Ga naar hoofdinhoud
Christelijk leven

Mag een christen zich verzekeren?

Kort antwoord

Of een christen zich mag verzekeren, daarover verschillen christenen, ook in de reformatorische kerken. Gewetensbezwaarden zien verzekeren als vooruitlopen op Gods voorzienigheid en willen hun toekomst geheel aan Hem overlaten (Mattheüs 6:34). Anderen zien een verzekering als onderlinge hulp en verantwoord rentmeesterschap. De Bijbel noemt verzekeringen niet; het blijft een gewetensvraag.

In reformatorische gezinnen komt de vraag vaak op een praktisch moment: bij een eerste auto, een eigen huis of de geboorte van een kind. Sommigen sluiten zonder aarzelen een verzekering af, anderen doen dat uit overtuiging niet. Beide groepen willen leven uit vertrouwen op God. Hier leest u welke teksten beide kanten noemen, wat de belijdenis zegt over Gods voorzienigheid en hoe de wet met gewetensbezwaren omgaat. Een eindoordeel geeft deze pagina niet; de overwegingen wel.

Mag een christen zich verzekeren volgens de Bijbel?

De Bijbel noemt verzekeringen niet. Wie de vraag wil beantwoorden, kijkt dus naar wat de Schrift zegt over zorgen voor de toekomst, over vertrouwen op God en over hulp aan elkaar.

De bekendste tekst is het woord van de Heere Jezus in de Bergrede: 'Zijt dan niet bezorgd tegen den morgen; want de morgen zal voor het zijne zorgen; elke dag heeft genoeg aan zijn zelfs kwaad' (Mattheüs 6:34). Hij wijst daar op de vogelen des hemels, die niet zaaien en toch gevoed worden (Mattheüs 6:26). In de uitleg van Mattheüs 6 leest u het hele verband.

Even bekend is Psalm 127: 'Zo de HEERE het huis niet bouwt, tevergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan; zo de HEERE de stad niet bewaart, tevergeefs waakt de wachter' (Psalm 127:1). Dat zonder Gods zegen geen voorzorg helpt, belijden alle christenen; de vraag is wat daaruit volgt voor een verzekering.

Waarom hebben gewetensbezwaarden bezwaar tegen verzekering?

In een deel van de bevindelijk-gereformeerde kring leeft de overtuiging dat een christen zich niet behoort te verzekeren. Alle reformatorische christenen belijden dat een brand, een ziekte of een ongeluk geen toeval is, maar een weg die God met iemand gaat. Gewetensbezwaarden concluderen daaruit dat een mens de gevolgen niet bij voorbaat mag afdekken. Gewetensbezwaarden wijzen op Amos 3:6, waar de profeet vraagt of er een kwaad in de stad is dat de HEERE niet doet, en op het woord van de Heere Jezus dat geen musje op de aarde valt zonder de Vader (Mattheüs 10:29). Meer over dit thema leest u bij wat de Bijbel zegt over Gods voorzienigheid.

Hun bezwaren zijn vooral deze:

  • Vooruitlopen op Gods voorzienigheid. Een verzekering probeert de gevolgen van wat God zendt bij voorbaat af te kopen. Zo wordt een mens zijn eigen voorzienigheid, terwijl de Bijbel zegt dat de morgen voor het zijne zal zorgen.
  • Vertrouwen op een middel. De Schrift waarschuwt tegen het stellen van het vertrouwen op mensen (Jeremia 17:5). Wie verzekerd is, kan ongemerkt rust vinden in een polis in plaats van in God.
  • Bezoekingen ontlopen. Tegenspoed kan een roepstem van God zijn om stil te worden en tot Hem te keren. Een verzekering kan die roepstem dempen.
  • Een prijs op het leven. Vooral tegen de levensverzekering leven bezwaren, omdat die geld verbindt aan het sterven, dat in de hand van God is.

Wie zich niet verzekert, is daarmee niet tegen hulp aan elkaar. In deze kring wordt vaak gewezen op de diaconie en op de plicht om elkaar bij schade bij te staan, zoals de eerste gemeente haar goederen deelde (Handelingen 2:44-45).

Verzekering en de Bijbel: onderlinge hulp en rentmeesterschap

Andere christenen, ook velen in de reformatorische kerken, zien in een verzekering een geoorloofd middel. Zij lezen dezelfde teksten over Gods voorzienigheid, maar trekken een andere conclusie. God regeert alles, ook door middelen: zoals een zieke naar de dokter gaat (Lukas 5:31), zo neemt een huisvader maatregelen tegen schade.

