Ga naar hoofdinhoud
EindtijdGevorderd

Wat is de opname van de gemeente?

Kort antwoord

De opname van de gemeente is het moment waarop de gelovigen die nog leven bij de komst van Christus samen met de opgestane gelovigen worden opgenomen, de Heere tegemoet (1 Thessalonicenzen 4:17). Christenen verschillen over het tijdstip. Reformatorische kerken zien de opname als deel van de ene, zichtbare wederkomst en verwachten geen geheime opname vóór de verdrukking.

Wie in evangelische kringen is opgegroeid of Amerikaanse romans en films over de eindtijd kent, hoort vaak over de opname: gelovigen die op een dag plotseling van de aarde verdwijnen, terwijl de rest van de wereld achterblijft. In reformatorische kerken hoort men dat woord zelden. Op deze pagina leest u wat Paulus over de opname schrijft, wat de bedelingenleer ervan maakt, waarom reformatorische uitleggers één zichtbare wederkomst verwachten en welke troost de tekst geeft.

Wat zegt de Bijbel over de opname?

Het woord opname gaat terug op 1 Thessalonicenzen 4. De gemeente in Thessalonica was bedroefd over gelovigen die gestorven waren (1 Thessalonicenzen 4:13). Zouden zij de komst van de Heere missen? Paulus antwoordt: 'Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels, en met de bazuin Gods nederdalen van den hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan' (1 Thessalonicenzen 4:16).

Daarna volgen de gelovigen die dan nog leven: 'Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht' (1 Thessalonicenzen 4:17). Het Griekse werkwoord harpazo betekent grijpen of wegrukken. De Latijnse vertaling, de Vulgaat, heeft hier rapiemur; daarvan komt het Engelse woord rapture, dat in het Nederlands met opname wordt weergegeven.

De volgorde is helder: de Heere komt, de gestorven gelovigen staan op, de levenden worden met hen opgenomen, en zo zullen zij altijd bij de Heere zijn. Paulus schreef dit om te troosten en gaf geen tijdschema. Het hele verband leest u in de uitleg van 1 Thessalonicenzen 4.

Wat leert de bedelingenleer over de opname van de gemeente?

De verwachting van een aparte opname vóór de eindtijd is betrekkelijk jong. Ze werd in de negentiende eeuw uitgewerkt door de Brits-Ierse prediker John Nelson Darby (1800-1882), een van de voormannen van de Brethren, in Nederland bekend als de Vergaderingen van gelovigen, en werd breed verspreid door de Scofield Reference Bible (1909). Deze bedelingenleer, ook dispensationalisme genoemd, verdeelt de geschiedenis in tijdperken en houdt Israël en de gemeente scherp uit elkaar.

In die visie komt Christus eerst onverwacht voor Zijn gemeente en neemt haar weg van de aarde. Daarna volgt op aarde een verdrukking van zeven jaar, afgeleid uit de zeventigste week van Daniël 9:27. Aan het eind daarvan komt Christus zichtbaar terug met Zijn heiligen en richt Hij een rijk van duizend jaar op (Openbaring 20:4). Aanhangers voeren onder meer aan:

  • Christus belooft de gemeente in Filadelfia: 'zo zal Ik ook u bewaren uit de ure der verzoeking' (Openbaring 3:10).
  • God heeft de gelovigen niet gesteld tot toorn (1 Thessalonicenzen 5:9), en de verdrukking zien zij als de tijd van Gods toorn.
  • Het woord gemeente komt in Openbaring 4 tot en met 19 niet voor.
  • De Heere kan op elk ogenblik komen (Mattheüs 24:44); dat past volgens hen alleen bij een opname waaraan geen tekenen voorafgaan.

Wie zo leest, zoekt geen sensatie: het is een oprechte poging de profetie letterlijk te nemen.

Komt Jezus twee keer terug?

Reformatorische uitleggers zien de opname als een deel van de ene, zichtbare wederkomst van Christus en niet als een aparte, stille gebeurtenis. Zij wijzen op de tekst zelf en op de rest van het Nieuwe Testament.

