Mattheüs 6 (in nieuwere vertalingen geschreven als Matteüs 6) is het middelste hoofdstuk van de Bergrede. Jezus leert hier het Onze Vader, waarschuwt tegen vroomheid voor de show en roept op om niet bezorgd te zijn maar eerst Gods Koninkrijk te zoeken. Het hoofdstuk telt 34 verzen; in verwijzingen komt het voor als Matth. 6, Matt. 6, Mat. 6 of Mt. 6. Hieronder vindt u de uitleg per gedeelte en leeshulp bij de HSV, de NBV21 en de Bijbel in Gewone Taal.
'Laat uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet': betekenis
Deze uitdrukking komt uit Mattheüs 6:3: 'Maar als gij aalmoes doet, zo laat uw linker hand niet weten, wat uw rechter doet' (Statenvertaling). De betekenis: geef in het verborgene, zonder stil te staan bij hoe goed het staat. Wie geeft om gezien te worden, heeft zijn beloning al gehad (vers 2); wie stil geeft, mag het verwachten van de Vader 'Die in het verborgen ziet' (vers 4). In het dagelijks taalgebruik werd het een aansporing om goed te doen zonder ermee te koop te lopen.
De opbouw van Mattheüs 6: welke verzen horen bij elkaar?
Mattheüs 6 (ook geschreven als Mattheus 6) telt 34 verzen en heeft drie delen: geven, bidden en vasten in het verborgene (vers 1-18, met het Onze Vader in vers 9-13), schatten in de hemel en twee heren (vers 19-24), en de oproep om niet bezorgd te zijn (vers 25-34).
Wie zoekt op Mattheüs 6:25-34 of Mt. 6:25-34 bedoelt dat laatste deel. Het loopt uit op vers 33, dat in de Statenvertaling luidt: "Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden", en op vers 34: "elke dag heeft genoeg aan zijn zelfs kwaad".