Inleiding tot Jesaja 42
Jesaja 42 opent met een van de meest geliefde en belangrijke passages uit het Oude Testament: het eerste van de vier zogenaamde 'Knechtsliefde'. Dit hoofdstuk presenteert een prachtig contrast tussen Gods ideale knecht en de werkelijkheid van Israël, terwijl het tegelijkertijd hoop en troost biedt aan Gods volk in ballingschap.
Het Eerste Knechtsliefde (vers 1-9)
Gods Uitverkoren Knecht (vers 1-4)
Het hoofdstuk begint met Gods eigen presentatie van Zijn knecht: "Zie, mijn knecht die ik ondersteun, mijn uitverkorene in wie mijn ziel behagen heeft." Deze knecht ontvangt Gods Geest en heeft een unieke roeping: recht brengen aan de volken. Het Hebreeuwse woord voor 'recht' (mishpat) betekent meer dan alleen juridische uitspraken - het verwijst naar Gods rechtvaardige orde en gerechtigheid.
Wat opvallend is aan deze knecht is zijn zachtmoedigheid. Hij zal niet schreeuwen of zijn stem verheffen op de straten. Een geknakt riet zal hij niet breken en een wiekende vlaspit zal hij niet uitblussen. Deze beelden spreken van tederheid en zorg voor de zwakken en gebroken mensen.
De Zending van de Knecht (vers 5-9)
God, die hemel en aarde geschapen heeft, roept Zijn knecht in gerechtigheid en stelt hem tot een verbond voor het volk en tot een licht voor de heidenen. De missie is veelomvattend: blinde ogen openen, gevangenen uit de kerker halen, en hen die in duisternis zitten bevrijden uit de gevangenis.