Op veel kruisbeelden en schilderijen van de kruisiging staan boven het hoofd van Jezus vier letters: INRI. Wie ze voor het eerst ziet, vraagt zich af waar ze vandaan komen. Hieronder leest u waarvoor de afkorting staat, wat de evangeliën over het opschrift vertellen, waarom het in drie talen geschreven was en waarom de vier evangelisten het iets anders weergeven. Ook leest u wat Pilatus over Jezus zei zonder het zelf te geloven.
Wat is de betekenis van INRI?
INRI zijn de beginletters van vier Latijnse woorden: Iesus Nazarenus Rex Iudaeorum. Vertaald staat er: Jezus de Nazarener, de Koning der Joden. Het klassieke Latijn kende geen aparte letter J. Daarom begint de afkorting met een I, en staat er ook bij het laatste woord een I.
- I = Iesus: Jezus, de naam die de engel aan Jozef opdroeg, omdat Hij Zijn volk zalig zou maken van hun zonden (Mattheüs 1:21).
- N = Nazarenus: de Nazarener, Hij Die in Nazareth in Galilea opgroeide (Lukas 2:39; Mattheüs 2:23).
- R = Rex: Koning.
- I = Iudaeorum: der Joden.
De woorden komen uit het evangelie naar Johannes: 'En Pilatus schreef ook een opschrift, en zette dat op het kruis; en er was geschreven: JEZUS De NAZARENER De KONING DER JODEN' (Johannes 19:19). De Latijnse vertaling die de westerse kerk eeuwenlang las, de Vulgaat, geeft die woorden weer als Iesus Nazarenus Rex Iudaeorum. Uit die regel is de afkorting ontstaan.
Nazareth was een onaanzienlijk dorp. Toen Nathanaël hoorde waar Jezus vandaan kwam, vroeg hij of uit Nazareth iets goeds kon komen (Johannes 1:47). Dat Jezus de Nazarener heette, paste bij Zijn nederige komst in de wereld.
Waar staat INRI in de Bijbel?
De vier letters zelf staan niet in de Bijbel; ze zijn een latere afkorting. Het opschrift waar ze voor staan, vermelden alle vier de evangelisten. Mattheüs en Markus noemen het de beschuldiging (Mattheüs 27:37; Markus 15:26). Het was de aanklacht waarvoor Jezus ter dood veroordeeld werd. Bij een kruisiging maakten de Romeinen de reden van de straf openlijk bekend. Johannes gebruikt in het Grieks het woord titlos, het Latijnse titulus, een bord met een opschrift. De Romeinse geschiedschrijver Suetonius beschrijft in zijn leven van keizer Caligula (hoofdstuk 32) een veroordeelde die werd rondgeleid achter zo'n bord met de reden van zijn straf.
Waarom luidde de aanklacht juist zo? In het verhoor vroeg Pilatus aan Jezus of Hij de Koning der Joden was (Johannes 18:33). De Joodse leiders maakten er een politieke zaak van: wie zich koning noemde, kwam in opstand tegen de keizer (Johannes 19:12). Pilatus zelf vond geen schuld in Hem (Johannes 19:4), maar gaf Hem toch over om gekruisigd te worden. Het hele verloop leest u in het verhaal van de kruisiging van Jezus.
Waarom stond het opschrift in drie talen?
Johannes vertelt dat veel Joden het opschrift lazen, omdat Golgotha dicht bij de stad lag, 'en het was geschreven in het Hebreeuws, in het Grieks, en in het Latijn' (Johannes 19:20). Ook Lukas noemt de drie soorten letters (Lukas 23:38).
Elk van die talen had in Jeruzalem zijn eigen plaats. Het Hebreeuws was de taal van het Joodse volk; in het Nieuwe Testament kan daarmee ook de verwante Aramese omgangstaal bedoeld zijn, zoals bij de naam Golgotha (Johannes 19:17). Het Grieks was de gemeenschappelijke taal in het oostelijke deel van het Romeinse rijk. Het Latijn was de taal van de Romeinse overheid. Met het Pascha waren er bovendien Joden uit veel landen in de stad.
Zo kon iedereen die langs het kruis kwam lezen wie daar hing. Veel uitleggers zien hierin een voorteken van wat daarna gebeurde: de boodschap van de gekruisigde Koning ging uit naar alle volken (Lukas 24:47). De Bijbel zegt dat niet met zoveel woorden; het past wel bij de rest van het evangelie. In de uitleg van Johannes 19 leest u het hoofdstuk in zijn verband.
Waarom verschilt het opschrift in de vier evangeliën?
Wie de vier evangeliën naast elkaar legt, ziet dat zij het opschrift niet woord voor woord gelijk weergeven:
- Mattheüs: 'DEZE Is JEZUS, De KONING DER JODEN' (Mattheüs 27:37).
- Markus: 'De KONING DER JODEN' (Markus 15:26).
