Ga naar hoofdinhoud
MattheüsMattheüs 20:1-16

De arbeiders in de wijngaard

Eén penning voor iedereen, van een heer die goed is

Samenvatting

De arbeiders in de wijngaard is de gelijkenis van Jezus over een heer die de hele dag arbeiders huurt en ’s avonds ieder een penning geeft, in Mattheüs 20:1-16. Wie één uur werkte, krijgt evenveel als wie de hele dag werkte. De eersten mopperen, maar de heer doet hun geen onrecht: hij is goed. Jezus vertelt de gelijkenis na de vraag van Petrus wat de discipelen zouden ontvangen.

Bijbelgedeelte

“Want het Koninkrijk der hemelen is gelijk een heer des huizes, die met den morgenstond uitging, om arbeiders te huren in zijn wijngaard.”
Mattheüs 20:1 (Statenvertaling)
“Doch hij, antwoordende, zeide tot een van hen: Vriend! ik doe u geen onrecht; zijt gij niet met mij eens geworden voor een penning?”
Mattheüs 20:13 (Statenvertaling)
“Of is het mij niet geoorloofd, te doen met het mijne, wat ik wil? Of is uw oog boos, omdat ik goed ben?”
Mattheüs 20:15 (Statenvertaling)
“Alzo zullen de laatsten de eersten zijn, en de eersten de laatsten; want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.”
Mattheüs 20:16 (Statenvertaling)

Het verhaal

De gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard staat alleen in het evangelie van Mattheüs, in Mattheüs 20:1-16. Jezus vertelt haar op weg naar Jeruzalem, kort voordat Hij Zijn lijden voor de derde keer aankondigt (Mattheüs 20:17-19).

Waarom vertelde Jezus de gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard?

De aanleiding staat in het hoofdstuk ervoor. Een rijke jongeling vroeg Jezus wat hij goeds moest doen om het eeuwige leven te hebben. Toen Jezus zei dat hij zijn bezit moest verkopen en Hem volgen, ging hij bedroefd weg (Mattheüs 19:16-22). Daarop vroeg Petrus: "Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd, wat zal ons dan geworden"? (Mattheüs 19:27). Jezus beloofde dat ieder die om Zijn Naam iets verlaten heeft, honderdvoud zal ontvangen en het eeuwige leven beërven (Mattheüs 19:29). Maar Hij voegde eraan toe: "Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eersten" (Mattheüs 19:30). De gelijkenis begint met het woord "Want": zij legt die zin uit.

Hoe vaak ging de heer des huizes arbeiders huren?

Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een heer des huizes, een landeigenaar, die vroeg in de morgen uitgaat om arbeiders te huren voor zijn wijngaard. Met de eersten spreekt hij een loon af: "een penning des daags" (Mattheüs 20:2). Rond het derde uur gaat hij weer uit en ziet op de markt anderen ledig staan, dat is: zonder werk. Hij stuurt ook hen naar de wijngaard en belooft: "zo wat recht is, zal ik u geven" (Mattheüs 20:4). Hetzelfde doet hij rond het zesde en het negende uur. Rond het elfde uur, een uur voor de avond, gaat hij nog eens. Hij vraagt de mensen die daar staan: "Wat staat gij hier den gehele dag ledig"? Zij antwoorden: "Omdat ons niemand gehuurd heeft" (Mattheüs 20:6-7). Ook hen stuurt hij naar zijn wijngaard.

Vijf keer gaat de heer zelf naar buiten. Het initiatief ligt steeds bij hem. Alleen met de eersten is een bedrag afgesproken; de anderen gaan op zijn woord.

Waarom kreeg iedere arbeider een penning?

