Ga naar hoofdinhoud
Markus, LukasMarkus 2:1-12; Lukas 5:17-26

De verlamde door het dak

Jezus vergeeft een verlamde man zijn zonden en geneest hem

Samenvatting

De verlamde door het dak is de geschiedenis uit Markus 2:1-12 en Lukas 5:17-26 van een verlamde man die door vier mannen naar Jezus in Kapernaüm wordt gedragen. Omdat het huis vol is, maken zij het dak open en laten hem voor Jezus neer. Jezus ziet hun geloof en vergeeft de man eerst zijn zonden. Tegenover de schriftgeleerden toont Hij Zijn macht om zonden te vergeven: de man staat op en gaat naar huis.

Bijbelgedeelte

“En niet kunnende tot Hem genaken, overmits de schare, ontdekten zij het dak, waar Hij was; en dat opgebroken hebbende, lieten zij het beddeken neder, daar de geraakte op lag.”
Markus 2:4 (Statenvertaling)
“En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon, uw zonden zijn u vergeven.”
Markus 2:5 (Statenvertaling)
“Wat spreekt Deze aldus gods lasteringen? Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God?”
Markus 2:7 (Statenvertaling)
“Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven”
Markus 2:10 (Statenvertaling)
“Ik zeg u: Sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis.”
Markus 2:11 (Statenvertaling)
“En terstond stond hij op, en het beddeken opgenomen hebbende, ging hij uit in aller tegenwoordigheid; zodat zij zich allen ontzetten en verheerlijkten God, zeggende: Wij hebben nooit zulks gezien!”
Markus 2:12 (Statenvertaling)

Het verhaal

Markus 2:1-12 en Lukas 5:17-26 vertellen hoe de Heere Jezus in Kapernaüm een verlamde man eerst zijn zonden vergaf en hem daarna liet opstaan. Mattheüs vertelt dezelfde geschiedenis korter (Mattheüs 9:1-8). Het gebeurde in het begin van Jezus’ werk in Galilea. Lukas plaatst het kort na de wonderbare visvangst, waarbij Simon geroepen werd (Lukas 5:1-11; zie de uitleg bij Lukas 5), en na de reiniging van een melaatse (Lukas 5:12-16). Het gerucht van Jezus ging overal rond, en grote scharen kwamen om Hem te horen en door Hem genezen te worden (Lukas 5:15).

Hoe kwam de verlamde door het dak bij Jezus?

Na enige dagen kwam Jezus weer in Kapernaüm, en het werd bekend dat Hij in huis was. Er kwamen zoveel mensen dat zelfs de plaatsen bij de deur hen niet meer konden bevatten. Jezus sprak het woord tot hen (Markus 2:1-2). Lukas noemt wie er zaten: Farizeeën en leraars der wet uit alle vlekken van Galilea, uit Judea en uit Jeruzalem. Hij voegt eraan toe dat de kracht des Heeren er was om hen te genezen (Lukas 5:17).

Toen kwamen er enkelen bij Jezus met een geraakte, dat is een verlamde. Hij werd door vier mannen gedragen (Markus 2:3). Hij lag op een bed, en de dragers wilden hem binnenbrengen en voor Jezus neerleggen (Lukas 5:18). Door de schare kwamen zij er niet bij. Daarom klommen zij op het dak, maakten het open boven de plek waar Jezus was en lieten het bed met de verlamde naar beneden zakken, midden in het huis, voor Jezus (Markus 2:4; Lukas 5:19). Lukas zegt dat zij hem door de tichelen neerlieten. Wie de dragers waren, zeggen de evangeliën niet.

Wat zei Jezus tegen de verlamde man?

Jezus zag hun geloof. Het werd zichtbaar in wat zij deden: een volle deur hield hen niet tegen. Toen sprak Hij tot de verlamde man: "Zoon, uw zonden zijn u vergeven" (Markus 2:5). Bij Lukas luidt de aanspreking Mens, en volgens Mattheüs zei Jezus er ook bij dat de man welgemoed moest zijn (Mattheüs 9:2). Iedereen in het huis kon zien dat de man verlamd was. Toch sprak Jezus eerst over zijn zonden en nog niet over zijn verlamming. De tekst zegt niet dat deze verlamming het gevolg was van een bepaalde zonde. Wel laat zij zien wat Jezus als eerste gaf.

Wat dachten de schriftgeleerden in hun hart?

