Verouderd woord
Vlieden
werkwoord
In het kort
Vlieden betekent vluchten: snel weggaan voor gevaar, en in overdrachtelijke zin iets mijden of ervan wegblijven. De Statenvertaling gebruikt het voor mensen die vluchten, maar ook voor de opdracht om de zonde te vlieden en voor de duivel die vliedt.
In hedendaags Nederlands: vluchten, wegvluchten, ontkomen, mijden
Wat betekent vlieden?
Het Woordenboek der Nederlandsche Taal noemt als kern van vlieden: zich verwijderen van een bepaalde plaats, meestal omdat men ertoe gedwongen wordt of in nood is. De eerste betekenis is vluchten, op de vlucht slaan. Daarnaast kan het wijken of zich terugtrekken zijn, en ook zijn toevlucht zoeken bij iemand. Van dingen gezegd betekent het verdwijnen of snel voorbijgaan, zoals de schaduwen bij het aanbreken van de dag. Een aparte groep betekenissen is mijden of vermijden: wegblijven van een plaats of persoon. Het WNT haalt uit de Statenbijbel Amos 9:1 aan. De verleden tijd is vlood en vloden, het voltooid deelwoord gevloden. Ontvlieden betekent ontkomen. De Statenvertaling gebruikt naast vlieden ook het gewone vluchten, zoals bij Jona (Jona 1:3) en bij Jozef, die voor de vrouw van Potifar vluchtte (Genesis 39:12).
Vlieden in de Statenvertaling
183 keer, in 167 verzen en 40 bijbelboeken (vlieden 41, vlied 6, vliedt 14, vlood 26, vloden 39, gevloden 26, ontvlieden 10, vliede 6, vliedende 2, vloodt 2, ontvloden 8, ontvlood 1, ontvliede 1, ontvliedt 1).
Vlieden en de verwante vormen staan 183 keer in de Statenvertaling, in 167 verzen verdeeld over 40 bijbelboeken. U leest 41 keer vlieden, 39 keer vloden, 26 keer vlood, 26 keer gevloden, 14 keer vliedt, 6 keer vlied, 6 keer vliede, 2 keer vloodt en 2 keer vliedende. Ontvlieden staat er 10 keer, en de vormen ontvloden, ontvlood, ontvliede en ontvliedt samen 11 keer. Veel verhalen draaien om iemand die vlucht. Rebekka zegt tegen Jakob: 'vlied gij naar Haran, tot Laban, mijn broeder' (Genesis 27:43). Mozes 'vlood voor Farao's aangezicht' naar Midian, en het opschrift van Psalm 3 zegt dat David die psalm maakte 'als hij vlood voor het aangezicht van zijn zoon Absalom'.
Ook de schepping kan vlieden. 'De zee zag het, en vlood; de Jordaan keerde achterwaarts' (Psalm 114:3), toen Israël uit Egypte trok. In het Hooglied vlieden de schaduwen als de dag aankomt. In Spreuken 28:1 staat de vlucht voor een slecht geweten: 'De goddelozen vlieden, waar geen vervolger is'.
In het Nieuwe Testament krijgt vlieden vaak de betekenis van mijden. Paulus schrijft: 'Vliedt de hoererij' (1 Korinthe 6:18) en 'vliedt van den afgodendienst' (1 Korinthe 10:14). Timotheüs moet 'de begeerlijkheden der jonkheid' vlieden en jagen naar gerechtigheid. Wegrennen is hier geen lafheid, maar wijsheid. Andersom mag de gelovige weten dat de vijand moet wijken: 'wederstaat den duivel, en hij zal van u vlieden' (Jakobus 4:7).
Ontvlieden staat vaak in een ernstige vraag. Johannes de Doper vraagt de Farizeeën wie hun heeft aangewezen 'te vlieden van den toekomenden toorn' (Mattheüs 3:7), en Hebreeën 2:3 vraagt: 'Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen?'
Verzen met vlieden
“Nu dan, mijn zoon! hoor naar mijn stem, en maak u op, vlied gij naar Haran, tot Laban, mijn broeder.”