Zij wijzen op drie lijnen in de Schrift. De eerste is onderlinge lastendraging: 'Draagt elkanders lasten, en vervult alzo de wet van Christus' (Galaten 6:2). Een verzekering is in hun ogen een geordende vorm daarvan: velen dragen samen de schade van enkelen, zoals Paulus spreekt over gelijkheid tussen overvloed en gebrek (2 Korinthe 8:14). In Galaten 6 gaat het eerst over de geestelijke nood van een broeder; het beginsel van samen dragen reikt verder.

De tweede lijn is voorzichtigheid: 'Een kloekzinnig mens ziet het kwaad, en verbergt zich; maar de slechten gaan henen door, en worden gestraft' (Spreuken 22:3). Jozef liet in de zeven vette jaren voorraad aanleggen voor de jaren van honger (Genesis 41:35-36, 48-49). Gewetensbezwaarden merken op dat God dat door de droom van Farao had bekendgemaakt; anderen zien er een voorbeeld van verstandige voorzorg in.

De derde lijn is de zorg voor het gezin: 'Doch zo iemand de zijnen, en voornamelijk zijn huisgenoten, niet verzorgt, die heeft het geloof verloochend, en is erger dan een ongelovige' (1 Timotheüs 5:8). In zijn verband gaat dit over de zorg voor weduwen in de eigen familie. Ook gewetensbezwaarden zorgen voor hun gezin, langs een andere weg: door sparen en door de hulp van de gemeente. Wie zich verzekert, wil zijn gezin en zijn naaste niet met onbetaalbare schade achterlaten. Zo bekeken is het een vorm van rentmeesterschap over wat God toevertrouwt. Ook deze christenen erkennen dat een polis geen zegen kan geven; een verzekerd huis kan evengoed afbranden.

Hoe gaan gewetensbezwaarden om met verplichte verzekeringen?

Sommige verzekeringen zijn in Nederland door de wet verplicht, zoals de zorgverzekering. De wet kent een regeling voor gemoedsbezwaarden. Wie bezwaar heeft tegen elke vorm van verzekering, kan bij de Sociale Verzekeringsbank een ontheffing aanvragen. Zo iemand betaalt dan wel een vervangende bijdrage, en uit dat gespaarde bedrag kunnen later bijvoorbeeld zorgkosten worden betaald. De precieze voorwaarden en gevolgen staan bij de Sociale Verzekeringsbank; deze pagina geeft geen juridisch of financieel advies.

Gewetensbezwaarden ontlopen zo hun plicht tegenover de overheid niet: zij geven wat zij schuldig zijn (Romeinen 13:7). Wie twijfelt of een ontheffing bij zijn situatie past, bespreekt dat het best met een deskundige en met zijn kerkenraad.

Verzekeren en vaccineren worden vaak samen genoemd, omdat beide bezwaren op Gods voorzienigheid rusten; toch beantwoordt niet iedereen ze gelijk. Lees daarover de vraag of een christen zich mag laten vaccineren.

Waar christenen verschillen

Bijbelgetrouwe christenen zijn het erover eens dat God alles regeert, dat geen voorzorg kan helpen zonder Zijn zegen en dat geld geen grond van vertrouwen mag worden (Hebreeën 13:5). Over de verzekering lopen de meningen uiteen.

  • Geen enkele verzekering. Elke verzekering loopt vooruit op Gods voorzienigheid. Deze christenen beroepen zich op Mattheüs 6:34, Psalm 127:1 en Amos 3:6, en vragen ontheffing waar de wet dat toestaat.
  • Onderscheid naar soort. Sommigen aanvaarden een verzekering die de schade van een ander dekt, omdat die de naaste beschermt, maar zien af van verzekeringen voor zichzelf, vooral van een levensverzekering.
  • Verzekeren als middel. Een verzekering is een middel binnen Gods voorzienigheid, zoals een arts of een slot op de deur. Deze christenen wijzen op Galaten 6:2, Spreuken 22:3 en 1 Timotheüs 5:8.

Deze pagina kiest geen positie. Hoe uw eigen kerk hierin staat, kan uw predikant of kerkenraad u uitleggen. Wie hierin anders kiest dan u, is daarom geen mindere christen. Paulus schrijft over gewetensvragen in de gemeente van Rome: 'Een iegelijk zij in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd' (Romeinen 14:5).

Wat zeggen de belijdenisgeschriften?