Er zaten ook schriftgeleerden, kenners en uitleggers van de wet. Zij overdachten in hun hart dat Jezus godslastering sprak, en zij vroegen zich af: "Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God"? (Markus 2:7). Lasteren is God oneer aandoen, en wie als mens voor zich opeist wat alleen God toekomt, lastert Hem. Op het lasteren van de Naam des HEEREN stond in de wet de doodstraf (Leviticus 24:16). Jezus wist meteen in Zijn geest wat zij dachten, en Hij vroeg hun waarom zij deze dingen in hun hart overdachten (Markus 2:8).

Hoe liet Jezus zien dat Hij macht heeft om zonden te vergeven?

Jezus legde hun een vraag voor. Wat is lichter: tegen de verlamde zeggen dat zijn zonden vergeven zijn, of zeggen dat hij moet opstaan, zijn bed opnemen en wandelen (Markus 2:9)? Het eerste kan niemand met eigen ogen controleren. Of een verlamde opstaat, kan ieder zien. Daarom zei Jezus: "Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven" (Markus 2:10). Toen wendde Hij Zich tot de geraakte: "Ik zeg u: Sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis" (Markus 2:11). De genezing die iedereen zag, getuigde van de vergeving die niemand kon zien.

Hoe reageerden de mensen op de genezing van de verlamde?

De man stond terstond op, nam het bed waarop hij gelegen had en ging naar buiten, voor ieders ogen. Lukas voegt eraan toe dat hij naar zijn huis ging en God verheerlijkte (Lukas 5:25). Allen waren ontzet. Zij verheerlijkten God en zeiden: "Wij hebben nooit zulks gezien" (Markus 2:12). Lukas schrijft dat zij vervuld werden met vreze en zeiden dat zij heden ongelofelijke dingen gezien hadden (Lukas 5:26). Volgens Mattheüs verheerlijkten de scharen God, omdat Hij zulke macht aan mensen gegeven had (Mattheüs 9:8).

Kort daarna riep Jezus de tollenaar Levi, die in het evangelie naar Mattheüs Mattheüs heet (Mattheüs 9:9), en at Hij met tollenaren en zondaren. Toen de schriftgeleerden en Farizeeën daar aanstoot aan namen, zei Hij dat Hij niet gekomen was om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars tot bekering (Markus 2:17). Zo staan de vergeving van een verlamde man en de roeping van een tollenaar in alle drie de evangeliën naast elkaar.

Achtergrond

Kapernaüm lag aan de noordwestkant van het meer van Galilea. Na Nazareth ging Jezus daar wonen (Mattheüs 4:13), en Mattheüs noemt Kapernaüm daarom Zijn stad (Mattheüs 9:1). In welk huis deze geschiedenis speelde, zegt de tekst niet. Markus schrijft alleen dat het gehoord werd "dat Hij in huis was" (Markus 2:1). Kort tevoren was Jezus in Kapernaüm in het huis van Simon en Andreas geweest (Markus 1:29). Veel uitleggers denken daarom aan dat huis, maar zeker is het niet.

Huizen in Galilea hadden in die tijd meestal een plat dak, dat over een trap of ladder te bereiken was. Zo’n dak bestond waarschijnlijk uit balken met daarop takken en een laag aangestampte leem. Markus zegt dat de dragers het dak openbraken (Markus 2:4). Lukas spreekt van tichelen, dat zijn dakpannen (Lukas 5:19). Sommige uitleggers denken dat dit huis een pannendak had, anderen dat Lukas woorden koos die zijn lezers buiten Israël kenden. Voor de geschiedenis maakt het weinig uit: er werd een opening in het dak gemaakt, boven de plek waar Jezus was.

Een geraakte is in de Statenvertaling een verlamde. Het beddeken was een draagbaar ligbed of matras, licht genoeg om door de genezen man te worden opgenomen. De schriftgeleerden waren de kenners en leraars van de wet van Mozes. Dat Lukas Farizeeën en leraars der wet uit Galilea, Judea en Jeruzalem noemt (Lukas 5:17), laat zien dat het werk van Jezus al vroeg de aandacht van de leiders trok.

Betekenis

In Markus 2 draait alles om de vraag van de schriftgeleerden wie de zonden kan vergeven. Hun antwoord, God alleen, was juist. De HEERE zegt van Zichzelf: "Ik, Ik ben het, Die uw overtredingen uitdelg, om Mijnentwil" (Jesaja 43:25). Juist daarom weegt deze geschiedenis zo zwaar. Jezus spreekt de vergeving uit zonder offer en zonder priester, op eigen gezag, en Hij laat zien dat Hij dat recht heeft. Wat volgens de schriftgeleerden alleen God toekomt, doet Hij. Zo openbaart Hij Wie Hij is.

