Ga naar hoofdinhoud

Betekenis verschoven

Oversten

zelfstandig naamwoord

In het kort

Oversten betekent in de Statenvertaling leiders, hoofden of bestuurders: wie boven anderen staat in macht of aanzien. Het enkelvoud is overste. Er zijn oversten van legers, stammen, steden en synagogen, en de duivel heet de overste dezer wereld.

In hedendaags Nederlands: leiders, hoofden, bestuurders, aanvoerders

Wat betekent oversten?

Volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal is overste het zelfstandig gebruikte bijvoeglijk naamwoord overst, de bovenste. Als woord voor personen betekent het iemand die boven anderen staat in macht, aanzien of rang, die aan het hoofd staat of tot de machthebbers behoort. Het WNT noemt het uitdrukkelijk zeer gewoon in de taal van de bijbel en haalt onder meer Exodus 2:14 en Johannes 3:1 aan. In het krijgswezen was een overste vroeger een legeraanvoerder of bevelhebber in het algemeen. Daarnaast werd het de naam van een bepaalde officiersrang, de kolonel, en in de Rooms-Katholieke Kerk van het hoofd van een klooster of congregatie.

Niet wat u nu denkt

Wie nu overste hoort, denkt aan een luitenant-kolonel of aan een moeder-overste in een klooster. Die bijzondere betekenissen bestonden volgens het WNT ook al in de zeventiende eeuw, maar de Statenvertaling gebruikt overste nooit zo. Daar is een overste gewoon een leider van welke soort ook: een raadslid van de Joden, het hoofd van een synagoge, een aanvoerder van duizend man of een stadsbestuurder. Lees dus niet een vaste rang, maar vraag telkens: overste waarover?

Oversten in de Statenvertaling

412 keer, in 371 verzen en 34 bijbelboeken (overste 194, oversten 218).

Bijna altijd zegt de Statenvertaling erbij waarover iemand overste is. Op raad van Jethro stelde Mozes 'oversten der duizenden, oversten der honderden, oversten der vijftigen, oversten der tienen' aan (Exodus 18:21). Er zijn oversten der stammen, een overste des heirs, een overste der trawanten en een overste der bakkers. Potifar heette 'overste der trawanten' (Genesis 37:36).

In het Nieuwe Testament zijn de oversten vaak de leden van de Joodse raad. Nicodemus was 'een overste der Joden' (Johannes 3:1), en de oversten des volks zochten samen met de overpriesters en Schriftgeleerden de Heere te doden. Jaïrus was een van 'de oversten der synagoge'. De Heere Jezus zegt dat de oversten der volken heerschappij voeren, maar dat het onder Zijn discipelen anders moet zijn.

Het woord wordt ook voor geestelijke machten gebruikt. De Farizeeën beschuldigen Christus ervan dat Hij duivelen uitwerpt 'door den overste der duivelen' (Mattheüs 9:34), en Hij Zelf noemt de duivel 'de overste dezer wereld' (Johannes 12:31). In Hebreeën 2:10 en 12:2 is oversten geen zelfstandig naamwoord maar een bijvoeglijk: Christus is 'den oversten Leidsman hunner zaligheid' en 'den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs', de hoogste leidsman.

Verzen met oversten

  • Exodus 18:21

    “Doch zie gij om, onder al het volk, naar kloeke mannen, God vrezende, waarachtige mannen, de gierigheid hatende; stel ze over hen, oversten der duizenden, oversten der honderden, oversten der vijftigen, oversten der tienen.”

    Mozes kiest bekwame mannen als oversten over groepen van duizend, honderd, vijftig en tien. Hier is overste een leider en rechter die het volk dient, geen titel van hoge rang.

  • Johannes 3:1

    “En er was een mens uit de Farizeen, wiens naam was Nicodemus, een overste der Joden;”

    Nicodemus is een overste der Joden. De kanttekening verklaart dat hij een van de Raad der Joden was. Hij was dus een bestuurder, geen legeraanvoerder.

