Het huis op de rots
Twee bouwers, één storm en het verschil tussen horen en doen
Samenvatting
Het huis op de rots is de gelijkenis waarmee de Heere Jezus Zijn onderwijs besluit, in Mattheüs 7:24-27 en Lukas 6:46-49. Een voorzichtig man bouwt zijn huis op een steenrots, een dwaas man bouwt het zijne op het zand. Over beide huizen komen slagregen, waterstromen en winden. Het eerste blijft staan, het tweede valt, en zijn val is groot. Het verschil ligt in het horen en doen van de woorden van Jezus.
Bijbelgedeelte
“Een iegelijk dan, die deze Mijn woorden hoort en dezelve doet, dien zal Ik vergelijken bij een voorzichtig man, die zijn huis op een steenrots gebouwd heeft;”
“En er is slagregen nedergevallen, en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangevallen, en het is niet gevallen, want het was op de steenrots gegrond.”
“En een iegelijk, die deze Mijn woorden hoort en dezelve niet doet, die zal bij een dwazen man vergeleken worden, die zijn huis op het zand gebouwd heeft;”
“En de slagregen is nedergevallen, en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangeslagen, en het is gevallen, en zijn val was groot.”
“En wat noemt gij Mij, Heere, Heere! en doet niet hetgeen Ik zeg?”
“Hij is gelijk een mens, die een huis bouwde, en groef, en verdiepte, en leide het fondament op een steenrots; als nu de hoge vloed kwam, zo sloeg de waterstroom tegen dat huis aan, en kon het niet bewegen; want het was op de steenrots gegrond.”
Het verhaal
Met de gelijkenis van het huis op de rots besluit de Heere Jezus de Bergrede, het onderwijs dat Mattheüs in de hoofdstukken 5 tot en met 7 weergeeft. Jezus zag de schare, klom op een berg en ging zitten, en Zijn discipelen kwamen tot Hem (Mattheüs 5:1). Lukas geeft een verwante rede. Jezus hield die op een vlakke plaats, voor Zijn discipelen en een grote menigte uit Judea, Jeruzalem en de kust van Tyrus en Sidon (Lukas 6:17). Ook daar is de gelijkenis van de twee huizen het slot.
Waarom eindigt de Bergrede met het huis op de rots?
Vlak voor de gelijkenis waarschuwt Jezus voor mensen die alleen met woorden bij Hem horen: "Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet den wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is" (Mattheüs 7:21). Velen zullen op die dag zeggen dat zij in Zijn Naam geprofeteerd en krachten gedaan hebben. Toch zal Hij hun zeggen dat Hij hen nooit gekend heeft (Mattheüs 7:22-23). Het woordje dan in Mattheüs 7:24 verbindt de gelijkenis met die woorden. Jezus heeft gesproken over de enge poort, over goede en kwade bomen en hun vruchten. Nu brengt Hij alles terug tot één vraag: wat doet de hoorder met wat hij gehoord heeft?
Wat deed de wijze bouwer?
Jezus zegt: "Een iegelijk dan, die deze Mijn woorden hoort en dezelve doet, dien zal Ik vergelijken bij een voorzichtig man, die zijn huis op een steenrots gebouwd heeft" (Mattheüs 7:24). Voorzichtig betekent in de Statenvertaling verstandig of wijs. Deze man bouwde op een steenrots, op vaste grond. Toen kwam het noodweer. Er viel slagregen, de waterstromen kwamen, de winden waaiden en vielen tegen het huis aan, "en het is niet gevallen, want het was op de steenrots gegrond" (Mattheüs 7:25). Het huis bleef niet staan omdat de storm meeviel. Het bleef staan omdat het fundament hield.
Wat gebeurde er met het huis op het zand?
Daarna tekent Jezus de tegenhanger. Ieder die Zijn woorden hoort en ze niet doet, wordt vergeleken met een dwaas man die zijn huis op het zand bouwde (Mattheüs 7:26). Ook deze man hoort de woorden van Jezus. Het verschil tussen de twee zit niet in het horen, maar in het doen. Over het tweede huis komt precies hetzelfde noodweer: slagregen, waterstromen en winden. Nu staat er: "en het is gevallen, en zijn val was groot" (Mattheüs 7:27). Met die woorden eindigt de gelijkenis. Jezus voegt er geen geruststellend slot aan toe.
