Ga naar hoofdinhoud
LukasLukas 7:11-17

De jongeling van Naïn

Jezus ziet een rouwende weduwe en roept haar zoon uit de dood

Samenvatting

De jongeling van Naïn is de geschiedenis uit Lukas 7:11-17 waarin de Heere Jezus bij de poort van Naïn een begrafenisstoet tegenkomt. Een weduwe begraaft haar enige zoon. Jezus wordt met ontferming over haar bewogen, raakt de baar aan en roept de jongeling uit de dood. Het volk verheerlijkt God, want Hij heeft Zijn volk bezocht.

Bijbelgedeelte

“En de Heere, haar ziende, werd innerlijk met ontferming over haar bewogen, en zeide tot haar: Ween niet.”
Lukas 7:13 (Statenvertaling)
“En Hij ging toe, en raakte de baar aan; (de dragers nu stonden stil) en Hij zeide: Jongeling, Ik zeg u, sta op!”
Lukas 7:14 (Statenvertaling)
“En de dode zat overeind, en begon te spreken. En Hij gaf hem aan zijn moeder.”
Lukas 7:15 (Statenvertaling)
“En vreze beving hen allen, en zij verheerlijkten God, zeggende: Een groot Profeet is onder ons opgestaan, en God heeft Zijn volk bezocht.”
Lukas 7:16 (Statenvertaling)

Het verhaal

Lukas 7:11-17 vertelt hoe de Heere Jezus bij de stad Naïn een dode jongeman opwekte. Het gebeurde tijdens Zijn werk in Galilea, de dag nadat Hij in Kapernaum de knecht van een hoofdman over honderd had genezen zonder bij de zieke te komen (Lukas 7:1-10). Alleen Lukas beschrijft deze geschiedenis.

Wat zag Jezus bij de poort van Naïn?

Jezus ging naar Naïn, en met Hem gingen veel van Zijn discipelen en een grote schare. Toen Hij bij de poort van de stad kwam, werd er juist een dode naar buiten gedragen. Lukas noemt drie dingen: de dode was "een eniggeboren zoon zijner moeder", zij "was weduwe", en "een grote schare van de stad was met haar" (Lukas 7:12). Haar man was dus al gestorven, en nu verloor zij ook haar enige zoon. Bij de poort kwamen twee scharen elkaar tegen: de ene volgde Jezus, de andere volgde de baar.

Waarom zei Jezus tegen de weduwe van Naïn: Ween niet?

Niemand vroeg Jezus om iets te doen. De vrouw riep Hem niet aan, en er staat niet dat zij Hem kende. Lukas schrijft: "En de Heere, haar ziende, werd innerlijk met ontferming over haar bewogen, en zeide tot haar: Ween niet" (Lukas 7:13). Het woord komt voort uit Zijn eigen ontferming. Wie dit tegen een rouwende moeder zegt zonder iets te kunnen doen, troost niet echt. Jezus zei het omdat Hij ging doen wat niemand anders kon.

Hoe wekte Jezus de jongen van Naïn op?

Jezus ging naar de baar toe en raakte haar aan, en de dragers bleven staan. Toen sprak Hij de dode aan: "Jongeling, Ik zeg u, sta op" (Lukas 7:14). Er staat niet dat Hij eerst bad. Hij sprak met Zijn eigen gezag. "En de dode zat overeind, en begon te spreken" (Lukas 7:15). Daarna gaf Jezus de jongeman aan zijn moeder. Wat hij zei, vertelt Lukas niet.

Wat zeiden de mensen in Naïn na de opwekking?

Vreze beving hen allen, en zij verheerlijkten God met de woorden: "Een groot Profeet is onder ons opgestaan, en God heeft Zijn volk bezocht" (Lukas 7:16). Het nieuws over Jezus ging uit door heel Judea en het omliggende land (Lukas 7:17). Het bereikte ook de discipelen van Johannes de Doper. Johannes zond er twee naar Jezus met de vraag of Hij Degene was Die komen zou, en Jezus antwoordde onder meer dat "de doden opgewekt worden" (Lukas 7:22). Meer over het hele hoofdstuk leest u in de uitleg van Lukas 7.

