Ga naar hoofdinhoud

Uit de bijbelse wereld

Penning

zelfstandig naamwoord

In het kort

Penning betekent in de Statenvertaling meestal een zilveren munt, de Romeinse denarie: het loon voor een dag werken. Zilverlingen zijn stukken zilver, volgens de kanttekeningen meestal sikkels. Voor dertig zilveren penningen verraadde Judas de Heere Jezus.

In hedendaags Nederlands: zilveren munt, Romeinse munt, dagloon, zilverstuk

Wat betekent penning?

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal noemt penning eerst als naam van een kleine munt, die overeenkwam met de Latijnse denarius. Over de Statenvertaling zegt het WNT dat penning daar verschillende kleine munten aanduidt, vooral de denarius, en ook de zilverlingen waarvoor Judas zijn Meester verried. Waar het woord penning vandaan komt, noemt het WNT onzeker. Een zilverling is volgens het WNT een zilveren muntstuk, in de Bijbel vermoedelijk gelijk aan de Romeinse denarius of de Hebreeuwse sikkel. De kanttekeningen omschrijven de denarie als een zilverstuk van ongeveer een vierde lood zilver, ongeveer zes stuivers waard in hun tijd, en als het dagloon van een arbeider.

Niet wat u nu denkt

Wie bij penning denkt aan een muntje van bijna niets, zoals de oude Hollandse penning die maar een zestiende stuiver was, leest de evangeliën verkeerd. De penning van de Statenvertaling is meestal een denarie, en dat was een heel dagloon. De arbeiders in de wijngaard werden het eens 'voor een penning des daags'. Gaat het om een heel klein muntje, dan zegt de tekst dat erbij: de weduwe wierp 'twee kleine penningen' in de kist, samen een oort.

Penning in de Statenvertaling

51 keer, in 48 verzen en 16 bijbelboeken (penning 12, penningen 17, zilverlingen 22).

In het Oude Testament staat geen penning, maar wel de zilverling: een stuk zilver dat werd afgewogen. Jozef werd door zijn broers verkocht 'voor twintig zilverlingen' (Genesis 37:28). Dertig zilverlingen was volgens Exodus 21:32 het bedrag dat de eigenaar van een stotende os moest betalen voor een gedode knecht of dienstmaagd. In Zacharia 11:12 wordt het loon van de herder afgewogen: 'dertig zilverlingen'.

In de evangeliën is de penning de gewone munt van het dagelijks leven. Een heer spreekt met zijn arbeiders een penning per dag af. De barmhartige Samaritaan geeft de waard twee penningen voor de zorg voor de gewonde man. Als de Farizeeën vragen of men de keizer schatting moet geven, laat de Heere Jezus Zich een penning brengen en vraagt wiens beeld erop staat. In Openbaring 6:6 kost een maatje tarwe een penning: een heel dagloon voor één dagportie.

Bij het verraad van Judas verbindt Mattheüs de twee woorden. De overpriesters gaven Judas 'dertig zilveren penningen' (Mattheüs 26:15); later brengt hij ze terug, en Mattheüs ziet daarin de profetie vervuld over de waarde des Gewaardeerden. De kanttekeningen leggen de lijn naar Exodus 21: zij achtten Christus niet meer waard dan een slaaf.

Verzen met penning

  • Genesis 37:28

    “Als nu de Midianietische kooplieden voorbijtogen, zo trokken en hieven zij Jozef op uit den kuil, en verkochten Jozef aan deze Ismaelieten voor twintig zilverlingen; die brachten Jozef naar Egypte.”

    Jozef wordt aan Ismaëlitische kooplieden verkocht voor twintig zilverlingen. De kanttekening zegt dat er letterlijk twintig zilvers staat, en rekent het om tot ongeveer vijf rijksdaalders van haar tijd.

  • Mattheüs 20:2

    “En als hij met de arbeiders eens geworden was, voor een penning des daags, zond hij hen heen in zijn wijngaard.”

    De afspraak met de eerste arbeiders: een penning voor een dag werken. De kanttekening zegt dat in het Grieks denarie staat, en verwijst voor de waarde naar Mattheüs 18:28 en Openbaring 6:6.

  • Mattheüs 22:19

    “Gij geveinsden, wat verzoekt gij Mij? Toont Mij de schattingpenning. En zij brachten Hem een penning.”

