Ga naar hoofdinhoud

Uit de bijbelse wereld

Stadhouder

zelfstandig naamwoord

In het kort

Stadhouder betekent iemand die een gebied bestuurt in naam van een vorst die er zelf niet is: een plaatsvervanger of gouverneur. Pontius Pilatus was stadhouder van de Romeinse keizer over Judea. Landvoogd betekent in de Statenvertaling bijna hetzelfde; Nehemia was landvoogd in Juda.

In hedendaags Nederlands: gouverneur, plaatsvervanger, bestuurder van een provincie

Wat betekent stadhouder?

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal legt uit dat stadhouder letterlijk iemand is die de stede, de plaats, van een ander houdt: een plaatsvervanger. Volgens het WNT is het woord waarschijnlijk gevormd naar het Franse lieutenant en het Latijnse locum tenens, die hetzelfde betekenen. Daaruit groeide de betekenis die in de Statenvertaling gewoon is: iemand die namens de vorst een deel van diens rijk bestuurt, een land, gewest of provincie. Het WNT haalt daarbij onder meer Mattheüs 10:18 en Lukas 2:2 aan. Een landvoogd is volgens het WNT iemand die het land bestuurt in naam van de afwezige vorst. In de algemene betekenis van plaatsvervanger noemt het WNT stadhouder verouderd.

Niet wat u nu denkt

Wie in Nederland stadhouder hoort, denkt aan de stadhouders uit de vaderlandse geschiedenis, die met de Staten aan het hoofd van een gewest stonden. Volgens het WNT bestuurde ook die stadhouder eerst een provincie in naam van de landsheer, dus het verschil is kleiner dan het lijkt. In de Bijbel is een stadhouder iemand die een gebied bestuurt namens een koning of keizer, vaak een vreemde vorst: een Perzische satraap of een Romeinse gouverneur. Pilatus regeerde over Judea niet uit eigen recht, maar namens de keizer.

Stadhouder in de Statenvertaling

65 keer, in 56 verzen en 11 bijbelboeken (stadhouder 23, stadhouders 19, landvoogd 8, landvoogden 15).

In het Oude Testament staan stadhouders en landvoogden vooral in de boeken over de Perzische tijd. Darius stelde 'honderd en twintig stadhouders' over zijn rijk (Daniël 6:2), en Mordechai liet schrijven 'aan de stadhouders, en landvoogden, en oversten der landschappen' (Esther 8:9). Achter die drie woorden staan drie verschillende Hebreeuwse ambtsnamen. Ook in Juda zelf regeerde een landvoogd namens de Perzische koning: Sesbazar, die door Kores was aangesteld, en later Nehemia, die het brood des landvoogds niet wilde eten om het volk niet te bezwaren.

In het Nieuwe Testament is de stadhouder de Romeinse gouverneur. Cyrenius was stadhouder over Syrië bij de volkstelling van Lukas 2, en Pontius Pilatus over Judea. Volgens de kanttekening bij Lukas 3:1 regeerden de Romeinen Judea door stadhouders nadat Archelaüs verbannen was, en was Pilatus de vijfde. Na hem verschijnen Felix en Festus in de geschiedenis van Paulus.

Ook een Romeinse proconsul heet in de Statenvertaling stadhouder, zoals Sergius Paulus op Cyprus en Gallio in Achaje. De Heere Jezus had Zijn discipelen voorzegd dat zij 'voor stadhouders en koningen' gebracht zouden worden om Zijnentwil (Mattheüs 10:18); in Handelingen gebeurt dat letterlijk.

Verzen met stadhouder

  • Nehemia 5:14

    “Ook van dien dag af, dat hij mij bevolen heeft hun landvoogd te zijn in het land Juda, van het twintigste jaar af, tot het twee en dertigste jaar van den koning Arthahsasta, zijnde twaalf jaren, heb ik, met mijn broederen, het brood des landvoogds niet gegeten.”

    Nehemia was twaalf jaar landvoogd in Juda namens koning Arthahsasta. Het brood des landvoogds is volgens de kanttekening het onderhoud dat de koning de landvoogden toekende; Nehemia zag ervan af.

  • Daniël 6:2

    “En het dacht Darius goed, dat hij over het koninkrijk stelde honderd en twintig stadhouders, die over het ganse koninkrijk zijn zouden;”

    Het Perzische rijk werd verdeeld onder honderdtwintig stadhouders. In het Aramees staat hier een woord voor satrapen, bestuurders van een rijksdeel, met drie vorsten boven hen, onder wie Daniël.

