Wie aan Jezus denkt, ziet vaak een man voor zich met lang bruin haar, een baard, een lichte huid en een wit kleed, zoals op schilderijen en in films. Weten wij eigenlijk hoe Hij eruitzag? Hier leest u wat de Bijbel wel en niet vertelt, hoe het zit met de lijkwade van Turijn en waarom de Schrift over Zijn gezicht zwijgt.
Hoe zag Jezus eruit volgens de Bijbel?
De vier evangeliën vertellen veel over wat Jezus zei en deed. Toch beschrijft geen enkele evangelist Zijn gezicht, Zijn lengte of de kleur van Zijn haar en ogen. Bij anderen doet de Bijbel dat wel: Saul stak met zijn schouders en hoofd boven het hele volk uit (1 Samuël 9:2), David was roodachtig en schoon van ogen (1 Samuël 16:12), en Zacheüs was klein van persoon (Lukas 19:3).
De enige tekst die iets over het uiterlijk van de Messias zegt, staat bij Jesaja. Over de Knecht van de HEERE schrijft hij: 'Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben' (Jesaja 53:2). Het Nieuwe Testament leest dit hoofdstuk als een profetie over Christus (Handelingen 8:32-35). Daarmee zegt de profeet geen woord over de vorm van Zijn neus of de kleur van Zijn huid. Jesaja bedoelt dat er aan Hem niets was wat mensen naar Hem toe trok. Hij schoot op als een rijsje en als een wortel uit een dorre aarde, in vernedering. Meer over dit hoofdstuk leest u in de uitleg van Jesaja 53.
Wel zegt de Bijbel duidelijk dat Hij een echt mens was. Paulus schrijft dat de Zoon van God Zich vernederde, 'de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden' (Filippenzen 2:7). Hij moest in alles aan Zijn broeders gelijk worden (Hebreeën 2:17), en ook na Zijn opstanding had Hij een echt lichaam van vlees en benen (Lukas 24:39).
Hoe zag Jezus er echt uit?
Jezus werd geboren uit een Joodse moeder, onder de wet van Mozes (Galaten 4:4), en groeide op in Nazareth in Galilea. In de synagoge van Nazareth zagen de mensen gewoon een dorpsgenoot. Zij vroegen: 'Is deze niet de timmerman, de zoon van Maria …' (Markus 6:3). Meer daarover leest u bij de vraag Was Jezus een Jood?
Een aanwijzing dat Hij er gewoon uitzag, komt uit de nacht van Zijn gevangenneming. Judas kwam met soldaten, lantaarns en fakkels (Johannes 18:3). Hij had met hen afgesproken: 'Dien ik zal kussen, Dezelve is het, grijpt Hem' (Mattheüs 26:48). Kennelijk was er een teken nodig: in het donker en tussen Zijn discipelen viel Jezus niet op.
Op grond van wat bekend is over Joodse mannen uit Galilea in die tijd, schat de historica Joan Taylor dat Hij donker haar, donkere ogen en een getinte huid had, zoals veel mensen uit het Midden-Oosten. Hij droeg de kleding van Zijn tijd; Johannes noemt een rok zonder naad, van boven af geheel geweven (Johannes 19:23).
Het lange haar van de schilderijen is minder zeker dan het lijkt. Paulus noemt lang haar voor een man een oneer (1 Korinthe 11:14). Soms wordt gedacht dat Jezus een nazireeër was, die zijn haar liet groeien (Numeri 6:5). Maar een Nazarener is iemand uit Nazareth (Mattheüs 2:23), en een nazireeër dronk geen wijn (Numeri 6:3), terwijl Jezus met de mensen at en dronk (Mattheüs 11:19).
Waarom beschrijft de Bijbel het uiterlijk van Jezus niet?
Dat de Bijbel over Zijn uiterlijk zwijgt, past bij wat God Zelf belangrijk vindt. Toen Samuël onder de zonen van Isaï een koning zocht, zei de HEERE tegen hem: 'de mens ziet aan, wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan' (1 Samuël 16:7). Het evangelie wil dat u Jezus kent in wie Hij is en wat Hij deed.
Paulus schrijft: 'indien wij ook Christus naar het vlees gekend hebben, nochtans kennen wij Hem nu niet meer naar het vlees' (2 Korinthe 5:16). De kanttekeningen bij de Statenvertaling leggen uit dat het gaat om kennen naar uiterlijk aanzien, afkomst en gestalte. Paulus had Christus wel gezien (1 Korinthe 9:1), maar daar roemt hij niet in. Nu kent hij Hem als Degene door Wie God de wereld met Zichzelf verzoent (2 Korinthe 5:19). Een portret zou daar niets aan toevoegen.
