Inleiding tot Titus 2
Titus hoofdstuk 2 vormt het hart van Paulus' brief aan zijn medewerker Titus. In dit hoofdstuk geeft de apostel concrete richtlijnen voor gezond christelijk leven binnen de gemeente. Het hoofdstuk toont hoe Gods genade niet alleen redt, maar ook transformeert en leidt tot een leven dat God eerd.
Onderwijs aan verschillende leeftijdsgroepen (vers 1-6)
Oudere mannen (vers 2)
Paulus begint met instructies voor oudere mannen in de gemeente. Zij moeten 'nuchter zijn, eerbaar, verstandig, gezond in het geloof, in de liefde, in de volharding'. Deze eigenschappen tonen rijpheid en wijsheid die voortvloeit uit een langdurige wandel met God. Oudere mannen hebben de verantwoordelijkheid om voorbeelden te zijn van geestelijke volwassenheid.
Oudere vrouwen (vers 3-4a)
Oudere vrouwen krijgen eveneens specifieke instructies. Zij moeten zich 'gedragen zoals het heilige vrouwen betaamt, geen lasteraars zijn, zich niet overgeven aan veel wijn, maar onderwijzerinnen zijn van het goede'. Hun rol als mentoren voor jongere vrouwen wordt benadrukt - zij moeten 'de jonge vrouwen onderwijzen'.