Ga naar hoofdinhoud
Jezus ChristusGevorderd

Wat is het Koninkrijk van God?

Kort antwoord

Het Koninkrijk van God is het koningschap van God, dat Hij uitoefent door Jezus Christus. Met Jezus is dat Koninkrijk gekomen (Markus 1:15), het groeit nu door Woord en Geest, en het wordt volkomen als Christus terugkomt. Het Koninkrijk der hemelen is hetzelfde. Wie door Gods genade wederom geboren wordt, gaat erin.

Jezus begon Zijn prediking met het Koninkrijk van God, en in Zijn gelijkenissen komt het steeds terug. Christenen bidden erom telkens als zij het Onze Vader bidden. Toch blijft het voor veel lezers een vaag begrip. Gaat het over de hemel, over de kerk of over een rijk dat nog moet komen? Op deze pagina leest u wat de Bijbel ermee bedoelt, waarom het al gekomen is en toch nog komt, hoe iemand erin komt en wat de tweede bede vraagt.

Wat is het Koninkrijk van God?

Bij een koninkrijk denken wij aan een land met grenzen. In de Bijbel gaat het eerst om het koningschap zelf: dat God regeert. Hij is altijd Koning geweest. David zingt: 'Uw Koninkrijk is een Koninkrijk van alle eeuwen' (Psalm 145:13). Toch beloven de profeten ook een Koninkrijk dat nog komen moet. Daniël ziet dat de God des hemels een Koninkrijk zal verwekken dat in eeuwigheid niet verstoord wordt (Daniël 2:44), en de engel zegt tegen Maria dat aan het Koninkrijk van haar Zoon geen einde zal zijn (Lukas 1:33).

Met de komst van Jezus breekt die belofte door. Zijn eerste prediking in Galilea luidt: 'De tijd is vervuld, en het Koninkrijk Gods nabij gekomen; bekeert u, en gelooft het Evangelie' (Markus 1:15). In de uitleg van Markus 1 leest u die woorden in hun verband. Het Koninkrijk van God is dus Gods koninklijke heerschappij in Jezus Christus: Hij overwint de zonde, de dood en de duivel, en Hij brengt mensen terug onder het goede bestuur van God. Waar Christus als Koning wordt erkend en gehoorzaamd, daar is Zijn Koninkrijk.

Wat is het Koninkrijk der hemelen?

Het is hetzelfde als het Koninkrijk Gods. Mattheüs schrijft meestal Koninkrijk der hemelen, terwijl Markus en Lukas bij dezelfde woorden van Jezus Koninkrijk Gods hebben. Vergelijk Mattheüs 4:17 met Markus 1:15, of de eerste zaligspreking in Mattheüs 5:3 met Lukas 6:20. In Mattheüs 19:23-24 gebruikt Jezus zelfs beide uitdrukkingen in twee opeenvolgende verzen, over de rijke die bezwaarlijk ingaat. Meer over die zaligsprekingen leest u bij de vraag wat de zaligsprekingen betekenen.

Een veelgenoemde verklaring is dat Mattheüs de Joodse gewoonte volgt om uit eerbied de Naam van God te omschrijven. De Bijbel zegt dat zelf niet. Wel is duidelijk wat der hemelen aanwijst: dit Koninkrijk komt van God. Voor Pilatus zei Jezus: 'Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld' (Johannes 18:36). Dat betekent niet dat het Koninkrijk alleen de hemel na de dood is. Het komt juist naar de aarde, zoals het Onze Vader vraagt.

Is het Koninkrijk van God al gekomen of komt het nog?

Allebei. De Farizeeën vroegen wanneer het Koninkrijk Gods zou komen. Jezus antwoordde dat het niet komt met uiterlijk gelaat, en: 'want, ziet, het Koninkrijk Gods is binnen ulieden' (Lukas 17:21). Uitleggers lezen dat op twee manieren. De een denkt aan het hart: Gods regering begint van binnen. De ander leest het als in uw midden: de Koning staat al voor u. Beide lezingen zeggen dat het Koninkrijk er al is, verborgen voor wie op uiterlijke tekenen wacht. Toen Jezus door de Geest Gods de duivelen uitwierp, zei Hij dat het Koninkrijk Gods tot hen gekomen was (Mattheüs 12:28), en na Zijn opstanding zei Hij dat Hem alle macht in hemel en op aarde gegeven is (Mattheüs 28:18).

