Bijna iedere christen kent het: u bidt maanden of jaren om genezing, om werk, om een kind of om de bekering van iemand die u liefhebt, en er verandert niets. Dan komen de vragen: luistert God wel, en ligt het aan mijn geloof? Hier leest u wat de Bijbel zegt over onverhoorde gebeden, wat Paulus en de Heere Jezus Zelf meemaakten, en hoe u kunt blijven bidden als het antwoord uitblijft.
Hoort God mijn gebed eigenlijk wel?
De Bijbel begint bij wie God is. In Psalm 65 spreekt David Hem aan als de God Die luistert: 'Gij hoort het gebed; tot U zal alle vlees komen' (Psalm 65:3). Dat is geen belofte die alleen geldt voor wie mooi of vurig kan bidden. Het zegt iets over God Zelf: Hij is een Hoorder van het gebed.
Tegelijk verzwijgt de Bijbel niet hoe het voelt als dat horen onzichtbaar blijft. In Psalm 22 klaagt de dichter: 'Mijn God! Ik roep des daags, maar Gij antwoordt niet' (Psalm 22:3). David vraagt hoe lang hij nog door God vergeten zal worden (Psalm 13:2), en de profeet Habakuk klaagt dat hij roept en dat God niet hoort (Habakuk 1:2). Deze klachten staan in Gods eigen Woord. Wie zo bidt, staat in een lange rij van gelovigen.
Psalm 22 is bovendien de psalm waarvan de Heere Jezus aan het kruis de eerste woorden uitriep (Mattheüs 27:46). Hij kent de stilte van God van binnenuit. Hij werd aan het kruis werkelijk verlaten, opdat Zijn kinderen nooit door God verlaten worden. Daarom is het goed om onderscheid te maken tussen horen en verhoren. God hoort elk gebed van Zijn kinderen, maar Hij geeft lang niet altijd wat er gevraagd wordt, en ook niet altijd op het moment dat wij het vragen.
Verhoort God elk gebed?
God verhoort het gebed dat naar Zijn wil is. De apostel Johannes schrijft: 'En dit is de vrijmoedigheid, die wij tot Hem hebben, dat zo wij iets bidden naar Zijn wil, Hij ons verhoort' (1 Johannes 5:14). Die toevoeging over Gods wil is geen uitvlucht voor als bidden tegenvalt. Zij zegt dat het gebed rust in de wijsheid van een Vader Die meer weet dan Zijn kinderen.
De Heere Jezus zegt dat de Vader in de hemel goede gaven geeft aan wie Hem bidden (Mattheüs 7:9-11). Een goede vader geeft lang niet alles wat zijn kind vraagt. Soms weigert hij of laat hij wachten, juist omdat hij liefheeft.
Daarbij komt dat wij zelf vaak niet weten wat goed voor ons is. Paulus schrijft dat wij niet weten wat wij bidden zullen zoals het behoort, en dat de Geest Zelf voor ons bidt met onuitsprekelijke zuchtingen (Romeinen 8:26). Ook een gebed dat u niet goed onder woorden kunt brengen, wordt zo voor God gebracht. Gelovigen hebben het daarom wel zo samengevat dat God op drie manieren antwoordt:
- ja: Hij geeft wat gevraagd is, soms anders of later dan verwacht;
- wacht: het antwoord komt nog, en intussen leert Hij u op Hem te vertrouwen (Psalm 27:14);
- nee: Hij geeft het gevraagde niet, zoals bij Paulus, en geeft genade om verder te gaan (2 Korinthe 12:9).
Waarom zegt God soms nee?
Het duidelijkste voorbeeld van een gebed dat anders werd verhoord dan gevraagd, is van de apostel Paulus. Hij kreeg een doorn in het vlees, iets wat hem pijn deed en klein hield. Paulus noemt het een engel des satans die hem met vuisten sloeg; wat dat concreet was, weten we niet (2 Korinthe 12:7). Driemaal bad hij de Heere of het van hem mocht wijken (2 Korinthe 12:8). Hij kreeg een woord in plaats van genezing: 'Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht' (2 Korinthe 12:9).
Paulus was geen zwakgelovige. Hij was een apostel die veel en volhardend bad. Toch werd zijn bede afgewezen. Er kwam wel een antwoord: hij ontving genade om met de doorn te leven, en hij leerde dat de kracht van Christus juist in zijn zwakheid zichtbaar werd. In de uitleg van 2 Korinthe 12 leest u het hele verband.
Nog dieper gaat het gebed van de Heere Jezus Zelf in de hof van Gethsemane. Vlak voor Zijn lijden bad Hij: 'Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat dezen drinkbeker van Mij voorbijgaan? doch niet, gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt' (Mattheüs 26:39). De Hebreeënbrief zegt dat Hij in die gebeden verhoord werd uit de vreze (Hebreeën 5:7), en toch ging de drinkbeker niet aan Hem voorbij. De Zoon, van Wie de Vader altijd het gebed hoort (Johannes 11:42), moest de weg van het kruis gaan. Juist langs die weg is er verzoening gekomen, en mogen zondaren nu tot God naderen. In Gethsemane wordt ook zichtbaar wat de kern van elk gebed is: Uw wil geschiede (Mattheüs 26:42).
Ligt het aan mij als God mijn gebed niet verhoort?
