Uit de bijbelse wereld
Sikkel
zelfstandig naamwoord
In het kort
Sikkel betekent in de Statenvertaling meestal een gewicht, en daarmee een betaalmiddel van zilver of goud: een sikkel zilver werd afgewogen. Daarnaast is een sikkel het gebogen mes waarmee men koren maaide. Het zijn twee verschillende woorden met dezelfde klank.
In hedendaags Nederlands: gewichtseenheid, zilverstuk, betaalmiddel, oogstmes
Wat betekent sikkel?
Het Woordenboek der Nederlandsche Taal behandelt twee woorden. De eerste sikkel is een oude Hebreeuwse gewichtseenheid en munt, volgens het WNT een zestigste deel van een mina, en een woord van bijbelse stijl; het is via het Grieks en Latijn ontleend aan het Hebreeuwse sheqel. De tweede sikkel is een sterk gebogen, getand mes met een korte steel, vooral om graan te snijden, ontleend aan het Latijn. De kanttekening bij Genesis 23:15 zegt dat de sikkel zijn naam heeft van wegen, en dat er twee soorten waren: de gewone en de heilige sikkel, die dubbel zo zwaar was. Wat dat in hedendaagse munt waard is, rekenen de kanttekeningen om in rijksdaalders van hun eigen tijd, niet in euro's.
Niet wat u nu denkt
Wie nu sikkel hoort, denkt aan het kromme oogstmes of aan de smalle maan. In de Statenvertaling is dat lang niet altijd bedoeld. Waar sikkelen zilver of goud worden gewogen, betaald of geofferd, gaat het om een gewicht en een betaalmiddel. Daar is geen mes in het spel. Alleen waar gemaaid of geoogst wordt, zoals in Markus 4:29 en Openbaring 14, is de sikkel het werktuig.
Sikkel in de Statenvertaling
144 keer, in 89 verzen en 22 bijbelboeken (sikkel 50, sikkels 10, sikkelen 84).
Als gewicht is de sikkel de gewone maat voor geld in het Oude Testament. Het zilver werd afgewogen; de kanttekening bij Mattheüs 26:15 zegt dat men eertijds het geld placht toe te wegen. Abraham 'woog Efron het geld', 'vierhonderd sikkelen zilvers, onder den koopman gangbaar' (Genesis 23:16), voor de spelonk waarin hij Sara begroef. Ook sieraden worden in sikkelen gewogen, zoals de armringen van tien sikkelen goud die Rebekka kreeg.
Bij het heiligdom gold de sikkel des heiligdoms. Iedere getelde Israëliet gaf 'de helft eens sikkels' als hefoffer, en de wet legt vast dat deze sikkel twintig gera is (Exodus 30:13). Amos klaagt de kooplieden aan die 'den sikkel vergrotende' waren: zij gebruikten een te zwaar gewicht als zij geld ontvingen.
Als werktuig hoort de sikkel bij de oogst. Het Wekenfeest werd geteld vanaf de dag dat men 'met de sikkel begint in het staande koren' (Deuteronomium 16:9). Jesaja ziet een tijd waarin de volken hun spiesen slaan 'tot sikkelen', een beeld van vrede. Bij Joël en in Openbaring 14 wordt de sikkel een beeld van het oordeel: wanneer de oogst rijp is, wordt de sikkel erin gezonden.
Verzen met sikkel
“Mijn heer! hoor mij; een land van vierhonderd sikkelen zilvers, wat is dat tussen mij en tussen u? begraaf slechts uw dode.”
Efron noemt de prijs van zijn land: vierhonderd sikkelen zilver. De kanttekening rekent het om tot weinig meer dan honderd rijksdaalders, en zegt dat hier de gewone, burgerlijke sikkel bedoeld is.
“Dit zullen zij geven, al die tot de getelden overgaat, de helft eens sikkels, naar de sikkel des heiligdoms (deze sikkel is twintig gera); de helft eens sikkels is een hefoffer den HEERE.”
Het losgeld bij de telling van Israël: een halve sikkel voor arm en rijk gelijk. De sikkel des heiligdoms wordt hier vastgelegd op twintig gera, een klein gewicht: volgens de kanttekening bij Leviticus 27:25 zestig gerstekorreltjes.