De tekst zegt niet waarom de dwaze man op het zand bouwde, of hij haast had of het gemakkelijker vond. Jezus noemt hem dwaas en legt zelf uit waarin die dwaasheid bestaat: horen zonder te doen. Hij beschrijft ook geen verschil tussen de huizen zelf, alleen tussen de grond waarop ze staan. Pas de storm maakte zichtbaar waarop elk huis gebouwd was.
Hoe vertelt Lukas de gelijkenis van de wijze en dwaze bouwer?
Lukas laat de gelijkenis beginnen met een vraag van Jezus: "En wat noemt gij Mij, Heere, Heere! en doet niet hetgeen Ik zeg"? (Lukas 6:46). Daarna spreekt Hij over ieder die tot Hem komt, Zijn woorden hoort en ze doet (Lukas 6:47). Zo iemand is als een mens die bij het bouwen groef en verdiepte, en het fundament op een steenrots legde. Toen de hoge vloed kwam, sloeg de waterstroom tegen dat huis aan en kon het niet bewegen (Lukas 6:48). De ander bouwde op de aarde zonder fundament. De waterstroom sloeg ertegen, "en het viel terstond, en de val van datzelve huis was groot" (Lukas 6:49).
Lukas legt dus de nadruk op het graven: de wijze bouwer ging de diepte in tot hij de rots vond. Mattheüs noemt drie machten, regen, waterstromen en wind; Lukas noemt alleen de waterstroom. De boodschap is in beide evangeliën dezelfde. Wie Lukas 6 naast Mattheüs 7 legt, ziet ook dat Lukas het komen tot Jezus uitdrukkelijk noemt.
Wat gebeurde er na de gelijkenis van het huis op de rots?
Mattheüs vertelt nog wat er gebeurde toen Jezus deze woorden geëindigd had. De scharen ontzetten zich over Zijn leer, dat wil zeggen: zij waren diep getroffen en verbaasd (Mattheüs 7:28). Mattheüs geeft de reden: "Want Hij leerde hen, als macht hebbende, en niet als de Schriftgeleerden" (Mattheüs 7:29). In de gelijkenis spreekt Jezus over "deze Mijn woorden" en Hij maakt het doen ervan tot het fundament van een heel leven. Daarmee spreekt Hij met een gezag dat de Schriftgeleerden niet hadden.
Achtergrond
In het land Israël valt de regen vooral in het winterhalfjaar. De Bijbel spreekt over de vroege en de spade regen, aan het begin en het eind van dat seizoen (Deuteronomium 11:14). Na zware buien kunnen droge beddingen in korte tijd vol water staan, en zo’n stroom neemt losse grond mee. Mattheüs spreekt van slagregen en waterstromen, Lukas van een hoge vloed (Lukas 6:48). De hoorders van Jezus kenden dat beeld uit hun eigen land. Een bouwer die tot de rotsbodem groef, maakte een huis dat zo’n vloed kon doorstaan.
Het beeld van een bouwsel dat door regen en storm valt, kent ook het Oude Testament. Bij Ezechiël spreekt de HEERE over valse profeten, die het volk vrede beloofden waar geen vrede was. Hun muur, gepleisterd met loze kalk, zou omvallen: "er zal een overstelpende plasregen zijn; en gij, o grote hagelstenen, zult vallen, en een grote stormwind zal hem splijten" (Ezechiël 13:11). In Spreuken staat: "Gelijk een wervelwind voorbijgaat, alzo is de goddeloze niet meer; maar de rechtvaardige is een eeuwige grondvest" (Spreuken 10:25).
In de Statenvertaling heet de wijze bouwer een voorzichtig man (Mattheüs 7:24). Dat woord betekent hier verstandig. Het tegenover elkaar zetten van wijs en dwaas komt in Mattheüs terug in de gelijkenis van de wijze en dwaze maagden (Mattheüs 25:2).
Betekenis
In deze gelijkenis spreekt Jezus over "deze Mijn woorden" (Mattheüs 7:24). Hij stelt Zijn eigen onderwijs als het fundament waarop een leven staat of valt. In het Oude Testament is de HEERE Zelf de Rots van Zijn volk: "De HEERE is mijn Steenrots, en mijn Burg, en mijn Uithelper" (Psalm 18:3). Wie bouwt op wat Christus zegt, bouwt op het Woord van God, dat in eeuwigheid bestaat (Jesaja 40:8). Jezus zegt het later Zelf: "De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan" (Mattheüs 24:35).
