Inleiding tot Job - Een Man van Onberispelijke Karakter
Job hoofdstuk 1 opent met de introductie van een opmerkelijke man: Job uit het land Uz. De Bijbel beschrijft hem als 'onberispelijk en oprecht, godvrezend en het kwaad mijdend' (vers 1). Deze viervoudige karakterisering toont aan dat Job niet alleen uiterlijk religieus was, maar een man van integriteit die God werkelijk vreesde en liefhad.
Job was niet alleen spiritueel gezegend, maar ook materieel. Hij bezat 7000 schapen, 3000 kamelen, 500 span runderen, 500 ezelinnen en een zeer groot aantal knechten. Hij was 'de grootste van alle Oosterlingen' (vers 3). Deze rijkdom was in die tijd een teken van Gods zegen en gunst.
De Hemelse Raadsvergadering - Een Blik Achter de Schermen
Verzen 6-12 geven ons een unieke blik in de hemelse wereld. De 'zonen Gods' (engelen) presenteren zich voor de HERE, en onder hen is ook Satan. Dit toont aan dat Satan niet autonoom handelt, maar onderworpen is aan Gods soevereiniteit.
God wijst Satan op Job: 'Hebt gij acht geslagen op Mijn knecht Job? Want zijns gelijke is er niet op aarde' (vers 8). Deze goddelijke getuigenis over Jobs karakter is opmerkelijk - God zelf roemt Jobs trouw.