Tegelijk leert Jezus Zijn discipelen bidden: 'Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel alzo ook op de aarde' (Mattheüs 6:10). Dat gebed staat in de Bergrede, waarover u meer leest op de pagina over de Bergrede. Wie bidt dat het Koninkrijk komt, belijdt dat het nog niet volkomen is. Christus moet als Koning heersen totdat Hij al Zijn vijanden onder Zijn voeten gelegd heeft (1 Korinthe 15:25). Pas bij Zijn wederkomst wordt zichtbaar wat nu al waar is, dat de koninkrijken der wereld van onze Heere en van Zijn Christus zijn (Openbaring 11:15). Theologen noemen dit vaak het al en het nog niet van het Koninkrijk.

Wat leren de gelijkenissen over het Koninkrijk?

Jezus sprak vaak over het Koninkrijk in gelijkenissen, omdat het zich anders gedraagt dan mensen verwachten. Het bekendste beeld is het kleinste zaad: 'Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan het mosterdzaad, hetwelk een mens heeft genomen en in zijn akker gezaaid' (Mattheüs 13:31). Het minste van alle zaden wordt een boom waarin de vogelen des hemels nestelen (Mattheüs 13:32). Zo begon het Koninkrijk met Jezus, de timmerman uit Nazareth, en twaalf discipelen, en het reikt tot alle volken.

De gelijkenissen laten samen verschillende kanten zien:

  • Het mosterdzaad: een klein begin met een grote afloop (Mattheüs 13:31-32).
  • De zuurdesem: het Koninkrijk werkt verborgen door, totdat het geheel doortrokken is (Mattheüs 13:33).
  • Het zaad dat vanzelf groeit: God geeft de groei, ook als de zaaier slaapt (Markus 4:26-28).
  • De schat in de akker: wie het Koninkrijk vindt, heeft er alles voor over (Mattheüs 13:44).

Een overzicht van alle gelijkenissen met hun teksten vindt u bij de gelijkenissen van Jezus.

Hoe komt iemand in het Koninkrijk van God?

Nikodemus was een leraar in Israël, maar Jezus zei tegen hem: 'Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien' (Johannes 3:3). Even later voegt Hij eraan toe dat iemand die niet geboren wordt uit water en Geest, er niet kan ingaan (Johannes 3:5). Afkomst, vroomheid of kennis openen de deur dus niet. Er is een nieuw begin nodig dat alleen God geeft. In de uitleg van Johannes 3 leest u het hele nachtelijke gesprek.

Daarom roept Jezus op tot bekering en geloof (Markus 1:15), en zegt Hij dat wie het Koninkrijk niet ontvangt als een kindeken, er geenszins in zal ingaan (Markus 10:15). Een kind brengt niets mee en ontvangt alles. Paulus beschrijft het als een daad van God: Hij heeft ons getrokken uit de macht der duisternis en overgezet in het Koninkrijk van den Zoon Zijner liefde (Kolossenzen 1:13). Wie zo onder de heerschappij van Christus komt, leert iets van wat Paulus het Koninkrijk Gods noemt: rechtvaardigheid, vrede en blijdschap door de Heilige Geest (Romeinen 14:17).

Is het Koninkrijk een aards rijk voor Israël?

Vlak voor de hemelvaart vroegen de discipelen of Jezus in die tijd aan Israël het Koninkrijk zou wederoprichten (Handelingen 1:6). Hij gaf geen tijdschema. Het komt hun niet toe de tijden te weten die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft; zij zouden de kracht van de Heilige Geest ontvangen en Zijn getuigen zijn tot aan het uiterste der aarde (Handelingen 1:7-8).

Hier verschillen christenen. De bedelingsleer leert dat het Koninkrijk dat Jezus aan Israël aanbood, na de verwerping is uitgesteld, en dat het later als een aards rijk met Israël in het middelpunt wordt opgericht. In de reformatorische uitleg regeert Christus nu al als Koning vanuit de hemel, verzamelt Hij Zijn Koninkrijk uit Joden en heidenen, en wordt het volkomen bij Zijn wederkomst. Jezus zei immers dat velen van oosten en westen met Abraham, Izak en Jakob zullen aanzitten in het Koninkrijk der hemelen (Mattheüs 8:11). Veel reformatorische uitleggers verwachten daarbij met Paulus dat God Israël nog tot Christus zal bekeren, zodat geheel Israël zalig wordt (Romeinen 11:25-26). Zij zien dat als deel van het ene Koninkrijk van Christus. De vragen rond het duizendjarig rijk en de eindtijd vragen een eigen bespreking.

