Ga naar hoofdinhoud
MattheüsMattheüs 19:16-26

De rijke jongeling

Een rijke jongeman vraagt Jezus naar het eeuwige leven

Samenvatting

De rijke jongeling (Mattheüs 19:16-26) gaat over een jongeman die Jezus vraagt wat hij goeds moet doen om het eeuwige leven te hebben. Jezus wijst hem op de geboden en roept hem om alles te verkopen en Hem te volgen. Hij gaat bedroefd weg. Bij mensen is redding onmogelijk, zegt Jezus, maar bij God niet.

Bijbelgedeelte

“En ziet, er kwam een tot Hem, en zeide tot Hem: Goede Meester! wat zal ik goeds doen, opdat ik het eeuwige leven hebbe?”
Mattheüs 19:16 (Statenvertaling)
“Jezus zeide tot hem: Zo gij wilt volmaakt zijn, ga heen, verkoop wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in de hemel; en kom herwaarts, volg Mij.”
Mattheüs 19:21 (Statenvertaling)
“Als nu de jongeling dit woord hoorde, ging hij bedroefd weg; want hij had vele goederen.”
Mattheüs 19:22 (Statenvertaling)
“En Jezus, hen aanziende, zeide tot hen: Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk.”
Mattheüs 19:26 (Statenvertaling)

Het verhaal

De geschiedenis van de rijke jongeling staat in Mattheüs 19:16-26. Jezus is van Galilea vertrokken en over de Jordaan gekomen, in de landpalen van Judea (Mattheüs 19:1). Hij is op weg naar Jeruzalem (Mattheüs 20:17). Vlak daarvoor heeft Hij de kinderen gezegend die bij Hem gebracht werden (Jezus zegent de kinderen).

Wat vroeg de rijke jongeling aan Jezus?

Er kwam iemand naar Jezus toe met een vraag: "Goede Meester! wat zal ik goeds doen, opdat ik het eeuwige leven hebbe"? (Mattheüs 19:16). Jezus antwoordde met een wedervraag: "Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan Een, namelijk God" (Mattheüs 19:17). Daarna wees Hij hem op de geboden. Toen de man vroeg welke, noemde Jezus: niet doden, geen overspel doen, niet stelen, geen valse getuigenis geven, vader en moeder eren, en de naaste liefhebben als zichzelf (Mattheüs 19:18-19).

Waarom ging de rijke jongeling bedroefd weg?

De jongeling zei dat hij dit alles van zijn jonkheid af had onderhouden, en hij vroeg wat hem nog ontbrak (Mattheüs 19:20). Jezus antwoordde: "Zo gij wilt volmaakt zijn, ga heen, verkoop wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in de hemel; en kom herwaarts, volg Mij" (Mattheüs 19:21). Toen de jongeling dat hoorde, ging hij bedroefd weg, "want hij had vele goederen" (Mattheüs 19:22).

Wat betekent een kameel door het oog van een naald?

Daarna zei Jezus tegen Zijn discipelen dat een rijke bezwaarlijk in het Koninkrijk der hemelen zal ingaan. En Hij zei erbij: "Het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke inga in het Koninkrijk Gods" (Mattheüs 19:24). De Statenvertaling schrijft kemel; wij zeggen kameel. Een van de grootste dieren die men in het land kende, en het kleinste gaatje dat men kende: dat gaat niet. In het Nederlands zegt men dat iemand door het oog van de naald kroop als iets maar net goed ging. Jezus zegt meer: het gaat niet.

Wie kan dan zalig worden?

De discipelen werden zeer verslagen en vroegen wie dan zalig kon worden (Mattheüs 19:25). Jezus zag hen aan en zei: "Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk" (Mattheüs 19:26). Daarop vroeg Petrus wat zij zouden ontvangen, die alles verlaten hadden en Jezus gevolgd waren (Mattheüs 19:27). Over de jongeling vertelt de Bijbel na zijn weggaan niets meer.

Achtergrond

Mattheüs, Markus en Lukas vertellen deze ontmoeting alle drie (Markus 10:17-27 en Lukas 18:18-27). Alleen Mattheüs noemt de man een jongeling. Lukas noemt hem een zeker overste en zegt dat hij zeer rijk was (Lukas 18:18 en Lukas 18:23). Markus vertelt dat hij naar Jezus toe liep en voor Hem op de knieën viel, en dat Jezus de man aanzag en liefhad (Markus 10:17 en Markus 10:21). Een naam geeft geen van de drie. De geboden die Jezus noemt, komen uit de tweede tafel van de wet, aangevuld met het gebod van de naastenliefde. Een uitleg van het hele hoofdstuk staat bij Mattheüs 19.