  • Lukas 2:2

    “Deze eerste beschrijving geschiedde, als Cyrenius over Syrie stadhouder was.”

    De volkstelling waardoor Jozef en Maria naar Bethlehem gingen, vond plaats toen Cyrenius stadhouder was. De kanttekening zegt dat hij in de Romeinse geschiedenis Quirinus heet en over heel Syrië ging.

  • Mattheüs 27:2

    “En Hem gebonden hebbende, leidden zij Hem weg, en gaven Hem over aan Pontius Pilatus, den stadhouder.”

    De Joodse raad levert Christus over aan Pilatus, de stadhouder. Volgens de kanttekening mochten de Joden niemand meer ter dood brengen zonder toestemming van de Romeinse stadhouder.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Wat de kanttekeningen zeggen

  • Bij Mattheüs 27:2

    den stadhouder. Namelijk van den Romeinse keizer Tiberius, over het Joodse land, Luk 3:1 ; want de Joden mochten niet meer iemand met den dood straffen, zonder voorgaande bewilliging der Romeinse stadhouders, gelijk zij zelf betuigen Joh 18:31 .

    De kanttekening legt uit waarom Christus naar Pilatus gebracht werd: hij was stadhouder van keizer Tiberius over het Joodse land, en zonder zijn toestemming mochten de Joden geen doodvonnis uitvoeren, zoals zij zelf zeggen in Johannes 18:31.

  • Bij Handelingen 13:7

    stadhouder Sergius. Grieks Anthypatos; dat is, die daar gesteld was om met burgemeesterlijke macht het eiland vanwege het Romeinse rijk te regeren.

    Sergius Paulus was geen gouverneur van een gewone provincie maar een proconsul. De kanttekening noemt het Griekse anthypatos en omschrijft hem als iemand die met burgemeesterlijke macht het eiland namens Rome regeerde.

Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).

Uit de grondtekst

  • אֲחַשְׁדַּרְפַּן achashdarpan (Hebreeuws, H323)

    Het Hebreeuwse achashdarpan is volgens het Strong's-lexicon van Perzische herkomst: een satraap, de bestuurder van een hoofdprovincie van het Perzische rijk. De Statenvertaling geeft het weer met stadhouders. In Daniël 6 staat het Aramese woord dat ermee overeenkomt.

    Onder meer in Ezra 8:36, Esther 3:12 en Esther 8:9. Woordstudie bij H323 (na inloggen).

  • פֶּחָה pechah (Hebreeuws, H6346)

    Het Hebreeuwse pechah is volgens het Strong's-lexicon een woord van buitenlandse herkomst voor een prefect over een stad of klein gebied. De Statenvertaling vertaalt het vaak met landvoogd, zoals bij Nehemia, en zo onderscheidt zij het van de stadhouder.

    Onder meer in Nehemia 2:9, Nehemia 5:14 en Esther 8:9. Woordstudie bij H6346 (na inloggen).

  • ἡγεμών hegemon (Grieks, G2232)

    Het Griekse hegemon betekent volgens het Strong's-lexicon een leider, en in het bijzonder het hoofd van een provincie. Het is de titel van Pilatus, Felix en Festus, die de Statenvertaling met stadhouder vertaalt.

    Onder meer in Mattheüs 10:18, Mattheüs 27:2 en Handelingen 23:24. Woordstudie bij G2232 (na inloggen).

Verwante woorden

  • landvoogd: Bijna hetzelfde ambt, vaak voor een kleiner gebied, zoals Juda onder Nehemia.
  • oversten: Hoofden en bestuurders in het algemeen; in Esther 8:9 genoemd naast stadhouders en landvoogden.
  • viervorst: Een vorst over een deel van het land, zoals Herodes over Galilea naast Pilatus (Lukas 3:1).
  • schatting: De belasting die via deze bestuurders aan de vreemde vorst werd opgebracht.
  • hoofdman: Een officier over honderd man; twee hoofdmannen moesten Paulus naar stadhouder Felix brengen (Handelingen 23:23-24).

Bronnen

  • Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M065847. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
  • Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M036324. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
  • Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Nehemia 5:14, Lukas 2:2, Lukas 3:1, Mattheüs 27:2 en Handelingen 13:7
  • Strong's-lexicon: H323, H324, H6346, G2232 en G446
  • Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.