Als het avond is, zegt de heer tegen zijn rentmeester, de beheerder van zijn bezit: "Roep de arbeiders, en geef hun het loon, beginnende van de laatsten tot de eersten" (Mattheüs 20:8). Wie ter elfder ure gehuurd is, ontvangt een penning. De eersten menen dat zij meer zullen ontvangen, maar ook zij krijgen elk een penning. Dan murmureren zij, dat is: zij mopperen tegen de heer. Deze laatsten hebben maar een uur gewerkt, zeggen zij, en u hebt ze gelijk gemaakt aan ons, die "den last des daags en de hitte gedragen hebben" (Mattheüs 20:12).

De heer antwoordt één van hen: "Vriend! ik doe u geen onrecht; zijt gij niet met mij eens geworden voor een penning"? (Mattheüs 20:13). Hij zegt dat de man het zijne moet nemen en heengaan, want hij wil deze laatsten evenveel geven (Mattheüs 20:14). Wat hij hun meer geeft dan zij verdiend hebben, komt uit zijn eigen goedheid: "Of is het mij niet geoorloofd, te doen met het mijne, wat ik wil? Of is uw oog boos, omdat ik goed ben"? (Mattheüs 20:15).

Wat bedoelt Jezus met: de laatsten zullen de eersten zijn?

Jezus besluit: "Alzo zullen de laatsten de eersten zijn, en de eersten de laatsten; want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren" (Mattheüs 20:16). Daarmee keert Hij terug naar Mattheüs 19:30, nu in omgekeerde volgorde. In de gelijkenis worden de laatsten het eerst betaald en krijgen zij hetzelfde als de eersten. De eersten worden het laatst betaald, en juist zij gaan rekenen in plaats van zich te verblijden. Hoe het de mopperaars verder vergaat, vertelt Jezus niet. De gelijkenis eindigt bij de vraag van de heer, en die vraag blijft bij de hoorder liggen.

Achtergrond

De heer huurt dagloners: mannen zonder vaste baan, die per dag werk zochten op de markt, het open plein van een dorp of stad. Jezus zegt niet welk werk zij deden of in welk seizoen dit speelt. Het loon van een dagloner moest dezelfde dag betaald worden: "des dagloners arbeidsloon zal bij u niet vernachten tot aan den morgen" (Leviticus 19:13; vergelijk Deuteronomium 24:15). Daarom betaalt de heer ’s avonds.

De uren werden gerekend vanaf zonsopgang. Het derde uur ligt dan rond negen uur in de morgen, het zesde rond het middaguur, het negende rond drie uur en het elfde rond vijf uur in de middag. Dat zijn benaderingen, omdat de lengte van de dag met het seizoen verschilde. De penning was een Romeinse zilveren munt, de denarie; de tekst zelf maakt er het loon voor één dag van. In het Oude Testament is de wijngaard soms een beeld van Israël (Jesaja 5:7), maar in deze gelijkenis legt Jezus dat verband niet Zelf.

Betekenis

De gelijkenis gaat in de eerste plaats over God. De heer des huizes gaat steeds zelf uit om arbeiders te roepen, van de vroege morgen tot het elfde uur. Niemand komt uit zichzelf in de wijngaard; ieder is er omdat hij geroepen werd. Aan het eind blijkt hoe deze heer is: rechtvaardig, want niemand krijgt minder dan beloofd, en goed, want hij geeft wie het minst deed evenveel als wie het meest deed. Tegen de rijke jongeling had Jezus al gezegd: "Niemand is goed dan Een, namelijk God" (Mattheüs 19:17).

Daarmee beantwoordt Jezus de vraag van Petrus. De discipelen zullen werkelijk ontvangen wat Hij beloofd heeft, maar niet als een loon dat zij bij God tegoed hebben. Paulus maakt hetzelfde onderscheid: "Nu dengene, die werkt, wordt het loon niet toegerekend naar genade, maar naar schuld" (Romeinen 4:4). Het Koninkrijk der hemelen werkt naar genade. De Heidelbergse Catechismus zegt in zondag 24 (vraag en antwoord 63) dat Gods beloning van goede werken niet uit verdienste geschiedt, maar uit genade.