    De schattingpenning droeg het beeld en de naam van de keizer. Volgens de kanttekening moest juist met deze Romeinse munt de schatting betaald worden, als teken dat het land onder Rome stond.

  • Mattheüs 26:15

    “En zeide: Wat wilt gij mij geven, en ik zal Hem u overleveren? En zij hebben hem toegelegd dertig zilveren penningen.”

    De prijs van het verraad. In het Grieks staat zilverlingen; de kanttekening noemt dat gewoonlijk een sikkel en wijst op de wet over de prijs van een gedode slaaf en op Zacharia 11.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Wat de kanttekeningen zeggen

  • Bij Mattheüs 18:28

    penningen. Grieks, denariën. Een denarie was een zilvergeld, wegende omtrent een drachme of vierendeel lood zilvers, waarde zijnde omtrent een enkele reaal of zes stuivers.

    De vertalers beschrijven de denarie als een zilveren munt van ongeveer een drachme, een vierde lood zilver. In hun eigen geld was dat ongeveer een reaal of zes stuivers: geen klein muntje, maar een flink bedrag.

  • Bij Mattheüs 26:15

    zilveren. Grieks, zilverlingen. dit woord wannneer het aldus alleen gesteld wordt, betekent gemeenlijk een sikkel, welke was òf des heiligdoms, doende omtrent een halven rijksdaalder; òf een gemene, doende half zoveel.En dit was de prijs waarmede een slaaf, die door een anders os gedood was, geboet moest worden. Exo 21:23 , en het schijnt dat zij Christus niet meer waardeerden dan een slaaf placht gewaardeerd te zijn, gelijk God hierover klaagt bij Zec 11:12-13 en hetzelfde in het volgende Zec 12:9 aangewezen wordt.

    De kanttekening legt uit dat zilverlingen gewoonlijk sikkels zijn, van het heiligdom of gewone. Dertig zilverlingen was de boete voor een slaaf die door de os van een ander gedood was; zo laag schatten de overpriesters Christus.

Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).

Uit de grondtekst

  • δηνάριον denarion (Grieks, G1220)

    Het Griekse denarion is volgens het Strong's-lexicon van Latijnse herkomst: de Romeinse denarius, een munt die tien kleinere munten waard was. De Statenvertaling geeft het weer met penning, de kanttekeningen noemen het denarie.

    Onder meer in Mattheüs 20:2, Mattheüs 22:19 en Lukas 10:35. Woordstudie bij G1220 (na inloggen).

  • ἀργύριον argurion (Grieks, G694)

    Het Griekse argurion betekent volgens het Strong's-lexicon zilver en daarmee geld, en in het bijzonder een zilverstuk: een drachme of een sikkel. Bij Judas vertaalt de Statenvertaling het met zilveren penningen.

    Onder meer in Mattheüs 26:15 en Mattheüs 27:3. Woordstudie bij G694 (na inloggen).

  • כֶּסֶף keseph (Hebreeuws, H3701)

    Het Hebreeuwse keseph is volgens het Strong's-lexicon zilver, als metaal en als geld. Bij een getal betekent het stukken zilver; de kanttekening bij Genesis 37:28 zegt dat er letterlijk staat: twintig zilvers.

    Onder meer in Genesis 37:28, Exodus 21:32 en Zacharia 11:12. Woordstudie bij H3701 (na inloggen).

Verwante woorden

  • sikkel: Het gewicht en betaalmiddel van het Oude Testament; een zilverling is volgens de kanttekeningen meestal een sikkel.
  • schatting: De belasting aan de keizer, betaald met de schattingpenning (Mattheüs 22:19).
  • oort: Een kleine munt; de twee kleine penningen van de weduwe samen waren een oort (Markus 12:42).
  • penningsken: Een heel klein muntje: twee musjes werden er samen voor verkocht (Mattheüs 10:29).
  • talent: Een enorm bedrag; in Mattheüs 18 staan tien duizend talenten tegenover honderd penningen.

Bronnen

  • Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M052917. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
  • Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M089202. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
  • Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Genesis 37:28, Mattheüs 18:28, Mattheüs 20:2, Mattheüs 22:19, Mattheüs 26:15 en Openbaring 6:6
  • Strong's-lexicon: G1220, G694 en H3701
  • Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.