het volk het wachten opgaf. Israël hield het geen veertig dagen vol, en in die tijd gaf God Mozes de regels voor de plaats waar Hij bij hen wilde wonen. Wie lang op een antwoord van God moet wachten, mag weten dat Hij niet stilzit, ook als wij niets zien. Ongeduld zoekt een zichtbare zekerheid; het geloof houdt zich aan Gods belofte.
God gaf Zijn volk een voorspraak. Mozes stond in de bres, en de HEERE verhoorde hem. De Heere Jezus doet meer: Hij "altijd leeft om voor hen te bidden" (Hebreeën 7:25), en Hij is Zelf de verzoening. Wie gezondigd heeft, hoeft geen eigen offer te zoeken om het goed te maken en mag tot God gaan door Hem.
God is barmhartig en heilig tegelijk. Hij vergeeft ongerechtigheid, en Hij neemt zonde ernstig. Daarom mogen wij Hem aanroepen met de Naam die Hij Zelf bij de Sinaï uitriep, en Hem daarin ook vrezen.
Vertellen aan kinderen
Voorlezen duurt ongeveer 6 minuten · geschikt vanaf 8 jaar
Het volk Israël woonde in de woestijn, bij de berg Sinaï. Daar had God hun Zijn tien geboden gegeven. Het eerste gebod was dat ze geen andere goden mochten hebben. Het tweede was dat ze geen beeld mochten maken om ervoor te buigen. Het volk had beloofd dat ze alles zouden doen wat de HEERE gezegd had.
Toen ging Mozes de berg op. Hij bleef daar veertig dagen en veertig nachten bij God. God gaf hem twee stenen tafelen. Daarop stonden Zijn geboden, door God Zelf geschreven.
Beneden bij de berg wachtte het volk. Mozes bleef lang weg. Toen gingen de mensen naar Aäron, de broer van Mozes. Ze zeiden: "Sta op, maak ons goden, die voor ons aangezicht gaan".
Aäron liet hun gouden oorringen bij hem brengen. Van dat goud maakte Aäron een kalf. Een kalf is een jonge stier. Toen riep het volk: "Dit zijn uw goden, Israel! die u uit Egypteland opgevoerd hebben". Maar dat was niet waar. De HEERE had hen uit Egypte gered.
Aäron bouwde een altaar voor het kalf, een plaats om te offeren. Hij riep: "Morgen zal den HEERE een feest zijn". De volgende dag brachten ze offers. Ze aten en dronken, en ze zongen en dansten bij het gouden kalf.
Op de berg zag de HEERE alles. Hij zei tegen Mozes dat hij naar beneden moest gaan. Het volk had zich een gegoten kalf gemaakt en zich ervoor gebogen. De HEERE was heel boos. Hij zei dat Zijn toorn het volk zou verteren. Dan zou het helemaal omkomen.
Maar Mozes bad voor het volk. Hij zei dat het Gods eigen volk was, dat Hij met grote kracht uit Egypte had gehaald. Hij vroeg God te denken aan Zijn belofte aan Abraham, Izak en Jakob. En de HEERE luisterde naar Mozes. Hij verteerde Zijn volk niet.
Mozes ging de berg af met de stenen tafelen in zijn handen. Jozua hoorde het volk juichen en dacht dat er oorlog was. Maar Mozes hoorde dat het zingen was. Toen zag hij het kalf en het volk dat danste. Hij werd heel boos. Hij gooide de tafelen uit zijn handen, en onder aan de berg braken ze. Het volk had zijn belofte aan God al gebroken. Nu lagen ook de tafelen in stukken.
Mozes verbrandde het kalf in het vuur. Hij maalde het fijn tot stof en strooide dat op het water. Het volk moest ervan drinken. Aäron zei tegen Mozes dat het kalf vanzelf uit het vuur gekomen was. Maar hij had het zelf gemaakt.
Toen ging Mozes in de poort van het kamp staan. Hij riep dat ieder die bij de HEERE hoorde, naar hem toe moest komen. De mannen van de stam Levi kwamen. Op bevel van de HEERE gingen zij met het zwaard door het kamp. Die dag stierven er ongeveer drieduizend man. Zo ernstig nam God deze zonde.
De volgende dag ging Mozes weer de berg op. Hij bad of God het volk wilde vergeven. Als dat niet kon, mocht God zijn eigen naam uit Zijn boek wegdoen. God zei dat Hij Zelf de zonde zou straffen van wie gezondigd had. Toen zei de HEERE dat Hij niet meer in het midden van het volk zou meegaan. Het volk werd heel verdrietig.
