Ga naar hoofdinhoud

Verouderd woord

Ootmoedig

bijvoeglijk naamwoord

In het kort

Ootmoedig betekent nederig van hart: niet hoog van uzelf denken en u klein weten voor God en de naaste. De kale vorm ootmoedig staat niet in de Statenvertaling, wel ootmoedigheid, de ootmoedigen en ootmoediglijk, telkens als een gezindheid die God zoekt.

In hedendaags Nederlands: nederig, bescheiden, zonder hoogmoed, niet hoog van zichzelf

Wat betekent ootmoedig?

Volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal is ootmoedig gevormd van ootmoed. Het beschrijft iemand die ootmoed toont en zich ook zo gedraagt: hij maakt zichzelf niet groot, maar buigt en onderwerpt zich. Het WNT haalt daarbij Spreuken 11:2 uit de Statenvertaling aan. Ootmoedigheid noemt het WNT gewoon hetzelfde als ootmoed. Bij Handelingen 20:19 citeert het ook de kanttekening, die het woord uitlegt als nederigheid van gemoed of van staat. Buiten de Bijbel was ootmoedig vroeger een gewone beleefdheidsformule: onder brieven tekende men als ootmoedige dienaar. In de Schrift is het meer dan beleefdheid. Het is een houding van het hart, die zich laat zien in hoe iemand met God en met andere mensen omgaat.

Ootmoedig in de Statenvertaling

7 keer, in 7 verzen en 7 bijbelboeken (ootmoedigen 1, ootmoedigheid 5, ootmoediglijk 1).

Het woord en zijn afleidingen staan 7 keer in de Statenvertaling, in zeven verzen en zeven bijbelboeken. De kale vorm ootmoedig komt er niet in voor. U leest vijf keer ootmoedigheid, één keer de ootmoedigen (het bijvoeglijk naamwoord als zelfstandig naamwoord) en één keer het bijwoord ootmoediglijk. In Spreuken 11:2 staan de ootmoedigen tegenover de hovaardigheid: 'met de ootmoedigen is wijsheid'. De kanttekening geeft daar als andere weergaven manierlijk, zedig en nederig.

De bekendste plaats staat bij Micha. Het volk vraagt waarmee het de HEERE tegemoet moet komen, met brandoffers of zelfs met een eerstgeboren kind. Het antwoord is eenvoudig: recht doen, weldadigheid liefhebben, 'en ootmoediglijk te wandelen met uw God'. Volgens de kanttekening staat er in het Hebreeuws dat men zich verootmoedigt in het wandelen. Ootmoed is dus geen stemming van een ogenblik, maar een manier van leven.

In het Nieuwe Testament is ootmoedigheid een kenmerk van de gemeente. Paulus herinnert de oudsten van Efeze eraan dat hij de Heere diende 'met alle ootmoedigheid, en vele tranen' (Handelingen 20:19). In Efeze 4:2 en Kolossenzen 3:12 staat het woord in een rij met zachtmoedigheid en lankmoedigheid. Filippenzen 2:3 maakt het concreet: door ootmoedigheid 'achte de een den ander uitnemender dan zichzelven'. Petrus roept de gelovigen op 'met de ootmoedigheid bekleed' te zijn, omdat God de hovaardigen wederstaat en de nederigen genade geeft.

Verzen met ootmoedig

  • Micha 6:8

    “Hij heeft u bekend gemaakt, o mens! wat goed is; en wat eist de HEERE van u, dan recht te doen, en weldadigheid lief te hebben, en ootmoediglijk te wandelen met uw God?”

    God vraagt geen kostbare offers, maar recht, weldadigheid en een ootmoedige wandel met Hem. Het bijwoord ootmoediglijk laat zien dat nederigheid hier een levenswandel is, geen losse daad.

  • Spreuken 11:2

    “Als de hovaardigheid komt, zal de schande ook komen; maar met de ootmoedigen is wijsheid.”

