In veel reformatorische gezinnen staat geen televisie in de kamer. Voor de één is dat vanzelfsprekend, de ander vraagt zich af waarom. En wie geen toestel heeft, kijkt vaak toch op een laptop of telefoon. Op deze pagina leest u waar het bezwaar tegen de televisie vandaan komt, welke maatstaven de Bijbel geeft en hoe het zit met films, streaming en de opvoeding. Een eindoordeel geeft deze pagina niet; wel de overwegingen die in de kerk leven.
Wat zegt de Bijbel over televisie kijken als christen?
De Bijbel noemt de televisie niet, net zomin als de krant of de radio. Wel geeft de Schrift maatstaven voor alles wat een christen met zijn ogen en zijn tijd doet.
De eerste maatstaf is de inhoud. Paulus schrijft aan de gemeente in Filippi: 'al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt, zo er enige deugd is, en zo er enige lof is, bedenkt datzelve' (Filippenzen 4:8). Wat iemand ziet, gaat zijn gedachten vullen. Een christen vraagt daarom bij elk programma: is dit waar, rein en goed?
De tweede maatstaf is het oog zelf. David schrijft in een psalm over het leven in zijn huis: 'Ik zal geen Belials-stuk voor mijn ogen stellen' (Psalm 101:3). Een Belials-stuk is iets snoods en goddeloos. David spreekt hier als koning die zijn huishouding wil inrichten in oprechtheid (Psalm 101:2). In de uitleg van Psalm 101 leest u het hele verband. De Heere Jezus zegt: 'De kaars des lichaams is het oog' (Mattheüs 6:22). Hij spreekt daar over een hart dat niet aan aardse schatten hangt; wat het oog voortdurend zoekt, laat zien waar het hart is.
De derde maatstaf is de tijd. Paulus schrijft: 'Ziet dan, hoe gij voorzichtiglijk wandelt, niet als onwijzen, maar als wijzen. Den tijd uitkopende, dewijl de dagen boos zijn' (Efeze 5:15-16). Een avond voor het scherm is snel voorbij. De vraag is wat er overblijft voor het gebed, het lezen van de Bijbel, het gezin en de naaste.
Waarom hebben veel reformatorische gezinnen geen tv?
De eerste officiële Nederlandse televisie-uitzending was in 1951. Toen het toestel in de jaren daarna de huiskamers binnenkwam, waarschuwden predikanten en kerkbladen in bevindelijk-gereformeerde kring ertegen. Al eerder hadden veel gereformeerde christenen bezwaar tegen de bioscoop en het toneel; de televisie bracht diezelfde wereld nu in huis. Veel gezinnen kozen er bewust voor geen toestel te kopen, en in een deel van de reformatorische kerken en scholen geldt dat nog altijd als de goede keuze.
De bezwaren die toen genoemd werden, klinken nog steeds:
- De inhoud: geweld, onkuisheid en spot met God komen ongevraagd voorbij, en de Naam van God wordt er ijdel gebruikt (Exodus 20:7).
- De wereld in huis: wat vroeger buiten de deur bleef, staat nu in de kamer waar de kinderen opgroeien (Romeinen 12:2).
- De zondag: de uitzendingen gaan op de rustdag gewoon door.
- De tijd: kijken kost uren die niet terugkomen (Psalm 90:12).
- Het hart: wat het oog voortdurend ziet, vormt het hart, en uit het hart komt het hele leven voort (Spreuken 4:23).
Achter die bezwaren staat geen wantrouwen tegen techniek, wel de zorg om wat de mens vormt.
Is tv kijken als christen hetzelfde als streamen en internet?
De vraag naar de televisie is in een paar decennia veranderd. Wie geen tv in huis heeft, kan op een laptop, tablet of telefoon dezelfde films en series zien. Streamingdiensten en videosites bieden eindeloos aanbod, en een volgende aflevering begint vanzelf. Het verschil tussen wel en geen televisie is daarmee kleiner geworden dan het lijkt.
Daarom vragen veel predikanten en ouders nu breder naar het mediagebruik in huis. Dezelfde maatstaven gelden: wat zie ik, wat doet het met mijn hart, en hoeveel tijd gaat erin zitten? Een scherm zonder antenne is niet vanzelf veiliger. Meer over dit bredere vraagstuk vindt u bij wat de Bijbel zegt over sociale media. Voor wie hier zelf mee worstelt, is er een gebed om wijs gebruik van de telefoon. Merkt u dat het scherm u meer in zijn greep heeft dan u wilt, praat er dan over met uw predikant of ouderling.