Achtergrond

Naïn komt in de Bijbel alleen hier voor. Meestal wordt de stad gezocht bij het huidige dorp Nein in het zuiden van Galilea, aan de noordkant van de heuvel die vaak gelijkgesteld wordt met de heuvel More (Richteren 7:1). Aan de andere kant van die heuvel lag dan Sunem, waar de HEERE eeuwen eerder door Elisa de zoon van een vrouw weer levend maakte (2 Koningen 4:8-37). Die ligging is gangbaar, maar niet zeker.

Doden werden buiten de stad begraven; daarom werd de jongeling door de poort uitgedragen. Hij lag op een baar, een draagbaar. Uit vers 15 blijkt dat hij niet in een gesloten kist lag. Wie een dode aanraakte, werd volgens de wet onrein (Numeri 19:11).

Betekenis

In Naïn staat God Zelf in het middelpunt. Lukas noemt Jezus hier "de Heere" (Lukas 7:13); veel uitleggers merken op dat hij Hem in zijn eigen vertelling hier voor het eerst zo noemt. De Heere ziet de weduwe, wordt met ontferming bewogen en handelt zonder dat iemand Hem erom vraagt. Zo is God: Hij is "een Rechter der weduwen" (Psalm 68:6), Die "het recht van den wees en van de weduwe doet" (Deuteronomium 10:18).

De geschiedenis doet denken aan Elia in Sarfath (zie Elia en de raven). Ook daar stierf de zoon van een weduwe, en ook daar staat dat de zoon gegeven werd "aan zijn moeder" (1 Koningen 17:23). Het volk in Naïn zei dan ook: "Een groot Profeet is onder ons opgestaan" (Lukas 7:16). Toch is er een verschil. Elia riep de HEERE aan en strekte zich driemaal over het kind uit (1 Koningen 17:21). Jezus spreekt één woord, en de dode gehoorzaamt. Hier is meer dan een profeet.

De mensen zeiden ook dat God Zijn volk bezocht had. Dat woord klonk al in de lofzang van Zacharias: "want Hij heeft bezocht, en verlossing te weeg gebracht Zijn volke" (Lukas 1:68). In Jezus komt God Zelf naar Zijn volk toe. De opwekking in Naïn laat al zien wat Jezus zegt over de opstanding van de doden: "de ure komt, in dewelke allen, die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen" (Johannes 5:28). De jongeling kwam terug in dit leven. Christus Zelf is opgestaan om niet meer te sterven; Hij is "de Eerstgeborene uit de doden" (Kolossenzen 1:18).

Lessen voor vandaag

De Heere ziet wie rouwt. Niemand bracht de weduwe bij Jezus; Hij zag haar Zelf. Dat mag troosten wie een geliefde heeft verloren. Zijn "Ween niet" is geen verbod op verdriet. Het is een woord dat Hij in Naïn Zelf waarmaakte: Hij kwam erbij en nam de oorzaak van haar tranen weg. Paulus schrijft dat gelovigen niet bedroefd hoeven te zijn "gelijk als de anderen, die geen hoop hebben" (1 Thessalonicenzen 4:13). Zie ook wat de Bijbel zegt over rouw.

Christus heeft macht over de dood. De stoet naar het graf stond stil toen Hij de baar aanraakte, en de dode moest Zijn woord gehoorzamen. Wie Hem kent, mag weten dat de dood niet het laatste woord heeft: "Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven" (Johannes 11:25; zie Lazarus opgewekt). Die belofte vraagt geloof in Hem.

Gods bezoek vraagt om een antwoord. De mensen in Naïn kregen ontzag en verheerlijkten God, en het nieuws ging door het hele land. Wie ziet wat de Heere doet, mag Hem eren en van Hem vertellen.

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 3 minuten · geschikt vanaf 6 jaar

De Heere Jezus was in de stad Kapernaum geweest. Daar had Hij een zieke knecht beter gemaakt, zonder zelf bij hem te komen.

De volgende dag ging Hij op weg naar een andere stad, die Naïn heette. Veel discipelen, Zijn leerlingen, gingen met Hem mee, en ook een grote groep andere mensen.

De stad Naïn had een poort, waardoor je de stad in en uit ging. Toen de Heere Jezus dicht bij de poort kwam, gebeurde er iets. Er kwam een stoet mensen de stad uit. Ze droegen een dode naar buiten, naar het graf.

De dode was een jongeling, een jonge man. Hij lag op een baar, een soort draagbaar. Een paar mannen droegen de baar.

