Een sigaret na het werk, de pijp van een grootvader, een vape in de schooltas: roken is minder gewoon dan vroeger, maar het is er nog volop. Christenen die zelf roken of iemand zien worstelen met stoppen, vragen zich af of het een zonde is. De Bijbel noemt tabak niet, en toch laat zij de lezer niet zonder richting. Hieronder leest u welke maatstaven de Schrift geeft, waarom christenen hier verschillend over denken en waar hulp is om te stoppen.
Is roken een zonde volgens de Bijbel?
De tabak die gerookt wordt, komt uit Amerika en werd pas na de reis van Columbus in 1492 in Europa bekend. De bijbelschrijvers kenden het dus niet, en geen tekst zegt met zoveel woorden dat roken mag of niet mag. Toch heeft de Bijbel er wel iets over te zeggen. De Schrift geeft lijnen die voor elk middel gelden: hoe een christen met zijn lichaam omgaat, waarover hij zich laat beheersen, hoe hij met zijn naaste en zijn geld omgaat en wat zijn geweten zegt.
Paulus vat die lijnen samen in een regel voor het hele leven. Of het nu om eten, drinken of iets anders gaat, alles moet gedaan worden tot eer van God (1 Korinthe 10:31). Die vraag ligt onder alle andere: kan ik dit doen tot Gods eer?
Wat zegt de Bijbel over roken en het lichaam?
De tekst die het vaakst valt, is 1 Korinthe 6:19-20: het lichaam van de gelovige is een tempel van de Heilige Geest. Paulus schreef dat tegen hoererij, en wat die woorden in hun verband betekenen, leest u bij de vraag wat het betekent dat het lichaam een tempel van de Heilige Geest is. Hier is vooral de slotsom van belang: 'Want gij zijt duur gekocht: zo verheerlijkt dan God in uw lichaam en in uw geest, welke Godes zijn' (1 Korinthe 6:20). Het lichaam is geen bezit waarmee een mens naar eigen inzicht mag omgaan. Het is Gods eigendom, gekocht door Christus.
Dat roken het lichaam schaadt, staat niet ter discussie. Volgens het Trimbos-instituut overlijden in Nederland jaarlijks ruim 20.000 mensen aan de gevolgen van roken. Wie zijn lichaam als Gods eigendom ziet, kan dat niet als een bijzaak afdoen.
Een tweede maatstaf staat in hetzelfde hoofdstuk: 'alle dingen zijn mij geoorloofd, maar ik zal onder de macht van geen mij laten brengen' (1 Korinthe 6:12). Paulus spreekt daar over spijzen en over de vrijheid die sommigen in Korinthe misbruikten. Als hij zelfs bij wat geoorloofd is waarschuwt tegen beheerst worden, geldt dat zeker voor nicotine, een stof die juist bekendstaat om de afhankelijkheid die zij veroorzaakt. De uitleg van 1 Korinthe 6 laat zien hoe Paulus vrijheid en heiliging daar samen houdt.
Mag een christen roken met het oog op de naaste?
De vraag of een christen mag roken, gaat vaak alleen over de roker zelf. De Bijbel trekt de kring wijder. 'Een iegelijk zie niet op het zijne, maar een iegelijk zie ook op hetgeen der anderen is' (Filippenzen 2:4). Roken raakt ook anderen:
- Meeroken. Wie de rook van een ander inademt, loopt ook gezondheidsrisico's. Het Trimbos-instituut schat dat jaarlijks ongeveer 1.050 mensen in Nederland overlijden doordat anderen in hun omgeving roken.
- Kinderen. Kinderen kunnen niet kiezen of ze in een rokerige kamer of auto zitten, en ze nemen gewoonten over van hun ouders.
- Geld. Wat aan tabak opgaat, is geld dat God toevertrouwde. Wie getrouw is in het minste, is ook in het grote getrouw (Lukas 16:10). Meer daarover leest u bij wat de Bijbel over rentmeesterschap zegt.
- Ergernis. Paulus schrijft dat het goed is geen vlees te eten of wijn te drinken als een broeder zich daaraan stoot of erdoor ten val komt (Romeinen 14:21). Wie rookt, is ook een voorbeeld voor jongeren en voor wie probeert te stoppen.
Is vapen of snus dan wel toegestaan?
