De belangrijkste verschillen op een rij
Wat is het Oude Testament?
Het Oude Testament is het eerste en veruit grootste deel van de Bijbel: 39 boeken, geschreven in het Hebreeuws met enkele Aramese gedeelten, ontstaan in de eeuwen tot ongeveer 400 v.Chr. Het heet "oud" omdat het over het oude verbond gaat, niet omdat het verouderd zou zijn.
Joden lezen dezelfde boeken als de Tanach. Dat woord is gevormd uit de beginletters van de drie delen: Tora (de Wet), Nevi'iem (de Profeten) en Ketoeviem (de Geschriften). In de joodse telling zijn het 24 boeken, met precies dezelfde inhoud maar anders gegroepeerd. Jezus verwijst naar die driedeling wanneer Hij zegt dat alles vervuld moest worden "wat van Mij geschreven is in de Wet van Mozes, en de Profeten, en Psalmen" (Lukas 24:44). Andere namen die u tegenkomt zijn Hebreeuwse Bijbel en Eerste Testament; die laatste term wordt gebruikt om te benadrukken dat dit deel niet is afgedaan.
Christenen lezen het Oude Testament dan ook niet als een voorgeschiedenis die u kunt overslaan. Paulus schrijft: Want al wat te voren geschreven is, dat is tot onze lering te voren geschreven (Romeinen 15:4). Wie alle boeken op een rij wil zien, vindt ze bij de 66 bijbelboeken op een rij; wie ze wil doorlezen, kan terecht bij de Bijbel in een jaar.
Waar gaat het Oude Testament over?
Het Oude Testament begint bij de schepping en volgt daarna de geschiedenis van Gods volk Israël: de roeping van Abraham, de uittocht uit Egypte onder Mozes, de wetgeving op de Sinaï, de koningen David en Salomo, de ballingschap en de terugkeer. Door alles heen klinkt de belofte van een komende Verlosser. De 39 boeken vallen uiteen in de wet (Genesis tot en met Deuteronomium), historische boeken, poëtische boeken zoals Job en de Psalmen, en de profeten.
De 400 jaar tussen het Oude en het Nieuwe Testament
Tussen het laatste boek van het Oude Testament en het eerste van het Nieuwe ligt een stilte van ongeveer vier eeuwen. Maleachi eindigt met de aankondiging van een profeet in de geest van Elia (Maleachi 4:5); pas bij Johannes de Doper klinkt die stem weer. Jezus zegt over hem: En zo gij het wilt aannemen, hij is Elias, die komen zou (Mattheüs 11:14).
In die tussentijd veranderde de wereld ingrijpend. Na de veroveringen van Alexander de Grote verspreidden de Griekse taal en cultuur zich over het hele oostelijke Middellandse Zeegebied, en werd het Oude Testament in het Grieks vertaald (de Septuaginta). De Makkabese opstand leidde in 164 v.Chr. tot de herinwijding van de tempel; dat feest kent het Nieuwe Testament nog als "het feest der vernieuwing des tempels" (Johannes 10:22). In 63 v.Chr. kwam Jeruzalem in Romeinse handen. Ondertussen groeide de synagoge uit tot het hart van het dagelijkse joodse leven.
Deze periode heet de intertestamentaire tijd. Ze verklaart waarom de wereld van Mattheüs zo anders aanvoelt dan die van Maleachi, terwijl de verwachting dezelfde bleef: er komt een Messias. De bijbelse tijdlijn zet die eeuwen op een rij.
Waar gaat het Nieuwe Testament over — en over wie?
Het Nieuwe Testament gaat van begin tot eind over Jezus Christus. De vier evangeliën beschrijven Zijn geboorte, onderwijs, sterven en opstanding. Handelingen vertelt hoe de kerk ontstaat en het evangelie zich verspreidt. De brieven van Paulus en de andere apostelen leggen uit wat het geloof in Christus betekent voor kerk en dagelijks leven, en Openbaring wijst vooruit naar het herstel van alle dingen. Wilt u dit deel van de Bijbel in zijn geheel doorlezen, dan brengt het leesplan Nieuwe Testament in 90 dagen u van Mattheüs tot Openbaring.