Wie de eersten en de laatsten zijn, laat Jezus open, en uitleggers lezen het verschillend. Sommigen denken aan Israël en de heidenen, anderen aan wie vroeg en wie laat in het leven geroepen wordt. Het verband in Mattheüs 19 en 20 maakt in elk geval duidelijk dat de discipelen zelf worden aangesproken, omdat zij zich voorop zagen staan.

De eersten krijgen hun penning en eindigen toch mopperend. Zij komen niets tekort, maar hun oog is boos. Daarin lijken zij op de oudste zoon in de verloren zoon, die zei: "Zie, ik dien u nu zo vele jaren" (Lukas 15:29). Gods goedheid voor een ander ergert wie gaat rekenen.

Direct na de gelijkenis kondigt Jezus Zijn lijden aan (Mattheüs 20:17-19). Even later zegt Hij dat de Zoon des mensen gekomen is "om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen" (Mattheüs 20:28). Wat God om niet geeft, is door Christus verworven (vergelijk Romeinen 3:24).

Lessen voor vandaag

God is goed, en Hij is vrij om goed te zijn voor wie Hij wil. Dat is een troost voor ieder die laat geroepen wordt, of die weet hoe weinig hij heeft gedaan. Bij God telt niet hoeveel uren iemand heeft gemaakt. Ook wie aan het eind van zijn leven tot de Heere komt, wordt niet als tweederangs ontvangen.

Wie lang in de wijngaard heeft gewerkt, mag zich daarover verblijden, maar hoeft niet te rekenen. Dienen in Gods Koninkrijk geeft geen recht op een hogere opbrengst. Jezus leerde Zijn discipelen te zeggen: "Wij zijn onnutte dienstknechten; want wij hebben maar gedaan, hetgeen wij schuldig waren te doen" (Lukas 17:10). Wie dat beseft, kan zich met de heer verblijden over de laatsten.

Afgunst is een boos oog tegenover Gods goedheid. Het is goed om voor God na te gaan of wij ons ergeren wanneer anderen genade ontvangen, in de gemeente of daarbuiten. De gelijkenis eindigt bij de vraag van de heer, en die vraag geldt ook ons.

De laatste arbeiders zeiden dat niemand hen gehuurd had. Toen de heer hen riep, gingen zij naar de wijngaard. Wie nu Gods roepstem hoort, hoeft niet te denken dat hij te laat is, en mag ook niet wachten: "Ziet, nu is het de welaangename tijd" (2 Korinthe 6:2).

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 5 minuten · geschikt vanaf 6 jaar

Een rijke jongeman was bij de Heere Jezus geweest. Hij wilde het eeuwige leven hebben. Maar Jezus zei dat hij alles moest verkopen wat hij had, en Hem moest volgen. Toen ging de jongeman bedroefd weg, want hij was heel rijk.

Daarna zei Petrus tegen Jezus dat de discipelen wel alles hadden verlaten om Hem te volgen. Hij vroeg wat zij daarvoor zouden krijgen. Jezus beloofde hun dat zij veel meer terug zouden krijgen, en het eeuwige leven. Maar Hij zei ook dat veel eersten de laatsten zouden zijn, en veel laatsten de eersten. Toen vertelde Hij een gelijkenis. Een gelijkenis is een verhaal dat Jezus vertelde om iets duidelijk te maken over God en Zijn Koninkrijk.

Jezus vergeleek het Koninkrijk der hemelen met een heer die een wijngaard had. Een wijngaard is een stuk land met wijnstokken, waaraan druiven groeien. Heel vroeg in de morgen ging de heer op weg om arbeiders te huren. Arbeiders zijn mensen die voor loon werken. Hij sprak met hen af dat ze een penning zouden krijgen. Een penning was een zilveren munt. Het was het loon voor één dag werken. Toen stuurde hij hen naar zijn wijngaard.