Betekenis

De jongeling vroeg wat hij goeds moest doen. Jezus wees hem eerst naar God: "Niemand is goed dan Een, namelijk God" (Mattheüs 19:17). Goed begint niet bij wat een mens doet, maar bij Wie God is. Daarna wees Jezus op de geboden. De jongeling meende dat hij ze gehouden had. Maar toen Jezus de jongeling riep om alles los te laten en Hem te volgen, bleek zijn bezit hem meer waard dan de Heere. Veel uitleggers zien hier het eerste gebod geraakt: "Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben" (Exodus 20:3). Jezus zei elders: "gij kunt niet God dienen en den Mammon" (Mattheüs 6:24).

Jezus wijst hier geen weg aan om het eeuwige leven te verdienen door alles weg te geven. Het beeld van de kemel zegt juist dat geen mens zichzelf kan redden. Daarom ligt het zwaartepunt bij het laatste woord: bij God zijn alle dingen mogelijk. Wat bij mensen onmogelijk is, doet God. Paulus schrijft: "Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave" (Efeze 2:8).

Lukas laat kort daarna zien hoe God dat bij een andere rijke man deed. In Jericho kwam Jezus bij Zacheüs, en Zacheüs gaf de helft van zijn goederen aan de armen. Jezus zei: "Heden is dezen huize zaligheid geschied" (Lukas 19:9).

Lessen voor vandaag

Het eeuwige leven is geen loon voor wie goed genoeg leeft. De jongeling vroeg wat hij moest doen, en hij ging weg met zijn goederen maar zonder het leven dat hij zocht. Wij hebben God niets aan te bieden. Maar wat bij mensen onmogelijk is, is bij God mogelijk, en wie zalig wil worden, mag het van Hem verwachten.

Wat wij bezitten, kan in ons hart de plaats innemen die alleen God toekomt. Markus geeft de woorden van Jezus zo weer: "Hoe zwaar is het, dat degenen, die op het goed hun betrouwen zetten, in het Koninkrijk Gods ingaan" (Markus 10:24). Daarom spreekt de Bijbel met ernst over rijkdom. De vraag is niet hoeveel wij hebben, maar waar wij ons vertrouwen op stellen.

De Heere Jezus roept ook nu: "kom herwaarts, volg Mij" (Mattheüs 19:21). De Bijbel vraagt niet van iedere gelovige om alles te verkopen; Zacheüs gaf de helft. Maar Christus vraagt wel het hele hart. Wie Hem volgt, heeft een schat in de hemel, en "waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn" (Mattheüs 6:21).

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 4 minuten · geschikt vanaf 6 jaar

De Heere Jezus was op weg naar Jeruzalem. Hij was over de rivier de Jordaan gegaan. Daar had Hij net de kinderen gezegend die bij Hem gebracht werden.

Toen kwam er iemand naar Hem toe. Het was een jonge man. Hij vroeg: "Goede Meester! wat zal ik goeds doen, opdat ik het eeuwige leven hebbe"? Het eeuwige leven is het leven met God, dat nooit ophoudt. De jonge man wilde weten wat hij daarvoor moest doen.

De Heere Jezus vroeg hem waarom hij Hem goed noemde. Hij zei dat alleen God goed is. Daarna zei Jezus dat hij de geboden moest houden. De geboden zijn de woorden die God aan Zijn volk gegeven had, zodat zij wisten hoe ze moesten leven. Jezus noemde er een paar: niet doden en niet stelen, niet liegen over een ander, vader en moeder eren, en de naaste liefhebben als zichzelf.

De jonge man zei dat hij dat allemaal gedaan had, al vanaf dat hij jong was. En hij vroeg: "wat ontbreekt mij nog"? Hij wilde weten wat er nog aan hem ontbrak, wat hij nog meer moest doen.

Toen zei de Heere Jezus dat hij moest gaan en alles verkopen wat hij had. Het geld moest hij aan de arme mensen geven. Dan zou hij een schat hebben in de hemel. Dat is geen goud of geld, maar wat God bewaart en wat nooit verloren gaat. En Jezus zei: "kom herwaarts, volg Mij". Herwaarts betekent: hierheen. Kom bij Mij en ga met Mij mee.

