Jona's Woede over Gods Genade (Jona 4:1-4)
Jona hoofdstuk 4 opent met een verassende reactie van de profeet. Terwijl we zouden verwachten dat Jona blij zou zijn met het succes van zijn prediking in Ninevé, lezen we dat hij 'zeer mishaagd' was en woedend werd. De Hebrew tekst gebruikt sterke woorden die Jona's intense emoties benadrukken.
Jona's gebed in vers 2 onthult zijn werkelijke motivatie. Hij erkent dat hij naar Tarsis wilde vluchten omdat hij Gods karakter kende: 'een genadig en barmhartig God, lankmoedig en groot in goedertierenheid'. Ironisch genoeg is Jona boos om precies die eigenschappen van God die elders in de Bijbel zo worden geprezen (vergelijk Exodus 34:6).
De profeet vraagt God zelfs om zijn leven te nemen, omdat de dood hem beter lijkt dan het leven. Gods reactie is opmerkelijk geduldig: 'Terecht zijt gij toornig?' Deze vraag nodigt Jona uit tot zelfreflectie.
De Wonderboom en Gods Object Lesson (Jona 4:5-8)
Jona verlaat de stad en maakt een hut om te zien wat er met Ninevé zal gebeuren. Mogelijk hoopt hij nog steeds op Gods oordeel over de stad. God gebruikt deze situatie om Jona een belangrijke les te leren door middel van een wonderboom (Hebrew: qiqajon, mogelijk een wonderboom of ricinus).
De boom groeit in één nacht op en geeft Jona schaduw, wat hem 'zeer verheugt'. Maar God stuurt een worm die de boom doet verdorren, gevolgd door een verzengende oostenwind. Jona raakt oververhit en vraagt opnieuw om de dood.