Elk jaar met kerst belijden christenen dat Jezus geboren is uit de maagd Maria. Voor veel mensen is dat het moeilijkste deel van het kerstverhaal. Kan een vrouw zonder man een kind krijgen? Staat het wel echt zo in de Bijbel, of is het later bedacht? Op deze pagina leest u wat Mattheüs en Lukas vertellen, hoe het zit met het woord maagd in Jesaja 7:14, welke bezwaren er klinken en waarom de kerk deze waarheid nooit heeft losgelaten.
Wat zegt de Bijbel over de maagdelijke geboorte?
Twee evangelisten vertellen de maagdelijke geboorte, elk vanuit een andere kant. Mattheüs schrijft vanuit Jozef en zegt het zonder omhaal: 'als Maria, Zijn moeder, met Jozef ondertrouwd was, eer zij samengekomen waren, werd zij zwanger bevonden uit den Heiligen Geest' (Mattheüs 1:18). Jozef wil haar in stilte verlaten, want hij weet dat het Kind niet van hem is (Mattheüs 1:19).
Lukas vertelt vanuit Maria. Als de engel Gabriël haar een Zoon aankondigt, vraagt zij: 'Hoe zal dat wezen, dewijl ik geen man bekenne?' (Lukas 1:34). Het antwoord wijst naar God Zelf: 'De Heilige Geest zal over u komen, en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen' (Lukas 1:35). In de uitleg van Lukas 1 leest u het hele gesprek in zijn verband.
Lukas noemt Jezus later de zoon van Jozef, met de toevoeging dat men dat meende (Lukas 3:23). In het geslachtsregister van Mattheüs staat bij elke generatie dat de vader de zoon gewon, tot de lijn bij Jozef stokt: Jezus is geboren uit Maria, de vrouw van Jozef (Mattheüs 1:16). Het hele verhaal leest u ook bij de geboorte van Jezus.
Was Maria maagd volgens Jesaja 7:14?
Mattheüs ziet in de geboorte van Jezus de vervulling van een oude belofte: 'ziet, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren, en Zijn naam IMMANUEL heten' (Jesaja 7:14). Hier ligt het bekendste bezwaar. Het Hebreeuwse woord in Jesaja is almah, een jonge vrouw van huwbare leeftijd. Het gewone Hebreeuwse woord voor maagd is betulah. Daarom hebben sommige moderne vertalingen in Jesaja 7:14 jonge vrouw.
Eerlijk gezegd duidt almah op zichzelf vooral jeugd aan. Toch wordt het woord in het Oude Testament nergens aantoonbaar voor een getrouwde vrouw gebruikt. Rebekka heet in hetzelfde hoofdstuk zowel betulah als almah (Genesis 24:16 en 24:43), en de Statenvertaling geeft beide met maagd weer. De Griekse vertaling van het Oude Testament uit de eeuwen voor Christus, de Septuagint, heeft in Jesaja 7:14 parthenos, het gewone woord voor maagd. Dat woord neemt Mattheüs over (Mattheüs 1:23).
Daar komt bij dat de Heere Zelf een teken belooft; een gewone zwangerschap is geen teken. Beslissend is wat het Nieuwe Testament zegt: Mattheüs en Lukas laten geen ruimte voor een gewone verwekking. Meer over de belofte aan koning Achaz leest u bij de betekenis van de naam Immanuël.
Waarom doet de maagdelijke geboorte ertoe?
Sommigen vinden het onbelangrijk of Jezus een menselijke vader had. De Bijbel ziet dat anders: in de manier waarop Hij kwam, is te zien wie Hij is.
- Hij is waarachtig mens. Jezus kwam niet als een verschijning uit de hemel. God heeft Zijn Zoon uitgezonden, 'geworden uit een vrouw, geworden onder de wet' (Galaten 4:4), met een echt lichaam, door Maria gedragen.
- Hij is waarachtig God. Het Kind is geen gewoon mens die later door God werd uitgekozen: de eeuwige Zoon van God nam in Maria onze natuur aan. Zo zegt de engel ook dat wat uit Maria geboren wordt, heilig is en Gods Zoon genaamd zal worden (Lukas 1:35).
- Hij is zonder zonde. Wij zijn allen in zonde ontvangen (Psalm 51:7). Christus werd in alles verzocht zoals wij, 'doch zonder zonde' (Hebreeën 4:15).
De zondeloosheid van Christus komt er niet eenvoudig vandaan dat Hij geen menselijke vader had, alsof de zonde alleen langs de vader overgaat. Maria had zelf een Zaligmaker nodig; zij noemt God haar Zaligmaker (Lukas 1:47). De Heilige Geest heeft de menselijke natuur die Christus uit haar aannam, geheiligd en van zonde vrijgehouden. Zo kon Hij onze Middelaar zijn: echt één van ons, en tegelijk het onbevlekte Lam, Dat voor onze zonde betalen kon (1 Petrus 1:19). Waarom de Verlosser beide moest zijn, leest u bij de vraag waarom God mens werd.