David looft de HEERE, "Die al uw ongerechtigheid vergeeft, die al uw krankheden geneest" (Psalm 103:3). In Kapernaüm doet Jezus allebei, na elkaar en in die volgorde. De genezing is een teken. Toen Johannes de Doper liet vragen of Hij Degene was Die komen zou, wees Jezus op wat er gebeurde: "de kreupelen wandelen" (Mattheüs 11:5). Jesaja had gezegd dat de kreupele zou springen als een hert (Jesaja 35:6). Het teken wijst naar de gave die eronder ligt: de vergeving van zonden.

Jezus noemt Zichzelf hier de Zoon des mensen, de naam die Hij in de evangeliën het meest voor Zichzelf gebruikt. Voor de hogepriester verbindt Hij die naam met het gezicht van Daniël, waarin Een "als eens mensen zoon" bij de Oude van dagen komt en heerschappij ontvangt (Daniël 7:13-14; Markus 14:62). In Kapernaüm wordt Jezus in het evangelie naar Markus voor het eerst van godslastering beschuldigd. Aan het eind van dat evangelie veroordeelt de Raad Hem om diezelfde beschuldiging ter dood (Markus 14:64). De vergeving die Hij in Kapernaüm uitspreekt, heeft Hij aan het kruis verworven. In Hem hebben wij, schrijft Paulus, "de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden" (Efeze 1:7).

Over de vraag wiens geloof Jezus zag, verschillen uitleggers. Veel uitleggers denken aan de dragers en de verlamde samen, anderen alleen aan de dragers. De tekst zegt niet dat hun geloof de vergeving verdiende. Het bracht de man bij Jezus, en Jezus gaf wat alleen Hij kan geven. Ook over het verband tussen ziekte en zonde zegt deze geschiedenis niet meer dan dat Jezus met de zonde begint. Bij de blindgeborene wijst Hij de gedachte af dat een kwaal altijd een bepaalde zonde straft (Johannes 9:3). Bij het bad van Bethesda waarschuwt Hij een genezen man wel: "zondig niet meer, opdat u niet wat ergers geschiede" (Johannes 5:14; zie de uitleg bij Johannes 5).

Lessen voor vandaag

De Zoon des mensen heeft macht om op de aarde zonden te vergeven. Dat is de kern van deze geschiedenis, en het raakt ook onze diepste nood. De verlamde ontving eerst wat niemand aan hem kon zien. Vergeving is een gave van God en geen loon: "Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve" (1 Johannes 1:9).

Jezus zag hun geloof. De dragers konden de man niet genezen en zijn zonden niet vergeven, maar zij konden hem bij Jezus brengen, en een volle deur hield hen niet tegen. Dat mogen wij ook doen: mensen om wie wij geven in het gebed en met het Woord bij de Heere Jezus brengen. Wat daarna gebeurt, is Zijn werk.

Het woord van Jezus doet wat het zegt. Hij zei tegen de verlamde dat hij moest opstaan, en de man stond terstond op. Hetzelfde woord dat de zonden vergaf, maakte hem gezond. Wie dat woord vandaag in de Schrift hoort, mag erop vertrouwen dat het niet leeg is.

De geschiedenis eindigt met lof. De genezen man ging naar huis en verheerlijkte God, en de omstanders verheerlijkten God met hem. Waar de Heere Jezus vergeeft en geneest, krijgt God de eer. De mensen in het huis zeiden: "Wij hebben nooit zulks gezien" (Markus 2:12).

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 5 minuten · geschikt vanaf 6 jaar

De Heere Jezus was weer in Kapernaüm. Dat was een stad aan het meer van Galilea. Al snel hoorden de mensen dat Hij in een huis was. Ze kwamen naar Hem toe, en het huis liep vol. Zelfs bij de deur was geen plekje meer over. En Jezus sprak tot hen het woord van God.

In het huis zaten ook schriftgeleerden. Schriftgeleerden waren mannen die de wet van God goed kenden en aan anderen uitlegden. Sommigen waren van ver gekomen, zelfs uit Jeruzalem. De Bijbel zegt dat de kracht van de Heere er was om mensen te genezen.

Toen kwamen er mensen die een verlamde man bij zich hadden. Verlamd betekent dat je een deel van je lichaam niet meer kunt bewegen. Deze man kon niet lopen. Hij lag op een bed, en vier mannen droegen hem. Ze wilden hem binnenbrengen en voor Jezus neerleggen. Maar dat lukte niet. Er stonden te veel mensen. Ze konden niet eens bij de deur komen.