Rebekka stuurt Jakob weg voor de toorn van Ezau. Vlieden is hier letterlijk vluchten naar een veilige plaats. De kanttekening zegt dat er in het Hebreeuws staat: vlied u, of voor u.
“De zee zag het, en vlood; de Jordaan keerde achterwaarts.”
De dichter beschrijft de uittocht en de intocht alsof de zee en de Jordaan wegvluchtten voor de HEERE. Vlieden en achterwaarts keren betekenen hier: wijken voor de aanwezigheid van God.
“Vliedt de hoererij. Alle zonde, die de mens doet, is buiten het lichaam, maar die hoererij bedrijft, zondigt tegen zijn eigen lichaam.”
Paulus zegt kort en krachtig dat de gemeente voor de hoererij moet vluchten. Vlieden is hier mijden, er niet in de buurt komen, omdat deze zonde het eigen lichaam raakt.
“Zo onderwerpt u dan Gode; wederstaat den duivel, en hij zal van u vlieden.”
Wie zich aan God onderwerpt en de duivel weerstaat, ziet hem wijken. Hier vlucht niet de gelovige, maar de vijand. De kanttekening voegt toe: dan namelijk als u hem tegenstaat.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Wat de kanttekeningen zeggen
Bij Jakobus 4:7
hij zal van u vlieden. Namelijk dan als gij hem tegenstaat.
De kanttekening verbindt de belofte aan de opdracht ervoor. De duivel vliedt niet vanzelf, maar wanneer de gelovige hem tegenstaat, in onderwerping aan God.
Bij Hebreeen 2:3
ontvlieden,. Namelijk de rechtvaardige vergelding der straffen.
Bij ontvlieden vullen de vertalers aan wat er niet ontvlucht kan worden: de rechtvaardige straf die volgt wanneer iemand de grote zaligheid van het Evangelie veronachtzaamt.
Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).
Uit de grondtekst
בָּרַח barach (Hebreeuws, H1272)
Het Hebreeuwse barach betekent volgens het Strong's-lexicon vluchten, weglopen, zich haastig uit de voeten maken. Het staat in de verhalen over Jakob, Mozes, David en Jona, die elk voor iemand op de vlucht gingen.
Onder meer in Genesis 27:43, Exodus 2:15, Psalm 3:1 en Jona 1:10. Woordstudie bij H1272 (na inloggen).
נוּס nus (Hebreeuws, H5127)
Een ander Hebreeuws werkwoord voor vluchten of ontkomen. Het Strong's-lexicon noemt ook verdwijnen. Het staat bij de zee die vlood, bij de goddelozen die zonder vervolger vlieden en bij de schaduwen in het Hooglied.
Onder meer in Psalm 114:3, Spreuken 28:1 en Hooglied 2:17. Woordstudie bij H5127 (na inloggen).
φεύγω pheugo (Grieks, G5343)
Het Griekse pheugo betekent volgens het Strong's-lexicon wegvluchten, letterlijk en figuurlijk, en daaruit afgeleid mijden. Beide betekenissen staan in het Nieuwe Testament: de vlucht naar Egypte, en het vlieden van de zonde.
Onder meer in Mattheus 2:13, 1 Korinthe 6:18, 2 Timotheus 2:22 en Jakobus 4:7. Woordstudie bij G5343 (na inloggen).
Verwante woorden
- vluchten: Het gewone woord, dat de Statenvertaling er ook naast gebruikt, zoals bij Jona (Jona 1:3) en bij Jozef (Genesis 39:12).
- ontvlieden: Ontkomen aan iets, vaak aan het oordeel, zoals in Romeinen 2:3 en Hebreeën 2:3.
- henen: Bijwoord van richting: weg, ergens heen. Het staat soms bij vlieden, zoals in Deuteronomium 19:3.
- spelonk: David vlood voor Saul in de spelonk, zegt het opschrift van Psalm 57.
- vrijstad: De stad waarheen de doodslager gevloden was, zoals Numeri 35:25 zegt; daar was hij veilig voor de bloedwreker.
Bronnen
- Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M080893. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
- Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Genesis 27:43, Jakobus 4:7 en Hebreeën 2:3
- Strong's-lexicon: H1272, H5127 en G5343
- Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.