Wat zeggen de belijdenisgeschriften?

De Heidelbergse Catechismus legt de tweede bede uit in Zondag 48 van de Heidelbergse Catechismus (vraag 123). Uw Koninkrijk kome betekent daar eerst: 'Regeer ons alzo door Uw Woord en Geest, dat wij hoe langer hoe meer ons aan U onderwerpen' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 48, vraag 123). Daarna vraagt de gelovige dat God Zijn Kerk bewaart en vermeerdert, en de werken des duivels verstoort. Het slot wijst vooruit: 'totdat de volkomenheid Uws Rijks kome, waarin Gij alles zult zijn in allen' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 48, vraag 123). Dat sluit aan bij Paulus, die schrijft dat God aan het einde zal zijn alles in allen (1 Korinthe 15:28).

De Catechismus houdt zo beide kanten bij elkaar: het Koninkrijk is er nu, waar God door Zijn Woord en Geest regeert, en het komt nog in volle heerlijkheid. De Nederlandse Geloofsbelijdenis spreekt in artikel 37 over die toekomst: Christus komt zichtbaar terug als Rechter, en de gelovigen zullen met heerlijkheid en eer gekroond worden en de beloften van God in Christus ten volle genieten. Wie om het Koninkrijk bidt, bidt daarom ook om de komst van de Koning Zelf.

'Vreest niet, gij klein kuddeken, want het is uws Vaders welbehagen, ulieden het Koninkrijk te geven' (Lukas 12:32)

Bijbelverwijzingen

koninkrijk van godkoninkrijk der hemelenwat is het koninkrijk der hemelenkoninkrijk godstweede bedegelijkenissenhc zondag 48

Stel uw eigen vraag

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Stel uw vraag aan de AI BijbelAssistent en krijg direct een onderbouwd antwoord met bijbelverwijzingen.

Stel een vraag

Gerelateerde vragen

De Bijbel

Wat zijn de zaligsprekingen?

De zaligsprekingen zijn de uitspraken waarmee de Heere Jezus de Bergrede opent (Mattheüs 5:3-12). Telkens begint Hij met het woord zalig en noemt Hij wie door God gezegend is, zoals de armen van geest, wie treuren, de zachtmoedigen en de vreedzamen. Het zijn geen prestaties om de hemel te verdienen. Ze tekenen de burgers van Gods Koninkrijk.

Jezus Christus

Wat betekent 'Zoon des mensen'?

Zoon des mensen is de titel waarmee Jezus Zichzelf aanwees als de Mensenzoon uit het visioen van Daniël, waarachtig mens en tegelijk de beloofde hemelse Koning. Jezus gebruikte deze titel het vaakst voor Zichzelf. In Daniël komt Een als eens mensen zoon met de wolken en ontvangt Hij een eeuwig Koninkrijk (Daniël 7:13-14).

Dood en eeuwigheid

Hoe kom ik in de hemel volgens de Bijbel?

Hoe kom ik in de hemel? De Bijbel zegt duidelijk: alleen door Gods genade, door het geloof in de Heere Jezus Christus (Efeze 2:8). Goed leven is daarvoor nooit genoeg, want ieder mens heeft gezondigd. Christus heeft aan het kruis voor zondaren betaald. Wie zich tot God bekeert en Hem vertrouwt, ontvangt vergeving en het eeuwige leven als gave.

Jezus Christus

Hoeveel discipelen had Jezus?

Op de vraag hoeveel discipelen Jezus had, is het antwoord: twaalf, die Hij uit een grotere kring van volgelingen koos en ook apostelen noemde (Lukas 6:13). Na het verraad van Judas Iskariot nam Matthias diens plaats in. Daarnaast zond Jezus nog zeventig anderen uit, en ook vrouwen en vele andere volgelingen gingen met Hem mee.

Jezus Christus

Wanneer is Jezus geboren?

Jezus is geboren in de dagen van koning Herodes (Mattheüs 2:1); wanneer precies, vermeldt de Bijbel niet. Omdat Herodes volgens de meeste historici in 4 voor Christus stierf, ligt de geboorte waarschijnlijk tussen 6 en 4 voor Christus. De dag is onbekend: 25 december is een kerkelijke traditie uit de vierde eeuw.

Verdiep u verder