De antieke wereld van het Nieuwe Testament
Het Nieuwe Testament speelt zich af in de Grieks-Romeinse wereld van de eerste eeuw. Israël stond onder Romeins bestuur, het Grieks was de omgangstaal rond de Middellandse Zee, en via de Romeinse wegen en steden kon het evangelie zich snel verspreiden. Wie iets van die antieke wereld kent — de synagoge, de tempel in Jeruzalem, Romeinse stadhouders zoals Pilatus — begrijpt de evangeliën en de brieven beter.
Is de God van het Oude Testament een andere dan die van het Nieuwe?
Nee, beide delen spreken over dezelfde God. Het beeld ligt ook dichter bij elkaar dan de tegenstelling "een strenge God tegenover een liefdevolle God" suggereert. Al bij de berg Sinaï maakt God zich bekend als HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid (Exodus 34:6), en omgekeerd spreekt het Nieuwe Testament onbevangen over Gods oordeel. Wat verandert is niet Gods karakter, maar het moment in de geschiedenis: in het Oude Testament klinkt de belofte, in het Nieuwe komt God zelf in Jezus Christus naar de mensen toe.
Dat het Oude Testament ruwer overkomt, heeft ook met het onderwerp te maken. Het beschrijft ruim duizend jaar volksgeschiedenis, met oorlog, ballingschap en afgoderij, en poetst de scherpe randen niet weg. Het Nieuwe Testament omspant nog geen eeuw en bestaat voor een groot deel uit het onderwijs van Jezus en de brieven aan jonge gemeenten. Wie beide delen naast elkaar legt, ziet één lijn: God sluit een verbond, blijft daaraan trouw wanneer mensen dat niet zijn, en opent een weg om bij Hem te horen.
Geldt de wet van het Oude Testament nog?
Jezus laat over die vraag geen misverstand bestaan: Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen (Mattheüs 5:17). Het Oude Testament is voor christenen dus niet afgeschaft, maar het functioneert anders sinds Christus kwam. Johannes vat dat verschil samen in één zin: Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden (Johannes 1:17). Paulus noemt de wet een tuchtmeester die naar Christus leidt (Galaten 3:24).
In de praktijk onderscheiden veel kerken drie soorten voorschriften. De offer- en reinheidswetten wijzen vooruit naar het offer van Christus en zijn daarin vervuld. De burgerlijke wetten regelden het samenleven in het volk Israël en waren aan die staat gebonden. De morele geboden, samengevat in de Tien Geboden en in het gebod God en de naaste lief te hebben, blijven staan. Over de precieze grens tussen die drie wordt binnen de kerken verschillend gedacht, bijvoorbeeld over de sabbat en over de spijswetten. Wat de tradities delen, is dat u het Oude Testament leest in het licht van Christus, niet als een losse lijst regels.
Verbonden, niet gescheiden
Het Oude en Nieuwe Testament staan niet los van elkaar, maar vormen een eenheid:
Augustinus vatte het mooi samen: "Het Nieuwe Testament is verborgen in het Oude, het Oude wordt onthuld in het Nieuwe."
Hoe het Nieuwe Testament het Oude leest
Het Nieuwe Testament staat vol Oude Testament. De schrijvers citeren honderden keren uit de wet, de profeten en vooral de Psalmen, en verwijzen nog veel vaker zonder aanhalingsteken naar een bekend verhaal. Mattheüs schrijft telkens dat iets gebeurde opdat vervuld zou worden wat een profeet had gezegd; de brief aan de Hebreeën legt de tabernakel en de offerdienst uit als een schaduw van wat Christus deed.
Daarom begrijpt u het Nieuwe Testament maar half zonder het Oude. Woorden als verbond, offer, priester, koninkrijk, pascha en Messias krijgen hun betekenis in de eerste 39 boeken. Omgekeerd leest de kerk het Oude Testament sinds Pasen met andere ogen: als het deel dat uitloopt op Jezus Christus. Wilt u die lijn zelf volgen, dan zet de Bijbel in een jaar beide testamenten naast elkaar, en geeft de bijbeluitleg per hoofdstuk de achtergrond.
Het verbond
Het woord "testament" betekent "verbond." Het Oude Verbond is het verbond van de wet (via Mozes), het Nieuwe Verbond is het verbond van genade (via Jezus Christus).
Want dit is Mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden. — Mattheüs 26:28 (HSV)