Zijn moeder liep mee. Ze was weduwe. Haar man was al eerder gestorven, en nu was ook haar zoon dood. Hij was haar enige zoon. Veel mensen uit de stad liepen met haar mee. Je kunt je voorstellen hoe verdrietig ze was.

Daar, bij de poort, kwamen de twee groepen elkaar tegen. De ene groep ging met de Heere Jezus mee. De andere groep ging met de dode mee.

Niemand vroeg de Heere Jezus om te helpen. Maar Hij zag de moeder. De Bijbel zegt dat Hij "innerlijk met ontferming over haar bewogen" werd. Dat betekent: Hij had diep van binnen medelijden met haar. Hij zei tegen haar: "Ween niet". Dat betekent: huil niet.

Toen liep de Heere Jezus naar de baar toe. Hij raakte de baar aan. De mannen die de dode droegen, bleven staan.

De Heere Jezus sprak tegen de dode jonge man. Hij zei: "Jongeling, Ik zeg u, sta op". Een dode kan niets horen. Maar als de Heere Jezus spreekt, moet zelfs de dood luisteren.

De jonge man die dood was, ging overeind zitten en begon te praten. Hij leefde weer! De Heere Jezus gaf hem terug aan zijn moeder.

Alle mensen schrokken ervan. Ze kregen groot ontzag voor God, een diepe eerbied voor Hem. Ze gingen Hem loven en prijzen. Ze zeiden: "Een groot Profeet is onder ons opgestaan, en God heeft Zijn volk bezocht". Een profeet is iemand die namens God spreekt. En God had Zijn volk bezocht: Hij was Zelf naar hen toe gekomen.

Het nieuws over de Heere Jezus ging door het hele land. Overal hoorden de mensen wat Hij in Naïn gedaan had.

Zo eindigt deze geschiedenis. De Heere Jezus ziet wie verdriet heeft. En Hij is sterker dan de dood.

Om te onthouden
“Jongeling, Ik zeg u, sta op!” (Lukas 7:14)

Tips voor de verteller

  • Een kind dat kort geleden iemand verloren heeft, kan vragen of de Heere Jezus opa of oma ook weer levend maakt. Zeg eerlijk dat de Bijbel dat niet belooft voor nu. Wat Jezus in Naïn deed, liet zien wie Hij is. Wel belooft Hij dat wie in Hem gelooft zal leven, al is hij ook gestorven (Johannes 11:25). Beloof niet meer dan de tekst zegt.
  • Geef de meeste ruimte aan wat de Heere Jezus ziet, zegt en doet: Hij ziet de moeder, Hij heeft medelijden en Hij spreekt tegen de dode. Leg de woorden weduwe, baar, jongeling en profeet kort uit. Het woord ontferming kunt u uitleggen als diep medelijden dat ook iets doet.
  • Voor kinderen van 4-7 jaar kunt u de brug naar Kapernaum weglaten en beginnen bij de poort van Naïn. Lukas 7:11-17 is kort genoeg om na de vertelling uit de Bijbel zelf voor te lezen.

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenWie werd er uit de stad naar buiten gedragen?
  2. NavertellenWat zei de Heere Jezus tegen de moeder?
  3. VerwonderenWat gebeurde er toen Jezus tegen de dode jonge man sprak?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenNiemand vroeg de Heere Jezus om te helpen. Wat zag Hij, en wat deed Hij toen?
  2. BetekenisDe mensen zeiden dat God Zijn volk bezocht had. Wat bedoelden ze daarmee?
  3. VerbindingDoor Elia gaf de HEERE ook een zoon levend terug aan zijn moeder (1 Koningen 17:17-24). Wat deed Elia, en wat deed Jezus anders?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees Lukas 7:18-23. Johannes vraagt of Jezus Degene is Die komen zou. Hoe helpt wat er in Naïn gebeurde om die vraag te beantwoorden?
  2. Wie is God?Jezus wordt met ontferming bewogen en spreekt daarna met gezag tegen een dode. Wat leer je uit die twee samen over wie God is?
  3. Moeilijke vraagDe jongeling werd weer levend, maar veel mensen bidden om het leven van iemand van wie ze houden en krijgen dat niet. Hoe ga je daarmee om als je deze geschiedenis leest?

Gebedspunt: Dank de Heere Jezus dat Hij de rouwenden ziet en dat Hij machtiger is dan de dood. Bid voor wie in uw omgeving rouwt, om troost en hoop bij Hem.

