In veel reformatorische gezinnen, scholen en kerken dragen vrouwen en meisjes een rok. Wie daar niet mee is opgegroeid, vraagt zich af waarom. Wie er wel mee opgroeide, wil soms weten wat de Bijbel er precies over zegt. Hieronder leest u wat Deuteronomium 22:5 zegt, wat het Nieuwe Testament over kleding zegt en waarom christenen die de Schrift willen volgen, hier verschillend uitkomen.
Wat staat er in Deuteronomium 22:5?
De tekst waar het om draait, staat in de wetten die Mozes het volk Israël gaf kort voor de intocht in Kanaän: 'Het kleed eens mans zal niet zijn aan een vrouw, en een man zal geen vrouwenkleed aantrekken; want al wie zulks doet, is den HEERE, uw God, een gruwel' (Deuteronomium 22:5).
Het gebod geldt naar twee kanten: een vrouw draagt geen mannenkleding en een man geen vrouwenkleding. Het woord gruwel is zwaar. In Deuteronomium staat het vaak bij de afgodendienst van Kanaän (Deuteronomium 7:25; 12:31), maar ook bij oneerlijke handel (Deuteronomium 25:16). Het is dus een woord voor alles wat God haat.
Opvallend is dat de twee helften van het vers verschillende Hebreeuwse woorden gebruiken. Voor het kleed eens mans staat keli, een woord dat in het Oude Testament ook gebruikt wordt voor gereedschap, vaten en wapens. Voor vrouwenkleed staat simla, het gewone woord voor een kleed of mantel. De oude Aramese vertaling Targum Onkelos geeft het eerste deel weer als de wapenrusting van een man. In de uitleg van Deuteronomium 22 leest u het vers in zijn verband, tussen geboden over de leuning op het dak en het niet vermengen van stof.
Waarom verbiedt God dit?
Uitleggers geven twee redenen, die elkaar niet uitsluiten.
- Het onderscheid tussen man en vrouw. God schiep de mens als man en vrouw: 'man en vrouw schiep Hij ze' (Genesis 1:27). Wie zich kleedt als het andere geslacht, vervaagt een verschil dat God Zelf gemaakt heeft. Op deze lijn bouwen de meeste christenen die de rok als bijbelse kleding zien.
- De heidense eredienst. De joodse geleerde Maimonides schreef in zijn Gids der verdwaalden (deel III, hoofdstuk 37) dat bij de afgodendienst mannen vrouwenkleding en vrouwen mannenkleding droegen. Volgens deze uitleg wilde God Zijn volk bewaren voor de gebruiken van de volken rondom.
Beide lijnen komen samen in de bedoeling van het gebod: Israël moest in alles, ook in de kleding, laten zien dat het de HEERE toebehoorde.
Mag een vrouw een broek dragen volgens de Bijbel?
Het woord broek komt in de Statenvertaling een paar keer voor, en dan steeds bij mannen: de linnen onderbroeken van de priesters (Exodus 28:42) en de broeken van de drie vrienden van Daniël in Babel (Daniël 3:21). Het woord rok gebruikt de Statenvertaling juist voor het kleed van Adam en zijn vrouw allebei: 'En de HEERE God maakte voor Adam en zijn vrouw rokken van vellen' (Genesis 3:21). Ook de hogepriester droeg een linnen rok (Leviticus 16:4). In de taal van de Statenvertaling is een rok dus een lang kleed, ook voor mannen.
De Bijbel zegt daarom nergens letterlijk dat een broek mannenkleding is en een rok vrouwenkleding. In het Israël van Mozes droegen mannen en vrouwen allebei lange kleden; waarin die van elkaar verschilden, beschrijft de Bijbel niet. De vraag is dus wat in onze tijd en cultuur het kleed eens mans is. Daarover lopen de antwoorden uiteen.
Rok of broek: waarom dragen reformatorische vrouwen een rok?
In de reformatorische gezindte is de rok voor vrouwen en meisjes gewoon, in de kerk en vaak ook daarbuiten, om verschillende redenen.
- Deuteronomium 22:5. In onze cultuur was de broek eeuwenlang mannenkleding en de rok vrouwenkleding. Wie dat onderscheid vasthoudt, wil het gebod gehoorzamen zoals het in de eigen cultuur gestalte kreeg.
- De scheppingsorde. Man en vrouw zijn gelijk voor God en verschillend geschapen. Kleding mag dat verschil laten zien, zoals Paulus dat ook van het haar zegt (1 Korinthe 11:14-15) en van de hoofdbedekking van de vrouw in de kerk.
- Eerbaarheid. Paulus vraagt dat vrouwen zich kleden 'in een eerbaar gewaad, met schaamte en matigheid' (1 Timotheüs 2:9). Veel reformatorische christenen vinden een ruime, lange rok daarbij passen.
