Ga naar hoofdinhoud

Verouderd woord

Pestilentie

zelfstandig naamwoord

In het kort

Pestilentie betekent een besmettelijke ziekte die veel mensen of dieren doodt: de pest of een vergelijkbare epidemie. In de Statenvertaling is pestilentie vaak een oordeel van God, meestal genoemd naast het zwaard en de honger.

In hedendaags Nederlands: pest, epidemie, dodelijke ziekte, veepest

Wat betekent pestilentie?

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal omschrijft pestilentie als een besmettelijke ziekte van mens en vee, en in het bijzonder als naam voor de pest, die in zware epidemieën om zich heen greep. Het woord komt van het Latijnse pestilentia. Volgens het WNT was pestilentie in het Nederlands eerder in gebruik dan het kortere pest, en is het nu weinig meer gangbaar. Het WNT wijst erop dat de ziekte beschouwd werd als een straf of bezoeking van God, en haalt daarvoor onder meer Exodus 9:3 en Ezechiël 14:19 uit de Statenvertaling aan. Ook noemt het WNT de vaste verbinding met andere rampen, zoals oorlog en duurte.

Niet wat u nu denkt

Bij pest denkt u nu misschien aan één bepaalde ziekte uit de geschiedenisboeken. De pestilentie van de Statenvertaling is ruimer: het is elke dodelijke, besmettelijke ziekte. In Exodus 9 treft zij paarden, ezels, kemelen en runderen. Uit de tekst valt niet op te maken om welke ziekte het ging, en de kanttekening bij Exodus 9:3 noemt geen bepaalde ziekte, alleen de grote kracht Gods.

Pestilentie in de Statenvertaling

44 keer, in 44 verzen en 14 bijbelboeken (pestilentie 41, pestilentien 3).

De pestilentie komt al in de plagen over Egypte voor: 'een zeer zware pestilentie' over het vee (Exodus 9:3). In de vloeken van het verbond dreigt de HEERE Israël de pestilentie te doen aankleven, als het Hem verlaat. Bij de profeten Jeremia en Ezechiël staan steeds drie oordelen naast elkaar: 'door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie' (Jeremia 14:12).

Na de volkstelling van David mocht de koning kiezen tussen honger, vlucht voor de vijanden of 'drie dagen pestilentie'. Hij koos de hand van de HEERE, en er stierven zeventig duizend mannen, totdat de HEERE de engel bij de dorsvloer van Arauna liet ophouden. Salomo bidt bij de inwijding van de tempel dat God wil horen wanneer er pest in het land is.

Psalm 91 belooft de gelovige bescherming 'voor de pestilentie, die in de donkerheid wandelt' (Psalm 91:6). Hosea spot met de dood: 'o dood! waar zijn uw pestilentien?' (Hosea 13:14), een vers dat Paulus in 1 Korinthe 15 bij de opstanding aanhaalt. In het Nieuwe Testament noemt de Heere Jezus pestilentiën onder de tekenen die aan het einde voorafgaan (Lukas 21:11).

Verzen met pestilentie

  • Exodus 9:3

    “Zie, de hand des HEEREN zal zijn over uw vee, dat in het veld is, over de paarden, over de ezelen, over de kemelen, over de runderen, en over het klein vee, door een zeer zware pestilentie.”

    De vijfde plaag treft het vee van Egypte. Het vee van Israël blijft gespaard, zodat Farao kan zien dat de hand des HEEREN hierin werkt.

  • 2 Samuël 24:15

    “Toen gaf de HEERE een pestilentie in Israel, van den morgen af tot den gezetten tijd toe; en er stierven van het volk, van Dan tot Ber-seba toe, zeventig duizend mannen.”

    De pestilentie na de volkstelling van David doodt in korte tijd zeventig duizend man. De kanttekening bij het volgende vers zegt dat de engel het volk door deze pestilentie verdierf.

  • Psalm 91:3

    “Want Hij zal u redden van den strik des vogelvangers, van de zeer verderfelijke pestilentie.”

    De HEERE redt van de zeer verderfelijke pestilentie. Volgens de kanttekening bij vers 6 betekent dit: wanneer het tot Gods eer en tot uw zaligheid is, zal Hij u bewaren, ook als velen rondom wegvallen.

  • Lukas 21:11

    “En er zullen grote aardbevingen wezen in verscheidene plaatsen, en hongersnoden, en pestilentien; er zullen ook schrikkelijke dingen, en grote tekenen van den hemel geschieden.”

    Christus noemt pestilentiën samen met aardbevingen en hongersnoden onder de dingen die zullen komen. Zoals bij de aardbevingen gaat het om rampen op verscheidene plaatsen, niet om één bepaalde ziekte.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Wat de kanttekeningen zeggen

  • Bij 1 Kronieken 21:12

    het zwaard des HEEREN,. De engel des Heeren heeft de Israëlieten met de pestilentie als met een zwaard geslagen en gedood. Zie onder, vs.16, 27.

    De kanttekening verklaart de uitdrukking het zwaard des HEEREN: de engel des Heeren sloeg Israël met de pestilentie alsof het een zwaard was. Zo laat de tekst zien dat de ziekte niet toevallig kwam, maar door God gezonden werd.

  • Bij Hosea 13:14

    uw pestilentiën?. Dat is, waar is al uw vergif, of uw sterke pestilentie, waarmede gij over mijn volk heerstet? Het veelvoudig getal dient tot vergroting of verzwaring, gelijk elders.

    De pestilentiën van de dood zijn volgens de kanttekening zijn gif en zijn sterke pestilentie, waarmee hij over Gods volk heerste. Het meervoud maakt het zwaarder. God belooft hier dat die macht van de dood verbroken wordt.

Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).

Uit de grondtekst

  • דֶּבֶר deber (Hebreeuws, H1698)

    Het Hebreeuwse deber betekent volgens het Strong's-lexicon pestilentie of plaag, en ook veeziekte of veepest. Het lexicon leidt het af van een werkwoord in de betekenis van verdelgen. Het staat bij de plaag over het vee in Egypte en in Psalm 91.

    Onder meer in Exodus 9:3, 2 Samuël 24:15, Psalm 91:3 en Hosea 13:14. Woordstudie bij H1698 (na inloggen).

  • λοιμός loimos (Grieks, G3061)

    Het Griekse loimos is volgens het Strong's-lexicon een plaag: letterlijk de ziekte, figuurlijk een pest. Over de herkomst van het woord is het lexicon onzeker. In de evangeliën staat het bij de tekenen van de eindtijd.

    Onder meer in Lukas 21:11. Woordstudie bij G3061 (na inloggen).

Verwante woorden

  • pest: De kortere vorm, die de Statenvertaling soms gebruikt, zoals in Leviticus 26:25 en 1 Koningen 8:37.
  • plaag: Een slag van God; de pestilentie was een van de plagen over Egypte.
  • melaatsheid: Een andere besmettelijke ziekte die in de wet een plaag heet en een mens onrein maakte.
  • verderf: In Psalm 91:6 staat het verderf op de middag naast de pestilentie in de donkerheid.
  • dorsvloer: Bij de dorsvloer van Arauna hield de pestilentie op en bouwde David een altaar.

Bronnen

  • Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M053191. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
  • Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij 2 Samuël 24:16, 1 Kronieken 21:12, Psalm 91:6 en Hosea 13:14
  • Strong's-lexicon: H1698 en G3061
  • Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.