Personen in dit verhaal

Plaatsen in dit verhaal

Lees het in een leesplan

Thema's in dit verhaal

ontferming van Jezusmacht over de doodtroost in rouwGod bezoekt Zijn volk

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over De jongeling van Naïn

Waar staat het verhaal van de jongeling van Naïn in de Bijbel?

Het verhaal van de jongeling van Naïn staat in Lukas 7:11-17. Alleen Lukas vertelt het. Het volgt direct op de genezing van de knecht van de hoofdman in Kapernaum (Lukas 7:1-10). Daarna komen de vraag van Johannes de Doper en het antwoord van Jezus dat onder meer "de doden opgewekt worden" (Lukas 7:22). Mattheüs, Markus en Johannes noemen Naïn niet.

Wat betekent "God heeft Zijn volk bezocht"?

Met die woorden reageerden de mensen in Naïn op de opwekking: "Een groot Profeet is onder ons opgestaan, en God heeft Zijn volk bezocht" (Lukas 7:16). Bezoeken betekent hier dat God naar Zijn volk omziet en ingrijpt om te helpen. Lukas gebruikt hetzelfde woord in de lofzang van Zacharias over de komst van de Verlosser (Lukas 1:68). De mensen zagen in deze daad dat God Zelf aan het werk was in Jezus.

Vroeg de weduwe van Naïn Jezus om haar zoon op te wekken?

Nee. Lukas vertelt niet dat de moeder iets aan Jezus vroeg, en ook niet dat zij Hem kende. Het initiatief ligt bij Jezus: "En de Heere, haar ziende, werd innerlijk met ontferming over haar bewogen, en zeide tot haar: Ween niet" (Lukas 7:13). Dat maakt deze geschiedenis anders dan die van Jaïrus, die Jezus om hulp smeekte. In Naïn komt de hulp zonder dat iemand erom vraagt.

Waarom raakte Jezus de baar aan?

Lukas zegt niet waarom Jezus de baar aanraakte; hij vertelt alleen dat Hij het deed en dat de dragers bleven staan (Lukas 7:14). Jezus raakte de baar aan waarop de dode lag. Volgens de wet werd wie een dode aanraakte onrein (Numeri 19:11). Veel uitleggers merken op dat Jezus Zich door de nabijheid van de dood niet laat tegenhouden: in plaats van dat de dood Hem onrein maakt, maakt Hij de dode levend. De aanraking hield ook de stoet staande, zodat Hij de jongeling kon aanspreken.

Wat is een korte samenvatting van de jongeling van Naïn?

Bij de poort van de stad Naïn komt de Heere Jezus een begrafenisstoet tegen (Lukas 7:11-17). Een weduwe gaat haar enige zoon begraven. Niemand vraagt Jezus om hulp, maar Hij wordt met ontferming over haar bewogen en zegt: "Ween niet". Hij raakt de baar aan en spreekt de dode aan: "Jongeling, Ik zeg u, sta op". De dode gaat overeind zitten en begint te spreken, en Jezus geeft hem aan zijn moeder. Het volk verheerlijkt God. Net als bij de dochter van Jaïrus en bij Lazarus spreekt Jezus de dode Zelf aan.

Is de jongeling van Naïn opgestaan zoals Jezus opstond?

Nee. De jongeling kwam terug in dit leven. De Bijbel vertelt niet hoe het hem daarna verging, maar er staat niet dat hij nooit meer zou sterven. Bij Christus is dat anders: "Christus, opgewekt zijnde uit de doden, niet meer sterft; de dood heerst niet meer over Hem" (Romeinen 6:9). Daarom wordt het gebeuren in Naïn een opwekking genoemd. Het wijst vooruit naar de opstanding van Christus en naar de opstanding van de doden.

Hoe vertelt u het verhaal van de jongeling van Naïn aan kinderen?

Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen vanaf ongeveer 6 jaar. Geef de meeste ruimte aan wat de Heere Jezus ziet, zegt en doet: Hij ziet de moeder, heeft medelijden, raakt de baar aan en roept de jongeling uit de dood. Beloof een kind dat rouwt niet meer dan de tekst zegt. De gespreksvragen zijn ingedeeld voor 4-7, 8-12 en 12-16 jaar.

Stel een vraag over De jongeling van Naïn

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Verdiep u verder