Psalm 127 telt vijf verzen en staat op naam van Salomo. De eerste regel is de bekendste, en juist die klinkt in elke vertaling anders. De Statenvertaling zegt: 'Een lied Hammaaloth, van Salomo. Zo de HEERE het huis niet bouwt, tevergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan; zo de HEERE de stad niet bewaart, tevergeefs waakt de wachter' (vers 1).
Als de HEER het huis niet bouwt: de betekenis van vers 1
Wie de regel kent als 'Als de HEER het huis niet bouwt, tevergeefs zwoegen de bouwers', kent hem uit een nieuwere vertaling. 'Zo' en 'als' betekenen hier hetzelfde, namelijk 'wanneer', en 'zwoegen' is hetzelfde werk als 'arbeiden'. De Herziene Statenvertaling houdt de zinsbouw van de Statenvertaling aan met hedendaagse woorden; vertalingen in eenvoudig Nederlands, zoals de Bijbel in Gewone Taal en de BasisBijbel, maken er een gewone zin van: bouwers werken voor niets als de Heer het huis niet bouwt.
De betekenis is in al die bewoordingen dezelfde, en zij is minder vroom dan zij op het eerste gehoor lijkt. Het vers zegt niet dat bouwen zinloos is, en ook niet dat God het werk overneemt. Het zegt dat het resultaat niet in de handen van de bouwers ligt. Salomo, die zelf de tempel bouwde en beter dan wie ook wist wat plannen, geld en mankracht vermogen, zet daar meteen de wachter naast: ook de best bewaakte stad valt als de HEERE haar niet bewaart. De volledige psalm in de Statenvertaling staat op Psalm 127.
Inleiding tot Psalmen 127
Psalmen 127 is een krachtige psalm van koning Salomo die ons herinnert aan een fundamentele waarheid: zonder Gods zegen is al ons menselijk streven tevergeefs. Deze psalm, onderdeel van de 'Liederen des Opgangs' (Psalm 120-134), werd gezongen door pelgrims op weg naar Jeruzalem.