Wat is de rots? Jezus wijst eerst op het horen en doen van Zijn woorden. Veel reformatorische uitleggers zien daarin tegelijk Christus Zelf als het fundament, met Paulus: "Want niemand kan een ander fondament leggen, dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus" (1 Korinthe 3:11). Lukas wijst in die richting met de woorden die tot Mij komt (Lukas 6:47): het bouwen begint bij het komen tot Hem. Die twee lezingen sluiten elkaar niet uit.
Wat is de storm? Veel uitleggers denken in de eerste plaats aan de dag van het oordeel, waarover Jezus vlak ervoor sprak (Mattheüs 7:22). Dan blijkt waarop een leven gebouwd is, en de val van het huis op het zand is groot. Anderen zien in regen en wind ook de beproevingen van dit leven, die laten zien waar iemand op vertrouwt. Jezus legt de storm niet nader uit; beide lezingen worden in de kerk gegeven.
Het doen waar Jezus om vraagt, is geen verdienste waarmee een mens een plaats bij God koopt. De Bergrede begint met de zaligspreking: "Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen" (Mattheüs 5:3). Het Koninkrijk is een gave. Het doen is de vrucht van een goede boom (Mattheüs 7:17), en God Zelf werkt het: "Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen" (Filippenzen 2:13). Jakobus schrijft in dezelfde lijn: "En zijt daders des Woords, en niet alleen hoorders" (Jakobus 1:22). Wie Mattheüs 7 leest, ziet dat de ernst van de gelijkenis niet tegenover de genade staat. Zij laat zien dat de genade van Christus een leven werkelijk op een nieuwe grond zet.
Lessen voor vandaag
De Heere spreekt, en Hij spreekt om gehoord en gedaan te worden. Wie de Bijbel leest of de preek hoort, staat waar beide bouwers stonden: allebei hoorden zij. Jezus zegt elders: "Indien gij deze dingen weet, zalig zijt gij, zo gij dezelve doet" (Johannes 13:17). Het horen alleen maakt het verschil niet. Zijn woorden willen ons hele leven dragen.
Het fundament is niet te zien, totdat de storm komt. Een leven kan er van buiten vroom uitzien en toch niet op de rots staan, zoals bij hen die "Heere, Heere" zeiden en de wil van de Vader niet deden (Mattheüs 7:21). Dat is een ernstige waarschuwing, ook voor wie in de kerk opgroeit. Het is goed om voor God de vraag niet te ontwijken waarop wij bouwen.
Wie op Christus bouwt, wordt niet gespaard voor de storm, maar wel bewaard in de storm. Het huis op de rots kreeg dezelfde regen en wind als het huis op het zand, en het bleef staan. De HEERE belooft Zijn volk geen leven zonder noodweer, maar wel een grond die niet wijkt: "Vertrouwt op den HEERE tot in der eeuwigheid; want in den Heere HEERE is een eeuwige rotssteen" (Jesaja 26:4).
Het bouwen begint bij Hem. Lukas spreekt over ieder die tot Jezus komt (Lukas 6:47). Wie ontdekt dat hij op zand bouwt, hoeft niet eerst zelf een fundament te leggen. Hij mag tot Christus gaan, Die het fundament is en Die de gehoorzaamheid werkt waar Hij om vraagt.
Vertellen aan kinderen
Voorlezen duurt ongeveer 4 minuten · geschikt vanaf 6 jaar
De Heere Jezus zag een grote menigte mensen. Hij klom op een berg en ging daar zitten. Zijn discipelen kwamen bij Hem. Toen begon Jezus te spreken. Hij leerde hun veel over God en over het leven van mensen die bij God horen.
Aan het eind van Zijn onderwijs vertelde Jezus een gelijkenis. Een gelijkenis is een verhaal dat Jezus vertelde om iets duidelijk te maken over God en Zijn Koninkrijk. Deze gelijkenis gaat over twee mannen. Allebei bouwden ze een huis.
De eerste man was een voorzichtig man. Zo noemt de Bijbel hem. Voorzichtig betekent hier: verstandig, wijs. Deze man groef diep in de grond, tot hij bij de steenrots kwam. Een steenrots is harde, vaste steen. Op die rots legde hij het fundament. Het fundament is het stevige onderste deel van een huis, waar alles op rust.