    Hovaardigheid brengt schande mee, maar bij de ootmoedigen is wijsheid. Wie zichzelf niet overschat, kan raad aannemen en wordt niet ten val gebracht door eigen trots.

  • Filippenzen 2:3

    “Doet geen ding door twisting of ijdele eer, maar door ootmoedigheid achte de een den ander uitnemender dan zichzelven.”

    Paulus zet ootmoedigheid tegenover twist en ijdele eer. Ootmoedig zijn betekent hier concreet: de ander hoger achten dan uzelf, zoals Christus deed, van Wie de volgende verzen spreken.

  • 1 Petrus 5:5

    “Desgelijks gij jongen, zijt den ouden onderdanig; en zijt allen elkander onderdanig; zijt met de ootmoedigheid bekleed; want God wederstaat de hovaardigen, maar de nederigen geeft Hij genade.”

    Petrus spreekt over ootmoedigheid als over een kleed dat u aantrekt. Hij geeft er een reden bij uit Spreuken: God wederstaat de hovaardigen, maar aan de nederigen geeft Hij genade.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Wat de kanttekeningen zeggen

  • Bij Handelingen 20:19

    ootmoedigheid,. Of, nederigheid, van gemoed of van staat, gelijk Luk 1:48 .

    De vertalers geven als andere weergave nederigheid, en zeggen erbij dat het kan gaan om nederigheid van gemoed of van staat. Ze verwijzen naar Lukas 1:48, waar Maria spreekt over de nederheid van Gods dienstmaagd.

  • Bij Micha 6:8

    ootmoediglijk te wandelen. Hebr. ootmoedig zijn wandelen, of zich verootmoedigen [met wandelen, of wandelende. Zie van zulke samenvoeging van twee woorden Psa 45:5 .

    Volgens de kanttekening staat er in het Hebreeuws letterlijk ootmoedig zijn wandelen, of zich verootmoedigen met wandelen. Twee werkwoorden zijn samengevoegd: wie met God wandelt, doet dat in ootmoed.

Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).

Uit de grondtekst

  • צָנַע tsana (Hebreeuws, H6800)

    Het Hebreeuwse werkwoord tsana betekent volgens het Strong's-lexicon nederig of bescheiden zijn. Het komt in het Oude Testament zelden voor. In Spreuken 11:2 staat een vorm ervan bij de ootmoedigen, in Micha 6:8 bij ootmoediglijk wandelen.

    Onder meer in Micha 6:8 en Spreuken 11:2. Woordstudie bij H6800 (na inloggen).

  • ταπεινοφροσύνη tapeinophrosune (Grieks, G5012)

    Het Griekse tapeinophrosune is volgens het Strong's-lexicon samengesteld uit tapeinos, laag of nederig, en een woord voor het denken. Het betekent nederigheid van gemoed. Op alle vijf plaatsen met ootmoedigheid in het Nieuwe Testament staat dit woord.

    Onder meer in Handelingen 20:19, Efeze 4:2, Filippenzen 2:3 en 1 Petrus 5:5. Woordstudie bij G5012 (na inloggen).

Verwante woorden

  • verootmoedigen: Het werkwoord: zich ootmoedig maken, zich vernederen voor God, of iemand vernederen.
  • hovaardij: Het tegendeel: hoogmoed. In Spreuken 11:2 en 1 Petrus 5:5 staan beide naast elkaar.
  • zachtmoedigheid: Staat in Efeze 4:2 en Kolossenzen 3:12 direct naast ootmoedigheid.
  • lankmoedig: Ook een van de deugden die in Kolossenzen 3:12 samen met ootmoedigheid genoemd worden.
  • nederig: Het gewone woord dat de Statenvertaling er vaak naast gebruikt, zoals in 1 Petrus 5:5.

Bronnen

  • Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M048040. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
  • Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M048041. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
  • Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Spreuken 11:2, Micha 6:8 en Handelingen 20:19
  • Strong's-lexicon: H6800 en G5012
  • Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.