Maar Mozes bleef bidden. Hij vroeg of God toch Zelf mee wilde gaan. En God beloofde het! Toen vroeg Mozes: "Toon mij nu Uw heerlijkheid". God zei dat geen mens Zijn gezicht kan zien en blijven leven. Daarom zou Hij Mozes in een spleet van een rots met Zijn hand bedekken, terwijl Hij voorbijging.
Mozes moest twee nieuwe stenen tafelen maken. Vroeg in de morgen ging hij ermee de berg op. De HEERE kwam neer in een wolk. Hij ging voorbij en riep Zijn Naam uit: "HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig". Barmhartig betekent: vol medelijden. Genadig betekent: Hij geeft wat wij niet verdiend hebben. God zei ook dat Hij zonde vergeeft, en dat Hij de schuldige niet ongestraft laat. Mozes boog zich diep voor de HEERE. Op de nieuwe tafelen kwamen dezelfde woorden als op de eerste.
Na veertig dagen kwam Mozes weer naar beneden. Zijn gezicht straalde, omdat hij met God gesproken had. Aäron en het volk durfden eerst niet dichtbij te komen. Maar Mozes riep hen en vertelde alles wat de HEERE gezegd had. Het volk was God ontrouw geweest. Maar de HEERE vernieuwde Zijn verbond, de belofte tussen God en Zijn volk, en ging Zelf met hen mee. Zo is God: heilig, en vol genade.
“HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid” (Exodus 34:6)
Tips voor de verteller
- Kinderen vragen vaak waarom er drieduizend mensen moesten sterven. Antwoord eerlijk: het volk had kort na de belofte aan God openlijk een afgod gediend, en God is heilig en neemt zonde ernstig. Laat ook zien dat God het volk als geheel spaarde, omdat Hij het gebed van Mozes verhoorde (Psalm 106:23). Voor kinderen van vier tot zeven kunt u dit deel inkorten tot: God strafte het volk.
- Leg uit wat een afgod is: iets wat mensen zelf maken of bedenken en in de plaats van God zetten. Aäron riep een feest voor de HEERE uit, maar God wilde niet met een beeld gediend worden. Dat is het tweede gebod. Vraagt een kind of een plaatje ook een afgod is, dan kunt u uitleggen dat God Zelf op geen enkele wijze afgebeeld mag worden (Heidelbergse Catechismus, zondag 35), en dat alles wat wij in Gods plaats zetten of vereren een afgod wordt.
- Kinderen vragen soms of Mozes fout was toen hij de tafelen brak. De tekst noemt het geen zonde. Het liet zien dat het volk het verbond al gebroken had. Wijs erop dat God daarna Zelf voor nieuwe tafelen zorgde: Hij begon opnieuw met Zijn volk.
- Lees Exodus 34:5-8 zelf voor uit de Bijbel. Daar roept God Zijn Naam uit. Leg bij de onthoudtekst ook uit: lankmoedig betekent geduldig, weldadigheid betekent goedheid. Voor oudere kinderen kunt u Mozes, die voor het volk bad, vergelijken met de Heere Jezus, Die nu bij de Vader voor Zijn volk bidt (Hebreeën 7:25).
Gespreksvragen voor kinderwerk en club
Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
- NavertellenWaarvan maakte Aäron het kalf?
- NavertellenWat deed Mozes met de stenen tafelen?
- VerwonderenWaarom wilde God toch weer met Zijn volk meegaan?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
- KijkenWat zei het volk tegen Aäron, en wat riepen ze toen het kalf klaar was?
- BetekenisAäron zei dat het feest voor de HEERE was. Waarom was het toch zonde tegen God?
- VerbindingMozes bad voor het volk dat gezondigd had. Wie bidt er volgens Hebreeën 7:25 nu voor Gods volk?
- ToepassingWat kan in jouw leven belangrijker worden dan God, zoals het gouden kalf voor het volk?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
- BijbeltekstLees 1 Korinthe 10:6-11. Waarom haalt Paulus het gouden kalf aan bij de christenen in Korinthe, en wat bedoelt hij als hij zegt dat dit tot voorbeelden gebeurd is?
- Wie is God?In Exodus 34:6-7 noemt God Zich barmhartig en genadig, en Hij houdt de schuldige toch niet onschuldig. Hoe passen die twee bij elkaar, en waar zie je ze allebei in deze geschiedenis?
