Ga naar hoofdinhoud
Geloofsleven en gebed

Mag ik boos zijn op God?

Kort antwoord

Ja, wie boos is op God, mag dat bij Hem brengen: Job, Jeremia en de psalmdichters klaagden openlijk bij de HEERE, en Hij nodigt u uit uw hart voor Zijn aangezicht uit te storten (Psalm 62:9). Toch is er een grens. Klagen tot God is iets anders dan opstand tegen God, Die nooit onrecht doet.

Boosheid op God komt vaak onverwacht: na een overlijden, bij een ziekte die niet wijkt, of als een gebed jaren onbeantwoord blijft. Veel gelovigen schrikken van dat gevoel en durven er met niemand over te spreken, ook niet met God Zelf. Hier leest u hoe de Bijbel met zulke klachten omgaat, waar de grens ligt tussen klagen en opstand, en wat het betekent dat Christus Zelf aan het kruis riep. Over boosheid tegenover mensen gaat de pagina met bijbelteksten over woede.

Wat zegt de Bijbel over boos zijn op God?

Wie de Psalmen leest, merkt dat de Bijbel rauwe woorden tegen God niet wegpoetst. David begint Psalm 13 met een klacht waarin vier keer de vraag hoe lang terugkomt: 'Hoe lang, HEERE, zult Gij mij steeds vergeten? Hoe lang zult Gij Uw aangezicht voor mij verbergen?' (Psalm 13:2). In Psalm 22 klinkt het nog dieper: 'Mijn God, mijn God! waarom hebt Gij mij verlaten' (Psalm 22:2). Psalm 88 eindigt zelfs zonder enig lichtpunt, met de klacht dat God de vrienden van de dichter ver van hem heeft gedaan en dat zijn bekenden in duisternis zijn (Psalm 88:19).

Deze woorden staan in Gods eigen Woord. De kerk heeft ze eeuwenlang gezongen en gebeden, en God geeft er taal mee aan wie het niet meer begrijpt. Psalm 62 roept daar zelfs toe op: 'Stort ulieder hart uit voor Zijn aangezicht; God is ons een Toevlucht' (Psalm 62:9). Uitstorten betekent: alles eruit laten, ook wat bitter is. In de uitleg van Psalm 13 ziet u hoe David in een paar verzen van verlatenheid naar vertrouwen gaat.

Een klacht is dus geen teken van ongeloof. Wie klaagt, richt zich nog steeds tot God en noemt Hem in de klacht zijn God. Juist dat maakt een klaagpsalm tot een gebed.

Mag een christen boos zijn op God?

Job verloor op één dag zijn kinderen en zijn bezit, en daarna zijn gezondheid. Eerst aanvaardde hij het uit Gods hand (Job 2:10). Daarna brak er een lange klacht los. Hij vervloekte de dag van zijn geboorte (Job 3:1) en zei: 'ik zal spreken in benauwdheid mijns geestes; ik zal klagen in bitterheid mijner ziel' (Job 7:11). Zijn vrienden vonden dat hij moest zwijgen en zijn zonde moest belijden. Aan het eind van het boek zegt de HEERE tegen die vrienden dat zij over Hem niet recht gesproken hebben, en Job wel (Job 42:7).

Dat is geen goedkeuring van alles wat Job zei. God antwoordde Job uit een onweer en vroeg wie hij was dat hij Gods raad verduisterde met woorden zonder wetenschap (Job 38:1-2). Job boog daarop en kreeg berouw (Job 42:6). Toch bleef Job het hele boek door met God spreken, terwijl zijn vrienden vooral over God spraken. Meer over dit boek leest u in de bijbelstudie over Job.

Ook de profeet Jeremia klaagde fel. Hij verweet God dat Die hem overreed had (Jeremia 20:7) en vervloekte de dag waarop hij geboren was (Jeremia 20:14). Elders laat hij zien hoe een gelovige met God kan worstelen zonder Gods recht aan te tasten: 'Gij zoudt rechtvaardig zijn, o HEERE! wanneer ik tegen U zou twisten; ik zal nochtans van Uw oordelen met U spreken' (Jeremia 12:1). Jeremia brengt zijn vragen bij God en erkent tegelijk dat God rechtvaardig is. Dat is de bijbelse ruimte voor wie boos is op God: u mag het Hem zeggen, en u mag Hem vragen waarom.