Toen kwam er noodweer. Er viel slagregen, dat is harde regen. Er kwamen stromen water aan. De wind waaide en sloeg tegen het huis. Bleef het huis staan? Jezus zei: "en het is niet gevallen, want het was op de steenrots gegrond". Het huis bleef staan. De rots eronder hield het vast.
De tweede man was een dwaze man. Dwaas is het tegenovergestelde van wijs. Deze man bouwde zijn huis op het zand. Hij legde geen fundament op de rots. Zijn huis stond op losse grond.
Toen kwam er ook over dit huis noodweer. Precies hetzelfde. Er viel slagregen. Er kwamen stromen water aan. De wind waaide en sloeg tegen het huis. Wat gebeurde er? Jezus zei: "en het is gevallen, en zijn val was groot". Het huis viel meteen in. Dat betekent: het stortte helemaal in elkaar.
Jezus zei er Zelf bij wie Hij met de twee mannen bedoelde. De wijze man lijkt op iemand die de woorden van Jezus hoort en ook doet wat Hij zegt. De dwaze man lijkt op iemand die de woorden van Jezus ook hoort, maar niet doet wat Hij zegt. Allebei hoorden ze Jezus. Het verschil was het doen.
Lukas heeft opgeschreven dat Jezus vóór deze gelijkenis een vraag stelde. Er waren mensen die Jezus wel Heere noemden, maar niet deden wat Hij zei. Jezus vroeg: "En wat noemt gij Mij, Heere, Heere! en doet niet hetgeen Ik zeg"? Jezus bedoelde: het is niet genoeg om Hem Heere te noemen, als je niet doet wat Hij zegt. Lukas schrijft ook dat het gaat om iemand die tot Jezus komt. Wie tot Jezus komt, naar Hem luistert en doet wat Hij zegt, bouwt op de rots.
Toen Jezus klaar was met spreken, waren de mensen diep onder de indruk. Ze stonden versteld van wat Hij leerde. Mattheüs schrijft waarom: "Want Hij leerde hen, als macht hebbende, en niet als de Schriftgeleerden". De Schriftgeleerden waren de leraars van de wet in die tijd. Jezus sprak anders dan zij. Hij sprak als Iemand Die het recht heeft om zo te spreken. Hij is de Zoon van God.
Zo eindigt deze geschiedenis. De woorden van de Heere Jezus zijn zo vast als een rots. Wie op Hem bouwt, blijft staan, ook als het stormt.
“Een iegelijk dan, die deze Mijn woorden hoort en dezelve doet, dien zal Ik vergelijken bij een voorzichtig man, die zijn huis op een steenrots gebouwd heeft” (Mattheüs 7:24)
Tips voor de verteller
- De Bijbel vertelt niet waarom de dwaze man op het zand bouwde. Maak hem daarom niet lui, haastig of gierig, en laat hem niet lachen om de wijze man; dat staat er niet. Jezus legt zelf uit waarin zijn dwaasheid zat: hij hoorde Zijn woorden en deed ze niet. Houd de vertelling bij die uitleg.
- Een kind kan vragen of wie Jezus gehoorzaamt nooit storm meemaakt. Wijs erop dat over beide huizen hetzelfde noodweer kwam. Het huis op de rots werd niet gespaard, maar het bleef staan. De Heere belooft geen leven zonder moeite, wel dat wie op Hem bouwt, staande blijft.
- Een kind kan denken dat het door goed te doen zelf een sterk huis bouwt. Vertel daarom ook wat Lukas schrijft: het gaat om wie tot Jezus komt (Lukas 6:47). Wie tot Hem komt, leert van Hem en gaat doen wat Hij zegt. Leg de woorden gelijkenis, steenrots, fundament, slagregen en dwaas kort uit.
- Mattheüs 7:24-27 is kort genoeg om na de vertelling uit de Bijbel zelf voor te lezen. Voor kinderen van 4-7 jaar kunt u zich beperken tot de twee huizen en het noodweer, en het stuk over Lukas weglaten. Vertel wel kort dat de mensen versteld stonden, omdat Jezus leerde als Iemand Die macht had.
Gespreksvragen voor kinderwerk en club
Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
- NavertellenWaar bouwde de wijze man zijn huis?
- NavertellenWat gebeurde er met het huis op het zand?
