Gods Hernieuwde Belofte aan Mozes (Exodus 6:1-9)
Exodus hoofdstuk 6 begint met een krachtige bemoediging van God aan Mozes na diens teleurstelling over Farao's verharde houding. In vers 1 belooft God dat Farao het volk niet alleen zal laten gaan, maar hen zelfs zal wegdrijven uit zijn land. Deze belofte wordt gevolgd door een van de meest belangrijke openbaringen in het Oude Testament.
De Openbaring van Gods Naam JHWH (vers 2-3)
In verzen 2-3 openbaart God zich aan Mozes met de woorden: 'Ik ben de HEERE' (JHWH/Yahweh). God verklaart dat Hij zich aan Abraham, Izaäk en Jakob bekend heeft gemaakt als 'God de Almachtige' (El Shaddai), maar dat zij Hem niet hebben gekend bij zijn naam JHWH. Dit betekent niet dat de naam onbekend was, maar dat de volledige betekenis en kracht van deze naam nu voor het eerst volledig geopenbaard wordt.
Het Verbond met de Aartsvaders Herbevestigd (vers 4-8)
God herinnert Mozes aan het verbond dat Hij met Abraham, Izaäk en Jakob heeft gesloten. Hij belooft vier belangrijke dingen:
1. Verlossing: 'Ik zal u wegvoeren onder de lasten der Egyptenaars uit'
2. Redding: 'Ik zal u redden uit hun dienstbaarheid'
3. Adoptie: 'Ik zal u tot Mijn volk aannemen'
4. Het Beloofde Land: 'Ik zal u brengen in het land'
Deze viervoudige belofte toont Gods volledige plan voor zijn volk en vormt de basis voor de Pascha-viering met de vier bekers wijn.