Veel gelovigen gaan bij een onverhoord gebed bij zichzelf zoeken. Heb ik wel genoeg geloofd? Wel vaak genoeg gebeden? Zit er zonde tussen? De Bijbel kent inderdaad gebeden die God niet aanneemt. Jakobus schrijft aan mensen die uit hebzucht baden: 'Gij bidt, en gij ontvangt niet, omdat gij kwalijk bidt, opdat gij het in uw wellusten doorbrengen zoudt' (Jakobus 4:3). En in Psalm 66 zegt de dichter dat hij door de Heere niet gehoord zou zijn als hij in zijn hart de ongerechtigheid had gekoesterd (Psalm 66:18).
Die teksten zijn een eerlijke spiegel. Ze vragen om zelfonderzoek: bid ik om wat God eert, of alleen om wat mij goed uitkomt? Alleen verklaren ze lang niet elk onverhoord gebed. Paulus bad om iets goeds en kreeg nee. Job was volgens God Zelf oprecht en vroom (Job 1:8), en toch bleef zijn klacht lang zonder antwoord. De Heere Jezus bad zonder zonde, en de drinkbeker ging toch niet voorbij. Wie zegt dat een onverhoord gebed altijd komt door te weinig geloof of door verborgen zonde, zegt meer dan de Bijbel zegt. Die gedachte leeft vooral in het voorspoedevangelie; de Schrift leert haar niet.
Het geloof waar God om vraagt, is ook geen kracht die u zelf moet opwekken om Hem over te halen. Het is vertrouwen op Hem, ook als u Zijn weg niet begrijpt. Door de profeet Jesaja zegt de HEERE dat Zijn gedachten niet onze gedachten zijn, en dat Zijn wegen hoger zijn dan onze wegen, zoals de hemel hoger is dan de aarde (Jesaja 55:8-9).
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De kerk heeft het gebed uitgewerkt in Zondag 45 van de Heidelbergse Catechismus. Vraag 116 noemt het gebed het voornaamste stuk van de dankbaarheid en zegt dat God Zijn genade en Heilige Geest alleen wil geven aan wie Hem daar met hartelijk zuchten en zonder ophouden om bidden en Hem daarvoor danken. Vraag 117 noemt drie dingen die horen bij een gebed dat God aangenaam is: dat wij de enige ware God aanroepen, dat wij onze nood kennen en ons voor Hem verootmoedigen, en dat wij de vaste grond hebben dat Hij 'ons gebed, niettegenstaande wij zulks onwaardig zijn, om des Heeren Christus wil zekerlijk wil verhoren' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 45, vraag 117).
De grond van de verhoring ligt dus buiten de bidder. Zij ligt in Christus. Opvallend is ook het slot van de catechismus. Bij het woordje Amen staat in Zondag 52: 'mijn gebed is veel zekerder van God verhoord, dan ik in mijn hart gevoel dat ik zulks van Hem begeer' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 52, vraag 129). De zekerheid hangt dus niet aan wat u voelt. Ook een gebed dat u zelf zwak of koud vindt, rust op Gods belofte.
Als deze vraag u persoonlijk raakt
Wie lang bidt om iets waar het hart aan hangt, weet hoe zwaar wachten kan zijn. Genezing voor uzelf of voor een ander, een kind, een huwelijk dat heel wordt, een zoon of dochter die terugkeert tot de Heere: het zijn goede beden, en toch blijft het stil. Dan mag u weten dat de Heere Jezus een gelijkenis vertelde 'daartoe strekkende, dat men altijd bidden moet, en niet vertragen' (Lukas 18:1).
Die gelijkenis is geen opdracht om meer te presteren. De weduwe kwam steeds terug bij een onrechtvaardige rechter, en de Heere Jezus wijst op God, Die veel meer bereid is recht te doen aan wie dag en nacht tot Hem roepen (Lukas 18:7). Blijven bidden betekent telkens weer met lege handen bij God komen. U mag daarbij eerlijk zijn. De Psalmen laten zien dat u uw teleurstelling en verdriet voor Gods aangezicht kunt uitstorten (Psalm 62:9). Ook de vraag of een christen boos mag zijn op God komt daarbij vaak boven; u vindt haar bij de verwante vragen onder deze pagina. Wie worstelt met de diepere vraag naar het lijden, vindt een uitwerking bij de vraag waarom God lijden toelaat.
God belooft nergens dat u alles krijgt waarom u vraagt. Hij belooft wel dat niets u kan scheiden van Zijn liefde in Christus Jezus (Romeinen 8:38-39), en dat Hij nabij is bij wie gebroken van hart is (Psalm 34:19). Dat is geen klein antwoord.
U hoeft dit niet alleen te dragen. Spreek erover met uw predikant, ouderling of een vertrouwd gemeentelid; zij kunnen met u en voor u bidden. Valt het wachten u zo zwaar dat u slecht slaapt of nergens meer zin in hebt, bespreek dat dan ook met uw huisarts. Hebt u zelf geen woorden meer, dan kan het gebed om geduld in de wachttijd helpen, en bij de bijbelteksten over gebed vindt u meer om te lezen en te overdenken.
'Wacht op den HEERE, zijt sterk, en Hij zal uw hart versterken, ja, wacht op den HEERE' (Psalm 27:14)