Ga naar hoofdinhoud
De BijbelGevorderd

Wie heeft bepaald welke boeken in de Bijbel staan?

Kort antwoord

God heeft de boeken gegeven; de kerk heeft die canon van de Bijbel in de loop van eeuwen herkend als Zijn Woord. Het Oude Testament nam zij over van Israël, zoals de Heere Jezus het las (Lukas 24:44). Over de 27 boeken van het Nieuwe Testament was er rond het jaar 400 brede overeenstemming; geen concilie heeft ze bedacht.

Wie de Bijbel openslaat, vindt 66 boeken van zo'n veertig schrijvers, ontstaan in een periode van ongeveer vijftien eeuwen. Dan ligt de vraag voor de hand wie die boeken bij elkaar heeft gezet, en waarom andere oude geschriften er niet in staan. Soms wordt beweerd dat een keizer of een concilie dat ooit heeft besloten. Hieronder leest u hoe het Oude en het Nieuwe Testament als geheel zijn erkend, welke maatstaven de vroege kerk gebruikte en hoe de Reformatie daarover sprak.

Wat is de canon van de Bijbel?

Het woord canon komt van het Griekse kanon: een rietstok of meetlat, en daarmee een richtsnoer. Paulus gebruikt dat woord voor de maatstaf waarnaar de gelovigen leven: 'En zovelen als er naar dezen regel zullen wandelen, over dezelve zal zijn vrede en barmhartigheid' (Galaten 6:16). Vanaf de vierde eeuw gebruikte de kerk het woord ook voor de lijst van boeken die als Heilige Schrift gelden.

De canon van de Bijbel is dus de vaste lijst van 39 boeken van het Oude Testament en 27 van het Nieuwe, samen 66. Hoe die boeken zijn ingedeeld, leest u bij het aantal boeken in de Bijbel.

Belangrijk is het onderscheid tussen maken en erkennen. Een boek werd geen Gods Woord doordat een synode het op een lijst zette. De lijst gaf weer wat de gemeenten al lang als Gods Woord hadden leren kennen.

Hoe werd het Oude Testament vastgesteld?

Het Oude Testament kreeg de kerk van Israël. Paulus noemt het als eerste voorrecht van de Joden, 'dat hun de Woorden Gods zijn toebetrouwd' (Romeinen 3:2). In de synagoge las men de wet en de profeten (Handelingen 13:15). Na Zijn opstanding sprak de Heere Jezus over alles 'wat van Mij geschreven is in de Wet van Mozes, en de Profeten, en Psalmen' (Lukas 24:44). Veel uitleggers zien daarin de drie delen van de Hebreeuwse Bijbel: Wet, Profeten en Geschriften, waarvan Psalmen het grootste boek is. Meer over dit gesprek leest u in de uitleg van Lukas 24.

De Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus noemt rond het jaar 95 in zijn geschrift Tegen Apion (boek I, hoofdstuk 8) tweeëntwintig boeken die de Joden als goddelijk aanvaardden. Na de tijd van koning Artaxerxes was er volgens hem niets meer aan toegevoegd. Hij telt sommige boeken samen die wij apart tellen; zijn telling wordt doorgaans gelijkgesteld aan de 39 boeken van ons Oude Testament.

De boeken die later apocrief genoemd werden, zoals Tobit, Judith en de Makkabeeën, staan in handschriften van de Griekse vertaling, de Septuaginta, maar ontbreken in de Hebreeuwse Bijbel. Wat de Reformatie met die boeken deed, leest u bij de vraag over de apocriefe boeken.

Wie heeft de Bijbel samengesteld?

Bij het Nieuwe Testament ging het anders. De apostelen en hun medewerkers schreven evangeliën en brieven voor gemeenten, en die gemeenten gaven ze aan elkaar door. Paulus vraagt de Kolossenzen zijn brief ook in Laodicea te laten lezen (Kolossenzen 4:16). De gemeente in Thessalonica had zijn prediking ontvangen 'als Gods Woord, dat ook werkt in u, die gelooft' (1 Thessalonicenzen 2:13).

