Kinderen vragen het hardop, volwassenen soms in stilte: hoe moet ik mij God voorstellen als ik bid? Op oude schilderijen staat Hij vaak als een grijze man met een witte baard op een wolk. Komt dat beeld uit de Bijbel? Hier leest u wat de Schrift zegt over Gods onzichtbaarheid, waarom zij toch over Zijn hand en oog spreekt, wat profeten in visioenen zagen en waarom het antwoord uiteindelijk bij Christus ligt.
Hoe ziet God eruit volgens de Bijbel?
Het kortste antwoord gaf de Heere Jezus Zelf, in Zijn gesprek met de Samaritaanse vrouw bij de put: 'God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid' (Johannes 4:24). Een geest heeft geen lichaam: na Zijn opstanding zegt Hij dat een geest geen vlees en benen heeft (Lukas 24:39). Meer over dit gesprek leest u in de uitleg van Johannes 4.
Paulus spreekt over God als Degene 'Die alleen onsterfelijkheid heeft, en een ontoegankelijk licht bewoont; Denwelken geen mens gezien heeft, noch zien kan' (1 Timotheüs 6:16). Elders noemt hij Hem de onzienlijke God (1 Timotheüs 1:17), en Johannes schrijft dat niemand ooit God gezien heeft (Johannes 1:18). God is dus niet onzichtbaar omdat Hij Zich ver weg verbergt. Hij is de Schepper, en alles wat menselijke ogen kunnen zien, behoort bij de schepping. Daarom kan geen mens beschrijven hoe God eruitziet: Hij valt buiten alles waarmee een mens Hem zou kunnen vergelijken (Jesaja 40:18).
Waarom spreekt de Bijbel over Gods hand, oog en aangezicht?
Toch spreekt de Bijbel over Gods arm, oor, ogen en aangezicht. Het oog van de HEERE is over wie Hem vrezen (Psalm 33:18), Zijn hand is niet te kort om te verlossen (Jesaja 59:1). Dat zijn geen beschrijvingen van een lichaam. Het is beeldspraak: God gebruikt woorden uit de menselijke wereld om te zeggen wat mensen anders niet zouden begrijpen. Zijn oog staat voor Zijn zorg en Zijn alwetendheid, Zijn hand voor Zijn macht om te helpen, Zijn aangezicht voor Zijn gunst en nabijheid.
Dat het om beeldspraak gaat, laat de Bijbel zelf zien. In Psalm 91 staat dat God de Zijnen dekt met Zijn vlerken (Psalm 91:4). Niemand leest daaruit dat God vleugels heeft. Zo is het ook met Zijn hand en Zijn oog. Calvijn vergelijkt dit in zijn Institutie (boek I, hoofdstuk 13) met een voedster die met een klein kind in kindertaal spreekt: God daalt af tot het bevattingsvermogen van de mens. Ook dat God Vader en Koning heet, zegt niets over een lichaam; daarover gaat de vraag Is God een man?
Soms wordt gezegd dat God wel een menselijke gestalte moet hebben, omdat de mens naar Zijn beeld geschapen is (Genesis 1:27). De mormonen leren dat God de Vader een lichaam van vlees en beenderen heeft. De Bijbel zelf legt het beeld van God anders uit: de nieuwe mens is naar God geschapen in ware rechtvaardigheid en heiligheid (Efeze 4:24; Kolossenzen 3:10). Het beeld zit in het kennen van God, in liefde en heiligheid, en niet in een gezicht of gestalte.
Heeft niemand God ooit gezien?
Wie de Bijbel leest, komt toch mensen tegen die God zagen. Mozes vroeg de HEERE om hem Zijn heerlijkheid te tonen (Exodus 33:18). Het antwoord was: 'Gij zoudt Mijn aangezicht niet kunnen zien; want Mij zal geen mens zien, en leven' (Exodus 33:20). Mozes mocht in een kloof van de rots staan en Gods achterste delen zien, nadat Zijn heerlijkheid voorbij was gegaan (Exodus 33:22-23). In hetzelfde hoofdstuk staat dat de HEERE met Mozes sprak van aangezicht tot aangezicht, zoals een man met zijn vriend (Exodus 33:11). Dat beschrijft een vertrouwelijke omgang en geen aanschouwen van Gods wezen.
Jesaja zag in de tempel 'den Heere, zittende op een hogen en verheven troon, en Zijn zomen vervullende den tempel' (Jesaja 6:1). Jesaja beschrijft geen gezicht, alleen een troon, de zomen van een kleed en de serafs die elkaar toeroepen dat de HEERE heilig is. Jesaja's eerste reactie is schrik: hij roept uit dat hij vergaat (Jesaja 6:5). Johannes zegt later dat Jesaja toen de heerlijkheid van Christus zag (Johannes 12:41). Lees ook de uitleg van Jesaja 6.
