Het getal 666 duikt op in films, op internet en in verhalen over het einde van de wereld. Sommige mensen zijn bang dat zij het merkteken van het beest ongemerkt al ontvangen hebben, anderen zien er een geheime code in. Op deze pagina leest u waar het getal in de Bijbel staat, welke uitleggingen er bestaan, wat het merkteken van het beest is en waarom een christen er niet door opgejaagd hoeft te worden.
Wat is de betekenis van 666 in Openbaring 13?
Openbaring 13 beschrijft twee beesten. Het eerste komt op uit de zee, met zeven hoofden en tien hoornen, en krijgt zijn macht van de draak, die in het hoofdstuk ervoor de oude slang en de duivel genoemd wordt (Openbaring 12:9). Het tweede beest komt uit de aarde, heeft hoornen als van een lam en spreekt als de draak (Openbaring 13:11). Het brengt de mensen ertoe het eerste beest te aanbidden en verleidt hen met tekenen.
Dan volgt de bekende passage. Het tweede beest maakt 'dat het aan allen, kleinen en groten, en rijken en armen, en vrijen en dienstknechten, een merkteken geve aan hun rechterhand of aan hun voorhoofden' (Openbaring 13:16). Wie dat teken mist, wordt buitengesloten: 'dat niemand mag kopen of verkopen, dan die dat merkteken heeft, of den naam van het beest, of het getal zijns naams' (Openbaring 13:17). Daarna noemt Johannes het getal zelf: 'Hier is de wijsheid: die het verstand heeft, rekene het getal van het beest; want het is een getal eens mensen, en zijn getal is zeshonderd zes en zestig' (Openbaring 13:18).
Het getal staat midden in een visioen vol beelden: hoofden, hoornen, een draak en een lam. Daarom vraagt de tekst om wijsheid en verstand. In de uitleg van Openbaring 13 leest u het hele hoofdstuk in zijn verband.
Het getal komt in de Bijbel ook voor als gewone telling: het goud dat Salomo in één jaar ontving (1 Koningen 10:14) en de nakomelingen van Adonikam (Ezra 2:13). Een verband met Openbaring legt de Bijbel zelf daar niet.
Waarom heet 666 het getal van het beest?
Johannes noemt het een getal van een mens. Uitleggers lezen dat op twee manieren: als het getal van één bepaalde persoon, of als een getal dat bij de mens hoort, tegenover God. Daaruit komen de twee bekendste verklaringen.
De eerste is een naamberekening. In het Hebreeuws en het Grieks hadden letters ook een getalswaarde, zodat een naam opgeteld kon worden. Schrijft u de Griekse naamvorm Neron Kaisar in Hebreeuwse letters (Neron Kesar), dan is de som 666. Zonder de laatste letter van Nero komt de som op 616, en dat getal staat in enkele oude handschriften van Openbaring. Wie deze uitleg volgt, leest het getal als een verwijzing naar de keizer onder wie christenen in Rome vervolgd werden. Irenaeus van Lyon, die rond het jaar 180 schreef, kende de lezing 616 al en noemde verschillende mogelijke namen, waaronder het Griekse woord Lateinos. Hij raadde zijn lezers aan geen naam als zeker te verkondigen en de vervulling af te wachten (Tegen de ketterijen, boek V, hoofdstuk 30).
De tweede uitleg is symbolisch. In Openbaring is zeven het getal van volheid: zeven gemeenten, zeven zegels, zeven bazuinen (Openbaring 1:4; 5:1; 8:2). Zes blijft daar steeds net onder. Driemaal zes is dan een macht die zich als God voordoet en het nooit is. Een van de hoofden van het beest is als tot de dood gewond en die wond geneest (Openbaring 13:3), alsof het de opstanding van Christus nabootst. Het is een namaak van het Lam, Dat geslacht is en toch leeft (Openbaring 5:6).
Wat is het merkteken van het beest?
Het merkteken staat op de rechterhand of op het voorhoofd. Dat beeld kent de Bijbel al uit het Oude Testament: Israël moest de woorden van God tot een teken binden op de hand en ze dragen tussen de ogen (Deuteronomium 6:8). Hand en voorhoofd staan voor wat een mens doet en wat hij denkt. Het merkteken laat dus zien wie iemand toebehoort.
Openbaring zet er een ander teken tegenover. Voordat de oordelen losbreken, roept een engel: 'Beschadigt de aarde niet, noch de zee, noch de bomen, totdat wij de dienstknechten onzes Gods zullen verzegeld hebben aan hun voorhoofden' (Openbaring 7:3). Later staan de verzegelden bij het Lam op de berg Sion, met de Naam van Zijn Vader op hun voorhoofd (Openbaring 14:1). In Openbaring zijn er zo twee groepen mensen: wie het beest volgen en wie het Lam volgen. Ook Paulus schrijft dat wie gelooft, verzegeld is met de Heilige Geest (Efeze 1:13).