Al in het Nieuwe Testament zelf staan apostolische geschriften naast de Schriften van Israël. Petrus schrijft over de brieven van Paulus, die onvaste mensen verdraaien, 'gelijk ook de andere Schriften' (2 Petrus 3:16). En Paulus leidt met de woorden 'Want de Schrift zegt' (1 Timotheüs 5:18) zowel Deuteronomium 25:4 in als een woord van de Heere Jezus dat ook in Lukas 10:7 staat.

Een vergadering die boeken uitkoos, was er in de eerste eeuwen niet. Wel moest de kerk zich uitspreken toen Marcion rond 140 in Rome een eigen bijbel samenstelde: zonder het Oude Testament, met een ingekort Lukas-evangelie en tien brieven van Paulus. Rond 180 verdedigde Ireneüs van Lyon dat er vier evangeliën zijn (Tegen de ketterijen, boek III, hoofdstuk 11). In de gemeenten golden drie maatstaven:

  • Apostolisch: het boek komt van een apostel of uit zijn directe kring, zoals Markus en Lukas.
  • In overeenstemming: het stemt overeen met het evangelie dat de apostelen hadden overgeleverd.
  • Algemeen gebruikt: het werd van oudsher in de gemeenten gelezen bij de eredienst.

Over de meeste boeken bestond geen twijfel. De kerkhistoricus Eusebius van Caesarea (Kerkgeschiedenis, boek III, hoofdstuk 25) onderscheidt rond 325 de algemeen erkende boeken van boeken waarover sommigen twijfelden, zoals Jakobus, Judas, 2 Petrus en 2 en 3 Johannes. In 367 noemde Athanasius van Alexandrië in zijn 39e paasbrief precies de 27 boeken van ons Nieuwe Testament. De synoden van Hippo (393) en Carthago (397) in Noord-Afrika bevestigden die lijst. Wanneer de boeken zelf geschreven werden, ziet u op de tijdlijn van de Bijbel.

Heeft het concilie van Nicea de boeken gekozen?

Een hardnekkig verhaal, mede verspreid door de roman De Da Vinci Code van Dan Brown (2003), zegt dat keizer Constantijn op het concilie van Nicea in 325 de boeken van de Bijbel uitkoos en andere evangeliën liet verdwijnen. Dat klopt niet. Het concilie kwam bijeen over de leer van Arius, die ontkende dat de Zoon eeuwig God is. De twintig kerkregels die het aannam, gaan over de kerkorde en zeggen niets over de boeken van de Bijbel.

De vier evangeliën werden toen al anderhalve eeuw als de evangeliën van de kerk gelezen. Lukas schrijft dat hij alles van voren aan naarstig onderzocht had (Lukas 1:3), en Johannes dat zijn boek geschreven is opdat de lezer gelooft dat Jezus de Christus is (Johannes 20:31). Een geschrift als het Evangelie van Judas noemt Ireneüs al rond 180 als een boek van een ketterse groep (Tegen de ketterijen, boek I, hoofdstuk 31). Zulke geschriften zijn nooit in de gemeenten als Schrift gelezen.

Heeft de kerk bepaald wat Gods Woord is?

Achter de vraag wie de boeken bepaalde, ligt een diepere vraag: als synoden de lijst hebben vastgelegd, staat de kerk dan boven de Bijbel? De Rooms-Katholieke Kerk stelde op het Concilie van Trente (1546, vierde zitting) de canon vast, met de apocriefe boeken erbij. Rome erkent dat deze boeken door de Heilige Geest zijn ingegeven, en legt de zekerheid daarover in het oordeel van de kerk.

De Reformatie legde de grond van die zekerheid elders: in het getuigenis van de Heilige Geest door het Woord zelf. Christus zegt: 'Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij' (Johannes 10:27). De kerk herkende in deze boeken de stem van haar Herder; zij gaf ze hun gezag niet. Zij is zelf gebouwd op het fundament der apostelen en profeten (Efeze 2:20). Calvijn schrijft (Institutie, boek I, hoofdstuk 7) dat de Schrift haar gezag niet aan de kerk ontleent. Zij laat haar waarheid even duidelijk zien als wit en zwart hun kleur en zoet en bitter hun smaak, en de Heilige Geest verzekert het hart dat zij van God komt.

Dat maakt de geschiedenis niet onbelangrijk. God heeft Zijn Woord laten schrijven en het ook bewaard. Of de overgeleverde tekst te vertrouwen is, is een eigen vraag: zie is de Bijbel betrouwbaar.