Een e-sigaret of vape geeft geen tabaksrook, en snus of nicotinezakjes worden niet gerookt. Toch zijn het geen neutrale alternatieven. Vapes bevatten meestal nicotine, en daarmee blijft de vraag van 1 Korinthe 6:12 even scherp: laat ik mij door iets beheersen? Over de gevolgen van vapen voor de gezondheid op lange termijn is nog veel onbekend; onbekend is iets anders dan onschuldig. Dat geldt ook voor jongeren, die een vape soms als een onschuldig alternatief zien. Wie een vape gebruikt om van de sigaret af te komen, doet er goed aan dit met de huisarts te bespreken, zodat het een stap naar vrijheid wordt en geen nieuwe afhankelijkheid.
Waar christenen verschillen
Over één ding zijn bijbelgetrouwe christenen het eens: verslaving, schade aan de naaste en verspilling van Gods gaven zijn zonde. Over roken zelf wordt verschillend gedacht, ook in reformatorische kerken. Roken was daar lang heel gewoon, ook onder predikanten en ouderlingen. In de laatste decennia is er, mede door wat over de gezondheidsschade bekend werd, veel meer bezwaar tegen gekomen.
- Roken is in strijd met het zesde gebod. Wie wetens zijn eigen gezondheid en die van anderen schaadt, kwetst zichzelf en begeeft zich moedwillig in gevaar. Daarom vinden velen dat een christen niet hoort te roken en wie rookt, hoort te stoppen.
- Roken is onverstandig, maar een zaak van het geweten. Anderen wijzen erop dat de Bijbel het middel zelf niet verbiedt en dat niet elke ongezonde gewoonte een zonde is. Zij leggen de grens bij verslaving, bij schade aan de naaste en bij ergernis, en laten de beslissing bij het geweten van de gelovige.
Ook wie de tweede lijn volgt, staat voor de vraag van Paulus: 'En al wat uit het geloof niet is, dat is zonde' (Romeinen 14:23). Wie rookt met een onrustig geweten, moet dat geweten niet sussen. Een verschil hierover maakt niemand een ongelovige, en een roker is geen tweederangs christen. Hoe uw eigen kerk hierin staat, kan uw predikant of kerkenraad u uitleggen.
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De belijdenisgeschriften noemen roken niet. Wel spreekt de Heidelbergse Catechismus bij het zesde gebod uitdrukkelijk over het eigen lichaam. In Zondag 40 van de Heidelbergse Catechismus (vraag 105) staat dat God niet alleen verbiedt de naaste te kwetsen of te doden, maar ook dat ik 'mijzelf niet kwets, of moedwillig in enig gevaar begeve' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 40, vraag 105).
Vraag 107 voegt eraan toe dat God van ons vraagt de naaste lief te hebben als onszelf (Mattheüs 22:39) en zijn schade af te keren, zoveel als ons mogelijk is. Zo legt de catechismus beide kanten van de vraag naast elkaar: de zorg voor het eigen lichaam en de zorg voor de mensen om u heen. Dat is het kader waarin reformatorische christenen ook over roken nadenken, als toepassing van het gebod en niet als een nieuw gebod naast de Schrift.
Hoe kom ik los van roken?
Wie wil stoppen en het niet volhoudt, weet hoe sterk nicotine kan binden. Dat is geen reden om er beschaamd over te zwijgen, en ook geen reden om het op te geven. God belooft geen leven zonder strijd, wel Zijn trouw daarin: 'doch God is getrouw, Die u niet zal laten verzocht worden boven hetgeen gij vermoogt' (1 Korinthe 10:13). En wie terugvalt, mag opnieuw bij Christus komen. Wie door de Zoon vrijgemaakt is, is vrij van de dienstbaarheid van de zonde (Johannes 8:34-36), ook als de strijd tegen een oude gewoonte nog doorgaat.
Hulp zoeken hoort daarbij. Uw huisarts kan helpen met begeleiding en zo nodig met hulpmiddelen. Bij de Stoplijn van het Trimbos-instituut kunt u op werkdagen gratis bellen naar 0800-1995, ook als u wilt stoppen met vapen. Begeleiding bij het stoppen wordt door bijna alle zorgverzekeraars vergoed, zonder eigen risico. Bid erom, praat erover met uw predikant, ouderling of een vertrouwd gemeentelid en vraag anderen om met u mee te bidden; het gebed tegen verslaving kan u woorden geven. Meer over afhankelijkheid en de weg terug leest u in wat de Bijbel over drugs en verslaving zegt.
'Hetzij dan dat gijlieden eet, hetzij dat gij drinkt, hetzij dat gij iets anders doet, doet het al ter ere Gods' (1 Korinthe 10:31)