Rond negen uur in de morgen ging de heer weer naar buiten. Op de markt zag hij andere mannen staan, die niets te doen hadden. Hij zei dat zij ook naar de wijngaard moesten gaan. Hij beloofde hun te geven wat eerlijk was. En ze gingen. Rond twaalf uur en rond drie uur ’s middags deed hij precies hetzelfde.

Het was al bijna avond. Nog maar één uur, dan was de werkdag voorbij. Toch ging de heer nog een keer naar buiten. Weer stonden er mannen. Hij vroeg: "Wat staat gij hier den gehele dag ledig"? Ledig staan betekent: niets te doen hebben. Zij antwoordden: "Omdat ons niemand gehuurd heeft". Niemand had hun werk gegeven. Toen stuurde de heer ook hen naar zijn wijngaard.

Toen het avond was, moesten de arbeiders hun loon krijgen. De heer zei tegen zijn rentmeester, de man die voor zijn bezit zorgde, dat hij bij de laatsten moest beginnen. De mannen die maar één uur gewerkt hadden, kwamen het eerst. Ieder van hen kreeg een penning. Dat was het loon van een hele dag!

Daarna kwamen de mannen die al vanaf de vroege morgen gewerkt hadden. Zij dachten dat zij meer zouden krijgen. Maar ook zij kregen ieder één penning. Toen begonnen ze te mopperen tegen de heer. Ze zeiden dat die laatsten maar één uur gewerkt hadden. Zij hadden de hele dag gewerkt, in de hitte. En nu kregen ze allemaal hetzelfde.

De heer gaf een van hen antwoord. Hij zei: "Vriend! ik doe u geen onrecht; zijt gij niet met mij eens geworden voor een penning"? Hij bedoelde dat de man precies had gekregen wat zij samen hadden afgesproken. Hij zei dat de man zijn loon moest nemen en weggaan. De heer wilde de laatsten net zoveel geven. Het was toch zijn eigen geld? Daarna vroeg hij: "Of is uw oog boos, omdat ik goed ben"? Daarmee vroeg hij of de man jaloers was, omdat de heer goed was voor de anderen.

Toen zei de Heere Jezus: "Alzo zullen de laatsten de eersten zijn, en de eersten de laatsten".

Zo eindigt de gelijkenis. De laatsten kregen hun loon het eerst, en ze kregen evenveel als de eersten. Niet omdat ze het verdiend hadden, maar omdat de heer goed was. Zo is God: Hij geeft Zijn Koninkrijk niet als loon voor hard werken, maar uit genade. Genade is iets goeds krijgen wat je niet verdiend hebt.

Om te onthouden
“Alzo zullen de laatsten de eersten zijn, en de eersten de laatsten” (Mattheüs 20:16)

Tips voor de verteller

  • De Bijbel vertelt niet welk werk de arbeiders deden, hoe de wijngaard eruitzag of hoe de mannen heetten. Laat ze daarom geen druiven plukken of onderling praten, en maak van de laatsten geen luie mensen: zij zeiden dat niemand hen gehuurd had. Het zwaartepunt ligt bij de heer die steeds weer uitgaat, en bij zijn goedheid.
  • Een kind zal zeggen dat het niet eerlijk is. Neem die vraag serieus. Laat zien dat de eersten precies kregen wat was afgesproken: niemand kreeg te weinig. De laatsten kregen meer dan zij verdienden. Zo is genade. Leg ook de woorden gelijkenis, penning, rentmeester en mopperen kort uit.
  • Vertel voor kinderen van 4-7 jaar alleen de gelijkenis, zonder de rijke jongeman en de vraag van Petrus, en noem geen uren. Zeg gewoon: vroeg in de morgen, later op de dag, en vlak voor de avond. Lees daarna Mattheüs 20:8-15 uit de Bijbel zelf voor.
  • Met oudere kinderen kunt u bespreken dat wie pas laat in zijn leven tot de Heere komt, niet minder ontvangt. Laat het niet klinken alsof er tijd genoeg is om met bekering te wachten. De laatste arbeiders zeiden dat niemand hen gehuurd had, en toen de heer hen riep, gingen zij naar de wijngaard.