Ezechiël spreekt opvallend voorzichtig. De profeet zag de gedaante van de gelijkenis van de heerlijkheid des HEEREN, en iets als de gestalte van een mens op een troon (Ezechiël 1:26-28). Ezechiël stapelt woorden als gedaante en gelijkenis: het leek erop, meer kan hij niet zeggen. Johannes zag in Openbaring een troon met Een Die daarop zat, in het aanzien als de stenen jaspis en sardius, met een regenboog rondom (Openbaring 4:2-3). Ook de Oude van dagen, met een kleed wit als sneeuw en haar als zuivere wol (Daniël 7:9), is zo'n visioen en geen portret. Visioenen tonen God in een gestalte die Hij Zelf koos, aangepast aan wat een mens kan dragen. Ze leren vooral dat Hij heilig is en regeert.
Waarom mag God niet worden afgebeeld?
Het tweede gebod verbiedt Israël een gesneden beeld of enige gelijkenis te maken om te aanbidden (Exodus 20:4-5). Mozes geeft de reden: 'gij hebt geen gelijkenis gezien, ten dage als de HEERE op Horeb uit het midden des vuurs tot u sprak' (Deuteronomium 4:15). Israël hoorde een stem, maar zag geen gestalte. God maakt Zich bekend door Zijn Woord, en daarom blijft Hij buiten elk beeld.
Elke afbeelding maakt God kleiner dan Hij is. Paulus beschrijft hoe mensen de heerlijkheid van de onverderfelijke God veranderden in de gelijkenis van een beeld van een verderfelijk mens (Romeinen 1:23). Veel reformatorische christenen passen het tweede gebod ook toe op afbeeldingen van de Heere Jezus, bijvoorbeeld in kinderbijbels; anderen denken daar ruimer over. Hoe uw eigen kerk hierin staat, kan uw predikant u uitleggen.
Is Jezus het beeld van de onzichtbare God?
Hier ligt het eigenlijke antwoord van de Bijbel. Paulus schrijft over Christus dat Hij 'het Beeld is des onzienlijken Gods' (Kolossenzen 1:15). De onzichtbare God heeft Zich laten kennen in Zijn Zoon. Toen Filippus vroeg of de Heere Jezus hun de Vader wilde tonen (Johannes 14:8), antwoordde Hij: 'Die Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien' (Johannes 14:9). Johannes vat het samen: de eniggeboren Zoon heeft de Vader verklaard (Johannes 1:18). Wie bidt, hoeft zich daarom geen beeld van God te maken. U mag Hem aanspreken als de Vader, Die Zich in Zijn Zoon heeft laten kennen.
Dat gaat niet over het uiterlijk van Jezus. De Bijbel vertelt nergens hoe Hij er tijdens Zijn leven op aarde uitzag en zegt zelfs dat Hij geen gedaante had die ons zou aantrekken (Jesaja 53:2). Wie Hem zag, zag God in Zijn woorden, Zijn werken, Zijn ontferming over zondaren en Zijn sterven aan het kruis. Zo schijnt de heerlijkheid van God in het aangezicht van Jezus Christus (2 Korinthe 4:6). Wie wil weten wie God is, wordt naar Hem gewezen; meer daarover leest u bij de vraag wie God is volgens de Bijbel.
Zullen gelovigen God ooit zien?
De Bijbel belooft het. De Heere Jezus zegt dat de reinen van hart God zullen zien (Mattheüs 5:8), en van de verlosten in het nieuwe Jeruzalem staat dat zij Zijn aangezicht zullen zien (Openbaring 22:4). Paulus vergelijkt het kennen van nu met kijken door een spiegel; dan zal de gelovige zien van aangezicht tot aangezicht (1 Korinthe 13:12).
Wat Mozes niet kon zonder te sterven, wordt door genade het deel van wie in Christus gelooft. Hoe dat zien zal zijn, zegt de Bijbel niet in bijzonderheden, en daar past geen speculatie. Wel staat vast dat God ook dan God blijft, groter dan een mens kan bevatten. Het hart van de hemel is dat de verlosten Hem zien Die hen liefhad.
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De kerk vat dit samen in haar belijdenis, na en onder de Schrift. Artikel 1 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt dat God één enig en eenvoudig geestelijk Wezen is, eeuwig, onbegrijpelijk, onzienlijk en onveranderlijk. Daarmee wordt elke gedachte aan een lichamelijke God afgewezen.
Zondag 35 van de Heidelbergse Catechismus legt het tweede gebod uit. Vraag 96 zegt dat wij God op geen enkele wijze mogen afbeelden of anders vereren dan Hij in Zijn Woord bevolen heeft. Vraag 97 voegt toe: 'God kan noch mag op generlei wijze afgebeeld worden' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 35, vraag 97). God kan het niet, omdat Hij Geest is; het mag niet, omdat Hij het verboden heeft. Vraag 98 wijst de weg: God wil Zijn gemeente onderwijzen door de levende verkondiging van Zijn Woord. Wie wil weten hoe God is, moet daarom luisteren naar wat Hij over Zichzelf zegt.
'want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is' (1 Johannes 3:2)