Wat zeggen de belijdenisgeschriften?

De Nederlandse Geloofsbelijdenis noemt in artikel 4 alle boeken van het Oude en het Nieuwe Testament bij naam en noemt ze heilig en canoniek. Artikel 5 zegt waarom wij ze aannemen als regel van ons geloof: minder omdat de kerk ze aanneemt en goedkeurt, en vooral omdat de Heilige Geest in ons hart getuigt dat ze van God zijn, en omdat ze dat ook in zichzelf bewijzen. Zelfs blinden kunnen tasten dat gebeurt wat erin voorzegd is. Artikel 6 onderscheidt de apocriefe boeken: de kerk mag ze lezen, maar er kan geen artikel van het geloof uit bevestigd worden.

De Heidelbergse Catechismus legt de nadruk op het geloof van wie leest. Een waar geloof is volgens Zondag 7 'een stellig weten of kennis, waardoor ik alles voor waarachtig houd, wat ons God in Zijn Woord heeft geopenbaard', en daarbij ook 'een vast vertrouwen, hetwelk de Heilige Geest door het Evangelie in mijn hart werkt' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 7, vraag 21). Dat vertrouwen rust op God, Die door heilige mensen gesproken heeft (2 Petrus 1:21), en op geen besluit van mensen. Synoden zijn gekomen en gegaan; het Woord dat zij erkenden, staat nog.

'Maar het Woord des Heeren blijft in der eeuwigheid' (1 Petrus 1:25)

Bijbelverwijzingen

canon bijbelcanon van de bijbelwie heeft de bijbel samengesteldhoe is de bijbel ontstaanconcilie van niceangb art. 4ngb art. 5hc zondag 7

Stel uw eigen vraag

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Stel uw vraag aan de AI BijbelAssistent en krijg direct een onderbouwd antwoord met bijbelverwijzingen.

Stel een vraag

Gerelateerde vragen

De Bijbel

Wat zijn de apocriefe boeken?

De apocriefe boeken zijn Joodse geschriften die grotendeels ontstonden tussen het Oude en het Nieuwe Testament, zoals Tobias, Judith, Jezus Sirach en de Makkabeeën. De Rooms-Katholieke Kerk rekent de meeste tot de Bijbel. Protestantse kerken lezen ze als nuttige boeken zonder gezag in geloofszaken, omdat ze niet horen bij de Schriften die aan Israël zijn toevertrouwd (Romeinen 3:2).

De Bijbel

Hoeveel boeken heeft de Bijbel?

De Bijbel bestaat uit 66 bijbelboeken: 39 in het Oude Testament en 27 in het Nieuwe Testament, geschreven door meer dan 40 auteurs over een periode van ongeveer 1.500 jaar. Rooms-katholieke bijbels tellen 73 boeken, omdat daarin ook de deuterocanonieke boeken zijn opgenomen.

De Bijbel

Is de Bijbel betrouwbaar?

Ja, de Bijbel is betrouwbaar. Zij is Gods eigen Woord, geschreven door ooggetuigen en door mensen die alles zorgvuldig onderzochten (Lukas 1:3). Duizenden oude handschriften laten zien dat de tekst trouw is overgeleverd. Volle zekerheid dat de Bijbel waar is, geeft de Heilige Geest in het hart van wie gelooft.

De Bijbel

Wie heeft de Bijbel geschreven?

Wie heeft de Bijbel geschreven? Meer dan veertig mensen in ongeveer 1.500 jaar, en tegelijk God Zelf. Mozes, David, Salomo, de profeten en de apostelen schreven ieder in hun eigen taal en tijd, gedreven door de Heilige Geest (2 Petrus 1:21). Van enkele boeken is de schrijver niet bekend.

De Bijbel

Wat is het verschil tussen het Oude en het Nieuwe Testament?

Het Oude Testament (39 boeken) beschrijft Gods verbond met Israël: de schepping, de wet en de profetieën over de komende Messias. Het Nieuwe Testament (27 boeken) beschrijft de vervulling van die beloften in Jezus Christus: Zijn leven, sterven en opstanding en de vroege kerk. Kort gezegd: het Oude Testament belooft, het Nieuwe Testament vervult.

Verdiep u verder