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenWat deed de heer steeds opnieuw?
  2. NavertellenWat kreeg iedere arbeider aan het eind van de dag?
  3. VerwonderenDe heer zei dat hij goed was. Waarin lijkt God op hem?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenWanneer werden de laatste arbeiders gehuurd, en waarom hadden zij de hele dag niets gedaan?
  2. BetekenisWaarom gaf de heer aan iedereen een penning? Wat wilde de Heere Jezus daarmee over God laten zien?
  3. VerbindingIn de gelijkenis van de verloren zoon is de oudste broer ook boos. Wat hebben hij en de eerste arbeiders gemeen?
  4. ToepassingWanneer vind jij het moeilijk als een ander iets goeds krijgt? Wat leert deze geschiedenis je dan over God?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees Mattheüs 19:27-30. Welke vraag stelt Petrus, en hoe helpt die vraag om de gelijkenis te begrijpen die er direct op volgt?
  2. Wie is God?De heer zegt: "Of is het mij niet geoorloofd, te doen met het mijne, wat ik wil"? Wat zegt dat over God? Betrek Romeinen 9:15-16 erbij.
  3. Moeilijke vraagIs het eerlijk dat wie één uur werkte evenveel kreeg als wie de hele dag werkte? Wat is in deze gelijkenis het verschil tussen eerlijk en goed?
  4. PersoonlijkHerken jij je eerder in de arbeiders van het eerste uur of in die van het elfde uur? Wat betekent de penning dan voor jou?

Gebedspunt: Dank de Heere dat Hij goed is en uit genade geeft wat niemand verdiend heeft. Bid om een hart dat niet afgunstig is, maar zich verblijdt wanneer God anderen roept en zegent.

Personen in dit verhaal

Lees het in een leesplan

Thema's in dit verhaal

genadeGods goedheidloon en verdiensteafgunstde laatsten en de eersten

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over De arbeiders in de wijngaard

Waar staat het verhaal van de arbeiders in de wijngaard in de Bijbel?

De gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard staat in Mattheüs 20:1-16. Alleen Mattheüs heeft haar opgeschreven. Zij volgt op de ontmoeting met de rijke jongeling en de vraag van Petrus: "wat zal ons dan geworden"? (Mattheüs 19:27). Direct na de gelijkenis kondigt Jezus op weg naar Jeruzalem Zijn lijden aan (Mattheüs 20:17-19). De gelijkenis wordt omsloten door twee bijna gelijke zinnen over eersten en laatsten (Mattheüs 19:30 en Mattheüs 20:16).

Wat betekent de gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard?

De gelijkenis laat zien dat God in Zijn Koninkrijk geeft uit goedheid, niet naar verdienste. De heer doet niemand onrecht: de eersten krijgen wat was afgesproken. Maar hij geeft de laatsten evenveel, omdat hij goed is (Mattheüs 20:15). Jezus vertelt dit aan discipelen die vroegen wat hun trouw zou opleveren. Het antwoord is dat alles wat God geeft, genade is. Wie gaat rekenen en zich met anderen vergelijkt, verliest dat uit het oog.

Was de heer van de wijngaard oneerlijk?

Nee. Hij zegt zelf: "Vriend! ik doe u geen onrecht; zijt gij niet met mij eens geworden voor een penning"? (Mattheüs 20:13). Niemand krijgt minder dan beloofd. Het verschil is dat sommigen meer krijgen dan zij verdienden. Dat is geen onrecht, maar goedheid. De eersten worden niet benadeeld; zij hebben er moeite mee dat anderen worden bevoordeeld. Daarom vraagt de heer of hun oog boos is, omdat hij goed is.

Hoeveel was een penning waard?

