Taal en zinsbouw
Henen
bijwoord van richting
In het kort
Henen betekent heen: weg, voort, van hier naar een andere plaats. Herwaarts is hierheen, derwaarts daarheen, waarhenen waarheen en daarhenen daarheen. Bekend zijn 'Gaat dan henen' in de zendingsopdracht en 'Komt herwaarts tot Mij' in Mattheüs 11:28.
In hedendaags Nederlands: heen, weg, hierheen, daarheen, waarheen
Wat betekent henen?
Volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal is henen een oudere vorm met dezelfde betekenis als heen. Het geeft een richting aan die van de spreker af gaat: weg, voort, hiervandaan. Het WNT merkt op dat vooral de Statenbijbel henen vaak vóór een ander woord van richting zet, in uitdrukkingen als henen af, henen in, henen op, henen uit en henen weg. Heen en weder is heen en weer. Herwaarts betekent volgens het WNT hierheen, en herwaarts en derwaarts is: in allerlei richtingen. Derwaarts is naar de plaats die uit het verband blijkt, daarheen. Waarhenen is de oude vorm van waarheen: naar welke plaats. Wie deze kleine woorden herkent, leest de bewegingen in een verhaal veel scherper: wie komt er dichterbij, en wie gaat er weg?
Henen in de Statenvertaling
411 keer, in 385 verzen en 44 bijbelboeken (henen 254, herwaarts 51, derwaarts 36, waarhenen 36, daarhenen 34).
De vijf vormen staan samen 411 keer in de Statenvertaling, in 385 verzen verdeeld over 44 bijbelboeken. Henen is verreweg het gewoonst, 254 keer. Herwaarts staat er 51 keer, derwaarts 36 keer, waarhenen 36 keer en daarhenen 34 keer. Daarnaast gebruikt de Statenvertaling ook gewoon heen, zoals in 'ga heen, verkoop wat gij hebt' (Mattheüs 19:21).
Henen staat vaak bij een zending. Jesaja hoort de vraag wie de HEERE zal zenden, en antwoordt: 'Zie, hier ben ik, zend mij henen' (Jesaja 6:8). De opgestane Heiland zegt tegen Zijn discipelen: 'Gaat dan henen, onderwijst al de volken' (Mattheüs 28:19). Henen kan ook sterven betekenen. Van koning Joram staat dat 'hij ging henen zonder begeerd te zijn' (2 Kronieken 21:20), en de kanttekening legt uit: hij ging de weg van de hele aarde, hij stierf.
Herwaarts is het tegendeel: hierheen, naar de spreker toe. 'Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven' (Mattheüs 11:28). Bij het lege graf zegt de engel: 'Komt herwaarts, ziet de plaats, waar de Heere gelegen heeft' (Mattheüs 28:6). En aan de zee van Tiberias roept de Heere Jezus de discipelen: 'Komt herwaarts, houdt het middagmaal' (Johannes 21:12).
Derwaarts en waarhenen wijzen naar een plaats verderop. Over het geloof als een mosterdzaad zegt de Heere Jezus tegen Zijn discipelen dat zij tot deze berg zouden zeggen: 'Ga heen van hier derwaarts' (Mattheüs 17:20). Aan de jonge Jeremia belooft God: 'overal, waarhenen Ik u zenden zal, zult gij gaan' (Jeremia 1:7). Herwaarts en derwaarts samen betekent: alle kanten op. De kanttekening bij Genesis 8:7 zegt van de raaf dat zij herwaarts en derwaarts vloog.
Verzen met henen
“Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.”
De Heere Jezus nodigt vermoeiden en belasten uit om naar Hem toe te komen. Herwaarts betekent hierheen, tot Mij: de beweging gaat naar Hem toe, en bij Hem is rust.
“Daarna hoorde ik de stem des Heeren, dewelke zeide: Wien zal Ik zenden, en wie zal voor Ons henengaan? Toen zeide ik: Zie, hier ben ik, zend mij henen.”
Na het zien van de heerlijkheid van God biedt Jesaja zich aan. Zend mij henen betekent: zend mij weg, naar het volk. De kanttekening zegt dat alleen God de profeten roept en zendt.
“Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb.”
In de zendingsopdracht betekent henen gaan: van hier weggaan, de wereld in. De discipelen blijven niet bij elkaar, maar gaan naar alle volken om hen te onderwijzen en te dopen.
“Hij was twee en dertig jaren oud, als hij koning werd, en regeerde acht jaren te Jeruzalem; en hij ging henen zonder begeerd te zijn; en zij begroeven hem in de stad Davids, maar niet in de graven der koningen.”
Van koning Joram staat dat hij henen ging zonder begeerd te zijn. Henen gaan betekent hier sterven. Zonder begeerd te zijn betekent: niemand wenste hem terug. De kanttekening geeft er nog een andere uitleg bij.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Wat de kanttekeningen zeggen
hij ging henen. Te weten, den weg der gehele aarde, gelijk staat Jos 23:14 ; 1Ki 2:2 . Dat is, hij stierf. Of, hij ging heen zonder begeerd te zijn; dat is, hij leefde ongeëerd, of in onlust en smart.
De vertalers lezen henen gaan hier als sterven: de weg van de hele aarde gaan, zoals Jozua en David dat noemden. Zij geven ook een andere uitleg: Joram leefde zonder eer, in onlust en smart.
Bij Genesis 8:7
die dikwijls heen en weder ging,. Hebr. die uitging, uitgaande en kerende; dat is, zij vloog herwaarts en derwaarts, en bijzonder omtrent de ark, omdat de aarde nog meest met de wateren bedekt was.
Hier gebruiken de vertalers zelf herwaarts en derwaarts om heen en weer uit te leggen. De raaf vloog alle kanten op, maar bleef in de buurt van de ark, omdat de aarde nog grotendeels onder water stond.
Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).
Uit de grondtekst
δεῦτε deute (Grieks, G1205)
Het Griekse deute is volgens het Strong's-lexicon een uitroep: kom hierheen! Het staat waar de Statenvertaling komt herwaarts heeft: bij de uitnodiging tot rust, bij het lege graf en aan de zee van Tiberias.
Onder meer in Mattheus 11:28, Mattheus 28:6 en Johannes 21:12. Woordstudie bij G1205 (na inloggen).
הָלַךְ halak (Hebreeuws, H1980)
Het Hebreeuwse halak betekent volgens het Strong's-lexicon gaan, wandelen, weggaan, en figuurlijk ook sterven of leven. In deze verzen geeft de Statenvertaling het weer met henen gaan of ga henen.
Onder meer in Genesis 12:19, Jesaja 6:8 en Jesaja 6:9. Woordstudie bij H1980 (na inloggen).
Verwante woorden
- heen: De gewone vorm, die de Statenvertaling ook gebruikt; henen betekent hetzelfde.
- heen en weder: Heen en weer, zoals de raaf in Genesis 8:7.
- vlieden: Vluchten; in Deuteronomium 19:3 vliedt de doodslager daarhenen, naar een vrijstad.
- aldaar: Ook een oud bijwoord van plaats: daar, op die plaats.
Bronnen
- Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M024839. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
- Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M025704. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
- Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M013379. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
- Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M083317. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
- Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Genesis 8:7, 2 Kronieken 21:20 en Jesaja 6:8
- Strong's-lexicon: G1205 en H1980
- Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.