Toen klommen ze op het dak. De huizen in dat land hadden een plat dak. Precies boven de plek waar Jezus was, maakten ze het dak open. Ze haalden de dakpannen weg, zodat er een gat kwam. Daarna lieten ze het bed met de verlamde man naar beneden zakken. Midden in het huis kwam hij neer, recht voor Jezus. Je kunt je voorstellen hoe iedereen in het huis omhoog keek.

Jezus zag hun geloof. Ze vertrouwden erop dat Hij kon helpen. Toen zei Jezus tegen de verlamde man: "Zoon, uw zonden zijn u vergeven". Zonden zijn de dingen die we verkeerd doen tegen God en tegen andere mensen. Vergeven betekent dat God de zonden wegdoet. Hij rekent ze ons niet meer aan.

De man lag nog steeds op zijn bed. Hij kon nog steeds niet lopen. Jezus begon niet bij zijn benen. Hij begon bij zijn zonden.

Maar de schriftgeleerden dachten in hun hart dat Jezus God lasterde. Lasteren is God oneer aandoen. Ze dachten: "Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God"? Daarin hadden ze gelijk. Alleen God kan zonden vergeven. Jezus had die macht, en dat ging Hij nu laten zien.

Jezus wist wat ze dachten. Niemand had het Hem verteld. Hij vroeg hun waarom ze zulke dingen dachten in hun hart. Toen vroeg Hij wat makkelijker was om tegen de verlamde man te zeggen. Zeggen dat zijn zonden vergeven zijn? Of zeggen dat hij moet opstaan en lopen? Vergeving kun je niet zien. Maar of een verlamde man opstaat, kan iedereen zien.

Toen zei Jezus: "Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven". Met de Zoon des mensen bedoelde Jezus Zichzelf. Daarna zei Hij tegen de verlamde man: "Sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis". Een beddeken is een klein bed dat je kunt dragen.

En meteen stond de man op. Hij nam zijn bed op en liep naar buiten, terwijl iedereen het zag. Hij ging naar huis en eerde God. Hij loofde Hem voor wat Hij gedaan had.

Alle mensen in het huis waren vol verbazing. Ze schrokken er zelfs van. Ze eerden God en zeiden: "Wij hebben nooit zulks gezien". Dat betekent dat ze zoiets nog nooit gezien hadden.

Zo eindigt deze geschiedenis. De man die verlamd was, kon nu lopen. Maar eerst had Jezus zijn zonden vergeven. De Heere Jezus is de Zoon des mensen. Hij heeft macht om zonden te vergeven, en die macht heeft Hij nog steeds.

Om te onthouden
“Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven” (Markus 2:10)

Tips voor de verteller

  • In kinderbijbels heten de dragers vaak de vier vrienden, maar de Bijbel zegt niet wie ze waren. Markus noemt alleen dat de man door vier gedragen werd. Vertel daarom van vier mannen, zonder namen en zonder touwen of andere dingen die de tekst niet noemt. Laat het dak de weg naar Jezus zijn, niet het hoogtepunt van de geschiedenis.
  • Een kind kan vragen of de man verlamd was omdat hij gezondigd had. Zeg eerlijk dat de Bijbel dat hier niet zegt. Bij de blindgeborene zei Jezus dat niet hij en niet zijn ouders gezondigd hadden (Johannes 9:3). Jezus begon bij de zonden, omdat ieder mens vergeving nodig heeft, ook als hij gezond is.
  • Leg de woorden geraakte (verlamd), beddeken (draagbed), schriftgeleerden, lasteren en de Zoon des mensen kort uit. Voor kinderen van 4-7 jaar kunt u het gesprek met de schriftgeleerden kort houden: zij dachten dat alleen God zonden mag vergeven, en Jezus liet zien dat Hij die macht heeft.
  • Markus 2:1-12 is kort genoeg om na de vertelling uit de Bijbel zelf voor te lezen. Wijs er bij oudere kinderen op dat Lukas en Mattheüs dezelfde geschiedenis vertellen, en dat alle drie eindigen met mensen die God verheerlijken.

