Ga naar hoofdinhoud

Uit de bijbelse wereld

Talent

zelfstandig naamwoord

In het kort

Talent betekent in de Statenvertaling een zeer groot gewicht aan goud, zilver of koper, en daarmee een grote som geld. Het is de zwaarste gewichtsmaat van de Bijbel. De betekenis aanleg of begaafdheid is pas later uit de gelijkenis van de talenten gegroeid.

In hedendaags Nederlands: groot gewicht, grote geldsom, zilvergewicht

Wat betekent talent?

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal omschrijft talent eerst als een Grieks gewicht, dat per streek en tijd verschilde, en als de geldsom die met dat gewicht aan zilver overeenkwam. Het woord werd daarna gebruikt voor vergelijkbare gewichten bij andere volken, ook bij Israël, en kwam zo via de Griekse vertaling van het Oude Testament en het Nieuwe Testament in de Nederlandse bijbel. De kanttekeningen noemen het ook centenaar. Bij Exodus 25:39 rekenen zij dat een talent van het heiligdom drie duizend sikkelen woog, met erbij dat anderen het lichter schatten. Het burgerlijke talent was volgens hen ongeveer half zo zwaar. Hoeveel dat in hedendaagse maten is, laat zich niet zeker zeggen: de ponden van de kanttekeningen zijn oude ponden.

Niet wat u nu denkt

Wie nu talent hoort, denkt aan aanleg: iemand met talent voor muziek of sport. In de Statenvertaling betekent het woord dat nooit; het is altijd een gewicht of een geldbedrag. De betekenis aanleg is volgens het WNT juist ontstaan uit de gelijkenis in Mattheüs 25, waar een heer zijn dienstknechten talenten geld toevertrouwt. De kanttekening bij die gelijkenis legt de talenten al uit als de gaven die God geeft om ermee te werken.

Talent in de Statenvertaling

64 keer, in 44 verzen en 10 bijbelboeken (talent 13, talenten 51).

In het Oude Testament wegen talenten vooral bij koningen en bij het heiligdom. Voor de kandelaar van de tabernakel was 'een talent louter goud' nodig (Exodus 25:39). Het zilver dat bij de telling van Israël werd opgehaald, een halve sikkel per man, kwam uit op 'honderd talenten, en duizend zevenhonderd vijf en zeventig sikkelen' (Exodus 38:25). Daaruit leiden de kanttekeningen af dat een talent drie duizend sikkelen woog. Ook de kroon die David van de koning van Rabba afnam woog een talent, en Salomo ontving jaarlijks zeshonderd zes en zestig talenten goud.

In de evangeliën staan talenten in twee gelijkenissen. De dienstknecht in Mattheüs 18 was zijn heer 'tien duizend talenten' schuldig, een bedrag dat hij nooit kon terugbetalen. De kanttekening schat één gewoon talent op zeshonderd gouden kronen. Diezelfde dienstknecht liet een ander in de gevangenis werpen om honderd penningen, een fractie daarvan.

In Mattheüs 25 vertrouwt een heer zijn dienstknechten vijf, twee en één talent toe, 'een iegelijk naar zijn vermogen'. Twee van hen handelen ermee en verdubbelen het; de derde verbergt zijn talent in de aarde. Omdat een talent een groot bedrag was, krijgt ook de knecht met één talent veel in handen. In Openbaring 16:21 valt hagel 'als een talent pond zwaar' op de aarde, een beeld van een ongekend zware plaag.

Verzen met talent

  • Exodus 38:25

    “Het zilver nu van de getelden der vergadering was honderd talenten, en duizend zevenhonderd vijf en zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms.”

    Een halve sikkel van ruim zeshonderdduizend mannen leverde honderd talenten en een rest aan sikkelen op. Uit deze optelling blijkt hoe zwaar een talent was ten opzichte van een sikkel.

  • 2 Samuël 12:30

    “En hij nam de kroon haars konings van zijn hoofd af, welker gewicht was een talent gouds, met edelgesteente, en zij werd op Davids hoofd gezet; ook voerde hij uit een zeer groten roof der stad.”

    De koningskroon van Rabba woog een talent goud en werd op het hoofd van David gezet. De kanttekening noemt hier het burgerlijke talent en rekent het om in oude ponden.