De penning in Mattheüs 20:2 is in het Grieks een denarie, een zilveren Romeinse munt. De tekst laat zelf zien wat hij hier waard is: de heer spreekt "een penning des daags" af, het loon voor één dag werken. Het was vermoedelijk een gangbaar dagloon. Wie maar één uur had gewerkt, kreeg dus het loon van een hele dag. Juist daardoor wordt de goedheid van de heer zichtbaar.

Mag een mens met zijn bekering wachten tot het elfde uur?

Nee, dat leert de gelijkenis niet. De laatste arbeiders hadden niet geweigerd te werken. Op de vraag waarom zij de hele dag ledig stonden, zeiden zij: "Omdat ons niemand gehuurd heeft" (Mattheüs 20:7). Toen de heer hen riep, gingen zij naar de wijngaard. De gelijkenis troost wie laat geroepen wordt, maar geeft geen vrijbrief om te wachten. De Bijbel zegt: "Heden, indien gij Zijn stem hoort, zo verhardt uw harten niet" (Hebreeën 3:15).

Gaat de gelijkenis over eerlijk loon voor werknemers?

Niet in de eerste plaats. Jezus begint met: "Want het Koninkrijk der hemelen is gelijk" (Mattheüs 20:1). Het beeld komt uit het gewone werk van dagloners, maar de gelijkenis geeft geen regel voor lonen en arbeidsvoorwaarden. Elders is de Bijbel daar wel duidelijk over: het loon van een dagloner moest dezelfde dag betaald worden (Leviticus 19:13). Hier gaat het over hoe God geeft: niet naar wat mensen verdienen, maar naar Zijn goedheid.

Wat betekent "uw oog boos" in Mattheüs 20:15?

Een boos oog is in de taal van de Bijbel een afgunstig oog, dat een ander het goede misgunt. De uitdrukking staat ook in Deuteronomium 15:9, waar Israël gewaarschuwd wordt dat zijn oog niet boos mag zijn tegen een arme broeder, zodat hij hem niets zou geven. De eerste arbeiders zagen de goedheid van de heer voor de anderen en werden er afgunstig om. De vraag van de heer legt hun hart bloot: het probleem lag niet bij zijn loon, maar bij hun blik.

Wat betekent velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren?

Deze woorden staan aan het eind van Mattheüs 20:16 en opnieuw na de gelijkenis van de bruiloft: "Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren" (Mattheüs 22:14). De roeping gaat breed uit, zoals de heer steeds weer arbeiders riep. Maar niet ieder die geroepen is, deelt in de vreugde. Veel uitleggers horen hier een waarschuwing: ook wie vooraan stond, kan zich aan Gods goedheid ergeren. Wie in het Koninkrijk komt, dankt dat niet aan zichzelf, maar aan Gods verkiezing en genade.

Wie zijn de eersten en de laatsten in de gelijkenis?

Jezus noemt geen namen, en uitleggers lezen het verschillend. Sommigen denken aan Israël, dat het eerst geroepen werd, en aan de heidenen die later kwamen. Anderen denken aan mensen die jong tot geloof komen en mensen die pas laat geroepen worden, zoals de misdadiger aan het kruis (Lukas 23:42-43). Het verband in Mattheüs 19 wijst ook naar de discipelen zelf, die vroegen wat hun trouw zou opleveren. Al deze lezingen komen samen in één punt: wat God geeft, is genade.

Hoe vertelt u de arbeiders in de wijngaard aan kinderen?

Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen vanaf ongeveer 6 jaar. Laat de heer steeds opnieuw naar buiten gaan en zet het uitbetalen ’s avonds in het midden. Kinderen roepen snel dat het niet eerlijk is. Neem die vraag serieus en laat zien dat niemand te weinig kreeg, maar dat sommigen meer kregen dan zij verdienden. Voeg geen druivenoogst of namen toe; de Bijbel geeft ze niet. De gespreksvragen zijn ingedeeld voor 4-7, 8-12 en 12-16 jaar.

Stel een vraag over De arbeiders in de wijngaard

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Verdiep u verder