- Moeilijke vraagOngeveer drieduizend mensen kwamen om, kort nadat God het volk uit Egypte had verlost. Hoe ga jij om met zo’n gedeelte, en welke reden geeft de tekst zelf?
- PersoonlijkHet volk wilde een god die je kon zien. Wanneer vind jij het moeilijk om te vertrouwen op een God Die je niet ziet?
Gebedspunt: Dank de HEERE dat Hij Zich bekendmaakt als barmhartig en genadig, en dat de Heere Jezus voor Zijn volk bidt. Bid dat Hij ons hart bewaart voor afgoden en ons leert Hem te dienen zoals Hij het in Zijn Woord vraagt.
Personen in dit verhaal
Plaatsen in dit verhaal
Lees het in een leesplan
Thema's in dit verhaal
Gerelateerde bijbelverhalen
Veelgestelde vragen over Het gouden kalf
Waar staat het verhaal van het gouden kalf in de Bijbel?
Het verhaal van het gouden kalf staat in Exodus 32. De gevolgen lopen door in Exodus 33 en 34: Mozes pleit voor het volk, vraagt Gods heerlijkheid te zien en krijgt nieuwe stenen tafelen. Het gebeurt terwijl Mozes veertig dagen op de berg Sinaï is (Exodus 24:18). De Bijbel komt er later vaak op terug: Mozes herinnert het volk eraan in Deuteronomium 9, en het wordt genoemd in Psalm 106:19-23, Handelingen 7:39-41 en 1 Korinthe 10:7.
Wat is in het kort het verhaal van het gouden kalf?
Terwijl Mozes veertig dagen bij God op de berg Sinaï was, liet het volk Aäron een gouden kalf maken en hield er een feest bij. God zag die zonde en zei dat Hij het volk zou verteren, maar Hij verhoorde het gebed van Mozes. Mozes brak de stenen tafelen, en omtrent drieduizend man kwamen om. Toch beloofde God Zelf met Zijn volk mee te gaan. Hij liet nieuwe tafelen houwen, vernieuwde Zijn verbond en maakte Zijn Naam bekend als barmhartig en genadig. Dat alles staat in Exodus 32 tot en met 34.
Wat was het gouden kalf?
Een beeld van een jonge stier, gegoten uit de gouden oorsierselen van het volk Israël. Aäron maakte het bij de berg Sinaï, toen het volk vond dat Mozes te lang wegbleef. Het volk riep: "Dit zijn uw goden, Israel! die u uit Egypteland opgevoerd hebben" (Exodus 32:4). Zij brachten er offers bij, aten, dronken en dansten. De Bijbel noemt het een grote zonde: het volk brak het gebod dat zij zich geen beeld mochten maken om zich daarvoor te buigen.
Waarom maakte Aäron het gouden kalf?
Omdat het volk erom vroeg. Toen Mozes lang op de berg bleef, zeiden zij: "maak ons goden, die voor ons aangezicht gaan" (Exodus 32:1). Aäron gaf toe en vroeg om hun goud. Waarom hij niet weigerde, zegt de tekst niet. Later schoof hij de schuld af op het volk en zei dat het kalf uit het vuur gekomen was. Deuteronomium 9:20 zegt dat de HEERE ook zeer op Aäron vertoornd was, en dat Mozes ook voor hem bad.
Was het gouden kalf een andere god dan de HEERE?
Waarschijnlijk wilde het volk er juist de HEERE mee dienen. Aäron riep uit: "Morgen zal den HEERE een feest zijn" (Exodus 32:5), en het volk verbond het kalf met de uittocht uit Egypte. Toch spreekt de Bijbel van goden en van een afgod (Exodus 32:31; Handelingen 7:41). Wie God naar eigen inzicht afbeeldt en vereert, dient een zelfgemaakte god en niet meer de HEERE Die Zich bekendgemaakt heeft. Daarover gaat het tweede gebod (Exodus 20:4-5).
Wat betekent dansen om het gouden kalf?
Dansen om het gouden kalf is een Nederlandse uitdrukking voor jagen op geld en rijkdom. Ze komt uit Exodus 32:19, waar Mozes "het kalf, en de reien zag": de rondedansen van het volk bij het beeld. In de Bijbel gaat het daar om afgoderij, God dienen met een zelfgemaakt beeld. Geld speelt alleen mee omdat het beeld van goud was. Wel kan geld een afgod worden. De Heere Jezus zegt: "gij kunt niet God dienen en den Mammon" (Mattheüs 6:24).