De belijdenisgeschriften noemen verzekeringen nergens. Ze spreken wel over de voorzienigheid van God, en beide groepen beroepen zich daarop.

In Zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus (vraag 27) belijdt de kerk dat gezondheid en krankheid, rijkdom en armoede en alle dingen 'van Zijn vaderlijke hand ons toekomen' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 10, vraag 27; vergelijk Mattheüs 10:29). Het nut daarvan is dat wij 'in allen tegenspoed geduldig, in voorspoed dankbaar zijn mogen, en in alles wat ons nog toekomen kan, een goed toevoorzicht hebben op onzen getrouwen God en Vader' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 10, vraag 28). Gewetensbezwaarden lezen hierin dat de toekomst aan God gelaten moet worden, anderen dat dit vertrouwen ook Zijn middelen omvat.

In Zondag 50 (vraag 125) bidt de gemeente om het dagelijks brood, opdat wij erkennen dat zonder Gods zegen zorg en arbeid ons niet gedijen, 'en dat wij derhalve ons vertrouwen van alle schepselen aftrekken en op U alleen stellen' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 50, vraag 125). Dezelfde bede vraagt om brood en erkent tegelijk de arbeid als middel; over de vraag of een verzekering zo'n middel is of een schepsel waarop men vertrouwt, verschillen de antwoorden.

Artikel 13 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt dat God alle dingen regeert naar Zijn heilige wil, en noemt het een grote troost dat ons niets bij toeval overkomt, maar door de beschikking van onze goede hemelse Vader.

Hun diepste zekerheid zoeken beide groepen niet in een polis of in het nalaten daarvan; met Zondag 1 van de catechismus belijden zij dat hun enige troost in leven en sterven is dat zij met lichaam en ziel het eigendom zijn van hun getrouwe Zaligmaker Jezus Christus.

'Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u' (1 Petrus 5:7)

Bijbelverwijzingen

verzekeren christengewetensbezwaarden verzekeringverzekering bijbelgemoedsbezwarengods voorzienigheidhc zondag 10hc zondag 50ngb art. 13

Stel uw eigen vraag

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Stel uw vraag aan de AI BijbelAssistent en krijg direct een onderbouwd antwoord met bijbelverwijzingen.

Stel een vraag

Gerelateerde vragen

Christelijk leven

Mag een christen zich laten vaccineren?

Over vaccineren en geloof denken christenen verschillend, ook in reformatorische kerken. Sommigen hebben gewetensbezwaar, omdat zij gezondheid en ziekte uit Gods hand willen aannemen. Anderen zien een vaccin als een middel dat God geeft, zoals de Heere Jezus de medicijnmeester gewoon noemde (Lukas 5:31). Christenen zijn geroepen elkaars geweten hierin te respecteren.

Christelijk leven

Mag een christen geld lenen?

Ja, een christen mag geld lenen: geld lenen is volgens de Bijbel geen zonde, want de wet van Mozes regelt het en de Heere Jezus gebiedt zelfs uit te lenen. Wel waarschuwt de Schrift voor de afhankelijkheid die schuld meebrengt (Spreuken 22:7). Wie leent, moet terugbetalen en mag zich niet meer op de hals halen dan hij kan dragen.

Christelijk leven

Is gokken een zonde?

Ja, in de reformatorische traditie geldt gokken als zonde, ook al noemt de Bijbel het woord gokken nergens. Wie gokt, zoekt snel geld uit het verlies van anderen, en de Bijbel waarschuwt dat de geldgierigheid een wortel van alle kwaad is (1 Timotheüs 6:10). Dat geldt voor het casino, de loterij en de weddenschap.

Christelijk leven

Mag een christen Sinterklaas vieren?

Christenen verschillen erover of Sinterklaas vieren past bij een christelijk leven. De Bijbel noemt het feest niet. Wel leert Paulus dat gelovigen elkaar in gewetensvragen over dagen niet veroordelen (Romeinen 14:13). Wie het viert, let op de waarheid tegenover kinderen en op de herkomst als heiligenfeest.

Christelijk leven

Mag een christen televisie kijken?

Christenen verschillen over de vraag of een christen televisie mag kijken. In reformatorische kring kiezen veel gezinnen bewust voor geen tv, omdat zij met David niets goddeloos voor hun ogen willen stellen (Psalm 101:3). Wie wel kijkt, toetst wat hij ziet aan de Schrift. Voor streaming en internet geldt dezelfde vraag.

Verdiep u verder