  • Markus 5:22

    “En ziet, er kwam een van de oversten der synagoge, met name Jairus; en Hem ziende, viel hij aan Zijn voeten,”

    Jaïrus is een van de oversten der synagoge. Zulke oversten zorgden er volgens de kanttekening voor dat de samenkomsten in goede orde verliepen.

  • Johannes 12:31

    “Nu is het oordeel dezer wereld; nu zal de overste dezer wereld buiten geworpen worden.”

    Vlak voor Zijn lijden zegt Christus dat de overste dezer wereld buiten geworpen zal worden. Het oordeel over haar overste verbindt Hij in de volgende verzen met Zijn verhoging van de aarde, Zijn kruisdood.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Wat de kanttekeningen zeggen

  • Bij Markus 5:22

    oversten der synagoge,. Deze waren als kerkeraden over de synagogen gesteld om die in goede orde te houden en te regeren. Zie Act 13:15 .

    De vertalers vergelijken de oversten der synagoge met de kerkenraad van hun eigen tijd: mannen die aangesteld waren om de synagoge in goede orde te houden en te regeren. Zo kon de Nederlandse lezer zich het ambt voorstellen.

  • Bij Johannes 12:31

    overste dezer. Dat is, de duivel zal nu zijne macht en heerschappij, die hij door de zonde over de mensen heeft gekregen, in degenen, die het Evangelie zullen geloven, verliezen; Col 2:15 ; Heb 2:14 .

    De overste dezer wereld is volgens de kanttekening de duivel. Zijn macht over de mensen heeft hij door de zonde gekregen, en hij verliest die in allen die het Evangelie geloven, zoals ook Kolossenzen 2:15 en Hebreeën 2:14 zeggen.

Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).

Uit de grondtekst

  • שַׂר sar (Hebreeuws, H8269)

    Het Hebreeuwse sar is volgens het Strong's-lexicon een vorst, heerser, leider, hoofd, ambtenaar of aanvoerder. Die brede betekenis verklaart waarom de Statenvertaling met overste zoveel verschillende leiders aanduidt, van Mozes tot het hoofd van de lijfwacht van Farao.

    Onder meer in Genesis 37:36, Exodus 2:14 en Exodus 18:21. Woordstudie bij H8269 (na inloggen).

  • ἄρχων archon (Grieks, G758)

    Het Griekse archon betekent volgens het Strong's-lexicon de eerste in rang of macht, een heerser of magistraat. Het is het woord bij Nicodemus en bij de overste dezer wereld en de overste der duivelen.

    Onder meer in Mattheüs 9:34, Johannes 3:1 en Johannes 12:31. Woordstudie bij G758 (na inloggen).

  • ἀρχισυνάγωγος archisunagogos (Grieks, G752)

    Bij Jaïrus staat een samengesteld Grieks woord: het hoofd van een synagoge. Het Strong's-lexicon omschrijft het als degene die de diensten in de synagoge leidde. De Statenvertaling schrijft overste der synagoge.

    Onder meer in Markus 5:22. Woordstudie bij G752 (na inloggen).

Verwante woorden

  • trawant: Lijfwachten; hun aanvoerder heet in de Statenvertaling de overste der trawanten.
  • stadhouder: Een bestuurder namens een vorst; in Esther 8:9 genoemd naast de oversten der landschappen.
  • hoofdman: Een officier over honderd man; in Handelingen 23 brengt een hoofdman een jongeling tot de overste.
  • krijgsoverste: Een legeraanvoerder, zoals Naäman, de krijgsoverste van de koning van Syrië (2 Koningen 5:1).
  • leidsman: In Hebreeën 2:10 heet Christus den oversten Leidsman, de bewerker en voorganger van de zaligheid.

Bronnen

  • Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M051372. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
  • Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Johannes 3:1, Markus 5:22, Johannes 12:31 en Hebreeën 2:10
  • Strong's-lexicon: H8269, G758 en G752
  • Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.