Inleiding tot Efeziërs 1
Efeziërs hoofdstuk 1 behoort tot de meest rijke en theologisch diepe passages in het Nieuwe Testament. Paulus opent zijn brief met een overweldigende hymne van lof voor alle geestelijke zegeningen die gelovigen ontvangen hebben in Christus Jezus.
De Zegeningen in Christus (vers 3-14)
Gods Verkiezing en Voorbestemming (vers 3-6)
Paulus begint met de lofprijzing dat God ons "gezegend heeft met alle geestelijke zegeningen in de hemelse gewesten in Christus" (vers 3). Dit vormt de basis voor alles wat volgt. De apostel verklaart dat God ons "uitverkoren heeft in Hem vóór de grondlegging der wereld" (vers 4). Dit leert ons dat Gods keuze voor ons niet gebaseerd is op onze verdiensten, maar op Zijn soevereine genade.
De voorbestemming "tot kinderen Gods door Jezus Christus" (vers 5) benadrukt Gods eeuwige plan voor onze redding. Verschillende christelijke tradities interpreteren deze leer verschillend, maar allen erkennen Gods soevereiniteit en genade in de redding.
Verlossing door Christus' Bloed (vers 7-12)
Vers 7 proclameert een kernwaarheid van het evangelie: "In Hem hebben wij de verlossing door zijn bloed, namelijk de vergeving der zonden." Deze verlossing is niet gedeeltelijk maar volledig, gebaseerd op de rijkdom van Gods genade. Paulus benadrukt dat God Zijn wijsheid bekend heeft gemaakt door het mysterie van Zijn wil (vers 9-10).