  • Niets is stil. Er klinkt een geroep, de stem van de aartsengel en de bazuin van God (1 Thessalonicenzen 4:16).
  • De laatste bazuin. Paulus plaatst de opstanding van de doden en de verandering van de levenden 'met de laatste bazuin' (1 Korinthe 15:52). Na de laatste bazuin volgt er geen latere.
  • Na de verdrukking. De Heere Jezus zegt dat Hij komt 'terstond na de verdrukking dier dagen' (Mattheüs 24:29), zichtbaar op de wolken; dan zendt Hij Zijn engelen uit om Zijn uitverkorenen bijeen te vergaderen (Mattheüs 24:31).
  • Eerst de afval. De toevergadering van de gelovigen tot Christus komt pas nadat de afval gekomen is en de mens der zonde geopenbaard is (2 Thessalonicenzen 2:1-3).
  • Voor ieder zichtbaar. Iedereen zal Hem zien komen met de wolken (Openbaring 1:7), zoals de engelen bij de hemelvaart zeiden (Handelingen 1:11).

Ook het woord tegemoet zegt iets. Het Griekse woord dat Paulus gebruikt, staat ook in de gelijkenis van de wijze maagden: 'Ziet, de bruidegom komt, gaat uit hem tegemoet' (Mattheüs 25:6), en bij de broeders uit Rome die Paulus tegemoet kwamen tot Appiusmarkt (Handelingen 28:15). Wie een gast tegemoet gaat, gaat met hem mee. Zo lezen veel reformatorische uitleggers de opname: de gemeente gaat haar Heere tegemoet en komt met Hem mee, wanneer Hij komt om te oordelen en alles nieuw te maken.

En de twee op de akker, van wie de een aangenomen en de ander verlaten wordt (Mattheüs 24:40)? Het verband spreekt over de dagen van Noach, toen de zondvloed de ongelovigen allen wegnam (Mattheüs 24:39). Uitleggers verschillen over wie hier weggenomen wordt, maar een geheime opname vóór de verdrukking volgt uit deze tekst niet. En dat de Heere komt als een dief in de nacht (1 Thessalonicenzen 5:2), sluit tekenen vooraf niet uit.

Waar christenen verschillen

Alle bijbelgetrouwe christenen geloven dat Christus terugkomt, dat de gestorven gelovigen opstaan en dat de levende gelovigen veranderd worden en voor altijd bij de Heere zijn. Het verschil gaat over het tijdstip en het karakter van de opname.

  • Opname vóór de verdrukking: de bedelingenleer, sterk aanwezig in evangelische kerken. De gemeente wordt weggenomen voordat de grote verdrukking begint (Openbaring 3:10).
  • Opname halverwege de verdrukking: een kleinere groep plaatst de opname in het midden van de zeven jaar of vlak vóór de laatste oordelen.
  • Opname na de verdrukking: ook veel christenen die een duizendjarig rijk op aarde verwachten, laten de opname samenvallen met de zichtbare wederkomst (Mattheüs 24:29-31).
  • Reformatorisch: de opname hoort bij de ene wederkomst op de jongste dag, met de opstanding van alle doden en het laatste oordeel (Johannes 5:28-29). Het rijk van duizend jaar lezen veel reformatorische uitleggers als de tegenwoordige heerschappij van Christus. Sommigen verwachten nog een tijd van bloei voor de kerk en de bekering van Israël, maar geen aards rijk.

Zie ook het duizendjarig rijk en de vraag wat de grote verdrukking is.

Wie een opname vóór de verdrukking verwacht, is daarmee geen dwaalleraar. Het verschil over het tijdstip raakt de uitleg van de profetie en laat het evangelie onaangetast. Wel mag ieder, zoals de gelovigen in Berea, de Schriften onderzoeken of het zo is (Handelingen 17:11).

Wat zeggen de belijdenisgeschriften?

De belijdenissen spreken niet over een aparte opname; zij belijden één wederkomst. Artikel 37 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt dat onze Heere Jezus Christus op de tijd die God bepaald heeft en die voor alle schepselen onbekend is, lichamelijk en zichtbaar uit de hemel zal komen, met grote heerlijkheid en majesteit, als Rechter over levenden en doden. Dan staan de doden op, en wie dan nog leeft, wordt in een ogenblik veranderd van vergankelijk tot onvergankelijk. Zo beschrijft Paulus het in 1 Korinthe 15:51-52.