- VerwonderenWaarom wil Jezus dat wij Zijn woorden horen en doen?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
- KijkenWelk noodweer kwam er over de twee huizen? Was dat voor beide huizen hetzelfde?
- BetekenisBeide mannen hoorden de woorden van Jezus. Waarom noemt Jezus de ene man wijs en de andere dwaas?
- VerbindingIn Psalm 18:3 noemt David de HEERE zijn Steenrots. Wat leert dat over de rots in de gelijkenis van Jezus?
- ToepassingWaar hoor jij de woorden van de Heere Jezus? Wat betekent het voor jou om daarop te bouwen?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
- BijbeltekstLees Jakobus 1:22-25. Hoe beschrijft Jakobus een hoorder die geen dader is, en waarin lijkt die op de dwaze bouwer?
- Wie is God?Jezus spreekt over "deze Mijn woorden" als het fundament van een leven. Wat zegt dat over wie Hij is? Betrek Mattheüs 7:28-29 erbij.
- Moeilijke vraagJezus vraagt om doen, maar Efeze 2:8-9 zegt dat wij uit genade zalig worden en niet uit de werken. Hoe passen die twee bij elkaar?
- PersoonlijkWaarop vertrouw jij als het in je leven stormt? Wat zou het voor jou betekenen om op de woorden van Jezus te bouwen?
Gebedspunt: Dank de Heere Jezus dat Zijn woorden een vaste grond zijn die nooit voorbijgaat. Bid dat Hij ons tot Zich trekt, zodat wij Zijn woorden niet alleen horen, maar ook doen.
Personen in dit verhaal
Lees het in een leesplan
Thema's in dit verhaal
Gerelateerde bijbelverhalen
Veelgestelde vragen over Het huis op de rots
Waar staat het verhaal van het huis op de rots in de Bijbel?
Het huis op de rots staat in Mattheüs 7:24-27 en in Lukas 6:46-49. In Mattheüs is het de slotgelijkenis van de Bergrede, Mattheüs 5 tot en met 7. Direct daarna schrijft Mattheüs dat de scharen zich ontzetten over de leer van Jezus (Mattheüs 7:28-29). In Lukas staat de gelijkenis aan het eind van de rede die Jezus hield op een vlakke plaats (Lukas 6:17). Markus en Johannes vertellen deze gelijkenis niet.
Wat betekent de gelijkenis van het huis op de rots?
Jezus legt het zelf uit. De wijze bouwer is ieder die Zijn woorden hoort en doet; de dwaze bouwer is ieder die ze hoort en niet doet (Mattheüs 7:24 en 7:26). Over beide huizen komt hetzelfde noodweer. Het huis op de rots blijft staan, het huis op het zand valt, "en zijn val was groot" (Mattheüs 7:27). De gelijkenis maakt duidelijk dat horen alleen niet genoeg is. Wie op de woorden van Christus bouwt, staat vast.
Wat is de rots in de gelijkenis van de wijze en dwaze bouwer?
Jezus verbindt de rots met het horen en doen van Zijn woorden (Mattheüs 7:24). Het beeld van een rots had voor Zijn hoorders al een vaste betekenis. Mozes zingt van de HEERE: "Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is" (Deuteronomium 32:4). Veel reformatorische uitleggers zien in de rots daarom ook Christus Zelf, het enige fundament waarover Paulus schrijft in 1 Korinthe 3:11. Wie op Zijn woorden bouwt, bouwt op Hem.
Kwam de storm alleen bij het huis op het zand?
Nee. Dat is een veelvoorkomende misvatting. Jezus beschrijft voor beide huizen hetzelfde noodweer: slagregen, waterstromen en winden die tegen het huis aanvielen (Mattheüs 7:25 en 7:27). Het huis op de rots werd dus niet gespaard. Het verschil zat niet in de storm, maar in het fundament: het ene huis "was op de steenrots gegrond" (Mattheüs 7:25), het andere stond op het zand. Wie Jezus gehoorzaamt, krijgt geen belofte van een leven zonder storm.
Was de dwaze bouwer lui of had hij haast?