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenHoe kwam de verlamde man bij Jezus?
  2. NavertellenWat zei Jezus eerst tegen de verlamde man?
  3. VerwonderenWat vind jij het mooiste dat Jezus in deze geschiedenis doet?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenWaarom konden de vier mannen niet door de deur naar binnen, en wat deden ze toen?
  2. BetekenisWaarom vergaf Jezus eerst de zonden van de man, en zei Hij pas daarna dat hij moest opstaan?
  3. VerbindingJezus zei ook bij het bad van Bethesda: "Sta op, neem uw beddeken op, en wandel" (Johannes 5:8). Wat is hetzelfde, en wat is anders?
  4. ToepassingDe vier mannen brachten de verlamde man bij Jezus. Voor wie zou jij tot de Heere Jezus willen bidden?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees Psalm 103:1-4. David looft de HEERE omdat Hij vergeeft en geneest. Hoe laat Jezus in Kapernaüm zien dat Hij doet wat deze psalm van de HEERE zegt?
  2. Wie is God?De schriftgeleerden dachten: "Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God"? Ze hadden gelijk. Wat zegt dat over Wie Jezus is?
  3. Moeilijke vraagJezus had de macht om iedere zieke te genezen. Waarom geneest Hij dan niet iedereen die ziek of verlamd is?
  4. PersoonlijkJezus begon bij de vergeving van zonden. Wat betekent het voor jou dat de Zoon des mensen ook nu macht heeft om zonden te vergeven?

Gebedspunt: Dank de Heere Jezus dat Hij macht heeft om zonden te vergeven, toen in Kapernaüm en ook nu. Bid voor mensen die ziek zijn of Hem nog niet kennen, dat zij bij Hem gebracht worden.

Personen in dit verhaal

Plaatsen in dit verhaal

Lees het in een leesplan

Thema's in dit verhaal

vergeving van zondengeloof dat Jezus zietde macht van de Zoon des mensengenezingGod verheerlijken

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over De verlamde door het dak

Waar staat het verhaal van de verlamde door het dak in de Bijbel?

Het verhaal van de verlamde die door het dak bij Jezus werd neergelaten, staat in Markus 2:1-12 en Lukas 5:17-26. Mattheüs vertelt dezelfde geschiedenis korter in Mattheüs 9:1-8, zonder het dak te noemen. Het speelt in Kapernaüm, in het begin van Jezus’ werk in Galilea. In alle drie de evangeliën volgt kort daarna de roeping van de tollenaar Levi, die bij Mattheüs Mattheüs heet (Markus 2:13-17; Lukas 5:27-32; Mattheüs 9:9-13).

Waarom lieten de mannen de verlamde door het dak zakken?

Omdat zij door de schare niet bij Jezus konden komen. Het huis zat zo vol dat zelfs bij de deur geen plaats meer was (Markus 2:2). Markus schrijft: "En niet kunnende tot Hem genaken, overmits de schare, ontdekten zij het dak, waar Hij was" (Markus 2:4). Ontdekken betekent hier: het dak openmaken. Lukas zegt dat zij op het dak klommen en hem door de tichelen neerlieten, midden in het huis, voor Jezus (Lukas 5:19).

Waren het vier vrienden die de verlamde man droegen?

De Bijbel noemt hen geen vrienden. Markus zegt dat er enkelen kwamen met een geraakte, "die van vier gedragen werd" (Markus 2:3). Lukas spreekt van enige mannen (Lukas 5:18). Of het vrienden, familieleden of buren waren, staat er niet. De uitdrukking vier vrienden komt uit de vertelpraktijk en uit kinderbijbels. Dat het er vier waren en dat Jezus hun geloof zag, staat wel in de tekst (Markus 2:5). Namen van de dragers of touwen worden niet genoemd.

Waarom vergaf Jezus eerst de zonden van de verlamde?

De tekst geeft geen uitgeschreven reden, maar de geschiedenis laat zien waar het om gaat. Jezus zei: "Zoon, uw zonden zijn u vergeven" (Markus 2:5), voordat Hij over de verlamming sprak. Daarna maakte Hij de genezing tot bewijs: de man moest opstaan, "opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven" (Markus 2:10). De vergeving is de hoofdzaak en de genezing het zichtbare teken ervan. Psalm 103:3 noemt die twee ook samen.

Was de verlamde man ziek door zijn zonden?

Dat zegt de tekst niet. Jezus vergeeft de man zijn zonden, maar verbindt zijn verlamming niet met een bepaalde zonde. Over de blindgeborene zei Jezus zelfs: "Noch deze heeft gezondigd, noch zijn ouders" (Johannes 9:3). Wel waarschuwde Hij de genezen man bij het bad van Bethesda: "zondig niet meer, opdat u niet wat ergers geschiede" (Johannes 5:14). De Bijbel leert dat door de zonde de dood in de wereld kwam (Romeinen 5:12), maar niet dat elke kwaal de straf is voor een eigen zonde.