- Afstand tot de tijdgeest. In Nederland werd de broek voor vrouwen pas in de twintigste eeuw gewoon, tegelijk met de vrouwenemancipatie. Sommigen zien er daarom een teken in van een beweging die het verschil tussen man en vrouw wil uitvlakken.
Voor veel vrouwen in deze kerken voelt de rok niet als een last. Zij zien hem als een eenvoudige manier om te laten zien dat zij ook in hun kleding de HEERE willen eren (1 Korinthe 10:31).
Wat zegt het Nieuwe Testament over kleding?
Het Nieuwe Testament herhaalt het gebod uit Deuteronomium 22:5 niet, maar spreekt wel over de kleding van vrouwen. Petrus waarschuwt tegen opsmuk met gevlochten haar, goud en het aantrekken van klederen (1 Petrus 3:3) en wijst op de echte versiering: 'de verborgen mens des harten, in het onverderfelijk versiersel van een zachtmoedigen en stillen geest, die kostelijk is voor God' (1 Petrus 3:4). Paulus zegt hetzelfde: vrouwen die de godsvrucht belijden, versieren zich door goede werken (1 Timotheüs 2:10).
Daar ligt een les voor beide kanten. Een rok maakt een vrouw niet godvrezend, en een broek maakt haar niet werelds. Toen Samuël een koning moest zalven, zei de HEERE tegen hem dat Hij anders kijkt dan mensen (1 Samuël 16:7). Kleding raakt aan wie wij zijn voor God, maar de mooiste kleding is die God Zelf geeft: 'Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils' (Jesaja 61:10). Wie in Christus is, heeft Hem aangedaan (Galaten 3:27).
Waar christenen verschillen
Wat vaststaat: bijbelgetrouwe christenen erkennen dat God man en vrouw verschillend schiep, dat Deuteronomium 22:5 Gods Woord is en dat kleding eerbaar hoort te zijn. Het verschil gaat over de vraag wat dit gebod vandaag vraagt.
- De rok als bijbelse kleding. Wie zo denkt, ziet de broek in onze cultuur als mannenkleding en draagt daarom een rok, ook buiten de kerk. Deuteronomium 22:5 en 1 Timotheüs 2:9 staan voorop. Het argument is dat Gods gebod niet met de mode mee verandert.
- Het onderscheid, niet het kledingstuk. Anderen lezen het gebod als een verbod om zich als het andere geslacht voor te doen. Een broek die voor vrouwen gemaakt is, is voor hen vrouwenkleding; in andere culturen hoort een broek van oudsher bij vrouwenkleding. Zij wijzen op de vrijheid waartoe Christus roept (Galaten 5:13).
- Een middenweg. Sommige vrouwen dragen een rok in de kerk en bij plechtige gelegenheden, en een broek bij werk of sport. Zij willen het onderscheid eren zonder er een vaste regel van te maken (Romeinen 14:22).
Over spijzen en dagen, waarover de gelovigen in Rome verschillend dachten, schrijft Paulus: 'Een iegelijk zij in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd' (Romeinen 14:5). Hij vraagt ook om elkaar niet te oordelen en de ander geen aanstoot te geven (Romeinen 14:13). Of kleding daaronder valt, is juist de vraag, maar die liefde kunnen beide kanten bewaren. Een vrouw in een broek is geen ongelovige, en een vrouw in een rok is geen wettische christen. Hoe uw eigen kerk hierin staat, kan uw predikant of kerkenraad u uitleggen. Is er thuis spanning over, bijvoorbeeld tussen ouders en een dochter, lees dan samen Romeinen 14. Meer over de achtergrond van deze kerken leest u bij wat reformatorisch betekent.
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De belijdenisgeschriften noemen broek noch rok, maar geven wel lijnen die hier meespelen.
Zondag 41 van de Heidelbergse Catechismus legt het zevende gebod uit. Omdat ons lichaam en onze ziel tempels van de Heilige Geest zijn, wil God dat wij ze 'beide zuiver en heilig bewaren' (vraag 109). Christenen aan beide kanten lezen daarin een roeping tot eerbare kleding; wie de rok kiest, ziet die roeping ook in het kledingstuk zelf.
In Zondag 33 (vraag 91) belijdt de catechismus dat goede werken naar de wet Gods en tot Zijn eer geschieden, en 'niet die op ons goeddunken of op mensengeboden gegrond zijn'. Beide kanten beroepen zich op deze woorden: de een wil Gods wet in Deuteronomium 22:5 gehoorzamen, de ander wil geen mensengebod tot wet maken.
Artikel 7 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt dat de Schrift volkomen is en dat niemand er iets aan mag toevoegen of afdoen. Artikel 32 waarschuwt tegen menselijke regels die in de dienst van God het geweten binden, en vraagt tegelijk om goede orde in de gemeente (1 Korinthe 14:40).
'want de mens ziet aan, wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan' (1 Samuël 16:7)