Het merkteken hangt in Openbaring steeds samen met aanbidding. Een engel waarschuwt: 'Indien iemand het beest aanbidt en zijn beeld, en ontvangt het merkteken aan zijn voorhoofd, of aan zijn hand' (Openbaring 14:9), dan zal hij drinken uit de beker van Gods toorn (Openbaring 14:10). Het teken hoort bij wie het beest dient en God de eer weigert.
Moet een christen bang zijn voor 666?
Rond 666 gaan veel angstige verhalen rond, over chips onder de huid, streepjescodes, bankpassen of vaccins. De Bijbel noemt geen van die dingen. Openbaring 20:4 spreekt over hen 'die het beest, en deszelfs beeld niet aangebeden hadden, en die het merkteken niet ontvangen hadden'. Aanbidden en merkteken horen bij elkaar. Niemand krijgt het merkteken van het beest per ongeluk, bij een prik of bij een betaling.
Wie zich ongerust maakt over een huisnummer, een telefoonnummer of een prijs met 666 erin, mag weten dat een getal geen macht heeft over een kind van God. De Heere Jezus zegt over Zijn schapen: 'niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken' (Johannes 10:28). Blijft de angst u bezighouden, of twijfelt u of u wel bij Christus hoort, bespreek dat dan met uw predikant of ouderling.
Toch is de waarschuwing van Openbaring 13 ernstig bedoeld. Johannes schreef aan gemeenten die onder druk stonden om mee te doen met de afgoderij om hen heen (Openbaring 2:13-14). Ook nu kan de druk groot zijn om mee te gaan met wat de wereld vereert, en Johannes schrijft in zijn brief dat er in zijn tijd al vele antichristen waren (1 Johannes 2:18). Meer daarover leest u bij wie de antichrist is en op de pagina over de eindtijd in de Bijbel.
Waar christenen verschillen
Alle bijbelgetrouwe christenen geloven dat Christus terugkomt, dat het beest en de valse profeet geoordeeld worden (Openbaring 19:20) en dat God Zijn volk bewaart. Over de vraag naar wie of wat 666 verwijst, lopen de uitleggingen uiteen.
- Tijdgeschiedkundig: Johannes schreef over de macht van Rome in zijn eigen tijd, en 666 wijst op keizer Nero. Deze uitleggers wijzen op de dingen 'die haast geschieden moeten' (Openbaring 1:1).
- Kerkgeschiedkundig: Openbaring tekent de loop van de kerkgeschiedenis. Veel uitleggers uit de tijd van de Reformatie zagen in het beest de macht van het pausdom; sommigen noemden, in navolging van Irenaeus, Lateinos als mogelijke naam achter het getal.
- Eindhistorisch: het beest is een persoon die vlak voor de wederkomst optreedt, met een wereldwijd systeem van kopen en verkopen. Deze uitleg is wijdverbreid in evangelische en dispensationalistische kring; in deze lijn wordt het vaakst gezocht naar een verband met moderne techniek.
- Symbolisch: het beest staat voor elke macht die zich door de eeuwen heen tegen God en Zijn gemeente keert, en 666 voor menselijke hoogmoed die nooit tot zeven komt.
Reformatorische uitleggers verbinden vaak de tweede en de vierde lijn. Openbaring tekent de strijd van de hele tijd tussen de hemelvaart en de wederkomst van Christus, en die strijd loopt uit op een laatste opstand vlak voor het einde (2 Thessalonicenzen 2:3). Belangrijker dan de naam achter het getal is de oproep van de tekst om wakker en trouw te blijven. Wie het getal anders uitlegt dan u, is daarom geen ongelovige.
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De belijdenisgeschriften geven geen uitleg van het getal 666; ze spreken wel over het einde waar Openbaring naartoe werkt. Artikel 37 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt dat Christus lichamelijk en zichtbaar uit de hemel terugkomt om levenden en doden te oordelen, als de tijd gekomen is die God bepaald heeft en die geen schepsel kent. Voor de goddelozen is die dag vreselijk. Voor de gelovigen is hij een grote troost, omdat dan hun verlossing voltooid wordt en God hun zaak in het licht zet tegenover wie hen vervolgd hebben.
In Zondag 19 van de Heidelbergse Catechismus (vraag 52) klinkt dezelfde troost. De gelovige verwacht 'in alle droefenis en vervolging met opgerichten hoofde' de Rechter uit de hemel, Die Zich eerst voor hem aan Gods gericht gesteld heeft. Zo lezen reformatorische christenen Openbaring 13: het beest is machtig, maar zijn tijd is begrensd, en het Lam overwint (Openbaring 17:14). Wie Openbaring zelf wil leren lezen, vindt hulp in de bijbelstudie over Openbaring.
'Hier is de lijdzaamheid der heiligen; hier zijn zij, die de geboden Gods bewaren en het geloof van Jezus' (Openbaring 14:12)