Dat zegt de Bijbel niet. Kinderbijbels maken de dwaze man soms lui, haastig of spottend, maar de tekst geeft geen motief. Jezus noemt hem dwaas en legt zelf uit waarin zijn dwaasheid bestaat: hij hoort de woorden van Jezus en doet ze niet (Mattheüs 7:26). Lukas zegt alleen dat hij bouwde "op de aarde zonder fondament" (Lukas 6:49). De dwaasheid is geen gebrek aan vakmanschap, maar horen zonder te doen.
Waar staat de storm voor in de gelijkenis van het huis op de rots?
Jezus legt de storm niet nader uit; Hij beschrijft hem alleen. Mattheüs noemt slagregen, waterstromen en winden (Mattheüs 7:25). Lukas spreekt van "de hoge vloed" (Lukas 6:48) en zegt dat het huis zonder fundament "terstond" viel (Lukas 6:49). Omdat Jezus vlak ervoor zegt wat velen "te dien dage" zullen zeggen (Mattheüs 7:22), denken velen aan de dag van het oordeel. Anderen denken ook aan de moeiten van dit leven. In beide lezingen toetst de storm niet de muren, maar de grond onder het huis.
Wordt een mens zalig door de woorden van Jezus te doen?
Nee, niet als verdienste. De Bergrede begint met "Zalig zijn de armen van geest" (Mattheüs 5:3), en Paulus schrijft: "Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof" (Efeze 2:8). Het doen waar Jezus om vraagt, is de vrucht van een goede boom (Mattheüs 7:17). Toch neemt de gelijkenis de ernst niet weg: een geloof dat alleen hoort en niets doet, blijkt in de storm geen fundament te hebben. God werkt het willen en het werken (Filippenzen 2:13).
Wat betekent voorzichtig man in Mattheüs 7:24?
In de Statenvertaling betekent voorzichtig hier verstandig of wijs. Het gaat niet om iemand die bang of terughoudend is, maar om iemand die vooruitziet en weet waarop hij bouwt. Daarom spreken mensen ook van de wijze en de dwaze bouwer. Lukas beschrijft dezelfde wijsheid als een man die "groef, en verdiepte, en leide het fondament op een steenrots" (Lukas 6:48).
Is het huis op de rots een gelijkenis of een gebeurtenis?
Het is een gelijkenis: een vergelijking die Jezus vertelde om iets over het Koninkrijk van God duidelijk te maken. Jezus zegt Zelf dat Hij vergelijkt: "dien zal Ik vergelijken bij een voorzichtig man" (Mattheüs 7:24). De twee bouwers zijn geen personen met een naam. Wel is het een geschiedenis dat Jezus deze gelijkenis vertelde, aan het eind van Zijn onderwijs, en dat de scharen zich daarna ontzetten over Zijn leer (Mattheüs 7:28).
Welke andere gelijkenissen gaan over wijs en dwaas?
Mattheüs zet wijs en dwaas ook tegenover elkaar in de gelijkenis van de tien maagden: "En vijf van haar waren wijzen, en vijf waren dwazen" (Mattheüs 25:2). Daar gaat het om waakzaamheid tot de komst van de bruidegom. In Lukas 12 vertelt Jezus van een rijke man die grotere schuren wilde bouwen, tot wie God zei: "Gij dwaas! in dezen nacht zal men uw ziel van u afeisen" (Lukas 12:20). Steeds blijkt pas op het beslissende moment wie werkelijk wijs was.
Hoe vertelt u het huis op de rots aan kinderen?
Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen vanaf ongeveer 6 jaar. Houd de twee bouwers en hetzelfde noodweer over beide huizen in het midden, en laat Jezus de gelijkenis zelf uitleggen: horen en doen. Verzin geen motieven voor de dwaze man; de Bijbel geeft ze niet. Vertel ook dat het gaat om wie tot Jezus komt (Lukas 6:47). De gespreksvragen zijn ingedeeld voor 4-7, 8-12 en 12-16 jaar.
Stel een vraag over Het huis op de rots
Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Verdiep u verder
Alle bijbelverhalen
Bekijk alle 191 bijbelverhalen met uitleg, in bijbelse volgorde.
Bijbelse Personen
Leer meer over de personen in dit verhaal.
Bijbelse Tijdlijn
Plaats dit verhaal in de bijbelse geschiedenis.
Bijbeluitleg
Lees uitleg bij de bijbelhoofdstukken van dit verhaal.
Bijbel Onderwerpen
Verken de thema's die in dit verhaal aan bod komen.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over bijbelverhalen aan onze AI-assistent.