Ga naar hoofdinhoud

Verouderd woord

Spelonk

zelfstandig naamwoord

In het kort

Spelonk betekent grot of hol: een holte in een rots of berg. In de Statenvertaling dient een spelonk als graf, als schuilplaats voor vluchtelingen en als verblijf van profeten. Abraham kocht de spelonk van Machpela, en David verborg zich in de spelonk van Adullam.

In hedendaags Nederlands: grot, hol, rotsholte, schuilplaats

Wat betekent spelonk?

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal omschrijft spelonk kort als grot of hol, en zegt dat het woord ontleend is aan het Latijn. Het WNT voegt eraan toe dat spelonk later vooral gebruikt werd voor een grot van sombere of angstwekkende aard. Bij de betekenis grot haalt het twee plaatsen uit de Statenvertaling aan: het opschrift van Psalm 57, waar David voor Saul vlucht in de spelonk, en Johannes 11:38, waar het graf van Lazarus een spelonk is. Latere schrijvers spraken volgens het WNT ook figuurlijk van de spelonk des doods. In de Statenvertaling is een spelonk bijna altijd een echte grot; een uitzondering is Jeremia 7:11, waar de tempel 'een spelonk der moordenaren' genoemd wordt.

Spelonk in de Statenvertaling

42 keer, in 39 verzen en 14 bijbelboeken (spelonk 34, spelonken 8).

Spelonk en spelonken staan samen 42 keer in de Statenvertaling, in 39 verzen verdeeld over 14 bijbelboeken. Het vaakst gaat het over de spelonk van Machpela, tegenover Mamre. Abraham kocht die met de akker van Efron de Hethiet 'tot een erfbegrafenis' en begroef er Sara (Genesis 23). Later werden daar ook Abraham zelf en Jakob begraven. Jakob gebood zijn zonen voor zijn dood uitdrukkelijk hem daar bij zijn vaders te leggen, en zij voerden hem daarvoor uit Egypte naar Kanaän.

Spelonken waren ook schuilplaatsen. Lot woonde na de verwoesting van Sodom met zijn dochters in een spelonk. De vijf koningen die tegen Gibeon optrokken, verborgen zich in de spelonk bij Makkeda. David ontkwam naar de spelonk van Adullam, en in een spelonk bij de schaapskooien sneed hij een slip van de mantel van Saul af, maar spaarde zijn leven. Obadja verborg honderd profeten van de HEERE, vijftig man in een spelonk, en Elia overnachtte in een spelonk op de Horeb.

In het Nieuwe Testament is de spelonk het graf van Lazarus. Hebreeën 11:38 zegt van de vervolgde gelovigen dat zij in woestijnen dwaalden, 'en in spelonken, en in holen der aarde'. Jeremia vraagt of het huis van de HEERE in de ogen van het volk 'een spelonk der moordenaren' is geworden (Jeremia 7:11). De Heere Jezus haalt die woorden aan bij de tempelreiniging. De Statenvertaling zegt daar moordenaarskuil, maar in het Grieks staat hetzelfde woord als bij het graf van Lazarus.

Verzen met spelonk

  • Genesis 23:19

    “En daarna begroef Abraham zijn huisvrouw Sara in de spelonk des akkers van Machpela, tegenover Mamre, hetwelk is Hebron, in het land Kanaan.”

    Abraham begraaft Sara in de spelonk van Machpela, die hij voor het volle geld van Efron gekocht had. De spelonk werd het familiegraf van de aartsvaders.

  • 1 Samuel 22:1

    “Toen ging David van daar, en ontkwam in de spelonk van Adullam. En zijn broeders hoorden het, en het ganse huis zijns vaders, en kwamen derwaarts tot hem af.”

    Op de vlucht voor Saul ontkomt David naar de spelonk van Adullam. Zijn broers en het hele huis van zijn vader komen daar naar hem toe, en ook allen die benauwd zijn of een schuldeiser hebben.

  • 1 Koningen 19:9

    “En hij kwam aldaar in een spelonk, en vernachtte aldaar; en ziet, het woord des HEEREN geschiedde tot hem, en zeide tot hem: Wat maakt gij hier, Elia?”