“En als de vrucht zich voordoet, terstond zendt hij de sikkel daarin, omdat de oogst daar is.”
In de gelijkenis van het zaad dat vanzelf groeit, zendt de boer de sikkel erin zodra de vrucht rijp is. Hier is de sikkel het oogstmes, geen gewicht.
“En ik zag, en ziet, een witte wolk, en op de wolk was Een gezeten, des mensen Zoon gelijk, hebbende op Zijn hoofd een gouden kroon; en in Zijn hand een scherpe sikkel.”
Johannes ziet Een, des mensen Zoon gelijk, met een scherpe sikkel in de hand. De kanttekening verstaat Hem als Christus, en de sikkel als Zijn kracht in het laatste oordeel.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Wat de kanttekeningen zeggen
Bij Genesis 23:15
sikkelen. De sikkel was een soort van munt, hebbende zijn naam van wegen; er waren tweeërlei, de algemene, wegende omtrent als een oord, of het vierde deel van een rijkdsdaalder; en de heilige, bedragende nog eens zoveel; zie boven Gen 20:16, waar van den zilverling [die van een prijs was] gesproken is. Aldus bedroeg deze som weinig meer dan 100 rijkdaalders, zijnde hier van den algemenen of burgerlijken sikkel gesproken.
De vertalers verklaren de naam: een sikkel is iets wat gewogen wordt. Zij onderscheiden de gewone sikkel, ongeveer een kwart rijksdaalder waard, en de heilige sikkel, het dubbele. De prijs voor het veld van Efron komt zo op ruim honderd rijksdaalders van hun tijd.
Bij Joël 3:13
Slaat de sikkel aan,. Maait af en dorst, dat is, verdelgt hen, werpt hen in het vuur. Dit zijn Gods woorden tot zijne helden, van wie in vs.11. Verg. Mat 13:30 , Mat 13:39 ; Rev 14:15 , Rev 14:19 .
Hier is de sikkel het oogstmes, maar in beeldspraak: het aanslaan van de sikkel betekent het oordeel over de vijanden van Gods volk. De kanttekening verbindt het met de oogst aan het einde der wereld in Mattheüs 13 en Openbaring 14.
Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).
Uit de grondtekst
שֶׁקֶל sheqel (Hebreeuws, H8255)
Het Hebreeuwse sheqel is volgens het Strong's-lexicon de belangrijkste eenheid van gewicht en komt van shaqal, wegen. Dat past bij de kanttekening die zegt dat de sikkel zijn naam heeft van wegen. Het Nederlandse sikkel is via het Grieks en Latijn van dit woord afgeleid.
Onder meer in Genesis 23:15, Exodus 30:13 en Amos 8:5. Woordstudie bij H8255 (na inloggen).
δρέπανον drepanon (Grieks, G1407)
Het Griekse drepanon is volgens het Strong's-lexicon een haak om mee te oogsten, vooral bij het binnenhalen van het graan. Het lexicon leidt het af van een werkwoord voor plukken. Met het gewicht sikkel heeft dit woord niets te maken.
Onder meer in Markus 4:29 en Openbaring 14:14. Woordstudie bij G1407 (na inloggen).
Verwante woorden
- gera: Een klein gewicht; twintig gera maken een sikkel des heiligdoms (Exodus 30:13).
- beka: Een halve sikkel, de bijdrage per hoofd voor het heiligdom (Exodus 38:26).
- talent: Het grootste gewicht; volgens de kanttekeningen drie duizend sikkelen.
- zilverling: Een zilverstuk; volgens de kanttekeningen meestal een sikkel zilver.
- efa: De korenmaat die in Amos 8:5 naast de sikkel staat.
- zeis: Bij Jesaja 2:4 geven de kanttekeningen voor sikkelen ook zeisen of snoeimessen.
Bronnen
- Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M063603. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
- Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M063604. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
- Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Genesis 23:15, Genesis 24:22, Exodus 30:13, Leviticus 27:25, Jesaja 2:4, Joël 3:13, Amos 8:5, Mattheüs 26:15 en Openbaring 14:14
- Strong's-lexicon: H8255, H8254 en G1407
- Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.