Wiens geloof zag Jezus bij de verlamde?

Markus en Lukas zeggen dat Jezus hun geloof zag (Markus 2:5; Lukas 5:20). Over wie dat zijn, verschillen uitleggers. Veel uitleggers denken aan de dragers en de verlamde samen, anderen alleen aan de dragers. Het geloof werd zichtbaar in wat zij deden: een volle deur hield hen niet tegen, en zij maakten het dak open. De tekst zegt niet dat hun geloof de vergeving verdiende. Jezus gaf de vergeving op Zijn eigen gezag.

Waarom zeiden de schriftgeleerden dat Jezus God lasterde?

Omdat Jezus zonden vergaf, en dat is het recht van God alleen. Zij overdachten in hun hart: "Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God"? (Markus 2:7). Die gedachte was juist; de HEERE zegt van Zichzelf dat Hij de overtredingen uitdelgt (Jesaja 43:25). Hun conclusie was fout, omdat zij niet erkenden Wie er voor hen stond. Op het lasteren van Gods Naam stond in de wet de dood (Leviticus 24:16). Later veroordeelde de Raad Jezus om dezelfde beschuldiging (Markus 14:64).

Wat bedoelt Jezus met "Wat is lichter" in Markus 2:9?

Jezus vroeg wat lichter was: tegen de verlamde zeggen dat zijn zonden vergeven zijn, of zeggen dat hij moet opstaan en wandelen (Markus 2:9). Uitspreken dat iemands zonden vergeven zijn, kan niemand met eigen ogen controleren. Zeggen dat een verlamde moet opstaan, wordt meteen zichtbaar. Daarom deed Jezus het tweede om het eerste te bewijzen. Zo moesten de schriftgeleerden weten "dat de Zoon des mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven" (Markus 2:10). Het vergeven zelf is het grootste, want alleen God kan het.

Wat betekent de Zoon des mensen in Markus 2:10?

Met de Zoon des mensen bedoelt Jezus Zichzelf. Het is de naam die Hij in de evangeliën het meest voor Zichzelf gebruikt. Veel uitleggers verbinden die naam met Daniël 7:13-14, waar Een "als eens mensen zoon" bij de Oude van dagen komt en heerschappij ontvangt. Jezus legt die verbinding Zelf voor de hogepriester (Markus 14:62). In Markus 2:10 zegt Hij dat de Zoon des mensen macht heeft om zonden te vergeven, en Hij zegt erbij dat Hij die macht op de aarde heeft.

In wiens huis werd de verlamde door het dak neergelaten?

Dat staat er niet. Markus zegt alleen dat Jezus weer in Kapernaüm kwam en dat het bekend werd dat Hij in huis was (Markus 2:1). Kort tevoren was Hij in Kapernaüm in het huis van Simon en Andreas, waar Hij de schoonmoeder van Simon genas (Markus 1:29-31). Daarom denken veel uitleggers aan het huis van Petrus. Anderen denken aan een huis waar Jezus Zelf woonde, omdat Hij volgens Mattheüs 4:13 in Kapernaüm was komen wonen. Zeker is geen van beide.

Wat is een geraakte in de Bijbel?

Een geraakte is in de Statenvertaling iemand die verlamd is: hij kan een deel van zijn lichaam niet meer bewegen. De verlamde in Kapernaüm kon niet lopen en werd op een bed gedragen (Markus 2:3; Lukas 5:18). Het woord komt vaker voor, bijvoorbeeld bij Eneas, die acht jaar te bed lag. Petrus zei tegen Eneas dat Jezus Christus de verlamde gezond maakte, en hij stond terstond op (Handelingen 9:33-34).

Hoe vertelt u het verhaal van de verlamde door het dak aan kinderen?

Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen vanaf ongeveer 6 jaar. Geef de meeste ruimte aan wat Jezus zegt en doet: Hij vergeeft de man eerst zijn zonden en laat hem daarna opstaan, zodat iedereen ziet dat Hij macht heeft om zonden te vergeven. Het dak is spannend, maar het is de weg naar Jezus en niet het hoogtepunt. Noem de dragers vier mannen; de Bijbel zegt niet dat het vrienden waren. De gespreksvragen zijn ingedeeld voor 4-7, 8-12 en 12-16 jaar.

Stel een vraag over De verlamde door het dak

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Verdiep u verder