  • Mattheüs 18:24

    “Als hij nu begon te rekenen, werd tot hem gebracht een, die hem schuldig was tien duizend talenten.”

    Tien duizend talenten is een onbetaalbare schuld. Zo laat de Heere Jezus zien hoe groot de schuld is die God vergeeft, tegenover het kleine bedrag dat mensen elkaar schuldig zijn.

  • Mattheüs 25:15

    “En den ene gaf hij vijf talenten, en den anderen twee, en den derden een, een iegelijk naar zijn vermogen, en verreisde terstond.”

    De heer verdeelt zijn goederen naar het vermogen van ieder. Volgens de kanttekening betekent vermogen hier bekwaamheid om te handelen, en die komt ook uit God.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Wat de kanttekeningen zeggen

  • Bij Exodus 25:39

    een talent louter goud. Of, centenaar; versta een centenaar des heiligdoms, houdende honderd vijf en twintig pond gouds; want een centenaar woog drie duizend sikkelen, [gelijk af te nemen is uit Exo 38:25-26 ] , welke de voorschreven som uitbrengen, [hoewel anderen menen dat het slechts honderd en twintig pong gewogen heeft]. Aangaande den burgerlijken centenaar, dien houdt men omtrent half zoveel geweest te zijn.

    De vertalers rekenen het talent van het heiligdom uit Exodus 38 na: drie duizend sikkelen, wat in hun ponden op honderd vijfentwintig uitkomt. Zij vermelden eerlijk dat anderen honderdtwintig pond rekenen, en dat het burgerlijke talent ongeveer de helft woog.

  • Bij Mattheüs 25:14

    gelijk een mens,. Door deze gelijkenis worden wij vermaand de gaven, die God ons verleent, elk naar de mate derzelve waar te nemen en te besteden tot de meeste stichting van anderen, met belofte van genadige beloning hier en hiernamaals voor degenen die zulks doen, en bedreiging van zware straffen tegen degenen, die zulks nalaten. Zie Joh 15:2 ; 1Co 12:5-7 .

    Bij het begin van de gelijkenis zeggen de kanttekeningen waar de talenten voor staan: de gaven die God ieder geeft. Die moeten besteed worden tot stichting van anderen, met een belofte voor wie dat doet en een waarschuwing voor wie het nalaat.

Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).

Uit de grondtekst

  • כִּכָּר kikkar (Hebreeuws, H3603)

    Het Hebreeuwse kikkar betekent volgens het Strong's-lexicon iets ronds: een ronde landstreek, zoals de vlakte van de Jordaan, een rond brood en een rond gewicht van goud, zilver, koper of ijzer. In die laatste betekenis vertaalt de Statenvertaling het met talent.

    Onder meer in Exodus 38:25, 2 Samuël 12:30 en 1 Koningen 10:14. Woordstudie bij H3603 (na inloggen).

  • τάλαντον talanton (Grieks, G5007)

    Het Griekse talanton omschrijft het Strong's-lexicon als een weegschaal, daarna een bepaald gewicht en vandaar een munt of liever een geldsom. Van dit woord komt via het Latijn het Nederlandse talent.

    Onder meer in Mattheüs 18:24 en Mattheüs 25:15. Woordstudie bij G5007 (na inloggen).

Verwante woorden

  • sikkel: Het gewone gewicht en betaalmiddel; volgens de kanttekeningen gingen er drie duizend in een talent.
  • centenaar: Het andere woord dat de kanttekeningen voor talent gebruiken.
  • penning: Een dagloon; in Mattheüs 18 staan honderd penningen tegenover tien duizend talenten.
  • pond: In de verwante gelijkenis van Lukas 19 krijgen tien dienstknechten elk een pond om mee te handelen.
  • dienstknecht: De knechten aan wie de talenten worden toevertrouwd; op de pagina dienstmaagd besproken, samen met het vrouwelijke woord.

Bronnen

  • Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M067651. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
  • Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Exodus 25:39, 2 Samuël 12:30, Mattheüs 18:24, Mattheüs 25:14 en Mattheüs 25:15
  • Strong's-lexicon: H3603 en G5007
  • Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.