Paulus geeft een eerlijke toets: 'alle dingen zijn mij geoorloofd, maar alle dingen stichten niet' (1 Korinthe 10:23). Ook wat niet verboden is, kan iemand afhouden van God en van zijn naasten.
Mag een christen films kijken?
Voor films gelden dezelfde maatstaven als voor de televisie. Toch maken christenen hier onderscheid. Een natuurfilm of een documentaire over de geschiedenis is iets anders dan een speelfilm waarin zonde wordt verheerlijkt of Gods Naam wordt misbruikt. Sommigen wijzen er ook op dat in speelfilms zonde wordt nagespeeld, en dat een acteur woorden spreekt en daden doet die tegen Gods geboden ingaan.
Wie wel films kijkt, doet er goed aan vooraf te weten wat hij gaat zien en zich af te vragen waarom hij het wil zien. Een christen kijkt nooit los van zijn geloof. Alles wat hij doet, ook in zijn vrije tijd, mag hij doen 'ter ere Gods' (1 Korinthe 10:31).
Televisie en de opvoeding
Voor ouders weegt de vraag het zwaarst. Zij dragen de verantwoordelijkheid voor wat hun kinderen zien en horen. Mozes gaf Israël de opdracht de woorden van God aan de kinderen in te scherpen, 'als gij in uw huis zit' (Deuteronomium 6:7). Wat er in huis te zien is, voedt mee op.
Ouders die geen televisie hebben, doen er goed aan met hun kinderen ook te praten over wat zij bij vriendjes, op school of op een telefoon tegenkomen. Ouders die wel een scherm in huis hebben, maken keuzes over programma's, tijden en plaatsen, en kijken het liefst samen. In beide gevallen telt het voorbeeld van vader en moeder meer dan een regel. Paulus vraagt ouders hun kinderen op te voeden met het onderwijs en de vermaning van de Heere (Efeze 6:4). Meer daarover leest u bij wat de Bijbel zegt over opvoeding.
Waar christenen verschillen
Alle bijbelgetrouwe christenen zijn het erover eens dat een christen zich niet mag vullen met wat onrein is, en dat zijn tijd van God is. Over de vraag wat dat betekent voor het scherm in huis, denken zij verschillend.
- Geen televisie en geen streamingdiensten: het toestel brengt de wereld ongevraagd binnen, en de risico's wegen zwaarder dan het goede. Men beroept zich op Psalm 101:3 en Efeze 5:16.
- Geen televisie, wel beperkt internet: een scherm is nodig voor school en werk, maar wordt met filters en duidelijke afspraken gebruikt.
- Wel televisie of streaming, met een bewuste keuze: de christelijke vrijheid laat ruimte om goede programma's te kijken, zolang alles getoetst wordt aan Filippenzen 4:8.
Deze pagina geeft geen eindoordeel. Hoe uw eigen kerk hierin staat, kan uw predikant of kerkenraad u uitleggen. Wie hierin een andere keuze maakt dan u, is daarom niet minder uw broeder of zuster. 'Een iegelijk zij in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd' (Romeinen 14:5). Bij de vraag wat wel en niet mag op zondag speelt een vergelijkbaar gesprek.
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De belijdenisgeschriften spreken niet over televisie, wel over de reinheid van ogen en hart. In Zondag 41 van de Heidelbergse Catechismus (vraag 109) leert de kerk bij het zevende gebod dat God 'alle onkuise daden, gebaren, woorden, gedachten, lusten, en wat den mens daartoe trekken kan' verbiedt. Dat laatste raakt ook wat iemand voor zijn ogen stelt.
In Zondag 38 van de Catechismus (vraag 103) belijdt de gelovige dat hij alle dagen van zijn leven van zijn boze werken rust en de Heere door Zijn Geest in zich laat werken. Zo is de vraag naar de televisie uiteindelijk een vraag naar heiliging: wie door Christus vrijgekocht is, wil met heel zijn leven, ook met zijn ogen, de Heere dienen.
'Wend mijn ogen af, dat zij geen ijdelheid zien; maak mij levend door Uw wegen' (Psalm 119:37)