Jakobus 4 in het kort: dit hoofdstuk zoekt de bron van ruzie niet in de omstandigheden maar in de eigen begeerten (vers 1-3), waarschuwt dat vriendschap met de wereld vijandschap tegenover God is (vers 4), en wijst een weg terug: 'Zo onderwerpt u dan Gode; wederstaat den duivel, en hij zal van u vlieden' (vers 7). Hieronder vindt u de uitleg per gedeelte en de tekst in de Statenvertaling en HSV.
Jakobus 4 lezen in de Statenvertaling en HSV
In de Statenvertaling opent het hoofdstuk met een vraag: 'Van waar komen krijgen en vechterijen onder u? Komen zij niet hiervan, namelijk uit uw wellusten, die in uw leden strijd voeren?' (vers 1). 'Krijgen en vechterijen' is zeventiende-eeuws Nederlands voor oorlogen en ruzies, en 'wellusten' staat voor begeerten die op eigen genot uit zijn. Bekend is verder vers 6: 'God wederstaat de hovaardigen, maar den nederigen geeft Hij genade', en het slot van vers 14 over het leven als 'een damp, die voor een weinig tijds gezien wordt, en daarna verdwijnt'. De Herziene Statenvertaling (HSV) geeft dezelfde brontekst in hedendaags Nederlands weer. De volledige tekst van het hoofdstuk leest u in de Statenvertaling op Jakobus 4; over de achtergrond van de herziening leest u meer op de pagina over de Herziene Statenvertaling.