    Elia is voor Izebel gevlucht tot de berg Horeb en overnacht daar in een spelonk. Daar komt het woord des HEEREN tot Elia met de vraag wat hij er doet; volgens de kanttekening staat er letterlijk: Wat is u hier, Elia?

  • Johannes 11:38

    “Jezus dan wederom in Zichzelven zeer bewogen zijnde, kwam tot het graf; en het was een spelonk, en een steen was daarop gelegd.”

    Bij het graf van Lazarus is de Heere Jezus opnieuw diep bewogen. Het graf was een spelonk met een steen erop; de kanttekening geeft als andere vertaling dat de steen ertegen lag.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Wat de kanttekeningen zeggen

  • Bij Psalm 142:1

    als hij in de. David verhaalt hier hoe hij zich gehouden heeft in de spelonk te Engedi of Adullam, waarheen hij gevlucht was vanwege Sauls wrede vervolging, 1Sa 22:1 , en 1Sa 24:4 .

    Het opschrift van Psalm 142 zegt dat David dit gebed deed in de spelonk. De kanttekening noemt twee mogelijke spelonken, die bij Engedi en die van Adullam, waar hij heen gevlucht was voor de wrede vervolging door Saul.

  • Bij Hebreeën 11:38

    niet waardig was. De wereldse mensen hielden zulke gelovigen voor uitvaagsel der wereld, maar de apostel getuigt daarentegen, dat de wereld hun niet waardig was, en dat daarom God hen als buiten het gezelschap der wereld onderhield; gelijk David lang in de wildernissen dwaalde, 1 Sam. 22, 23, 24; Elia onder Achab, 1Ki 19, en die honderd profeten die in de spelonken verstoken waren, 1Ki 18, gelijk ook vele anderen, waarvan de geschiedenissen gewag maken.

    De wereld zag de vervolgde gelovigen als uitvaagsel, maar de apostel zegt dat de wereld hen niet waardig was. De kanttekening noemt als voorbeelden David in de wildernis, Elia onder Achab en de honderd profeten die in spelonken verborgen waren.

Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).

Uit de grondtekst

  • מְעָרָה mearah (Hebreeuws, H4631)

    Het Hebreeuwse mearah betekent volgens het Strong's-lexicon een grot, hol of spelonk, en het lexicon verbindt het met duisternis. Het is het woord bij Machpela, bij Adullam, bij de Horeb en bij de spelonk der moordenaren in Jeremia.

    Onder meer in Genesis 23:9, 1 Samuel 22:1, 1 Koningen 19:9 en Jeremia 7:11. Woordstudie bij H4631 (na inloggen).

  • σπήλαιον spelaion (Grieks, G4693)

    Het Griekse spelaion betekent volgens het lexicon een grot, en bij uitbreiding een schuilplaats of verblijf. Het staat bij het graf van Lazarus, bij de vervolgde gelovigen en bij de koningen die zich verbergen. In Mattheüs 21:13 vertaalt de Statenvertaling het met moordenaarskuil.

    Onder meer in Johannes 11:38, Hebreeën 11:38 en Openbaring 6:15. Woordstudie bij G4693 (na inloggen).

Verwante woorden

  • hol: Staat vaak naast spelonk, zoals in Jesaja 2:19 en Hebreeën 11:38: de holen der aarde.
  • moordenaarskuil: In Mattheüs 21:13 de vertaling van hetzelfde Griekse woord, wanneer de Heere Jezus Jeremia 7:11 aanhaalt.
  • erfbegrafenis: Een familiegraf in eigen bezit; zo kocht Abraham de spelonk van Machpela.
  • steenrots: In Openbaring 6:15 verbergen de koningen der aarde zich in de spelonken en in de steenrotsen der bergen.

Bronnen

  • Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M065200. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
  • Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Psalm 142:1, Hebreeën 11:38, 1 Koningen 19:9 en Johannes 11:38
  • Strong's-lexicon: H4631 en G4693
  • Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.