Waarom brak Mozes de stenen tafelen?
Omdat het volk het verbond al gebroken had. Toen Mozes bij het leger kwam en het kalf en de dansen zag, staat er "dat de toorn van Mozes ontstak, en dat hij de tafelen uit zijn handen wierp" (Exodus 32:19). Op de tafelen stonden Gods geboden, het teken van het verbond. Dat Mozes ze brak, liet zien wat Israël gedaan had. De tekst noemt die daad geen zonde. God liet later nieuwe tafelen houwen en schreef er dezelfde woorden op (Exodus 34:1).
Waarom doodden de Levieten drieduizend man?
Zij deden het op bevel dat Mozes gaf met de woorden: "Alzo zegt de HEERE, de God van Israel" (Exodus 32:27). Het volk had kort na de verbondssluiting openlijk een afgod gediend en was ontbloot, dat wil zeggen zonder tucht (Exodus 32:25). Er vielen omtrent drieduizend man (Exodus 32:28). De Bijbel stelt het voor als oordeel over die zonde, niet als willekeur. Tegelijk spaarde God het volk als geheel op het gebed van Mozes. Het blijft een zwaar gedeelte, en de Bijbel verzwijgt het niet.
Veranderde God van gedachten door het gebed van Mozes?
De Bijbel zegt: "Toen berouwde het den HEERE over het kwaad, hetwelk Hij gesproken had Zijn volk te zullen doen" (Exodus 32:14). Elders staat dat God geen mens is, "dat het Hem berouwen zou" (Numeri 23:19), en: "Ik, de HEERE, word niet veranderd" (Maleachi 3:6). Gereformeerde uitleggers lezen Exodus 32:14 daarom als menselijke taal over God. Hij Zelf verandert niet. Wel verhoort Hij het gebed, en met de woorden "laat Mij toe" (Exodus 32:10) gaf Hij Mozes juist ruimte om te pleiten.
Zag Mozes Gods heerlijkheid?
Ten dele. Mozes vroeg: "Toon mij nu Uw heerlijkheid" (Exodus 33:18). God antwoordde: "Mij zal geen mens zien, en leven" (Exodus 33:20). Hij zette Mozes in een kloof van de rots en bedekte hem met Zijn hand. Daarna mocht Mozes Hem nazien, maar Gods aangezicht zag hij niet. Wat Mozes vooral ontving, was Gods Naam: barmhartig en genadig (Exodus 34:6). Johannes schrijft later: "Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard" (Johannes 1:18).
Waarom glansde het gezicht van Mozes?
Omdat hij met God gesproken had. Toen Mozes met de nieuwe tafelen van de Sinaï afdaalde, "wist Mozes niet, dat het vel zijns aangezichts glinsterde" (Exodus 34:29). Aäron en het volk waren bang om dichtbij te komen. Toen hij uitgesproken was, legde Mozes een deksel op zijn gezicht, en hij nam het af als hij voor de HEERE kwam. Paulus gebruikt dit beeld in 2 Korinthe 3: de heerlijkheid van Mozes ging voorbij, en wie zich tot de Heere bekeert, ziet Zijn heerlijkheid zonder deksel.
Hoe vertelt u het verhaal van het gouden kalf aan kinderen?
Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen vanaf ongeveer 8 jaar, met een tekst om te onthouden en tips voor de verteller. Houd God in het midden: Hij gaf Zijn geboden, Hij zag de zonde, Hij hoorde het gebed van Mozes en maakte Zijn Naam bekend als barmhartig en genadig. Vertel het oordeel over de drieduizend man sober, zoals de Bijbel het doet. Voor jongere kinderen kunt u dat deel inkorten en de nadruk leggen op het gebed van Mozes en de nieuwe tafelen.
Stel een vraag over Het gouden kalf
Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Verdiep u verder
Alle bijbelverhalen
Bekijk alle 191 bijbelverhalen met uitleg, in bijbelse volgorde.
Bijbelse Personen
Leer meer over de personen in dit verhaal.
Bijbelse Tijdlijn
Plaats dit verhaal in de bijbelse geschiedenis.
Bijbeluitleg
Lees uitleg bij de bijbelhoofdstukken van dit verhaal.
Bijbel Onderwerpen
Verken de thema's die in dit verhaal aan bod komen.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over bijbelverhalen aan onze AI-assistent.