De jonge man hoorde wat Jezus zei. Toen ging hij verdrietig weg. Want hij was rijk. Hij had heel veel bezittingen.

Daarna sprak de Heere Jezus met Zijn discipelen. Hij zei dat het voor een rijke heel moeilijk is om in het Koninkrijk van de hemel te komen. Het Koninkrijk van de hemel is het rijk waar God Koning is. Wie erin komt, hoort voor altijd bij Hem. En Hij zei: "Het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke inga in het Koninkrijk Gods". Een kemel is een kameel, een heel groot dier. Het oog van een naald is het kleine gaatje waar de draad door gaat. Een kameel kan daar nooit doorheen.

De discipelen schrokken daar erg van. Ze vroegen wie er dan wel zalig kon worden. Zalig worden betekent: gered worden van de zonde en voor altijd bij God mogen zijn.

De Heere Jezus keek hen aan. Toen zei Hij: "Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk".

Zo eindigt deze geschiedenis. De Bijbel vertelt niet wat er later met de jonge man gebeurde. Geen mens kan zichzelf zalig maken, niet met goede daden en niet met veel geld. Maar wat mensen niet kunnen, kan God wel.

Om te onthouden
“Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk.” (Mattheüs 19:26)

Tips voor de verteller

  • Kinderen vragen vaak of rijk zijn verkeerd is, of de jonge man niet in de hemel kwam. Zeg eerlijk dat de Bijbel niet vertelt hoe het verder met hem ging. Rijk zijn is geen zonde: ook Abram was zeer rijk (Genesis 13:2). Het ging mis omdat zijn bezit hem liever was dan de Heere Jezus. Niemand komt in de hemel door wat hij doet of weggeeft; God maakt zalig.
  • Leg een paar woorden kort uit: het eeuwige leven, de geboden, een schat in de hemel, het Koninkrijk van de hemel, zalig worden, en dat een kemel een kameel is. U hoort soms dat het oog van de naald een kleine poort in Jeruzalem was. Daarvoor is geen oude bron. Vertel het beeld zoals Jezus het gaf: een kameel kan er niet door. Zo wordt het slot duidelijk: bij God is het wel mogelijk.
  • Voor de jongste kinderen kunt u de lijst van geboden inkorten en de nadruk leggen op de vraag van de jonge man, zijn verdrietige weggaan en het laatste woord van Jezus. Lees daarna Mattheüs 19:21-26 uit de Bijbel zelf voor. U kunt de geschiedenis naast de vorige leggen: de kinderen werden bij Jezus gebracht en gezegend, deze rijke man ging weg.

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenWat vroeg de jonge man aan de Heere Jezus?
  2. NavertellenWaarom ging de jonge man verdrietig weg?
  3. VerwonderenWat kan God doen wat mensen niet kunnen?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenLees Mattheüs 19:18-20. Welke geboden noemde Jezus, en wat zei de jonge man daarover?
  2. BetekenisWaarom vroeg Jezus de jonge man om zijn bezit te verkopen en Hem te volgen?
  3. VerbindingZacheüs was ook rijk. Wat deed hij toen de Heere Jezus bij hem kwam? Lees Lukas 19:8-9.
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees Markus 10:17-22. Markus schrijft dat Jezus de man aanzag en liefhad. Wat zegt dat over de manier waarop Jezus de man riep?
  2. Moeilijke vraagMoet iedere christen volgens deze geschiedenis al zijn bezit verkopen? Lees ook 1 Timotheüs 6:17-19. Wat vraagt God van rijke mensen?
  3. PersoonlijkJezus zei: "Bij de mensen is dat onmogelijk". Wat betekent het voor jou dat je jezelf niet zalig kunt maken, maar dat het bij God mogelijk is?

Gebedspunt: Dank God dat bij Hem mogelijk is wat bij mensen onmogelijk is. Bid dat de Heere Jezus ons hart losmaakt van wat wij bezitten, zodat wij Hem volgen.

Personen in dit verhaal

Plaatsen in dit verhaal

Lees het in een leesplan

Thema's in dit verhaal

Het eeuwige levenRijkdom en bezitDe gebodenJezus volgenBij God is alles mogelijk

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over De rijke jongeling

Waar staat het verhaal van de rijke jongeling in de Bijbel?