In Zondag 19 van de Heidelbergse Catechismus is de wederkomst geen bron van angst. De gelovige verwacht als Rechter Dezelfde, Die Zich eerst voor hem aan Gods gericht gesteld heeft, en weet dat Hij 'mij met alle uitverkorenen tot Zich in de hemelse blijdschap en heerlijkheid nemen zal' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 19, vraag 52).

Welke troost geeft de opname?

Paulus sluit zijn onderwijs over de opname af met een opdracht: 'Zo dan, vertroost elkander met deze woorden' (1 Thessalonicenzen 4:18). De troost zit in drie dingen. De gestorven gelovigen zijn niet verloren, want God zal hen met Jezus wederbrengen (1 Thessalonicenzen 4:14). Wie achterblijft, zal hen terugzien. En het doel is een Persoon: altijd met de Heere te zijn.

Dat geeft rust. Niemand weet de dag of de ure (Mattheüs 24:36). De gemeente verwacht haar Zaligmaker uit de hemel (Filippenzen 3:20) en hoeft geen jaartallen uit te rekenen. Wel roept de Heere Jezus ieder op om bereid te zijn (Mattheüs 24:44), en die bereidheid is te vinden bij Hem alleen. Meer over de verwachting van Zijn komst leest u bij de wederkomst van Christus.

Wie onrustig wordt van eindtijdscenario's, mag weten dat Christus bad dat de Vader de Zijnen zou bewaren van de boze (Johannes 17:15). Wie bang is achter te blijven, mag met die angst naar de Heere Jezus gaan, Die zegt: 'die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen' (Johannes 6:37).

'Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus' (Titus 2:13)

Bijbelverwijzingen

opname van de gemeentede opnameopname bijbelwat is de opnamewederkomstbedelingenleerngb art. 37hc zondag 19

Stel uw eigen vraag

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Stel uw vraag aan de AI BijbelAssistent en krijg direct een onderbouwd antwoord met bijbelverwijzingen.

Stel een vraag

Gerelateerde vragen

Eindtijd

Wat is de grote verdrukking?

De grote verdrukking is de tijd van zware nood waarover de Heere Jezus spreekt: een verdrukking zoals er nooit geweest is (Mattheüs 24:21). Christenen verschillen over de vraag of die tijd in het jaar 70 kwam, nog moet komen of de hele geschiedenis van de kerk omvat. Vast staat dat God de dagen verkort en Zijn volk erdoor bewaart.

Eindtijd

Wanneer vergaat de wereld volgens de Bijbel?

Wanneer de wereld vergaat, weet volgens de Bijbel niemand: de Heere Jezus zegt dat alleen de Vader de dag en het uur kent (Mattheüs 24:36). Wel staat vast dat Christus zichtbaar terugkomt en dat God daarna een nieuwe hemel en een nieuwe aarde geeft. Daarom vraagt de Bijbel om waakzaamheid en geen berekening.

Eindtijd

Wie is de antichrist?

De antichrist is in de Bijbel de tegenstander die zich tegen Christus keert en zich in Zijn plaats stelt. Johannes schrijft dat er al vele antichristen zijn, en Paulus noemt een mens der zonde die vóór de wederkomst openbaar wordt (2 Thessalonicenzen 2:3). Wie hij is, leggen christenen verschillend uit. Vast staat dat de antichrist door Christus overwonnen wordt.

Eindtijd

Wat betekent 666 in de Bijbel?

De betekenis van 666 komt uit Openbaring 13: het is het getal van het beest, *'een getal eens mensen'* (Openbaring 13:18). Johannes gebruikt het voor de macht die zich tegen God verheft en aanbidding opeist die alleen Hem toekomt. Over de precieze verklaring verschillen uitleggers; wie Christus toebehoort, draagt Gods zegel en hoeft niet in angst te leven.

Eindtijd

Wat is Armageddon volgens de Bijbel?

Armageddon is in de Bijbel de plaats waar de koningen van de aarde verzameld worden tot de strijd van de grote dag van God (Openbaring 16:14-16). De naam betekent berg van Megiddo, een oud slagveld in Israël. De Bijbel zegt vooral wie die laatste strijd wint: Christus, de Koning der koningen.

Verdiep u verder