Zelfs Zijn volgelingen herkenden Hem na de opstanding niet altijd meteen. Maria Magdalena dacht dat Hij de hovenier was, tot Hij haar bij haar naam noemde (Johannes 20:15-16). De Emmaüsgangers kenden Hem niet, want hun ogen werden gehouden, tot ze bij het breken van het brood geopend werden (Lukas 24:16, 31). Tegen Thomas zei Jezus: 'zalig zijn zij, die niet zullen gezien hebben, en nochtans zullen geloofd hebben' (Johannes 20:29).
Hoe beschrijft Openbaring 1 de verheerlijkte Christus?
De uitvoerigste beschrijving van Jezus in de Bijbel laat Hem zien zoals Hij nu is, in heerlijkheid. Johannes zag op Patmos Iemand, de Zoon des mensen gelijk (Openbaring 1:13). 'En Zijn hoofd en haar was wit, gelijk als witte wol, gelijk sneeuw; en Zijn ogen gelijk een vlam vuurs' (Openbaring 1:14). Zijn voeten waren als gloeiend koper, uit Zijn mond ging een tweesnijdend scherp zwaard, en Zijn aangezicht was als de zon die schijnt in haar kracht (Openbaring 1:15-16).
Dat is beeldtaal en geen portret. Het witte haar herinnert aan de Oude van dagen in Daniël 7:9: Christus deelt in de eeuwigheid en majesteit van God. De ogen als vuur zien alles. Het zwaard is Zijn Woord, dat doordringt en oordeelt (Hebreeën 4:12; Openbaring 19:15). Johannes viel als dood aan Zijn voeten, en de Heere Jezus legde Zijn rechterhand op hem en zei dat hij niet hoefde te vrezen (Openbaring 1:17). Meer leest u in de uitleg van Openbaring 1.
Wat zeggen schilderijen, films en de lijkwade van Turijn?
In de oudste christelijke afbeeldingen, uit de catacomben van Rome in de derde eeuw, staat Jezus vaak als een jonge herder zonder baard, zoals op het fresco van de Goede Herder in de catacombe van Callixtus. Pas later wordt Hij steeds vaker geschilderd met een baard en lang haar. Daarna gaf elke tijd en elk volk Hem het eigen gezicht: Europese schilders maakten Hem Europees, en films kiezen een acteur die bij het publiek past. Zulke beelden zeggen meer over de makers dan over Hem.
De lijkwade van Turijn is een linnen doek met de vage afdruk van een man. Het doek duikt pas in de veertiende eeuw in Frankrijk op en ligt sinds de zestiende eeuw in Turijn. In 1988 dateerden drie laboratoria (in Oxford, Zürich en Tucson) een stukje ervan met de koolstofmethode op tussen 1260 en 1390; de uitkomst verscheen in 1989 in het tijdschrift Nature. Verdedigers twijfelen aan het onderzochte stukje; de Rooms-Katholieke Kerk heeft de echtheid nooit officieel vastgesteld. Het christelijk geloof rust hoe dan ook op het getuigenis van de Schrift (Johannes 20:31), en niet op een doek.
Veel reformatorische christenen maken of gebruiken geen afbeeldingen van Jezus. Christus is waarachtig God en waarachtig mens; een tekening toont hooguit een bedachte mens. Anderen denken ruimer over platen in een kinderbijbel. Waarom God Zelf niet mag worden afgebeeld, leest u bij de vraag Hoe ziet God eruit? Vraagt uw kind hoe de Heere Jezus eruitzag, zeg dan eerlijk dat niemand dat weet, en vertel wat Hij deed en sprak, en dat Hij de kinderen bij Zich riep (Markus 10:14).
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De Heidelbergse Catechismus belijdt dat de eeuwige Zoon van God de ware menselijke natuur heeft aangenomen uit het vlees en bloed van de maagd Maria, 'Zijn broederen in alles gelijk, uitgenomen de zonde' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 14, vraag 35). Artikel 18 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt hetzelfde: Hij nam een waar menselijk lichaam en een ware menselijke ziel aan, met al de zwakheden van onze natuur, behalve de zonde.
Over beelden spreekt Zondag 35 van de Heidelbergse Catechismus. Vraag 96 tot 98 leren dat God niet mag worden afgebeeld, en dat Hij Zijn gemeente wil onderwijzen door de levende verkondiging van Zijn Woord. Daar leert u de Heere Jezus kennen als de Zoon van God, Die mens werd om zondaren te zoeken en zalig te maken (Lukas 19:10). Wie Hem zo kent, ziet uit naar de dag waarop de gelovigen Hem zullen zien zoals Hij is (1 Johannes 3:2). Meer over Zijn leven leest u op de pagina over Jezus in de Bijbel.
'Denwelken gij niet gezien hebt, en nochtans liefhebt' (1 Petrus 1:8)