De geschiedenis van de rijke jongeling staat in Mattheüs 19:16-26. Markus en Lukas vertellen haar ook, in Markus 10:17-27 en Lukas 18:18-27. Lukas noemt de man een overste. In alle drie de evangeliën volgt de ontmoeting direct op de zegening van de kinderen. Jezus is dan in de landpalen van Judea over de Jordaan (Mattheüs 19:1), op weg naar Jeruzalem (Mattheüs 20:17). Na de ontmoeting vraagt Petrus wat de discipelen zullen ontvangen, die alles verlaten hebben (Mattheüs 19:27).

Wat is de betekenis van het verhaal van de rijke jongeling?

De jongeling wilde weten wat hij goeds moest doen om het eeuwige leven te hebben. Jezus liet hem zien dat zijn bezit hem meer waard was dan God, en de man ging bedroefd weg. Daarna zei Jezus dat redding voor mensen onmogelijk is. Het laatste woord is: "bij God zijn alle dingen mogelijk" (Mattheüs 19:26). Het eeuwige leven is dus geen beloning voor wie goed genoeg leeft, maar een gave van God.

Was het oog van de naald een poort in Jeruzalem?

Nee, daar is geen oude bron voor. Er wordt vaak verteld dat het oog van de naald een kleine poort in de muur van Jeruzalem was, waar een kameel alleen geknield en zonder last door kon. Die uitleg maakt het beeld zachter dan Jezus het bedoelde. Jezus spreekt over een gewone naald, en de discipelen begrepen Hem ook zo: zij werden zeer verslagen en vroegen wie dan zalig kon worden (Mattheüs 19:25). Het antwoord is niet dat het met moeite lukt, maar dat het bij God mogelijk is.

Moest de rijke jongeling alles verkopen om zalig te worden?

Nee, Jezus wees hem geen weg om het eeuwige leven te verdienen. Hij vroeg het aan deze man, bij wie het bezit de plaats van God innam. Direct daarna zei Jezus dat zalig worden bij de mensen onmogelijk is, maar bij God mogelijk (Mattheüs 19:26). De Bijbel vraagt ook niet van iedere gelovige om alles te verkopen. Zacheüs gaf de helft van zijn goederen aan de armen (Lukas 19:8). Paulus schrijft Timotheüs dat hij de rijken moet bevelen hun hoop niet te stellen op de rijkdom, "maar op den levenden God" (1 Timotheüs 6:17).

Waarom wees Jezus de jongeling eerst op God en de geboden?

De jongeling sprak Jezus aan als "Goede Meester" en vroeg wat hij goeds moest doen. Jezus antwoordde: "Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan Een, namelijk God" (Mattheüs 19:17). Daarmee ontkent Jezus niet dat Hij goed is. Hij wijst de man naar God als de maat van alle goedheid. Daarna wees Hij op de geboden. De jongeling meende dat hij ze gehouden had, maar de roeping om alles te verkopen liet zien dat zijn hart aan zijn goederen hing (Mattheüs 19:20-22).

Wat betekent: bij God zijn alle dingen mogelijk?

Jezus zei het als antwoord op de vraag van de discipelen: "Wie kan dan zalig worden"? (Mattheüs 19:25). Het gaat dus over de redding van een mens. Geen mens kan zichzelf zalig maken, ook niet door goede werken of door alles weg te geven. Maar God kan doen wat mensen niet kunnen: Hij maakt een hart los van wat het vasthoudt en trekt het tot Christus. Lukas geeft het zo weer: "De dingen, die onmogelijk zijn bij de mensen, zijn mogelijk bij God" (Lukas 18:27).

Hoe vertelt u het verhaal van de rijke jongeling aan kinderen?

Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen vanaf ongeveer 6 jaar. Volg Mattheüs 19:16-26: de vraag van de jonge man, de geboden, de roeping om alles te verkopen en Jezus te volgen, zijn verdrietige weggaan en het beeld van de kameel en de naald. Laat het slot niet weg, want daar spreekt Jezus over wat God kan doen. Leg uit dat rijk zijn geen zonde is. De gespreksvragen zijn ingedeeld voor 4-7, 8-12 en 12-16 jaar.

Stel een vraag over De rijke jongeling

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Verdiep u verder