- Lukas: 'DEZE Is De KONING DER JODEN' (Lukas 23:38).
- Johannes: Jezus de Nazarener, de Koning der Joden (Johannes 19:19), de vorm waar INRI van komt.
Dat is geen tegenspraak. Het opschrift stond er in drie talen, en die hoefden niet precies hetzelfde te luiden. Bovendien geven de evangelisten vaker de kern van gesproken of geschreven woorden weer zonder alles volledig over te nemen; dat ziet u ook wanneer twee evangeliën dezelfde uitspraak van Jezus iets anders formuleren. Markus geeft alleen de aanklacht zelf, Johannes de volledigste vorm. Wat alle vier gelijk hebben, is de kern: de Koning der Joden. Daar ging het om, zowel voor Pilatus als voor de evangelisten.
Wat zei Pilatus over Jezus zonder het te bedoelen?
De overpriesters waren niet blij met het opschrift. Zij vroegen Pilatus om er niet de Koning der Joden van te maken, maar te schrijven dat Jezus dat van Zichzelf gezegd had (Johannes 19:21). Pilatus weigerde: 'Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven' (Johannes 19:22). Veel uitleggers lezen hierin aanklacht en spot, ook tegenover de Joodse leiders die hem tot de veroordeling gedrongen hadden.
Toch zei hij de waarheid. Zoals de hogepriester Kajafas zonder het te beseffen profeteerde dat Jezus voor het volk zou sterven (Johannes 11:51), zo zette Pilatus zonder het te geloven de ware titel boven het kruis. Dezelfde titel klonk al bij de geboorte van Jezus, toen de wijzen uit het Oosten in Jeruzalem vroegen: 'Waar is de geboren Koning der Joden?' (Mattheüs 2:2). Aan het begin en aan het einde van Zijn leven op aarde wordt Hij zo genoemd.
Jezus had Pilatus Zelf gezegd wat voor Koning Hij is: 'Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld' (Johannes 18:36). Hij regeert niet met legers, en Zijn troon is in deze uren een kruis. Juist daar laat Hij zien wat Zijn koningschap inhoudt: Hij geeft Zijn leven voor Zijn volk. Eén van de misdadigers naast Hem zag dat en vroeg Hem aan hem te denken als Hij in Zijn Koninkrijk zou komen (Lukas 23:42). In de naam Christus, de Gezalfde, ligt hetzelfde koningschap besloten; daarover leest u meer bij de betekenis van de naam Christus.
Waarom staat INRI op kruisbeelden?
In de westerse kerk werd INRI een vast onderdeel van kruisbeelden en schilderijen van de kruisiging. U ziet de letters op een bordje boven het hoofd van Jezus, op kruisen langs de weg en in rooms-katholieke en lutherse kerken. In de oosterse kerken staat soms de Griekse vorm van hetzelfde opschrift.
In reformatorische kerken hangen geen kruisbeelden. Dat heeft te maken met het tweede gebod, dat verbiedt God af te beelden of te vereren op een manier die Hij niet bevolen heeft (Exodus 20:4). De Heidelbergse Catechismus legt in Zondag 35 uit dat God Zijn kerk niet door beelden, maar door de levende verkondiging van Zijn Woord wil onderwijzen. De boodschap van het opschrift klinkt daar uit de Schrift zelf, vooral in de lijdenstijd en op Goede Vrijdag, wanneer de gemeente stilstaat bij het lijden en sterven van Christus (Galaten 6:14).
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De belijdenis gaat niet over de letters INRI, wel over wat er op het opschrift stond. In het Apostolicum belijdt de kerk dat Christus geleden heeft onder Pontius Pilatus. Zondag 15 van de Heidelbergse Catechismus vraagt waarom Hij onder die rechter geleden heeft, en antwoordt: 'Opdat Hij, onschuldig onder den wereldlijken rechter veroordeeld zijnde, ons daarmede van het strenge oordeel Gods, dat over ons gaan zou, bevrijdde' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 15, vraag 38). De beschuldiging boven Zijn hoofd was dus geen misdaad van Hem. Hij droeg het oordeel dat anderen verdiend hadden. Vraag 39 voegt eraan toe dat de dood aan het kruis een vervloekte dood was, zodat Christus de vloek op Zich nam die op ons lag (Galaten 3:13).
Artikel 21 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt in dezelfde lijn dat Christus met de misdadigers gerekend werd en door Pontius Pilatus als misdadiger veroordeeld, hoewel Pilatus Hem eerst onschuldig verklaard had. En HC Zondag 12 (vraag 31) noemt Christus onze eeuwige Koning, Die ons met Zijn Woord en Geest regeert. Wat Pilatus als spot boven het kruis zette, belijdt de kerk met eerbied: deze Gekruisigde is de Koning.
'Koning der koningen, en Heere der heren' (Openbaring 19:16)