Wanneer wordt boosheid op God zonde?

Er is ook een boosheid die de Bijbel afwijst. Toen God de stad Nineve spaarde, ontstak de toorn van Jona (Jona 4:1). Hij was boos omdat God genadig was. De HEERE antwoordde met één vraag: 'Is uw toorn billijk ontstoken?' (Jona 4:4). Toen God Jona bij de wonderboom nog eens dezelfde vraag stelde, hield hij vol dat zijn toorn billijk was, tot de dood toe (Jona 4:9). Het boek eindigt met een vraag van God, en een antwoord van Jona lezen we niet. In de woestijn klaagde Israël tegen de HEERE, en dat was kwaad in Zijn oren (Numeri 11:1); Paulus waarschuwt de gemeente later om niet zo te murmureren (1 Korinthe 10:10).

Het verschil tussen klagen tot God en opstand tegen God zit meestal minder in de heftigheid van de woorden dan in de richting van het hart:

  • Een klacht zoekt God op; opstand keert zich van Hem af.
  • Een klacht vraagt waarom; opstand beweert dat God onrecht doet (Job 40:3).
  • Een klacht wil Gods antwoord horen; opstand wil God de les lezen (Romeinen 9:20).
  • Een klacht laat God het laatste woord; opstand wil het zelf houden (Job 39:37-38).

Asaf beschrijft in Psalm 73 hoe zijn hart verbitterd was en hoe hij later erkende dat hij onverstandig was geweest voor God. Toch kon hij direct daarna zeggen dat God zijn rechterhand had gevat (Psalm 73:21-23). Asaf laat zien wat waar is: God doet geen onrecht, ook als het zo voelt, en daarom heeft boosheid op God nooit gelijk. Het gevoel is wel echt, en de plaats om ermee te komen is bij God Zelf. Hij draagt Zijn kinderen in hun zwakheid.

Waarom riep Jezus aan het kruis dat God Hem verlaten had?

Aan het kruis nam de Heere Jezus de woorden van Psalm 22 in Zijn mond: 'Mijn God! Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten!' (Mattheüs 27:46). Dat was geen opstand. Christus zondigde niet, ook niet in Zijn diepste nood (Hebreeën 4:15). Hij droeg daar in onze plaats de godsverlatenheid die onze zonde verdient. De Heidelbergse Catechismus noemt dit een troost voor onze hoogste aanvechtingen: Christus is in Zijn lijden, en vooral aan het kruis, in helse benauwdheid gezonken om ons daarvan te verlossen (Zondag 16, vraag 44).

Voor wie boos is op God betekent dat twee dingen. U staat niet alleen met de vraag waarom: de Zoon van God heeft die vraag Zelf geroepen. En omdat Hij verlaten werd, belooft God aan wie Hem toebehoort: Ik zal u niet verlaten (Hebreeën 13:5). Daarom mag u met uw klacht met vrijmoedigheid naar de troon der genade gaan (Hebreeën 4:16). Wie verder wil nadenken over het waarom van het lijden, leest de vraag waarom God lijden toelaat.

Wat zeggen de belijdenisgeschriften?

De belijdenis spreekt over dit gevoel in het licht van Gods voorzienigheid. Zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus (vraag 28) zegt waartoe het dient te weten dat God alles onderhoudt en regeert: 'Dat wij in allen tegenspoed geduldig, in voorspoed dankbaar zijn mogen' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 10, vraag 28). Hetzelfde antwoord geeft de grond daarvoor: geen schepsel zal ons van de liefde van onze getrouwe God en Vader scheiden.

Geduldig zijn betekent daar niet dat u niets meer mag voelen. De psalmdichters bleven bij God, ook terwijl zij klaagden. Artikel 13 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis voegt eraan toe dat wij niet nieuwsgierig willen onderzoeken wat God doet boven ons verstand, en dat deze leer een grote troost geeft: ons overkomt niets bij toeval, alles komt uit de hand van onze hemelse Vader. Dat neemt de vraag waarom niet weg, maar het legt haar in de hand van Iemand Die te vertrouwen is (Romeinen 8:28).