Is een maagdelijke geboorte niet onmogelijk?
Het meest gehoorde bezwaar is eenvoudig: zoiets kan niet. Dat wist Maria ook. De engel wuifde haar vraag niet weg en wees haar op God, bij Wie geen ding onmogelijk is (Lukas 1:37). Wie gelooft dat God hemel en aarde geschapen heeft en Jezus uit de doden heeft opgewekt, heeft geen reden om bij deze ene daad te stoppen. Een wonder is geen fout in de natuur; het is God Die werkt zoals Hij wil.
Een tweede bezwaar is dat Markus, Johannes en Paulus de geboorte niet vertellen. Markus begint bij Johannes de Doper en de doop van Jezus, Johannes bij het eeuwige Woord, Dat vlees werd (Johannes 1:14). Wie iets niet vertelt, spreekt het nog niet tegen.
Een derde bezwaar is dat het verhaal zou zijn ontleend aan mythen uit de Griekse wereld, waarin goden bij vrouwen kinderen verwekken. Wie ze naast Mattheüs en Lukas legt, ziet vooral het verschil: hier is geen sprake van gemeenschap tussen God en een vrouw. De evangelisten vertellen het nuchter, als geschiedenis, met namen, plaatsen en een gebod van keizer Augustus (Lukas 2:1).
Bleef Maria na de geboorte van Jezus maagd?
De Bijbel leert dat Maria maagd was toen zij Jezus ontving en baarde. De Rooms-Katholieke Kerk en de oosters-orthodoxe kerken leren dat Maria haar hele leven maagd bleef. In de Rooms-Katholieke Kerk is dat vaste geloofsleer, nauw verbonden met haar verering van Maria.
De Schrift geeft voor die leer geen duidelijke grond. Mattheüs schrijft dat Jozef haar niet bekende 'totdat zij dezen haar eerstgeboren Zoon gebaard had' (Mattheüs 1:25). Het woordje totdat bewijst op zichzelf niets over later; de gewone lezing is toch dat Jozef en Maria daarna als man en vrouw leefden. De evangeliën noemen ook broeders en zusters van Jezus, met namen: Jakobus, Joses, Simon en Judas (Mattheüs 13:55-56). Wie aan de blijvende maagdelijkheid vasthoudt, leest daar neven of kinderen van Jozef uit een eerder huwelijk, maar de Bijbel zegt daar zelf niets over. Ook sommige reformatoren, onder wie Luther, hielden aan haar blijvende maagdelijkheid vast; de belijdenisgeschriften spreken er niet over. Waar het om gaat, is dat de Schrift Maria nergens tot voorwerp van verering maakt.
Iets anders is de onbevlekte ontvangenis. Daarmee bedoelt de Rooms-Katholieke Kerk dat Maria bij haar eigen ontvangenis van de erfzonde bewaard bleef, een leer die in 1854 tot dogma werd verklaard. Reformatorische christenen wijzen dat af, omdat Maria zelf God haar Zaligmaker noemt. Haar eer is groot: alle geslachten zullen haar zalig spreken (Lukas 1:48), omdat zij de dienstmaagd des Heeren mocht zijn. Meer over haar leven leest u op de pagina over Maria, de moeder van Jezus.
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De Twaalf Artikelen, de Apostolische Geloofsbelijdenis, zeggen het in één regel: Jezus Christus is ontvangen van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria. In Zondag 14 van de Heidelbergse Catechismus belijdt de kerk bij die regel 'Dat de eeuwige Zone Gods, die waarachtig en eeuwig God is en blijft, de ware menselijke natuur uit het vlees en bloed der maagd Maria, door de werking des Heiligen Geestes, heeft aangenomen' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 14, vraag 35). Vraag 36 noemt de troost: Christus is onze Middelaar, en Hij bedekt met Zijn onschuld en volkomen heiligheid de zonde waarin wij ontvangen en geboren zijn.
De Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt in artikel 18 dat God Zijn belofte aan de vaderen vervulde toen Hij Zijn eigen Zoon in de wereld zond. Die Zoon nam een ware menselijke natuur aan, ontvangen in de schoot van de maagd Maria door de kracht van de Heilige Geest, zonder toedoen van een man. Het artikel wijst ook de dwaling af dat Christus geen echt menselijk vlees van Zijn moeder zou hebben aangenomen.
Zo heeft de kerk van het begin af twee dingen afgewezen: dat Jezus een gewone zoon van Jozef was, en dat Hij geen echt mens uit Maria was. Al rond het jaar 110 schrijft Ignatius van Antiochië in zijn brief aan de gemeente van Smyrna (hoofdstuk 1) dat Christus waarlijk uit een maagd geboren is. Daarom is deze regel van het kerstverhaal geen bijzaak: Hij Die zonder zonde ontvangen is, bedekt de zonde waarin wij ontvangen zijn.
'Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn' (Lukas 1:37)