Als deze vraag u persoonlijk raakt

Leest u dit omdat u nu zelf boos bent op God? Om een kind dat stierf, een huwelijk dat brak, een ziekte, of een gebed dat al jaren onbeantwoord blijft? Dan hoeft u dat niet te verbergen, voor God niet en voor uzelf niet. Hij kent uw hart al, en Hij wendt Zich niet af van wie gebroken is: 'De HEERE is nabij de gebrokenen van harte' (Psalm 34:19).

Een paar dingen kunnen helpen:

  • Breng de boosheid in woorden bij God, desnoods met de woorden van een klaagpsalm. Bij de troostpsalmen vindt u psalmen voor zulke dagen.
  • Zeg het ook tegen een mens: uw predikant, ouderling of een vertrouwd gemeentelid. Voor hen is dit geen onbekend gesprek.
  • U hoeft niet eerst in het reine te komen voordat u weer bidt of naar de kerk gaat. Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken (Jesaja 42:3).
  • Blijven somberheid of boosheid lang hangen, of slaapt en eet u slecht, bespreek dat dan ook met uw huisarts. Dat is geen gebrek aan geloof.

Wilt u eerst anoniem uw verhaal kwijt, dan kunt u De Luisterlijn dag en nacht bellen via 088 0767 000, of chatten via deluisterlijn.nl. God hoort de klacht van Zijn kinderen, ook als het antwoord anders en later komt dan u hoopt. Psalm 13 begint met de vraag hoe lang, en eindigt met vertrouwen.

'Maar ik vertrouw op Uw goedertierenheid; mijn hart zal zich verheugen in Uw heil' (Psalm 13:6)

Bijbelverwijzingen

boos op godboos zijn op godmag je boos zijn op godklagen tegen godklaagpsalmenjobhc zondag 10

Stel uw eigen vraag

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Stel uw vraag aan de AI BijbelAssistent en krijg direct een onderbouwd antwoord met bijbelverwijzingen.

Stel een vraag

Gerelateerde vragen

God

Waarom laat God lijden toe?

God laat lijden toe in een wereld die door de zonde gebroken is (Romeinen 5:12), en Hij blijft ook dan regeren. Waarom het u of uw naaste treft, legt de Bijbel meestal niet uit. Wel laat zij zien dat God het kwade ten goede kan keren, dat Christus Zelf leed en dat er een toekomst zonder tranen komt.

Geloofsleven en gebed

Waarom verhoort God mijn gebed niet?

Als God mijn gebed niet verhoort zoals ik vraag, hoort Hij het toch: Hij is de Hoorder van het gebed (Psalm 65:3). Soms geeft Hij wat gevraagd wordt, soms laat Hij wachten, soms zegt Hij nee, zoals tegen Paulus, en geeft Hij genade om het te dragen. Een onverhoord gebed is niet vanzelf een teken van te weinig geloof.

Geloofsleven en gebed

Mag een christen twijfelen aan God?

Een christen kan twijfelen aan God zonder daardoor een ongelovige te zijn. De Bijbel laat het eerlijk zien bij Thomas, Johannes de Doper en de vader die riep: 'Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp' (Markus 9:24). Twijfel is geen deugd, wel een strijd waarin Christus de zwakke gelovige vasthoudt.

Geloofsleven en gebed

Hoe weet ik wat Gods wil is?

U leert de wil van God kennen uit de Bijbel, waarin God heeft geopenbaard hoe wij moeten geloven en leven. Zijn verborgen raad over de toekomst hoeft u niet vooruit te kennen (Deuteronomium 29:29). Bij keuzes over werk of relatie bidt u om wijsheid, toetst u aan Gods Woord en vraagt u raad aan mensen die de Heere vrezen.

Geloofsleven en gebed

Mag een christen ontspannen en niets doen?

Ja, in de Bijbel is ontspanning een gave van God: Hij rustte Zelf op de zevende dag, zegende en heiligde die dag (Genesis 2:2-3). De Heere Jezus nam Zijn vermoeide discipelen apart om te rusten. Tegelijk waarschuwt de Schrift tegen luiheid. Rust is goed wanneer zij dankbaar uit Gods hand ontvangen wordt en Hem eert.

Verdiep u verder